Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tweede Kamer: verslag overleg inzake frequentiebeleid

Datum nieuwsfeit: 10-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


24095000.037 vao inzake frequentiebeleid

Gemaakt: 22-12-1999 tijd: 13:44


24095 Frequentiebeleid

nr. 37 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 10 december 1999

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat<1> en de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen<2> hebben op 18 november 1999 overleg gevoerd met staatssecretaris J.M. de Vries van Verkeer en Waterstaat en staatssecretaris Van der Ploeg van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over:


- de brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat d.d. 18 juli 1999 over het Nationaal frequentieplan (VW-99-730);


- de brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat d.d. 9 juli 1999 over voorgenomen heruitgifte van omroepfrequenties per 1 september 2000 (24095, nr. 23);


- de brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat d.d. 24 september 1999 inzake digitale televisie en digitale radio (24095, nr.
24);


- de brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat d.d. 12 november 1999 (24095, nr.25).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

Mevrouw Van Zuijlen (PvdA) herinnerde eraan dat de oorspronkelijke herverdeling van de FM-radiofrequenties zou plaatsvinden in 1997. Door de Kamer en het veld werd een zero-baseonderzoek nodig geacht, zodat een goed overzicht kon worden gegeven van de beschikbare ruimte. De verdeling zou dan per 1 september 2000 een feit zijn. Het TNO-onderzoek waarop de staatssecretaris zich baseerde, bleek echter niet te kloppen, waardoor uitstel met een jaar nodig werd. Mevrouw Van Zuijlen zei dit te hebben betreurd, maar het niet nodig gevonden te hebben de staatssecretaris hiervoor naar de Kamer te roepen.

In de brief van 12 november formuleert de staatssecretaris echter een heel ander beleid. Hiervoor draagt zij twee argumenten aan: de antenneopstelplaatsen en de internationale coördinatie. Problemen met de antenneopstelplaatsen zijn er altijd al geweest. Bovendien zijn deze problemen niet zo groot als in de brief van 12 november wordt gesuggereerd. Het kabinet kan daar immers ook zelf oplossingen voor aandragen. Zij wees erop dat voor de antenneopstelplaatsen voor de mobiele telecom creatief kon worden omgegaan met een bijlage van de Wet op de ruimtelijke ordening en dat een artikel in de Wet op de telecommunicatie gewijzigd kan worden. Verder kan het staatspalenprogramma van toepassing worden verklaard. Bovendien is aan het amendement dat site sharing beoogde, nog op geen enkele manier invulling gegeven. Mevrouw Van Zuijlen vond dit daarom geen nieuw of steekhoudend argument. Zij kreeg het gevoel dat hiermee het belang van Nozema wordt gediend en dat vond zijn niet wenselijk. Het tweede argument, de ingewikkelde internationale coördinatie, is ook niet nieuw. Ook dit heeft te maken met de inventiviteit en snelheid van het ministerie en de RDR (Rijksdienst voor radiocommunicatie) zelf. Het leek haar verstandig indien de staatssecretaris de oorzaken van het uitstel en de traagheid niet buiten, maar binnen haar ministerie zoekt. Zij had de indruk dat de uitvoeringsorganisatie zelf dit probleem niet aan kan. De PvdA kon daarom de conclusie die op basis van deze argumenten wordt getrokken, namelijk dat het zero-baseonderzoek tot 2004 moet worden uitgesteld, vooralsnog niet onderschrijven.

Het voorstel van de staatssecretaris om het geheel te verdelen, vond zij consequent. Dit geeft partijen meer ruimte, maar zij hebben wel zeer ongelijk kunnen experimenteren en optimaliseren. Waarom heeft Verkeer en Waterstaat op 12 januari besloten dat experimenteren en optimaliseren niet meer kan? De stations die zich laten faciliëren door Nozema hebben dit wel kunnen doen. Bij klachten hierover zijn partijen stelselmatig doorverwezen naar de rechter. Is dit de manier van werken die de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat voorstaat? De ongelijkheid in optimaliseren en experimenteren wordt mede veroorzaakt doordat Nozema tegen de geest van de wet in, weigert haar opstelpunten te delen. Is de staatssecretaris bereid op dit punt de wet aan te scherpen en is zij bereid deze vorm van machtsmisbruik voor te leggen aan de NMA? Waarom wordt dan niet voor een derde optimaliseringspoging gekozen?

Over de belangrijkste zaken staat niets in de brief van 12 november, behalve dan dat het om een veiling gaat. Mevrouw Van Zuijlen ging ervan uit dat de Mediawet op dit punt wordt gevolgd, maar zij vond het niet logisch om de voorgestelde inhoudelijke clausulering te volgen. Het leek haar logischer om voor de door de Kamer gewenste nieuwszender te kiezen. Tegenover de staatssecretaris van OCW merkte zij op dat zij hem steunde in de clausulering, maar de staatssecretaris moet deze dan wel serieus nemen en zich niet ongeloofwaardig maken door tegen een jazz-zender te zeggen dat deze ook nieuwszender mag zijn. Een concurrent voor Radio 1 leek haar gewenst, maar het is niet juist om op deze manier formatwijzigingen achteraf goed te keuren. Moeten partijen overigens bieden op frequenties die nog internationaal moeten worden gecoördineerd? En hoe staat het met frequenties die na de veiling beschikbaar komen? De staatssecretaris zegt in haar brief van
12 november dat een significante verruiming van het bereik van de commerciële radio-omroep wordt verkregen. Hoe groot is deze verruiming en om hoeveel pakketten gaat het, wat is het potentiële bereik van deze pakketten en krijgen de partijen de kans om hun frequenties tegen marktwaarde terug te kopen? Hoe zit het met de beloofde minderhedenzenders in de grote steden? Signalen uit de markt wijzen erop dat Nederland door sloom gedrag frequenties kwijtraakt aan de grensstreken. Wat gaat de staatssecretaris daaraan doen?

Mevrouw Van Zuijlen vond het belangrijk dat de frequenties voor digitale radio snel en zorgvuldig worden verdeeld. Deze zouden moeten worden gebruikt voor omroep en niet voor telecom. Bij een eventuele veiling moet hiermee rekening worden gehouden. De PvdA betwijfelt dat met de frequenties snel geld kan worden verdiend en pleit er daarom voor deze frequenties niet te veilen, maar met een investeringsverplichting uit te geven aan degenen die een FM-radiofrequentie krijgen. Zo kan de markt zich snel ontwikkelen en kan de overheid de richting daarvan bepalen. Ook voor de TV moet strategische industriepolitiek belangrijker zijn dan gewin op korte termijn. Waarom heeft de regering niet meer naar het buitenland gekeken? Er kunnen geen partijen worden uitgesloten, maar afgewogen voorwaarden voor uitgiften zijn nodig. Partijen met aanzienlijke belangen in concurrerende infrastructuren, zoals de kabel, zouden niet mee mogen bieden. Mevrouw Van Zuijlen vond het niet logisch om dergelijke voorwaarden aan een veiling te verbinden; een heffing, bijvoorbeeld een percentage van de omzet, vond zij logischer. Dan kunnen de partijen die zich in het platform Digitenne hebben verenigd, ook bij elkaar blijven.

Zij zei het jammer te vinden als het in de brief aangegeven tijdpad voor de publieke lokale omroep wordt aangehouden. Zij had begrepen dat de klacht van de publieke lokale omroep door de rechter ontvankelijk is verklaard.

De heer Bakker (D66) gaf er de voorkeur aan de brief van 12 november als niet ontvangen te beschouwen, maar als hij de brief serieus moest nemen, kon hij er niet onderuit om hierover zijn teleurstelling uit te spreken. De eerdere aankondiging van onderzoek en herverdeling van frequenties per 1 september 2001 betekende al een jaar uitstel, maar dat vond de heer Bakker nog net acceptabel omdat het streven erop was gericht aanzienlijk meer frequenties te realiseren en optimaal in beeld te hebben welke frequenties of pakketten frequenties konden worden uitgegeven. Wat de staatssecretaris nu in haar brief voorstelt, vond hij echter wenselijk noch acceptabel. Voor een verder uitstel en het realiseren van een tussenoplossing zag hij geen argumenten. In feite werd al in de nota Frequentiebeleid van 1995 aangegeven wat nodig is: voldoende transparantie bij de verdeling van frequenties, voldoende invloed van potentiële gebruikers, een duidelijke wettelijk gefundeerde verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden, een adequaat toewijzings- en planningsinstrumentarium, een zakelijke benadering van het verdelingsvraagstuk en een efficiënter gebruik van etherfrequenties. De heer Bakker vond dan ook dat echte argumenten in de brief van 12 november niet worden gegeven. De indruk die in het veld leeft, namelijk dat in een conglomeraat van twee ministeries, de Nozema en de RDR sprake is van incompetentie, machtsstrijd en misbruik van (bijna)monopolies, wordt door de brief eerder bevestigd dan weggenomen. Hij vond het overigens hoog tijd worden dat de Nozema wordt geprivatiseerd, opdat de exclusieve marktmacht ophoudt. Hij vroeg de staatssecretaris haar argumentatie nog eens over te doen.

Verder was hij van mening dat de oorspronkelijke doelstelling, met behulp van nieuwe technieken bezien welke frequentieruimte kan worden aangeboden, nog overeind staat. Waarom zijn de ministeries, de Nozema en de RDR niet in staat dit helder in kaart te brengen? Wie kan dat wel en op welke termijn?

Een veiling dient plaats te vinden op basis van een optimale verkenning van de aan te bieden frequenties. Daarbij dient eerst de publieke omroep -- lokaal en regionaal -- te worden bediend. De resterende frequenties, het liefst verdeeld in een aantal grotere pakketten, kunnen daarna worden geveild. D66 was geen voorstander van een inhoudelijke clausulering van de veiling omdat cultureel-maatschappelijke overwegingen zich met name dienen te richten op de publieke omroep. Er is wel reden om op een gelijk concurrentieniveau -- beide nieuwszenders op FM, beide op AM of beide op FM en AM -- de totstandkoming van een commerciële nieuwszender te bevorderen. De heer Bakker vroeg hierbij vooral aandacht voor de positie van Radio 5, omdat deze publieke omroep redelijk marginaal is toebedeeld. Hij wilde nog niet pleiten voor een FM-frequentie omdat hij door de huidige stilstand geen zicht had op de consequenties daarvan voor de resterende ruimte. Voorts wees hij nog op het probleem van de goodwillbetalingen: partijen die in de afgelopen jaren veel hebben geïnvesteerd in bestaande frequenties, moeten als het ware dubbel gaan betalen voor het behoud van die frequenties omdat deze nu eenmaal meer waard zijn dan nog onbekende frequenties. Het veld draagt hiervoor een reële oplossing aan en stelt voor nieuwe frequenties te veilen en de op die manier totstandgekomen prijs door te berekenen aan bestaande frequenties. Hierdoor ontstaat een reële marktprijs en worden betaling van de eigen goodwill en een prijsopdrijving, die de variëteit op de commerciële markt kan belemmeren, voorkomen.

Bij de digitale frequenties merkte de heer Bakker op dat een veiling een goed instrument is voor een markt met meer aanbieders en schaarse frequenties, maar hij betwijfelde dat die markt er is en dat partijen bereid en in staat zijn fors te investeren in DVBT (digital video broadcasting terrestrial) en TDAB (terrestrial digital audio broadcasting). Wat dit betreft sloot hij zich aan bij mevrouw Van Zuijlen. Het leek hem wel verstandig om door een convenant met partijen of via voorwaarden aan de FM-veiling te bewerkstelligen dat daadwerkelijk wordt geïnvesteerd in digitale technieken. Zolang er geen werkelijke markt is, vond hij veiling niet het beste instrument.

Over de uitkomsten van de commissie-Jessurun is nog geen regeringsstandpunt ontvangen. Dat betreurde de heer Bakker, omdat de uitspraak van de commissie, namelijk dat er niet zo veel reden is om voor de radio naast de bestaande mededingingsregelingen een aparte crossownershipregeling te hebben, nog niet met goede argumenten is weerlegd. Hoe staan de staatssecretarissen hiertegenover? Ten slotte vroeg hij naar de stand van zaken bij de voorziene UMTS-veiling en de voornemens inzake de point-to-multipointtechnologie om te voorzien in fixed wireless access (WLL).

De heer Atsma (CDA) kon zich in grote lijnen aansluiten bij de algemene kritiek van de heer Bakker over de brief van 12 november. Het leek hem noodzakelijk dat er na de bediscussieerde en omstreden TNO-rapportage zo snel mogelijk duidelijkheid wordt geboden. Duidelijk is wel dat in de regio's Limburg, Noord-Brabant en Gelderland nog steeds geen optimale frequentiedekking kan worden gegarandeerd. Het CDA ging ervan uit dat hiervoor een oplossing wordt gevonden. RTV Drenthe en Radio M ondergaan een frequentiewijziging om een optimaal bereik te garanderen. Dit leidt zeker tot kosten. Wordt hier mede in het licht van de fiscaliseringsdiscussie in voorzien? Bovendien moeten de mensen in Drenthe straks nieuwe antennes aanschaffen om hun regionale omroep te kunnen ontvangen. De heer Atsma ging ervan uit dat dit voor de staatssecretaris niet acceptabel is.

De CDA-fractie had grote moeite met de veiling van frequenties voor commercieel gebruik. Gemakshalve wordt ervan uitgegaan dat er voldoende belangstelling is voor een dergelijke veiling, maar de heer Atsma vroeg zich af of deze verwachting wel terecht is. Signalen uit de markt duiden immers op het tegendeel. De ether en etherfrequenties behoorden volgens de CDA-fractie tot het publieke domein. Het is daarbij de vraag in hoeverre de overheid zichzelf op afstand kan en mag zetten. Op grond van ervaringen met de kabel voelde de CDA-fractie er op dit moment niets voor om deze infrastructuur uit handen te geven.

Onderkend moet worden dat de beschikbare ruimte door de digitalisering wordt vergroot, maar de nadere studies zijn nog niet voltooid en het definitieve beleidskader ontbreekt nog. Bovendien is het de vraag hoe groot de bereidheid is om na veiling daadwerkelijk te investeren in digitalisering. Zet dit geen rem op een belangrijke en noodzakelijke ontwikkeling? De heer Atsma was van mening dat digitalisering zowel voor radio als TV moet worden gestimuleerd. Hierdoor worden de mogelijkheden vergroot en het is een belangrijke stap voor het realiseren van meer concurrentie tussen de verschillende infrastructuren. Hierbij kan de overheid een belangrijke rol spelen, maar wil zij dit ook en welke rol ziet zij daarbij voor zichzelf weggelegd?

Voorkomen moet worden dat door veiling in de toekomst slechts enkele grote spelers een greep naar de markt, of de macht, kunnen doen. Bij een ongeclausuleerde veiling ligt dit voor de hand. Op een vrije markt zal geen rekening worden gehouden met aspecten zoals pluriformiteit, culturele diversiteit, doelgroepen, thema's enz. Hierdoor wordt elke grip verloren en dat leek de heer Atsma onverstandig. De overheid moet bij het invullen en benutten van schaarse ruimte juist sturend optreden. Zij heeft een aantal externe bureaus ingeschakeld met het oog op de verdeling van frequenties. Deze hebben alle geconcludeerd dat veilen geen serieuze optie is. Wat doet de staatssecretaris met deze conclusie? Als zij veilen wel een serieuze optie vindt, kan dit dan worden onderbouwd? Uit de brief van de staatssecretaris blijken geen inhoudelijke argumenten. Is de financiële opbrengst wellicht doorslaggevend? En zo ja, op hoeveel rekent de staatssecretaris dan?

De oprichting van Digitenne vond de heer Atsma een prima zaak. Is de staatssecretaris bereid Digitenne als een serieuze gesprekspartner te beschouwen en zo ja, hoe wil zij daaraan dan invulling geven?

De heer Van Bommel (SP) wees erop dat het frequentiebeleid een onderwerp lijkt dat uitermate geschikt is voor technische beschouwingen. Het betreft echter de publieke omroep, de regionale omroep en schaarse ruimte, zodat er ook cultureel-politieke aspecten aan verbonden zijn. Het gaat uiteindelijk om het verplaatsen of niet laten plaatsen van zendmasten en dat betekent dat de openbare ruimte, en daarmee het maatschappelijk belang, in het geding is.

De frequenties die vrijkomen leveren bij veiling mogelijk veel geld op. Dat is een publiek belang dat kan botsen met andere publieke belangen, zeker bij het vrijgeven van het publieke domein. Er zitten echter meer nadelen aan het veilen van frequenties. Meer zenders resulteren in lagere kijk- en luistercijfers. Inhoudelijk is er vaak sprake van meer van hetzelfde, zoals blijkt uit de ontwikkeling van de commerciële televisie. De bemoeienis van de staatssecretaris van Cultuur juichte de heer Van Bommel dan ook van harte toe.

Het doel moet niet zijn het veilen van zoveel mogelijk frequenties. Daarmee is het publieke belang niet het meest gediend. Hij vroeg zich overigens af of de veiling wel het beste instrument is om dit publieke belang te dienen en nodigde de staatssecretaris uit hier eens wat langer bij stil te staan. De wens moet niet zijn om aan alle vraag op dit gebied te voldoen. Dat is ook niet goed voor de ontvangstkwaliteit. Wanneer te veel frequenties worden gebruikt, wordt bovendien een deel van de radio's onbruikbaar omdat ze over een onvoldoende fijnafstellingsvermogen beschikken.

De SP was ervoor de FM-frequenties die vrijkomen eerst te gebruiken voor het oplossen van het probleem op de middengolf. Er is immers nogal wat overlast rond de bestaande middengolfzenders als gevolg van de elektromagnetische straling. De heer Van Bommel verwees hierbij naar de onhoudbare situatie bij Lopik en IJsselstein. Op Vinex-locaties wordt direct onder middengolfzenders gebouwd, terwijl bij de PKB voor IJsselstein juist werd uitgegaan van het verdwijnen van die zenders. Hoe ziet de staatssecretaris dit probleem en is zij het met de SP eens dat het uitfaseren van de middengolfzenders de ultieme oplossing is voor dit probleem? Blijkbaar kent het frequentiebeleid ook een aspect van ruimtelijke ordening en milieu. Het leek de heer Van Bommel dan ook verstandig om de minister van VROM hier in een vroeg stadium bij te betrekken.

De heer Blaauw (VVD) vond de nieuwe vertraging zeer ernstig en onbegrijpelijk. De VVD-fractie had al moeite met het uitstel tot 1 september 2001. De huidige zenders moeten immers weten waar ze aan toe zijn. Vooral de zenders die bij de vorige verdeling niet of weinig etherfrequenties hebben gekregen zijn hiervan de dupe, doordat zij hun investeringen begrijpelijkerwijs hebben afgestemd op september 2000. Hoe is het mogelijk dat een langdurig zero-baseonderzoek door TNO bij herhaling onvolledig en onjuist kan zijn? Waarom komt het kabinet nu pas tot de ontdekking dat de implementatie tot veel meer vertraging zal leiden?

De VVD-fractie vond echter dat desondanks nu een keuze moet worden gemaakt en dat zo snel mogelijk moet worden verdeeld. Daarbij moet zoveel mogelijk extra ruimte worden gebruikt, ook de ruimte voor testfrequenties. Hieraan dienen wel voorwaarden te worden verbonden. De heer Blaauw pleitte ervoor de verdeling te laten plaatsvinden via een veiling. De etherruimte van de landelijke publieke radiozenders mag niet worden vergroot, opdat extra ruimte voor commerciële zenders beschikbaar komt. Verder is het handhaven van vijf publieke radiostations alleen aanvaardbaar als de veiling ongeclausuleerd plaatsvindt en er dus geen voorwaarden worden gesteld om te komen tot specifieke commerciële zenders zoals een nieuwszender en een Nederlandstalige muziekzender. De in de wet opgenomen mogelijkheid hiervoor moet dus niet worden gebruikt. Verder dienen ongeveer zeven gelijke pakketten met voldoende dekkingsgraad te worden geveild. De heer Blaauw dacht hierbij aan een landelijke dekking van 75% tot 80%. De frequentienummers van deze pakketten dienen anoniem te worden geveild om daarmee de goodwillproblematiek van bepaalde zenders te ondervangen. Hierdoor kunnen zoveel mogelijk zenders op hun oude frequentie blijven.

Digitalisering van de ether voor radio en TV is een veel betere manier om de schaarste aan te pakken. Kunnen de staatssecretarissen aangeven hoe dit kan worden bevorderd? Het kabinet kondigt aan de DVBT- en de TDAB-frequenties te willen veilen, maar hiervoor ontbreekt in feite de motivering. Veilen op onontgonnen markten is niet altijd reëel. Voor welke periode zal een concessie verleend worden en wanneer is daarbij sprake van een monopolie op een bepaalde frequentie? Voorkomen moet worden dat partijen die naar frequenties dingen andere belangen hebben. Hij verzocht de staatssecretaris om een toelichting hierop.

Antwoord van de regering

De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat verklaarde dat de beperking door de zendmasten en een strategische aanpak van de internationale coördinatie om de Nederlandse belangen te waarborgen hebben geleid tot de aanpak die is geschetst in de brief van 12 november. In samenwerking met Nozema en Broadcast Partners is de conclusie getrokken dat deze aanpak extra ruimte in de ether kan opleveren en kan worden uitgevoerd binnen een haalbaar tijdschema. Nozema, Broadcast Partners, RDR en TNO werken thans samen aan het realiseren van zoveel mogelijk frequentieruimte.

Zij legde uit dat bij het oorspronkelijke zero-baseonderzoek werd verwacht dat meer gehaald kon worden uit het opnieuw indelen van het hele frequentiespectrum. In april jl. werd echter bekend dat het TNO-onderzoek een aantal fouten bevatte. Dit heeft tot vertraging geleid omdat de berekeningen deels opnieuw moesten worden uitgevoerd. De staatssecretaris zei er toen voor gekozen te hebben -- 1 september
2000 zou toch al niet gehaald worden -- 100% ontvangstkwaliteit te garanderen voor de publieke omroep die blijft uitzenden volgens de conventionele techniek en voor het commerciële domein naast de conventionele techniek ook de near-single-frequencytechniek toe te laten passen. Daarbij is ervan uitgegaan dat alles opnieuw kan worden ingedeeld. Zowel bij de conventionele zero-basetechniek als bij de near-single-frequencytechniek dienen echter veel nieuwe opstelpunten voor zendmasten gevonden te worden. Deze plaatsen zijn, anders dan bij GSM-masten, moeilijk te vinden. Bovendien neemt in het laatste half jaar de weerstand tegen zendmasten, die tot over de honderd meter hoog kunnen zijn toe. In antwoord op mevrouw Van Zuijlen merkte de staatssecretaris op dat het GSM-traject een heel ander traject is. Ook daarbij kan de staatssecretaris de gemeenten niet sturen, maar een GSM-mast van 1,5 m of 2 m is iets anders dan een mast van een paar honderd meter waaromheen een grote ruimte vrij moet blijven. De problemen daarmee zijn best oplosbaar, maar bij het verplaatsen of oprichten van zo'n grote mast kunnen de gemeenten met allerlei beroepsprocedures te maken krijgen. Ook zullen streekplannen gewijzigd moeten worden. De staatssecretaris zei wel in alle voorbesprekingen over de Vijfde nota ruimtelijke ordening bij VROM te hebben gemeld dat zij ruimte nodig had om te voldoen aan de toenemende behoefte aan frequenties. Verder heeft de staatssecretaris van VW geen wettelijk instrumentarium ter beschikking waardoor het plaatsen van zendmasten kan worden verzekerd. Hier is immers de gemeentelijke en provinciale wetgeving op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening op van toepassing. Vervolgens is de conclusie getrokken dat het uitstel van een jaar ver overschreden zou worden. Samen met de operators is bekeken wat gerealiseerd kon worden met de bestaande masten en de masten die makkelijk implementeerbaar zijn. Daarbij werd dus uitgegaan van zero-base, maar met erkenning van de problemen met de masten. Beide operators waren van mening dat deze manier nog steeds een significante verruiming van het frequentiespectrum zou opleveren. Hierbij kan ook een volwaardige verdeling plaatsvinden en de oorspronkelijke doelstelling -- meer plaats voor nieuwkomers en het realiseren van evenwichtige, gelijkwaardige pakketten -- kon toch nog worden bereikt. De staatssecretaris merkte op dat daarbij niet wordt getornd aan het wettelijk recht van 100% bereik voor de publieke omroep. Uit rapporten blijkt echter dat een commerciële omroep, die op dezelfde reclamemarkt opereert, voor het realiseren van concurrentie moet kunnen rekenen op minimaal 60% publieksbereik. De staatssecretaris zei daarom te zijn uitgegaan van gelijkwaardige pakketten -- gelijkwaardig op het gebied van publieksbereik -- met een publieksbereik van 60% of meer, zodat niet op publieksbereik maar op format en programma wordt geconcurreerd. Op deze wijze kan meer ruimte worden gerealiseerd, is de implementatie haalbaar en kan de uitvoering een halfjaar eerder dan op 9 juli jl. werd gemeld plaatsvinden.

Haast is geboden omdat in september 2000 de vergunningen aflopen. Bij de eerste en tweede optimaliseringspoging zijn een aantal nieuwkomers in de wacht gezet met de belofte dat zij in september 2000 een kans zouden krijgen. Juridisch gezien is een jaar uitstel bij een nieuwe techniek nog verdedigbaar. De staatssecretaris wilde daarbij evenwicht brengen in de pakketten en de nieuwkomers een redelijke kans geven.

Eind maart 2000 zullen RDR en TNO de nieuwe berekeningen hebben afgerond. Hun inschatting is dat er signifcant meer ruimte zal komen. Ook kan ruimte worden verkregen door het weghalen van inefficiency. Er zijn publieke omroepen die tot ver buiten hun geografische gebied komen. Dat kan met een frequentieruil worden verbeterd. De publieke omroepen houden daarbij natuurlijk waar zij recht op hebben. De resultaten van de experimenten en optimalisaties zullen hier ook bij worden betrokken. Hoeveel ruimte er precies is, is bij de operators nog niet bekend, maar er zal zoveel meer ruimte zijn dat tot een volwaardige verdeling kan worden overgegaan en dat evenwicht kan worden gebracht in pakketten die voor een bepaalde periode kunnen worden uitgegeven. De staatssecretaris verwachte ongeveer zeven pakketten te kunnen realiseren met circa 70% publieksbereik en ruimte beschikbaar te hebben voor de niet-landelijke commerciële omroep. Bovendien zal samen met de staatssecretaris van OCW gekeken worden naar de mogelijkheid voor frequenties voor minderheden in de vier grote steden. Het kabinetsstandpunt hierover zal ongeveer in mei 2000 ingenomen worden. Zodra de Kamer hierover een uitspraak heeft gedaan, kan worden geveild. Kort daarna -- de implementatie is immers relatief eenvoudig -- kunnen de vergunningen worden uitgegeven.

Op dit moment wordt door OPTA bekeken in hoeverre aan site sharing gedaan kan worden. Hieraan wordt binnen de mogelijkheden zo snel mogelijk gewerkt. De staatssecretaris zegde toe zo nodig tot wetswijziging over te gaan. Een nota van wijziging leek haar in dezen geen snelle oplossing, want daarover zou de Raad van State zich nog moeten uitspreken.

Zij was het niet met mevrouw Van Zuijlen eens dat bij de internationale coördinatie sprake is van sloom gedrag. In alle aangrenzende landen worden nieuwe technieken gebruikt en is de strijd in de ether hevig. Elke nieuwe techniek wordt onmiddellijk gemeld aan de ITU, omdat elke frequentie die wordt gevonden via de ITU moet worden gecoördineerd. Doordat Nederland veel grenzen heeft, is telkens een geweldige rekenpartij nodig om te voorkomen dat buurlanden worden gehinderd. Daardoor moeten besluiten met buurlanden vaak in minnelijk overleg worden genomen. Vooral het overleg met België, waarbij met meer administraties gesproken moet worden, vergt veel tijd. De staatssecretaris zei dit onderwerp in een binnenkort te houden gesprek met haar Belgische collega te bespreken.

Het doel van experimenteren is het vergaren van informatie uit de praktijk die bijdraagt aan het kwantificeren van de meerwaarde van nieuwe technieken. Hiermee kan een efficiënter gebruik van het frequentiespectrum worden bewerkstelligd. Optimalisaties worden op dezelfde manier gebruikt. De ongelijkheid bij het experimenteren is min of meer ingebakken in de frequentieverdeling van januari 1998. Partijen hebben toen met deze verdeling ingestemd. Sindsdien zijn vele experimenten en optimalisaties goedgekeurd. Daarbij wordt overigens niet gekeken naar de operator, maar naar de kwaliteit van de aanvraag. Omdat de stroom aanvragen tot ongekende omvang toenam, is begin dit jaar een pas op de plaats gemaakt en zijn alle aanvragen op grond van nieuw beleid afgewezen. De frequenties die hiermee te maken hebben moeten vaak ook gecoördineerd worden. Dat vraagt veel mankracht, ook van de RDR. Is coördinatie noodzakelijk, dan wordt de aanvraag afgewezen; experimenteren binnen het eigen gebied is nog wel mogelijk. De positie van Verkeer en Waterstaat zou anders erg ondermijnd worden. Een aantal partijen heeft bezwaar aangetekend tegen de afwijzing van een experimenteervergunning. Deze aanvragen zullen allemaal nog een keer bekeken worden. Op het verzoek van de heer Bakker aan te geven welke aanvragen wanneer en via welke provider zijn ingediend en welke aanvragen zijn toegekend, antwoordde de staatssecretaris de Kamer binnen een week deze gegevens te verstrekken. Zij benadrukte dat VW geen enkele partij wil bevoordelen.

Over de klacht van de lokale publieke omroep merkte de staatssecretaris op dat de rechtbank het besluit op louter formele gronden heeft vernietigd. Het gaat dus niet om een inhoudelijke afwijzing. Het bezwaar van de OLON (Organisatie van lokale omroepen in Nederland) zal wederom aan de rechter worden voorgelegd. Overigens hebben alle OLON-partners technische oplossingen aangereikt gekregen voor de problemen in hun verzorgingsgebied. Die hebben in alle gevallen succes gehad. Het is wel waar dat sommige partijen het liever anders hadden gezien omdat zij een andere frequentie prettiger vinden dan de technische oplossing die hun is aangereikt.

In de Telecommunicatiewet is bepaald dat bij schaarste het instrument veiling zal worden gebruikt. Dat zal ook bij DVBT het geval zijn. De veiling is immers het meest non-discriminatoire en transparante instrument, waarbij alle partijen op de eenvoudigste wijze een gelijke kans wordt geboden. Zijn er tien frequenties en tien partijen, dan is er geen schaarste en dus ook geen veiling. De frequenties worden dan om niet toebedeeld. Het business initiatief van Digitenne vond de staatssecretaris uitstekend. Zij wees er wel op dat aan de publieke omroep een multiplex om niet zal worden toegewezen. De overige vier multiplexen blijven in een kavel en zullen worden uitgegeven voor een periode van vijftien jaar. In de vergunningsvoorwaarden, waaraan OCW en VW werken, wordt een uitrolverplichting opgenomen opdat digitale televisie inderdaad wordt ontwikkeld. Het mag geen bestedingsobject zijn dat later kan worden verkocht. Door de Brusselse regelgeving is het niet mogelijk op voorhand een kavel aan een partij te geven. Aan Digitenne kan dus geen multiplex worden gegeven omdat de NOS hun digitalisering via Digitenne wil laten verlopen. Verwerft Digitenne een kavel, dan is er niks op tegen dat de NOS met haar samenwerkt. Verwerft echter een andere partij dat kavel, dan moet het wel zeker zijn dat de publieke omroepen aan digitale televisie verder kunnen werken. Er is overigens niks op tegen om in de veilingvoorwaarden op te nemen dat de winnende partij geen kabelbelangen mag hebben.

De markt voor DVBT ontwikkelt zich langzaam. Door de prijs zullen mensen niet geneigd zijn hun gewone TV om te ruilen voor een digitale TV. Daarom is ervoor gekozen een vergunning voor vijftien jaar te verlenen. Een partij moet immers de zekerheid hebben dat zij een kans heeft om haar investeringen terug te verdienen. Of de periode van vijftien jaar te lang of juist te kort is, kan pas achteraf worden bepaald.

De Raad van State heeft reeds advies uitgebracht over het wetsvoorstel en de memorie van toelichting inzake de privatisering van Nozema. Thans wordt een rapport opgesteld. Omdat de overheid thans nog aandeelhouder is, zal bekeken moeten worden hoe dit juridisch kan worden vormgegeven. De staatssecretaris kon niet beloven dat het wetsvoorstel nog voor het einde van het jaar bij de Kamer zal worden ingediend, maar zei toe haar best te zullen doen.

De veiling voor UMTS is gepland voor de zomer van 2000. Er zijn nog onduidelijkheden op het gebied van standaardisatie en frequenties. Voordat het aanvraagdocument op de markt wordt gebracht, zal precies bekend moeten zijn waarop geboden kan worden. De veiling voor WLL is voorzien voor het voorjaar van 2000. Het advies van de NMA is inmiddels ontvangen. Dat wordt nu verwerkt in het aanvraagdocument.

Voor de publieke omroep -- landelijk, regionaal en lokaal -- geldt een wettelijke doorgifteplicht. Deze wordt onverkort gehandhaafd. Zijn er inefficiënties, dan zal worden bekeken of deze verminderd kunnen worden door frequentieruil, zonder aan de wettelijke verplichting af te doen. De problemen in een paar gebieden, zoals bij de regionale omroep Limburg, zullen worden betrokken bij het lopende zero-baseonderzoek. Hoe snel de problemen kunnen worden opgelost, kon de staatssecretaris niet aangeven. Kan er gemakkelijk worden geruild, dan gaat het snel. Zijn technische ingrepen nodig, dan zal het wat langer duren.

Het kabinet geeft er de voorkeur aan een dubbele bedekking voor Radio
1 te behouden omdat de AM een groot bereik heeft. Op de opmerking van mevrouw Van Zuijlen dat dit onaanvaardbaar is, antwoordde de staatssecretaris dat in het lopende zero-baseonderzoek is bekeken of een aantal AM-frequenties efficiënter kan worden gebruikt. AM-frequenties zijn op een veiling aanmerkelijk goedkoper. Er zijn partijen in de markt, die nooit voor een FM-frequentie in aanmerking zullen komen, maar wel graag een AM-frequentie hebben. Omdat wordt getracht in het commerciële domein meer ruimte te krijgen, is ervoor gekozen de AM nog niet uit te faseren. Daar is immers nog steeds belangstelling voor.

Op het voorstel van de heer Bakker om bij de veiling uit te gaan van een reële marktprijs om prijsopdrijving door goodwill te voorkomen, antwoordde de staatssecretaris dat partijen altijd hebben geweten dat zij een tijdelijke vergunning kregen die onherroepelijk zou aflopen op
1 september 2000. Bij geen van de partijen is de verwachting gewekt dat zij hieraan bepaalde rechten konden ontlenen. De toekomstige pakketten zijn gelijkwaardig op het gebied van het publieksbereik, maar zijn niet allemaal hetzelfde. Juridisch gezien is het niet mogelijk om, zoals de heer Blaauw voorstelde, blind te veilen, omdat partijen niet kunnen bieden op iets waarvan ze niet weten wat het precies is. Verder merkte de staatssecretaris op dat het succes van een bepaalde frequentie niet zozeer te maken heeft met het streepje op de radio bij de desbetreffende frequentie, als wel met de succesvolle formule van de partij. Die partij zal een paar streepjes verder even succesvol zijn. Er is geen enkele garantie dat een partij die op het eerste streepje gaat zitten, datzelfde succes heeft. Zij vond deze vorm van goodwill dan ook erg betrekkelijk. Voorts zullen partijen die het in de afgelopen jaren goed hebben gedaan, veel reclame-inkomsten hebben verworven en een breed luisterpubliek hebben. Zij hebben allicht een groter kapitaal achter de hand voor het verwerven van een goed pakket. In het kabinetsstandpunt dat de Kamer in mei zal ontvangen, zal ook op blind veilen en goodwill worden ingegaan. De opmerking van de heer Bakker dat goodwill de gemiddelde prijs van een frequentie zozeer kan opdrijven dat nieuwe partijen moeilijk over de drempel kunnen komen, waardoor de kans op een divers stelsel van commerciële omroepen kleiner wordt, beantwoordde de staatssecretaris door te stellen dat partijen voor een verschillend format zullen kiezen omdat men anders geen markt heeft.

De landsadvocaat bekijkt momenteel of een koppeling mogelijk is tussen FM en TDAB en of FM-veilingpartijen die in TDAB hebben geïnvesteerd, een streepje voor kunnen krijgen, maar dit leek haar niet makkelijk te realiseren. Dit aspect zal worden verwerkt in het kabinetsstandpunt dat de Kamer in mei zal ontvangen.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wees erop dat in de radionota van het kabinet staat dat de beleidsbepaling over dubbele bedekking zal worden betrokken bij het
zero-basefrequentieonderzoek. Er zijn verschillende argumenten die pleiten voor een dubbele bedekking, hoewel hierbij ook inefficiënties voorkomen. In het algemeen moet worden geprobeerd zo efficiënt mogelijk met de ruimte om te gaan. De NOS gebruikt in speciale gevallen de AM-frequentie voor verslaggeving. De afweging omtrent de dubbele bedekking zal worden betrokken bij het zero-baseonderzoek. Dat de PvdA-fractie niet akkoord zal gaan met een handhaving van de dubbele bedekking, zal worden meegewogen bij de standpuntbepaling van het kabinet. Overigens wordt in de brief van 12 november geen uitspraak gedaan over het wel of niet handhaven van een dubbele bedekking.

Ongeclausuleerd veilen is de facto het standpunt van het kabinet. Bij een vrij grote verruiming van het aantal frequenties kan de markt zorgdragen voor pluriformiteit. Clausuleren is dan niet nodig. Naarmate het aantal beschikbare frequenties kleiner is, kan vanuit cultuur-politiek oogpunt bezien, de neiging om te clausuleren toenemen. De staatssecretaris gaf tegenover mevrouw Van Zuijlen toe dat de Concessiewet twee bepalingen bevat die bijvoorbeeld kunnen worden ingevuld met een Nederlandstalige zender of iets anders. De wet staat het echter ook toe om geen invulling te geven aan die twee artikelen. Over het standpunt van het kabinet in dezen zal worden gediscussieerd bij de behandeling van de Consessiewet. Het kabinet heeft al eerder kenbaar gemaakt de vijf landelijke publieke zenders te willen handhaven. De staatssecretaris wees er nog op dat de Kamer medewetgever is en door middel van amendering zaken kan wijzigen. Het kabinet is in ieder geval een voorstander van veilen, omdat dit een non-discriminatoire en transparante manier van werken is. Hij zei er alles aan te zullen doen om duidelijk te maken wat de beschikbare hoeveelheid frequenties is.

Over de jazz-zender JFK merkte de staatssecretaris op dat het aan de betrokken omroep is om binnen de eigen omschrijving gestalte te geven aan de programmering en daarin wijzigingen aan te brengen. De toestemming is niet alleen verleend ten behoeve van jazz. JFK heeft thans 50-50 muziek en nieuws. Daarmee blijft de omroep binnen de eigen, overigens zeer ruime omschrijving. Over de grens van het format is aan het Commissariaat voor de media is advies gevraagd, maar het is nooit de bedoeling geweest voor te schrijven op welke uren wat moet worden uitgezonden. De wet is overigens vaag over de competentie, maar het standpunt van het kabinet daarover is bekend en adequaat geformuleerd. De staatssecretaris wilde de omroep binnen de
50-50-format een kans geven haar programma verder te ontwikkelen.

De staatssecretaris was het met de heer Bakker eens dat Nozema spoedig geprivatiseerd moet worden. Het kabinet is voorstander van het zoveel mogelijk doorbreken van monopolies door het bevorderen van concurrentie op en tussen de infrastructuren. Wellicht kan Broadcast Partners daarbij een rol spelen. Als de Kamer ertoe aanspoort daarvoor de voorwaarden te creëren, is dat goed gehoord. Of Nozema moet worden opgesplitst, zal worden bekeken door het kabinet.

De Kamer heeft inderdaad nog geen regeringsstandpunt ontvangen over het advies van de commissie-Jessurun. De staatssecretaris zei toe zijn uiterste best te doen om dit voor het eind van het jaar ter bespreking naar de Kamer te sturen.

De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Blaauw

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

Van der Hoeven

De griffier van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Roovers


1 Samenstelling:

Leden: Blaauw (VVD), voorzitter, Van den Berg (SGP), Reitsma (CDA), Biesheuvel (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Van Gijzel (PvdA), Valk (PvdA), Leers (CDA), ondervoorzitter, Van Heemst (PvdA), Feenstra (PvdA), Verbugt (VVD), Giskes (D66), Stellingwerf (RPF), Van Zuijlen (PvdA), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), Van Bommel (SP), Van der Knaap (CDA), Ravestein (D66), Van der Steenhoven (GroenLinks), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Eurlings (CDA), Herrebrugh (PvdA), Hindriks (PvdA)

Plv. leden: Te Veldhuis (VVD), Bakker (D66), Th.A.M. Meijer (CDA), Stroeken (CDA), Van Gent (GroenLinks), Crone (PvdA), Waalkens (PvdA), Atsma (CDA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Duivesteijn (PvdA), Voûte-Droste (VVD), Augusteijn-Esser (D66), Schutte (GPV), Spoelman (PvdA), Geluk (VVD), Luchtenveld (VVD), Poppe (SP), Buijs (CDA), Van Walsem (D66), Vendrik (GroenLinks), Weekers (VVD), Balemans (VVD), Dankers (CDA), Dijksma (PvdA), Bos (PvdA)


2 Samenstelling:

Leden: Schutte (GPV), Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Van der Hoeven (CDA), voorzitter, Rabbae (GroenLinks), Lambrechts (D66), Dittrich (D66), Cornielje (VVD), De Vries (VVD), Dijksma (PvdA), Van Zuijlen (PvdA), Cherribi (VVD), Rehwinkel (PvdA), ondervoorzitter, Passtoors (VVD), Van Bommel (SP), Belinfante (PvdA), Kortram (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), Hamer (PvdA), Nicolaï (VVD), Barth (PvdA), Halsema (GroenLinks), Örgü (VVD), Wijn (CDA), Eurlings (CDA)

Plv. leden: Stellingwerf (RPF), Schimmel (D66), Mosterd (CDA), Atsma (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Bakker (D66), Ravestein (D66), E. Meijer (VVD), Van Baalen (VVD), Valk (PvdA), De Cloe (PvdA), Udo (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Poppe (SP), Gortzak (PvdA), Middel (PvdA), Schreijer-Pierik (CDA), Spoelman (PvdA), Brood (VVD), Arib (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Verhagen (CDA), Visser-van Doorn (CDA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie