Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA: buitenlands beleid niet baseren op primaire emoties

Datum nieuwsfeit: 09-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Begroting Buitenlandse Zaken 2000

Den Haag, 9 december 1999

Effectief buitenlands beleid kan niet gebaseerd zijn op primaire emoties

Europa verkeert in een stroomversnelling. Over de gehele linie is dit het moment waarop wij significante invloed kunnen uitoefenen op onze toekomst. Wij mogen de boot niet missen. We mogen niet achter de feiten aanhollen. Inventiviteit en creativiteit zijn dus broodnodig om een relevante bijdrage aan het debat te leveren. Deze behartenswaardige woorden sprak minister Van Aartsen begin dit jaar op de ambassadeursconferentie. Paars II stelt zich ten doel een nieuw Nederlands elan in het buitenlands beleid te brengen. Dat lijkt nog niet goed te lukken.

Prioriteiten of wensen

Uit de eerste eigen Memorie van Toelichting van deze Minister van Buitenlandse Zaken wordt niet echt duidelijk waar de Minister heen wil. Er is op zichzelf weinig in te brengen tegen de doelstellingen in de MvT: het bevorderen van de internationale rechtsorde en veiligheid, het nastreven van nationale belangen en het verminderen van internationale armoede door middel van duurzame ontwikkeling. De vraag is alleen of het bevorderen van internationale rechtsorde en veiligheid niet tevens een nationaal belang is. Dat geldt ook voor de derde doelstelling over internationale armoedebestrijding. En als de Minister dit met ons eens is, dan is de vraag, waarom het nastreven van nationale belangen een afzonderlijke en nevenschikkende doelstelling naast de andere twee is. Hier wringt naar onze mening iets, misschien is het omdat wij voor het eerst in een MvT het nastreven van nationale belangen als expliciete doelstelling lezen, maar zou de Minister willen verklaren waarom deze drie doelstellingen zo geformuleerd zijn. Dan de prioriteiten, die wekken bij de CDA-fractie enige verbazing. Het gaat om internationale ordening, Europese integratie, veiligheid, armoedebestrijding, mensenrechten, de transatlantische relatie, Zuidoost-Europa, Afrika, het Midden-Oosten en consulaire dienstverlening. Het vreemde is, dat hier prioriteiten en doelstellingen door elkaar heenlopen. Armoedebestrijding is doel en prioriteit, dat geldt ook voor de internationale rechtsorde en veiligheid. En is consulaire dienstverlening als prioriteit even belangrijk als Afrika of het Midden-Oosten? Is migratie geen prioriteit? Volgens Heldring in NRC Handelsblad van 1 oktober j.l. lijkt het in de MvT meer om vrome wensen dan om prioriteiten te gaan en hij concludeert dan ook dat het daarom beter zou zijn om in het geheel geen lijstje te maken. Het lijkt ons echter wel zinvol te vernemen wat de prioriteiten van de Ministers zijn. Daarmee wordt duidelijk welke richting de Minister aan het buitenlands beleid wil geven. Dat lijkt nog niet goed vastgesteld te zijn met als gevolg dat de Minister zichzelf internationaal buiten de discussie plaatst, zie het debat over de Europese Defensie-identiteit, waar Nederland nu geheel aan de zijlijn staat. Komt dit omdat de Minister de transatlantische relatie boven en niet naast de Europese integratie stelt? De CDA-fractie heeft waardering voor de inzet van de Minister om met zijn Amerikaanse collega Albright samen op te trekken, maar dat wil nog niet zeggen, dat kiezen voor een Europese Defensie-identiteit deze relatie zou behoeven te verstoren, integendeel zelfs. De minister aarzelt nog teveel en te lang om in actie te komen. Te lang heeft hij naar onze mening de Nederlandse Molukse gemeenschap buiten de deur gehouden in de meest roerige tijd op de Molukken. Te lang heeft hij geaarzeld om de relatie met Indonesië te herstellen en miste mede daardoor president-kandidaat Wahid. Het gevolg is nu een overhaast bezoek van Minister Herfkens aan Indonesië in de slip-stream van een bezoek aan India. Is dat de manier waarop Nederland een pijnlijk verbroken relatie tracht te herstellen? Zoals bekend hecht de CDA-fractie aan het herstellen van de duurzame relatie met Indonesië en herhaalt ons eerder gedane verzoek aan de Minister om daartoe zelf zo spoedig mogelijk Indonesië te bezoeken.
Wij vernemen nu graag hoe de Minister aankijkt tegen de huidige ontwikkelingen aldaar. Is de nieuwe Indonesische regering nu al voldoende in staat om zelf orde op zaken te stellen, de corruptie aan te pakken, leger en politie te reorganiseren en belangrijker nog de nationale eenheid te bewaren? Hoe beoordeelt de Minister de opstand in Aceh en welke oplossingen ziet hij voor die drang naar zelfstandigheid die niet alleen op Aceh maar zich ook op andere eilanden manifesteert? Zou voor Indonesië een programma voor en door politieke partijen zoals in Zuid-Afrika opgezet kunnen worden? Acht de Minister dit mogelijk? Het lidmaatschap van de Veiligheidsraad levert niet op wat de CDA-fractie ervan verwacht had. Wat ons teleurstelt is dat nogal wat Afrikaanse kwesties niet geagendeerd worden, zoals een wapenembargo voor het Grote Merengebied en een Stabiliteitspact voor hetzelfde gebied in lijn met de Lusakha akkoorden het vredesproces in Soedan, de onveiligheid van internationale hulpverleners als gevolg van de moord op de twee hulpverleners in Burundi, waaronder de Nederlandse Saskia von Meyenfeld, de wereldwijde migratie van grote groepen mensen al of niet gedwongen die niet meer naar de landen van herkomst terugkeren. Ook een onderwerp als het totale gebrek aan coördinatie van de hulpverlening in een post-conflictperiode zou Nederland aan de orde moeten stellen. Waarom gebeurt dit niet?
Nederland wordt als gevolg van de internationale ontwikkelingen de facto een steeds kleiner land zie de groeiende positie van de vijf permanente leden in de VN die daarmee de VN uithollen, zie de rol van de vroegere contactgroep in Bosnië en het kwintet tijdens de Kosovo-oorlog, zie de pas opgerichte G-20 waarvan Nederland geen deel uitmaakt en zie de rol van de grote landen in de EU. De herijking van 1995 trachtte mede een antwoord te formuleren op dit vraagstuk maar zoals we van de minister zelf hebben begrepen bestaat de herijking in feite niet meer. En dat is jammer want hoe kan de Minister zijn coördinerende taak nog vervullen? Zijn de afspraken in het Regeerakkoord over de coördinerende bevoegdheid zo gebrekkig gemaakt, dat er nu tussen Economische Zaken en Buitenlandse Zaken tal van geschillen onopgelost blijven of is er een ander oorzaak? Ik noem de wapenexportvergunningen, de reis van Staatssecretaris Ybema naar Cuba, de nota Economie en Ontwikkeling, die al meer dan een jaar onderweg is naar de Kamer en de ORET-evaluatie.

Strategische allianties

Hoe dan wel? Misschien zou de minister nog eens een oud nummer van de Internationale Spectator erbij kunnen pakken, jaargang 1972. Voormalig minister van BZ Schmelzer schreef daarin onder de titel De mogelijke invloed van kleinere staten in het huidige wereldbestel. Hij zette daarin treffend uiteen dat kleine landen het vooral van hun ideeën moeten hebben. Daar moet het dus om gaan, niet de kat uit de boom kijken en later zeggen wij gingen er ook voor, maar creatief en pro-actief. Dit veronderstelt een uitgebreid kwalitatief uitstekend functionerend postennetwerk. Daar moet, zo lezen wij in het rapport van de Algemene Rekenkamer nog hard aan gewerkt worden. Het is niet primair aan de Kamer om ons met het personeelsbeleid van de Minister te bemoeien, maar we hopen dat de Minister zich de kritiek aantrekt en het personeelsbeleid op moderne leest schoeit inclusief opleidingstrajecten. Goed effectief buitenlands beleid kan niet gebaseerd zijn op primaire emoties, zei de Minister in zijn speech bij de opening van de vijfde Nederlands-Duitse conferentie op 9 september. Waarop dan wel, is onze vraag.
[Hij waarschuwde voor de CNN-factor als virtuele rattenvanger van Hamelen (die rattenvanger is blijkbaar een schrikbeeld voor dit kabinet). En eerder had de woordvoerder van de minister al geklaagd over leunstoeldeskundigen en de BV Emotie die als eerste raadgever zou dwingen tot zeepkistdiplomatie. Waar is de minister eigenlijk bang voor of reageerde hij hiermee op critici die van mening zijn dat Nederland zich wel wat actiever mag opstellen. Gaarne een toelichting.]

En zo hebben we kennelijk ook afscheid genomen van het zogenaamde buurlanden-beleid van de herijking. Deze regering laat zo staat in de MvT zich niet dwangmatig opsluiten in een bepaalde coalitie hetgeen lijkt mij kan leiden tot ad-hoc optreden en ad hoc voorstellen. De Minister houdt dan de handen vrij, maar tegelijkertijd hebben de grotere landen bij strategische kwesties vrij spel. Juist in deze tijd is het aangaan van strategische allianties voor een kleiner land van levensbelang. Wij verzoeken de Minister zich daarvoor meer in te zetten.

Afrika

Dan Afrika als prioriteit in het buitenlands beleid. Vorig jaar erkende de Minister dat Nederland geen Afrika-beleid heeft, vandaag constateert de CDA-fractie dat er nog steeds geen Afrika-beleid is. Er moet nu nog een advies aan de AIV (wanneer worden de leden benoemd) worden gevraagd. Welke initiatieven gaat Nederland bijvoorbeeld met België of Duitsland ondernemen opdat de EU een gericht Afrikabeleid gaat ontwikkelen? Wie spreekt met Kagame en Museveni over hun aandeel in het Grote Merenconflict? Welke afspraken worden daar dan gemaakt? Is de Minister bereid een Europees centrum voor conflictpreventie te bepleiten voor onderzoek en advies voor het voorkomen van conflicten?

Mensenrechten

Over de benoeming van de mensenrechtenambassadeur bestaat nog veel onduidelijkheid. Kan de Minister aangeven wat deze persoon gaat doen. Wanneer wordt hij of zij ingezet en zal deze taken van de reguliere ambassadeurs overnemen? Is het niet veel zinniger in Europees verband een mensenrechtenambassadeur of gezant te benoemen? Welke eigen lijn volgt Nederland in het mensenrechtenbeleid? De CDA-fractie vindt dat Nederland in januari 2000 het optioneel protocol tegen kindsoldaten moet tekenen (motie).

Veiligheid en wapens

Welke opstelling kiest de Minister in de discussie over de verlenging van het NPT? Wanneer komt de Minister met het negende criterium over opgave in het VN-wapenregister?

Kamerlid: A.M.A. van Ardenne van der Hoeven

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie