Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tweede Kamer: scheiding van een gezin bij uitzetting

Datum nieuwsfeit: 09-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.343 scheiding van een gezin

Gemaakt: 13-12-1999 tijd: 16:26


2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


9 december 1999

In antwoord op uw brief van 24 november 1999, kenmerk: 2990003290, kan ik u meedelen dat de vragen van de leden Halsema (Groen Links), Hoekema (D66), Albayrak (PvdA) en Wijn (CDA) inzake de scheiding van een gezin bij uitzetting, worden beantwoord zoals aangegeven in de bijlage bij deze brief.

Bijgesloten zijn voldoende kopieën van het antwoord, ten behoeve van de vragenstellers en de afdeling Voorlichting van uw Kamer.

De Staatssecretaris van Justitie,

Antwoorden van de Staatssecretaris van Justitie op de Kamervragen van de leden Halsema, Hoekema, Albayrak en Wijn inzake de scheiding van een gezin bij uitzetting (ingezonden op 24 november 1999, kenmerk
2990003290).


1

Ja.


2.

De toepassing van de Overeenkomst van Dublin kan er in voorkomende gevallen toe leiden dat gezinsleden voor langere tijd worden gescheiden. Ik ben van oordeel dat een dergelijke situatie zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. De Lid-Staten die destijds betrokken waren bij het opstellen van de Overeenkomst van Dublin hebben met artikel 3, lid 4 en artikel 9 in de mogelijkheid voorzien een uitzondering te maken op regels voor
verantwoordelijkheidsverdeling. In de praktijk is evenwel gebleken dat deze artikelen een nadere uitwerking behoeven, met name waar het gaat om gezinshereniging en de voortzetting van het gezinsverband. Hoe dit precies dient te gebeuren, is thans onderwerp van discussie. Tijdens de bijeenkomst van het Artikel 18 Comité van de Overeenkomst van Dublin op 28 mei 1999 kon geen overeenstemming worden bereikt over een ontwerp_be-sluit inzake de overdracht van de verantwoordelijkheid ten aanzien van gezins-leden uit hoofde van artikel 3, lid 4, en van artikel 9 van de Overeenkomst van Dublin. Eén delegatie handhaafde een studievoorbehoud ten aanzien van de voorwaar-den tot gezinshereniging en voortzetting gezinsband. Dit voorbehoud is nog niet opgeheven.

Tijdens de laatste vergadering van de JBZ-raad heb ik opnieuw de aandacht hierop gevestigd.


3.

Het beleid terzake is neergelegd in B7/8.1.1.3, Vreemdelingencirculaire. Hierin is aangegeven onder welke om-stan-dig-he-den Nederland een asielaanvraag op grond van artikel 3, lid 4, van de Over-een-komst van Dublin zelf in behandeling zal ne-men. Dit is het geval indien zich - samengevat - een van de volgende omstan-digheden voordoet: er is sprake van ern-stige ziekte of zware handicap welke met een medi-sche verkla-ring zijn onder-bouwd; er is sprake van zwanger-schap of geboor-te, met een medische verklaring aangetoond; de gezinsleden zijn aan-toonbaar gezamenlijk rechtstreeks naar Nederland gereisd; er is sprake van een of meer minderjarige kinderen voor wiens asielaanvraag een ander land verant-woorde-lijk is, en Ne-derland is verant-woordelijk voor de asielaanvraag van beide ouders (en omge-keerd).

In de onderhavige zaak doen zich geen omstan-digheden voor als neer-ge-legd in het beleid op grond waarvan Nederland de asielaanvraag toch in behan-deling zou moe-ten nemen. Deze conclusie heeft standgehouden in de rechterlijke toets.

Gelet op het vorenstaande is er geen aanleiding om de overdracht aan Frankrijk niet te effectueren.

Voor het overige merk ik nog op dat het hele gezin reeds in Zambia is toegelaten als vluchteling en dat -mede op die grond- het asielverzoek van de man in eerste aanleg en in bezwaar is afgewezen. Er zijn mij geen beletselen bekend die een terugkeer naar Zambia in de weg zouden staan.


4.

Mijn voorkeur gaat uit naar een samenvoeging van asielaanvragen wanneer ver-schil-len-de Lid-Staten daarvoor verantwoordelijk zijn. Niettemin kunnen zich om-stan-dig-heden voordoen waarbij de vraag gerechtigd is of het bijeenhouden of brengen van een ge-zin wel in Nederland zou moeten plaatsvinden. Deze laatste vraag kan naar mijn oordeel niet in alle gevallen bevestigend worden beant-woord. De overweging om over te gaan tot gescheiden uitzetting of behan-deling kan echter pas dan wor-den genomen nadat alle aspecten van een speci-fiek verzoek zijn gewo-gen. Hu-manitaire aspec-ten, zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire, spelen bij deze afweging een gewichtige rol.


5.

De regering hecht aan een evenredige verdeling van het aantal asielzoekers over de lidstaten van de Europese Unie. Maar dit streven staat los van de criteria aan de hand van waarvan in individuele zaken wordt bekeken of een Dublinclaim wel of niet zal worden gelegd. Daarbij spelen onder meer de criteria een rol waarnaar ik in mijn antwoord op vraag 3 verwijs.


6.

In het afgelopen jaar is een hondertal zaken getoetst aan artikel 3 lid 4. In alle gevallen heeft een zorgvuldige toets plaatsgevonden op grond van het beleid als neergelegd in B7/8.1.1.3, Vreemdelingencirulaire.


7.

Aangezien de Overeenkomst van Dublin betrekking heeft op alle Lid-Staten van de Europese Unie, zullen verdere afspraken over de toepassing van artikel 3, lid 4 naar mijn oordeel ook in Europees verband moeten worden genomen. De Nederlandse regering zal zich in Europees verband blijven inzetten voor een zo ruim mogelijke toepassing van de feitelijke ruimte die de Overeen-komst van Dublin biedt voor de samenvoeging van asielverzoeken wanneer verschillende lidstaten daarvoor verantwoordelijk zijn.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie