Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Mededingingswet en concentratietoets in financiële sector

Datum nieuwsfeit: 13-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: De Mededingingswet en de concentratietoets in de financiële sector


DIRECTIE BINNENLANDS GELDWEZEN

Aan:

de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BGW 99/2755-M

Onderwerp

De Mededingingswet en de concentratietoets in de financiële sector


1. Inleiding

Per 1 januari 1998 is de Mededingingswet (Mw) in werking getreden en is de uitvoering van deze wet opgedragen aan de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Daarbij is afgesproken dat voor een overgangsperiode van twee jaar de bepalingen van de nieuwe Mededingingswet betreffende concentratiecontrole (hierna: de mededingingstoets) nog niet van toepassing zouden zijn op concentraties binnen het bank- en/of verzekeringswezen (dit zijn concentraties tussen kredietinstellingen en/of financiële instellingen (in de zin van de Wtk 1992), tussen (natura-uitvaart-)verzekeraars (in de zin van de Wtn en de Wtv 1993) onderling, en tussen krediet- en/of financiële instellingen en verzekeraars). Tot 1 januari 2000 is ten aanzien van het concentratietoezicht binnen het bank- en verzekeringswezen derhalve de geldende taakverdeling in stand gebleven.

Voor een concentratie binnen het bank- en/of verzekeringswezen is op grond van de Wtk 1992 en Wtv 1993 een verklaring van geen bezwaar (vvgb) van de Minister van Financiën vereist. De daarbij benodigde toetsing is wordt voor een belangrijk deel uitgevoerd door de Nederlandsche Bank N.V. en de Verzekeringskamer (hierna: de financiële toezichthouders). Deze toetsen alle concentraties op gezond bank- c.q. verzekeringsbeleid en gewenstheid voor de ontwikkeling van het krediet- c.q. verzekeringswezen. Dit laatste criterium bevatte tot nog toe onder andere de mededingingstoets. Na 1 januari 2000 zal de NMa bij deze concentraties de mededingingstoets gaan verrichten. In deze brief zullen ondergetekenden, de ministers van Financiën en Economische Zaken, aangeven hoe deze ontvlechting van het mededingingstoezicht uit het financiële toezicht zijn beslag zal krijgen, en hoe in de nieuwe situatie de verantwoordelijkheden van de diverse toezichthouders zullen worden afgebakend.

Richt deze brief zich primair op de vraag hoe het mededingingstoezicht in de financiële sector er na 1/1/2000 uit zal zien, mede naar aanleiding van de ontvlechting wordt momenteel tevens het vvgb-beleid in den brede heroverwogen. Over de uitkomst daarvan zult u in het voorjaar van 2000 worden geïnformeerd. De herziening van het vvgb-beleid zal het hieronder geschetste beeld van het mededingingstoezicht vanaf 1 januari echter niet doen veranderen.


2. Uitgangspunten voor de nieuwe situatie


2.1 Algemeen

Uitgangspunt voor het mededingingstoezicht in de financiële sector is dat, conform de parlementaire behandeling van de Mw, er voor het mededingingstoezicht op de financiële sector één toezichthouder komt, de NMa. Het voorgaande impliceert dat mogelijke overlap tussen de diverse vormen van toezicht moet worden voorkomen. Dit om risicos als rechtsongelijkheid, rechtsonzekerheid en toezichtsarbitrage tegen te gaan. Afgesproken is dan ook dat de financiële toezichthouders zich vanaf 1 januari 2000 onthouden van het uitvoeren van een mededingingstoets, met als gevolg dat de NMa de enige toezichthouder op de mededinging wordt. Gezien de huidige ruime omschrijvingen van de mededingingstoets in de financiële toezichtswetten, is daartoe geen wetswijziging vereist.


2.2 Uitgangspunten toezicht bij normale concentraties

Indien een voorgenomen concentratie onder normale omstandigheden zijn beslag kan krijgen, dat wil zeggen als een concentratie wordt ingegeven door marktmotieven, zal ten aanzien van de mededingingstoets de wettelijke procedure worden gevolgd zoals vastgelegd in de Mw. Partijen zullen bij de melding de benodigde gegevens aan de NMa verstrekken en vervolgens (vier weken of zoveel langer of korter als uit het verloop van de procedure resulteert) wachten met de totstandbrenging van de concentratie. De NMa kan voorts op basis van haar bevoegdheden nadere gegevens inwinnen. Onder toezicht staande instellingen kunnen, voordat zij een concentratie aanmelden (notificeren) bij de NMa, deze informeel bespreken in de zogeheten pre-notificatiefase, alvorens te besluiten de concentratie ook in formele zin voor te leggen aan de financiële toezichthouders en de NMa met het oog op de beoordeling van respectievelijk de financiële soliditeit en de mededingingsaspecten.

Het ligt voor de hand dat de NMa en de financiële toezichthouders, zodra zij tot een beslissing zijn gekomen, elkaar, indien en voor zover relevant, zullen informeren over de uitkomst van een bij beide ter toetsing voorgelegde concentratie. Daarbij kan dan tevens afstemming plaatsvinden over het naar buiten brengen van een beslissing.


2.3 Uitgangspunten toezicht bij noodsituaties

In de financiële sector kunnen zich acute situaties voordoen waarin doortastend en effectief

optreden van de financiële toezichthouder nodig is om deconfitures met maatschappelijk en economisch prohibitieve uitstralingseffecten te voorkomen. Hier spelen belangrijke effecten als systeemrisico, settlement risico en tegenpartijrisico, maar ook consumentenvertrouwen en de stabiliteit van de financiële sector. Wanneer een financiële instelling in haar bestaan wordt bedreigd en tevens negatieve uitstralingseffecten naar de gehele financiële sector dreigen te ontstaan, kan een concentratie, dat wil zeggen een samengaan in enigerlei vorm met een financieel meer solide partner, in beeld komen als mogelijke remedie voor de noodsituatie. Uiteraard zijn ook in dergelijke situaties de marktwerkingsaspecten inhoudelijk van belang, en dienen deze adequaat te worden gewogen. Maar de acute noodzaak tot actie stelt toegespitste eisen aan de daarbij te volgen procedures. Daarom is gekozen voor een optimale benutting van de fase die vooraf gaat aan de officiële aanmelding van een voorgenomen concentratie bij de financiële toezichthouders en de NMa, de zogeheten pre-notificatiefase, met name vanwege de noodzaak tot snelheid, vertrouwelijkheid en effectiviteit.

Snelheid van handelen

In de hier geschetste noodsituaties moet een voorlopige beoordeling van de mededingingsaspecten van een concentratie soms op zeer korte termijn (bijvoorbeeld in een weekend) tot stand komen. Alle betrokken partijen moeten hierop voorbereid en hiertoe in staat zijn. Snelheid is overigens niet alleen van belang voor de bedreigde instelling, maar ook voor de beoogde fusie- of overnamepartner. Met de operatie kunnen immers grote financiële belangen gemoeid zijn, dus ook de beoogde partner kan niet volledig in het ongewisse blijven over de kans dat een eventuele concentratie uit mededingingsoogpunt ontoelaatbaar wordt geacht.

Enerzijds moeten de financiële toezichthouders in zulke gevallen dus de mogelijkheid hebben om de noodsituatie snel op te kunnen lossen, teneinde ernstige schade te voorkomen. Anderzijds vergt een formele beoordeling van de concentratie nauwkeurigheid, en dus ook tijd. Daarom is gekozen voor een getrapte benadering, waarbij voorafgaand aan de officiële Mw-procedure een voorlopige beoordeling plaatsvindt. Wanneer de uitkomst van deze voorlopige beoordeling positief is, wordt het mogelijk dat de voorgenomen concentratie voorlopig doorgang kan vinden, op basis van een voorlopige ontheffing die na de formele melding kan worden afgegeven (zie verder par.3).

Vertrouwelijkheid
In de aanloop naar de beoordeling van de concentratie in deze noodgevallen is naast snelheid ook strikte geheimhouding essentieel. Publiciteit kan een instelling in nood immers de das om doen: het bekend worden dat een instelling in nood is neemt acuut het vertrouwen bij de consument en bij investeerders weg en zou derhalve een faillissement kunnen veroorzaken of versnellen en zodoende een oplossing kunnen frustreren. Ook dit pleit voor een goede benutting van de (informele) pre-notificatiefase, omdat in deze fase onder volstrekte geheimhouding oplossingsrichtingen voor het gerezen probleem kunnen worden onderzocht.

Vroegtijdige betrokkenheid Minister van EZ

Bij de initiële beoordeling in de pre-notificatiefase zal de NMa er alles aan doen om zo snel mogelijk zoveel mogelijk duidelijkheid te verstrekken omtrent haar beoordeling van de concentratie. Indien de NMa van oordeel mocht blijken dat er voor een onder toezicht staande instelling die in een noodsituatie verkeert, geen vormgeving van de concentratie kan worden gevonden die op mededingingsgronden aanvaardbaar is, terwijl de financiële toezichthouder bij haar oordeel blijft dat de concentratie toch noodzakelijk is, dan zal uiteindelijk op politiek niveau tot een eindbeslissing moeten worden gekomen. Het betreft hier een beleidsafweging tussen het voorkómen van beperking van de mededinging versus gewichtige redenen van algemeen belang waaronder de stabiliteit van de Nederlandse economie. In de Mw is hierin voorzien door middel van artikel 47, dat toetsing mogelijk maakt van een voorgenomen concentratie op overwegingen van algemeen belang. Gezien de positie van zowel de bedreigde instelling, als van die van de beoogde fusie- of overnamepartner, zal in zulke situaties reeds in een vroeg stadium een signaal van de politiek, in casu de Minister van Economische zaken na gerichte consultatie van de Minister van Financiën, moeten worden afgegeven. Gelet op het feit dat de melding in officiële zin bij de NMa in dit stadium nog niet heeft plaatsgehad, is dit signaal aan de betrokken toezichthouders voorlopig en formeel niet bindend. Uiteraard neemt de Minister van Economische Zaken pas een definitief besluit na zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen in het kader van art. 47 Mw.


3. Handelen in noodsituaties: werkafspraken tussen toezichthouders (protocol)

Om een effectief optreden in noodsituaties mogelijk te maken, hebben de ministers van EZ en Financiën aan de NMa, De Nederlandsche Bank (DNB) en De Verzekeringskamer (VK) gevraagd om te komen tot werkafspraken over hun handelen in zulke situaties. Deze werkafspraken zijn vastgelegd in een protocol. De hoofdlijnen van dit protocol zullen hieronder worden toegelicht. Het geheel aan afspraken tussen toezichthouders en ministers is schematisch weergegeven in de bijlage bij deze brief.


3.1 Algemeen

Het protocol betreft met name het handelen door de toezichthouders voordat er een officiële melding van de voorgenomen concentratie bij de NMa is gedaan, omdat in deze fase onder volstrekte geheimhouding oplossingsrichtingen voor het gerezen probleem kunnen worden onderzocht. In deze pre-notificatiefase wordt de officiële procedure voorbereid en zal de NMa op hoofdlijnen een zoveel mogelijk zekerheid biedende (zij het formeel niet bindende) uitspraak doen over de uitkomst van de materiële beoordeling van de concentratie (in de officiële procedure). Daarna zal de officiële procedure (conform de Mw) worden ingezet, doordat partijen de voorgenomen concentratie aanmelden bij de NMa. Dit is de zogeheten notificatie fase. Mochten partijen in deze fase niet tot een gelijkluidend oordeel komen, dan kan de situatie ex artikel 47 Mw worden voorgelegd aan de minister van Economische Zaken in de zogeheten post-notificatiefase. Op deze manier behoeft de Mededingingswet geen wijziging. Hieronder zullen de drie opeenvolgende fasen nader worden toegelicht.


3.2 Toelichting

De pre-notificatiefase

De behandeling van de concentratie is in deze fase informeel en verloopt als volgt. Wanneer een noodsituatie bij een financiële instelling dreigt (zie het bijgevoegde Protocol), neemt de financiële toezichthouder informeel en vertrouwelijk contact op met de NMa, teneinde een indicatie te krijgen welke concentraties, waarmee de bedreigde instelling mogelijkerwijs kan worden gered, na een eerste inventarisatie aanvaardbaar lijken. De financiële toezichthouder zal op basis van deze consultatie zoeken naar een aanvaardbare oplossing.

De NMa beziet vervolgens of de gekozen oplossing een concentratie is die meldingsplichtig is op grond van de Mw, en doet indien nodig een zoveel mogelijk zekerheid biedende (zij het formeel niet bindende) uitspraak over de uitkomst van de materiële beoordeling van de concentratie. Mocht de financiële toezichthouder een concentratie vanuit haar verantwoordelijkheden als noodzakelijk beschouwen, terwijl de NMa van mening is dat deze uit mededingingsoogpunt op bezwaren stuit, dan kunnen de toezichthouders het geschil voorleggen aan de minister van Economische Zaken. Deze beraadt zich vervolgens op de vraag hoe een eventuele beschikking ex artikel 47 Mw in de post-notificatiefase (zie hieronder) zou kunnen luiden. Daarbij zal gerichte consultatie van de minister van Financiën plaatsvinden, gezien diens verantwoordelijkheid voor een stabiele financiële sector.

Gegeven de vereiste spoed bij noodgevallen, kan in de pre-notificatiefase een beslissing over een ontheffingsaanvraag (ex artikel 40 en 46 Mw) worden voorbereid. Dit betekent dat na de melding de concentratie, in afwachting van het definitieve oordeel van de NMa, vanwege gewichtige redenen voorlopig tot stand mag worden gebracht.

De notificatiefase

Vervolgens wordt de formele Mw-procedure gestart: de betrokken marktpartijen doen formeel melding van het voornemen tot de concentratie bij de NMa. Indien noodzakelijk wordt wegens gewichtige redenen terstond een ontheffing gegeven ex artikel 40 en artikel 46 Mw. De NMa deelt zo spoedig mogelijk na de melding en in ieder geval binnen vier weken mede of voor de totstandbrenging van de concentratie een vergunning noodzakelijk is. Na aanvraag van de vergunning door partijen beslist de NMa zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen dertien weken over het al dan niet verlenen van een vergunning.

Het kan voorkomen dat de financiële toezichthouder een bepaalde concentratie noodzakelijk acht ter oplossing van een noodsituatie terwijl de NMa van oordeel is dat voor die concentratie geen vergunning kan worden verleend, dan wel dat aan die concentratie aanvullende voorwaarden moeten worden verbonden die naar het oordeel van de financiële toezichthouder verhinderen dat de door die toezichthouder voorgestane oplossing wordt gerealiseerd. In dat geval zullen zij de dan ontstane situatie zo snel mogelijk voorleggen aan de minister van EZ. Dit met het oog op een door deze minister eventueel te nemen beslissing op grond van artikel 47 Mw (uitspraak op basis van het algemeen belang).

De post-notificatiefase

Wanneer er na de definitieve beoordeling door de NMa geen gelijkluidend oordeel bestaat tussen de NMa en de financiële toezichthouder, dan kan de voorgenomen concentratie ook in deze post-notificatiefase worden voorgelegd aan de minister van EZ. In dit geval zal deze, na onder meer gerichte consultatie van de minister van Financiën en in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, een beslissing nemen ex artikel 47 Mw.


4. Conclusies
Na 1 januari 2000 zal de NMa concentraties beoordelen op de mededingingsaspecten. De financiële toezichthouders zullen in de toetsing van een concentratie deze aspecten dan niet meer meenemen.

De knelpunten die zich mogelijk zullen voordoen in de nieuwe situatie zijn naar verwachting beperkt. Het belangrijkste aandachtspunt is dat bij noodgevallen de spoedmaatregelen, de mededingingstoets en de totale besluitvorming voldoende snel moeten kunnen plaatsvinden. Hiervoor is geen speciale wettelijke voorziening vereist, aangezien er voor gekozen is dat op informele wijze de concentratie snel gewogen en beoordeeld zal worden door middel van een optimale benutting van de pre-notificatiefase uit de Mw. Dit heeft gestalte gekregen in een protocol tussen de NMa en de financiële toezichthouders. Het protocol voorziet in een informele, vertrouwelijke voorbereiding op de formele (officiële) afhandeling van de gevallen en zorgt ervoor dat de noodsituatie adequaat kan worden opgelost, met inachtneming van de belangen van zowel de NMa als de financiële toezichthouders. Begrip en inzicht in elkaars belangen en een goede en effectieve samenwerking zijn hierbij cruciale elementen voor een succesvolle afwikkeling van crisissituaties.

Ondergetekenden menen dat de ontvlechting van het financiële- en mededingingstoezicht volgens de hier beschreven constellatie een adequate en effectieve taakvervulling mogelijk maakt voor zowel de NMa als de financiële toezichthouders. Het belang van een betrouwbare en concurrerende financiële sector voor de Nederlandse economie blijft op deze wijze gewaarborgd. Het beoogde resultaat, dat in de nieuwe situatie de mededingingstoets door de NMa adequaat en efficiënt plaats kan vinden, terwijl tevens het goed functioneren en de stabiliteit van de financiële markten gegarandeerd blijft, kan zodoende worden verwezenlijkt.

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN,

Protocol van De Nederlandsche Bank, de Verzekeringskamer en de Nederlandse Mededingingsautoriteit betreffende concentraties in de financiële sector in noodsituaties.

Situaties waarop het protocol ziet


1. Dit protocol vormt een uitwerking van het memorandum van 26 mei 1999 van de ministeries van Financiën en Economische Zaken. Het dient, conform het gestelde in dit memorandum, betrekking te hebben op situaties waarin sprake is van een acute dreiging van een faillissement van een financiële instelling, met belangrijke uitstralingseffecten naar de gehele financiële sector, waarbij naar het inzicht van De Nederlandsche Bank (DNB) en/of de Verzekeringskamer (VK) een concentratie noodzakelijk is om die dreiging af te wenden.


2. Onder financiële instellingen wordt in dit verband verstaan: Kredietinstellingen in de zin van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (WTK) en verzekeraars in de zin van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (WTV) en de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf (WTN). Onder financiële toezichthouders wordt voor de toepassing van dit protocol verstaan: DNB en de VK.


3. De financiële toezichthouders hebben gewezen op de volgende instrumenten die hen ter beschikking staan om noodsituaties het hoofd te bieden: de noodregelingen in de zin van art. 70 e.v. WTK, art. 156
e.v. WTV, en art. 66 e.v. WTN, alsmede het na verkregen rechterlijke machtiging toe te passen opvanginstrument met het oog op overdracht van een portefeuille, als bedoeld in de voorgestelde artikelen 147d, derde lid, en 147e, eerste lid WTV (zie Kamerstukken II, 26 705, nrs. 1-2). De VK, DNB en de Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa) zijn van oordeel dat onderhavig protocol ook van toepassing kan zijn op situaties waarin een beroep op een van deze instrumenten aan de orde kan komen. De totstandbrenging van een concentratie kan immers evenzeer een middel zijn om een noodsituatie op te lossen en kan daarmee tot gevolg hebben dat andere maatregelen, zoals de inzet van genoemde instrumenten, achterwege kan blijven. Ook is denkbaar dat, in een situatie waarin een van genoemde instrumenten reeds van toepassing is, het uiteindelijk een concentratie is waarmee een noodsituatie blijvend kan worden opgelost. Waar in het vervolg van dit document wordt gesproken van faillissement, zijn mede de in dit punt 3 bedoelde noodsituaties beoogd.


4. In de hiervoor bedoelde situaties richt de bemoeienis van de financiële toezichthouder zich er op een faillissement of noodregeling te voorkomen. De NMa moet, ten aanzien van concentraties die binnen haar bevoegdheid vallen, bewaken dat door een concentratie geen economische machtspositie zal ontstaan of worden versterkt die tot gevolg heeft dat een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd.

Prenotificatiefase


5. De prenotificatiefase vangt aan op het moment waarop een voorgenomen concentratie (dan wel meerdere opties voor mogelijke concentraties) voorafgaand aan de formele melding als bedoeld in art. 34 e.v. van de Mededingingswet, door een financiële toezichthouder onder de aandacht van de NMa wordt gebracht.

Vertrouwelijkheid


6. Een vertrouwelijke behandeling is in deze fase cruciaal. Voor de NMa betekent dit dat tijdens deze fase nimmer mededelingen zullen worden gedaan over zaken die op vertrouwelijke basis in behandeling zijn genomen. Ook zal de NMa op geen enkele wijze de indruk mogen geven dat een zaak in onderzoek is. Het spreekt dus vanzelf dat in deze fase geen direct met de zaak verband houdend extern onderzoek zal kunnen worden verricht.


7. DNB, de VK en de NMa constateren dat het verstrekken van gegevens door de financiële toezichthouder overeenkomstig dit protocol noodzakelijker-wijs voortvloeit uit een goede uitoefening van de wettelijke taak van de financiële toezichthouder voor zover dit past binnen het kader van de WTK 1992, de WTV 1993 en de WTN.

Jurisdictie


8. Het ligt in de rede dat zowel de financiële toezichthouder als de NMa zich ervan willen vergewissen dat een voorgenomen transactie onder de werkingssfeer van het concentratietoezicht op grond van de Mededingingswet valt. Hierbij spelen vragen een rol als:

is er sprake van verwerving van zeggenschap,

zal deze verwerving van zeggenschap naar verwachting duurzaam zijn,

valt de transactie binnen de omzetgrenzen die de bevoegdheid van de NMa bepalen.

Indien de financiële toezichthouder ten aanzien van deze vragen in een concreet geval twijfels of vragen heeft, dan kan daarover in abstracto, dus zonder de namen van de betrokken ondernemingen te noemen, met de NMa overleg worden gevoerd.

Materiële beoordeling


9. Wanneer is komen vast te staan, of ten minste aannemelijk is geworden, dat een voorgestelde transactie onder de jurisdictie van de NMa valt, dan zal de NMa, met het oog op toepassing van artikel 37, tweede lid, van de Mededingingswet, een zoveel mogelijk zekerheid biedende en gemotiveerde voorlopige uitspraak doen over de uitkomst van de materiële beoordeling van de concentratie. Hieronder wordt in de eerste plaats begrepen een uitspraak over de vraag of er reden is om aan te nemen dat als gevolg van de concentratie een economische machtspositie kan ontstaan of worden versterkt die tot gevolg heeft dat een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd (art. 37, tweede lid, Mededingingswet). Indien daarvan sprake is dan zal de voorlopige uitspraak een beschrijving bevatten van de aard en de ernst van het verwachte mededingingsprobleem en van de markt(en) waarop dit probleem dreigt te ontstaan.

Kennis over de marktstructuur

10. Het is belangrijk dat de NMa haar kennis over de structuur van de financiële markten verder verdiept, omdat deze de basis vormt voor een zoveel mogelijk zekerheid biedende voorlopige beoordeling van concrete gevallen. De financiële toezichthouders zullen de NMa behulpzaam zijn bij deze kennisontwikkeling, met inachtneming van de verplichtingen die op hen rusten ten aanzien van vertrouwelijkheid, o.a. door de NMa te informeren over de uitkomsten van eigen onderzoek en extern onderzoek.

11. Wanneer de NMa tot de conclusie komt dat bepaalde financiële markten reeds in zodanig sterke mate geconcentreerd zijn dat de ruimte voor verdergaande concentratie naar haar oordeel beperkt is, dan zal zij de financiële toezichthouder hierover ook buiten het kader van de beoordeling van een concreet geval informeren. De financiële toezichthouder kan dan, in voorkomend geval, bij het zoeken naar een oplossing van een noodgeval haar aandacht richten op opties met een zo gering mogelijk negatief effect voor de mededinging op de desbetreffende markt(en).

Ontheffing ex artikel 40/46 Mededingingswet

12. Artikel 40 van de Mededingingswet geeft de d-g NMa de bevoegdheid om, op verzoek van degene die een melding van een voorgenomen concentratie heeft gedaan, ontheffing te verlenen van het verbod om, hangende de beoordeling van de melding, de concentratie tot stand te brengen. Artikel 46 vormt het equivalent in de vergunningsprocedure. De d-g NMa kan om gewichtige redenen tot toepassing van deze artikelen besluiten. In de prenotificatiefase zal de NMa tezamen met de financiële toezichthouder nagaan of gewichtige redenen in de gegeven situatie aanwezig zijn. Dit laatste zal het geval zijn wanneer uitstel van een concentratie onherstelbare schade tot gevolg heeft, hetgeen met name in situaties van (dreigend) faillissement aan de orde kan komen. Artikel 40/46 is een geëigend middel om dergelijke onherstelbare schade te voorkomen.

(Vroeg)tijdigheid

13. De financiële toezichthouders hebben de ervaring dat het ontstaan van een acute noodsituatie zich vrij plotseling kan voordoen en dat dan binnen enkele dagen een oplossing moet worden gevonden. Dit betekent dat in voorkomende gevallen ook de NMa binnen zeer korte tijd tot een voorlopige beoordeling moet kunnen komen. De financiële toezichthouders zullen er op letten dat de beoordelingstijd voor de NMa niet onnodig kort is door de NMa zo spoedig mogelijk van een op handen zijnde noodsituatie op de hoogte te stellen.

Informatie

14. In de prenotificatiefase zal de financiële toezichthouder een zaak die naar het oordeel van die toezichthouder conform dit protocol behandeld zou dienen te worden, aan de NMa voorleggen. Een eerste verkenning van de mogelijkheden zou kunnen plaatsvinden aan de hand van informatie waarover de financiële toezichthouder beschikt. Dit neemt niet weg dat het de voorkeur heeft dat de bedrijfsgegevens die de NMa nodig heeft voor de beoordeling van een concreet geval van de betrokken ondernemingen zelf afkomstig zijn. In beginsel zou er van moeten worden uitgegaan dat de voorlopige beoordeling plaatsvindt op basis van een reeds zo volledig mogelijk ingevuld formulier melding concentratie. Voorts zou, afhankelijk van het geval in kwestie, een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de betrokken ondernemingen belangrijk kunnen zijn om de schriftelijke informatie te completeren.

15. Ook moet, wanneer een verzoek om ontheffing ex artikel 40 Mededingingswet wordt gedaan, enig inzicht worden gegeven in de spoedeisendheid van de gevraagde maatregel en in de ernst van de schade die zou ontstaan als de maatregel niet zou worden genomen.

16. De financiële toezichthouder zal aan de NMa inzichtelijk maken op grond van welke overwegingen in het voorliggende geval de conclusie gerechtvaardigd is dat er sprake is van een noodsituatie.

Keuze van overnemende partij

17. In het geval dat een onderneming die met faillissement wordt bedreigd uitsluitend actief is op markten die niet sterk geconcentreerd zijn, zal het vanuit mededingingsoogpunt veelal indifferent zijn welke partij tot acquisitie overgaat. Dit wordt anders wanneer er markten in het spel zijn die wel reeds sterk geconcentreerd zijn. In het laatste geval zal het effect van een overname in hoge mate afhankelijk zijn van de marktpositie die de overnemende partij reeds op de desbetreffende markt inneemt. In verband hiermee zal de financiële toezichthouder bij het selecteren van een mogelijke overnemende partij zoveel mogelijk rekening houden met het inzicht van de NMa omtrent aanvaardbare concentraties. De financiële toezichthouder baseert zich daarbij mede op de door de NMa verstrekte informatie als bedoeld in punt 11 en op de (eventuele) eerste reactie van de NMa naar aanleiding van het in punt 13 bedoelde contact en zal ernaar streven van de NMa bij het selecteren van een overnemende partij zoveel mogelijk duidelijkheid te verkrijgen over welke concentraties naar het inzicht van de NMa aanvaardbaar lijken te zijn.

De minister van Economische Zaken

18. Indien de financiële toezichthouder een bepaalde concentratie noodzakelijk acht ter oplossing van een noodsituatie terwijl de NMa van oordeel is dat die concentratie op mededingingsbezwaren zal stuiten dan wel dat daaraan voorwaarden moeten worden verbonden die naar het oordeel van de financiële toezichthouder verhinderen dat de door die toezichthouder voorgestane oplossing wordt gerealiseerd, dan kunnen zij, gezamenlijk of elk afzonderlijk, de dan ontstane situatie voorleggen aan de minister van Economische Zaken, met het oog op de eventuele toepassing van art. 47 van de Mededingingswet in een latere fase. Zij zullen hierbij de nodige uitleg geven over ten minste de volgende aspecten:

de spoedeisendheid van de voorgelegde situatie,

de aard en ernst van de uitstralingseffecten van een faillissement van de desbetreffende onderneming,

de aard en ernst van de mededingingsbezwaren.

Notificatiefase

19. De notificatiefase vangt aan op het moment waarop de melding door de NMa ontvangen wordt. Vanaf dit moment wordt in beginsel de normale, wettelijke procedure doorlopen.

De melding

20. Hoewel de Mededingingswet daarover geen uitdrukkelijke bepaling bevat moet de melding als bedoeld in artikel 34 e.v. Mededingingswet in beginsel verricht worden door de betrokken partijen, dat wil zeggen de partij die zeggenschap verwerft en de partij die de zeggenschap afstaat. Er bestaat echter geen formeel beletsel indien de melding verricht wordt door één partij, bijvoorbeeld de verwervende partij. In de praktijk kan dit echter het bezwaar hebben dat de meldende partij niet over alle gegevens beschikt die bij de melding moeten worden overgelegd.

Vertrouwelijkheid

21. Van het feit dat de melding heeft plaatsgevonden zal op reguliere wijze mededeling worden gedaan in de Staatscourant. In het desbetreffende dossier wordt aan derden geen inzage gegeven. Van het besluit waarin de beoordeling van de gemelde concentratie is vervat zal een openbare versie worden opgesteld (reguliere procedure). Daarbij worden geen gegevens openbaar gemaakt welke conform de normen van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur vertrouwelijk moeten blijven.

Ontheffing ex artikel 40/46 Mededingingswet

22. Indien naar het oordeel van de d-g NMa noodzakelijk, wordt om gewichtige redenen op verzoek van de meldende partij(en) terstond een ontheffing gegeven ex artikel 40/46 van de Mededingingswet, waarbij in aanmerking wordt genomen dat in geval van dreigend faillissement artikel 40/46 een geëigend middel is.

De beoordeling

23. De NMa zal de gemelde voorgenomen concentratie op reguliere wijze beoordelen op de gevolgen voor de mededinging. Indien de NMa in de loop van dit onderzoek tot de overtuiging komt dat er met het oog op de door de NMa uit te voeren toets wezenlijke gronden zijn om over de voorgenomen concentratie een oordeel te geven dat afwijkt van het eerder gegeven voorlopige oordeel als bedoeld in punt 9, dan wordt de financiële toezichthouder daarvan gemotiveerd vooraf in kennis gesteld.

De minister van Economische Zaken

24. Indien de NMa en de financiële toezichthouder(s) over een voorgenomen concentratie niet tot een gelijkluidend oordeel komen, dan kunnen zij de dan ontstane situatie, mits dit zo spoedig mogelijk gebeurt, voorleggen aan de minister van Economische Zaken, met het oog op een door deze minister te nemen beslissing op grond van artikel 47 van de Mededingingswet.

25. Wanneer de situatie als beschreven in punt 24 zich voordoet, dan zal op initiatief van de NMa, ter voorkoming van onnodige schade voor de crediteuren of polishouders van de financiële instelling, overleg worden gevoerd tussen de NMa, de minister van Economische Zaken en de betrokken financiële toezichthouder(s), ter afstemming van publicitaire activiteiten.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie