Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag debat over wijziging begroting infrastructuurfonds

Datum nieuwsfeit: 13-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


26914000.003 verslag wijz. begroting infrastructuurfonds 1999
Gemaakt: 14-12-1999 tijd: 21:22


13


26 914 Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Infrastructuurfonds voor het jaar 1999 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 13 december 1999

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat 1), belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, brengt als volgt verslag uit van haar bevindingen in de vorm van een lijst van vragen. De vragen en de daarop door de regering gegeven antwoorden zijn hieronder afgedrukt.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie,

Blaauw

De griffier van de commissie,

Roovers

Algemeen deel

Aansluiting


1.

Uit de staat Ontvangsten op bladzijde 3 blijkt dat de bijdrage ten laste van de begroting van Verkeer en Waterstaat daalt met 28,5 miljoen. Hoe verhoudt zich dat tot de positieve saldomutatie ad 71,456 miljoen op bladzijde 19 onder a.1?


2.

Kan een aansluitingstabel worden verstrekt tussen de staat Ontvangsten op bladzijde 3 en de artikelen 05.01, 05.03 en 05.04 op bladzijde 19?


3.

Uit de staat Ontvangsten op bladzijde 3 blijkt dat de bijdrage ten laste van de begroting van Verkeer en Waterstaat daalt met 28,5 miljoen. Hoe verhoudt zich dat tot punt b.4 op bladzijde 19 waar gemeld wordt dat «binnen de Rijksbegroting in enge zin extra ruimte is gevonden»?

Toelichting wetsartikel 3

Met dit artikel wordt het mogelijk dat dienstonderdelen van het Directoraat-generaal Rijkswaterstaat die behoren tot hetzelfde ministerie en daarmee tot één kring die valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Verkeer en Waterstaat, onderling schriftelijk vastgelegde verplichtingen aangaan die daarmee als verplichting worden geboekt zonder dat al van een externe (niet behorend tot de kring) verplichting sprake is.


4.

Wordt daarmee het moment van het aangaan van externe verplichtingen aan de controle van de Kamer wordt onttrokken?

Wordt daarmee het moment van het aangaan van de externe verplichtingen aan de rechtmatigheidcontrole van de rekenkamer wordt onttrokken?

Wat zijn de feitelijke en praktische redenen voor dit voorgestelde wetsartikel?

Is de minister bereid na de eventuele invoering van dit artikel separaat inzicht te blijven verschaffen in het moment waarop vanuit onderlinge verplichtingen (binnen de kring) externe verplichtingen (buiten de kring) ontstaan? (blz. 3)

Artikelsgewijze toelichting

Uitgaven/verplichtingen

Artikel 01.01 Rijkswegen


5.

Kan post 4 - Overplanning ad 120 mln.nader gespecificeerd worden, althans tenminste de grootste 5 posten die onder deze post vallen? Welke wegen/projecten betreft dit tekort? Is er

sprake van timing (versnelling of vertraging) of is er sprake van budget-overschrijding? (blz. 6)

Artikel 01.02 Railwegen


6.

Is het waar dat gezien de opmerkingen op bladzijde 6 onder punt 6 dat dit bedrag in 2000 wordt terugbetaald er aldus in 2000 budgettaire ruimte voor het railprogramma ontstaat?


7.

Waar is de overschrijding van de verplichtingen van ruim 1,2 mrd. bij railwegen (art 1.2), post miljoenennota 2000 door veroorzaakt? Uit welke projecten is dit bedrag opgebouwd? (blz. 7)


8.

Op welke wijze is de verhoging van de verplichtingen van ruim 1,2 mrd. bij railwegen terug te vinden in de projectentabel van het MIT? (blz. 7)


9.

Blijft de overboeking van middelen van artikel 1.2 naar 3.1 en 3.2 voor uitbesteding en inhuur gelabelled als middelen voor railwegen? (blz. 7)

Artikel 01.03 Regionale infrastructuur


10.

Biedt de bij de verplichting behorende kasmutatie ad 10,5 miljoen, die op bladzijde 9 wordt vermeld, in 2000 budgettaire ruimte voor HOV Eindhoven biedt? (blz. 8)

Artikel 03.01 Westerscheldetunnel


11.

Waarom is de Kamer niet conform afspraak (ieder half jaar) geïnformeerd over het project Westerschelde Oeververbinding? Wanneer komt de volgende voortgangsrapportage? (blz. 11)

Artikel 03.02 Betuweroute 12. Waarom ontbreekt de toelichting op de mutatie van ruim 2 mrd. voor het project Betuwe-route? (blz. 12) 13, Welke ontwikkeling heeft zich dit jaar voorgedaan die deze enorme mutatie in artikel 3.2. Betuweroute noodzakelijk maakte? (blz. 12) 14. In hoeverre was het onontkoombaar om de Betuweroute (art 3.2) niet volgens het geplande tempo, doch versneld aan te besteden? (blz. 12)
15. Welke zaken zijn aan het einde van 1999 aanbesteed? Hoe staat het met de voortgang in de aankoop van grond voor de Betuweroute? (blz.
12) Artikel 03.03 Hogesnelheidslijn 16. In hoeverre kloppen de signalen dat het hele project HSL-Zuid aanbzienlijk meer zal gaan kosten? Kan de minister hier meer details over bekend maken? (blz. 13)
17. Betekent de daling van de uitgaven van 136 mln. bij de HSL-Zuid door uitstel van inkoopactiviteiten dat er vertragingen optreden in het project? (blz. 13)

18. Heeft de genoemde stijging van de uitgaven van grondverwerving te maken met de hogere dan geraamde grondprijzen? Wat is het effect hiervan op de kosten van het totale project? (blz. 13)

Ontvangsten


19.

Is er bij post 1 Bijdragen derden sprake van timing (verschuiving), een éénmalige tegenvallende ontvangst of een blijvende tegenvallende ontvangst? (blz. 17)

Artikel 05.01 Bijdragen tlv de begroting van V&W/Artikel 05.04 Bijdragen tlv FES


20.

Is het waar dat de onder 05.01 post 12 FES-bijdrage ad 100 miljoen en de onder 05.04 post 4 middelen infrastructuur ad. 100 miljoen direct samenhangen? Betekent dat dat ten laste van de begroting V&W een bijdrage aan het FES wordt geboekt? Waarom wordt gekozen voor deze indirecte vorm van dekking van een tekort in het FES in plaats van directe toewijzing van middelen uit de begroting V&W aan infrastructuurprojecten? (blz. 18/19)


21.

Op welke wijze is de ruimte gevonden voor infrastructuur? Is er nu extra vrije ruimte in het MIT? (blz. 19)

Aansluiting


1.

Uit de staat ontvangsten op pagina 3 blijkt dat de bijdrage ten laste van de begroting V&W daalt met 28,5 miljoen. Hoe verhoudt zich dat tot de positieve saldomutatie van 71,456 miljoen op pagina 19 onder a.1?


3.

Uit de staat ontvangsten op pagina 3 blijkt dat de bijdrage ten laste van de begroting V&W daalt met 28,5 miljoen. Hoe verhoudt zich dat tot punt b.4 op pagina 20 waar gemeld wordt dat «binnen de Rijksbegroting in enge zin extra ruimte is gevonden»?

De op bladzijde 3 (Algemeen deel; recapitulatie van ontvangsten) opgenomen bedragen van -f 28,5 mln voor bijdragen t.l.v. begroting V&W en -f 169 mln voor bijdragen t.l.v. begroting Fes zijn (in tegenstelling tot de artikelgewijze toelichting) abusievelijk niet aangepast voor de op het laatste moment aangebrachte Ministerraadbesluitvorming om een deel van de uitgaven uit het Infrafonds (f 100 mln) niet ten laste van het Fes te brengen.

Na correctie bedraagt de uitkomst f 71,5 mln (=-28,5+100) op de bijdragen t.l.v. begroting V&W. Dit sluit aan bij de tabel onder het artikel M05.01 op blz. 19, waar de mutatie van f 100 mln wel reeds verwerkt was. De aansluiting met de toelichting op pagina 20 punt b4 wordt hierdoor eveneens duidelijker.

Ook de bijdragen t.l.v. de begroting Fes wijzigt hierdoor van -f 169 mln in


-f 269 mln (=-169-100).

Per saldo verandert er in het totaal van de ontvangsten niets. Dat blijft -f
90,6 mln.


2.

Kan een aansluitingstabel worden verstrekt tussen De staat ontvangsten op pagina 3 en de artikelen 05.01, 05.03 en 05.04 op pagina 19?

In tabel 1 is de aansluiting gemaakt tussen de gecorrigeerde staat ontvangsten op blz. 3 en de artikelmutaties op onder andere de artikelen
05.01, 05.03 en 05.04.

Tabel 1: Aansluiting (bedragen in mln.)

Algemeen deel

(Blz. 3)

Artikelgewijze toelichting

(Blz. 16 t/m 19)


1. Miljoenennota 2000


128,8

M 05.04 (blz. 19)

M 05.01 (blz. 19)

M 05.03 (blz. 19)


18,0


114,8


- 4,0


2. Nadere wijzigingen (NJN):

. Deltaplan Grote Rivieren


- 45,2

M 03.04 (blz. 18)


- 45,2

. Bijdr. t.l.v. begroting V&W


71,5

M 05.01 (blz. 19)


71,5

. Bijdr. t.l.v. begroting Fes


- 269,0

M 05.04 (blz. 19)


- 269,0

. Diversen


23,2

Div. art. (blz. 16 t/m 18)


23,2


-219,5


-219,5

Toelichting wetsartikel 3

Met dit artikel wordt het mogelijk dat dienstonderdelen van het Directoraat-generaal Rijkswaterstaat die behoren tot hetzelfde ministerie en daarmee tot één kring die valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Verkeer en Waterstaat, onderling schriftelijk vastgelegde verplichtingen aangaan die daarmee als verplichting worden geboekt zonder dat al van een externe (niet behorend tot de kring) verplichting sprake is.


4.

Wordt daarmee het moment van aangaan van externe verplichtingen aan de controle van de Kamer onttrokken.

Wordt daarmee het moment van aangaan van de externe verplichtingen aan de rechtmatigheidscontrole van de Rekenkamer onttrokken.

Wat zijn de feitelijke en praktische redenen voor dit voorgestelde wetsartikel

Is de minister bereid na de eventuele invoering van dit artikel separaat inzicht te blijven verschaffen in het moment waarop vanuit onderlinge verplichtingen (binnen de kring) externe verplichtingen (buiten de kring) ontstaan.

Het moment van aangaan van externe verplichtingen wordt niet aan de controle van de Kamer onttrokken. De standen van de verplichtingen worden aan de Kamer gepresenteerd bij de Voorjaarsnota, de Miljoenennota en de Najaarsnota. Hieraan verandert bij toepassing van de geschetste werkwijze niets. Het enige verschil is feitelijk de plaats binnen de organisatie waar de verplichtingen zijn vastgelegd:


- de overeenkomsten die diensten onderling aangaan worden door de opdrachtgevende dienst volledig in de begrotingsadministratie geboekt;


- eventuele externe verplichtingen die vervolgens door de opdrachtnemer met derden worden aangegaan, worden door de opdrachtnemer vastgelegd op een rekening buiten begrotingsverband (om dubbeltelling te voorkomen).

De omvang van de juridische verplichtingen wordt overigens maandelijks ook opgenomen in de saldibalans, onder vermelding van de artikelen waarop deze zijn vastgelegd.

Het moment van aangaan van de externe verplichtingen wordt niet aan de rechtmatigheidscontrole van de Rekenkamer onttrokken. In alle gevallen wordt (door zowel opdrachtnemers als opdrachtgevers) een verplichtingen-administratie gevoerd. Functie hiervan is te bewaken dat aan iedere verplichting (zowel binnen- als buiten begrotingsverband) een overeenkomst ten grondslag ligt en dat er voldoende verplichtingenruimte is om de verplichting aan te gaan. De consequentie voor het toezicht van de Rekenkamer is dat zij voor dit deel van de juridische verplichtingen moet kijken in de administratie van de opdrachtnemende diensten in plaats van in de administratie van de opdrachtgevende diensten.

De achtergrond van het voorgestelde wetsartikel ligt in de outputsturing en het streven naar bedrijfsmatig werken binnen Rijkswaterstaat (IBO). In het kader hiervan krijgen de specialistische diensten van Rijkswaterstaat hun inkomsten middels het uitvoeren van opdrachten voor regionale directies die voor die opdrachten betalen. De specialistische diensten krijgen daarvoor dus geen eigen begrotingsgeld en boeken dientengevolge voor dit deel van de uitgaven ook geen verplichtingen in de begroting.
Uitgaven van de opdrachtnemers worden uiteindelijk via de opdrachtgevers ten laste van de begroting gebracht. De opdrachtgevers blijven daarmee verantwoordelijk voor de begrotingsbelasting en leggen daarom ook de bijbehorende verplichtingen in de begroting vast.

Het is mogelijk om maandelijks informatie te verschaffen over de juridische verplichtingen die met derden zijn aangegaan. Deze informatie wordt reeds opgenomen in de Saldibalans die maandelijks wordt opgesteld.

Artikelgewijze toelichting

Uitgaven/verplichtingen

Artikel 01.01 Rijkswegen


5.

Kan post 4 overplanning ad f 120 mln nader gespecificeerd worden, althans tenminste de grootste 5 posten die onder deze post vallen te benoemen? Welke wegen/projecten betreft dit tekort?

Is er sprake van timing (versnelling of vertraging) of is er sprake van budgetoverschrijding?

Bij de opstelling van het MIT en de begroting wordt gewerkt met overplanning op het totale aanlegprogramma. Deze overplanning is bedoeld om mogelijke vertragingen in de uitvoering van onderdelen van het programma op te vangen. Deze overplanning wordt verdisconteerd in alle projecten, omdat uiteraard niet op voorhand te zeggen valt bij welk project dergelijke vertragingen zich voor zullen doen. In het MIT 1999 is rekening gehouden met een overplanning van 10%, dit is 157 mln. Doordat er zich in 1999 nauwelijks vertragingen in de uitvoering hebben voorgedaan betekent dit dat de overplanning vrijwel geheel gerealiseerd wordt. Er is dus sprake van een overschrijding van het budget op programmaniveau in 1999 die binnen het totaal van het Infrastructuurfonds wordt gecompenseerd. Op projectniveau is geen sprake van overschrijdingen.

Artikel 01.02 Railwegen


6.

Is het waar dat gezien de opmerkingen op bladzijde 6 onder punt 6 dat dit bedrag in 2000 wordt terugbetaald er aldus in 2000 budgettaire ruimte voor het railprogramma ontstaat?

Nee, er ontstaat in 2000 geen budgettaire ruimte. Het betreft immers vertragingen uit 1999 die in 2000 tot betaling zullen komen.


7.

Waar is de overschrijding van de verplichtingen van ruim 1,2 miljard bij railwegen (art 01.02), post miljoenennota 2000 door veroorzaakt? Uit welke projecten is dit bedrag opgebouwd? (blz. 7)

De wijzigingen in het verplichtingenbedrag is veroorzaakt:


- doordat projecten niet in 1998 zijn beschikt, maar zijn verschoven naar 1999;

(de projecten Loenen-Maarssen, Maarssen-Utrecht en Amsterdam Spoor 10/15)


- door wijziging van de projectkosten;

(de projecten Nootdorpboog en Amsterdam Bijlmer-Loenen)


- door het opnemen van een aantal nieuwe projecten en het doorschuiven van projecten van 1999 naar 2000.

(Nieuw: de projecten Nazorg gereed gekomen lijnen en BB21. Doorgeschoven van
1999 naar 2000: de projecten IGO+ en Nootdorpboog).


8.

Op welke wijze is de verhoging van de verplichtingen van ruim 1,2 miljard bij railwegen terug te vinden in de projectentabel van het MIT? (blz. 7)

De verhoging van 1,2 miljard aan verplichtingen is voor zover er sprake is van een wijziging in het verplichtingenjaar niet zichtbaar in de projectentabel van het MIT. Deze projecten waren (uitgezonderd de nieuwe projecten) reeds in de tabel opgenomen voor het totaal bedrag en de consequenties zijn slechts zichtbaar in de kasraming. Indien voor een project de kosten zijn gewijzigd, is hier in de tabel rekening mee gehouden.


9.

Blijft de overboeking van middelen van artikel 01.02 naar 03.01 en 03.02 voor uitbesteding en inhuur gelabelled voor railwegen? (blz. 7)

Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord.

Artikel 01.03 Regionale Infrastructuur


10.

Biedt de bij de verplichting behorende kasmutatie van f 10,5 miljoen, die op blz. 9 wordt vermeld, in 2000 budgettaire ruimte voor HOV Eindhoven? (blz. 8)

De mutatie is zuiver begrotingstechnisch van aard en biedt geen extra ruimte. Het gaat om verplichtingen (in 1999: f 10,5 mln) en uitgaven (2000: f 10,5 mln) die eerder naar dit artikel op het Infrastructuurfonds zijn geboekt, maar waarvan is gebleken dat de verantwoording op de begroting van V&W (XII)/03.02 moet plaatsvinden.

Artikel 03.01 Westerscheldetunnel


11.

Waarom is de Kamer niet conform afspraak (ieder half jaar) geïnformeerd over het project WST-oeververbinding?

Wanneer komt de volgende voortgangsrapportage?(Blz. 11)

Door diverse organisatorische omstandigheden is de vijfde voortgangsrapportage Westerscheldetunnel aanzienlijk vertraagd.

De voortgangsrapportage zal nu zo spoedig mogelijk aan de Tweede Kamer verstuurd worden.

Artikel 03.02 Betuweroute


12.

Waarom ontbreekt de toelichting op de mutatie van ruim 2 mrd. voor het project Betuweroute? (blz. 12)

Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar de toelichting die is gegeven in het antwoord op vraag 25 naar aanleiding van de vragen die zijn gesteld door de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat over de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het infrastructuurfonds voor het jaar
2000 (26 800 A). (bijgevoegd)


13.

Welke ontwikkeling heeft zich dit jaar voorgedaan die deze enorme mutatie in artikel 03.02 Betuweroute noodzakelijk maakte? (blz. 12)

In eerste instantie was voorzien dat een aantal contractclusters zoals Sliedrecht Gorinchem, Kijfhoek fase 4, Maasvlakte-west, Kortsluitroute en Verlegde Havenspoorlijn in 1998 beschikt zouden worden. Door een herziening van de oorspronkelijke marktbenaderingsplanning van de uitvoeringsorganisatie Betuweroute zijn een aantal oorspronkelijk in 1998 te starten contractclusters doorgeschoven naar 1999. Het verschil betreft dus een verschuiving van verplichtingenkrediet vanuit voorgaande jaren naar 1999 alsmede een actualisatie van de verplichtingenraming.


14.

In hoeverre was het onontkoombaar om de Betuweroute niet volgens het geplande tempo, doch versneld aan te besteden.

Zoals aangegeven bij vraag 13 is van een versneld aanbesteden van de Betuweroute geen sprake geweest. De herziening van de oorspronkelijke marktbenaderingsplanning, waardoor een aantal in 1998 te starten contractcluster over de jaargrens zijn doorgeschoven naar 1999, heeft niet geleid tot een verandering van de afgesproken realisatiedatum (2005) van de Betuweroute.


15.

Welke zaken zijn aan het einde van 1999 aanbesteed? Hoe staat het met de voortgang in de aankoop van grond voor de Betuweroute? (blz. 12)

Zoals gemeld in de 7e voortgangsrapportage is voor f 5.400 mln aan beschikkingen geslagen. Hiervan is inmiddels het grootste gedeelte van de Havenspoorlijn, Sophiatunnel en het contractcluster het BR1/2 (traject Papendrecht-Lingewaal) aanbesteed.

Ten aanzien van de aanbestedingsprocedures die op dit moment door de NS-RIB in gang zijn gezet kan het volgende worden gemeld. De gunning van de Ombouw Barendrecht zal naar verwachting eind 1999 plaatsvinden. In september 1999 heeft een voorlopige gunning van het BR1/2 (traject Papendrecht-Lingewaal) plaatsgevonden, de verwachting is dat een voorlopige gunning van het contractcluster BR 7 (Tunnel Pannerdensch kanaal) in december 1999 zal plaatsvinden. Op dit moment loopt de aanbestedingsprocedure van de contractclusters BR 3 (traject Lingewaal-Buren), BR 4 (traject Buren-Echteld), BR 5 (traject Echteld-Dodewaard/Valburg), BR 6 (traject Dodewaard/Valburg - tot Tunnel Pannerdensch kanaal en BR 8 (Tunnel Zevenaar en baangedeelte Zevenaar). De verwachting is dat deze aanbestedingsprocedures in het eerste kwartaal van
2000 zullen worden afgerond.

Ten aanzien van verwervingen is in totaal circa 60% van de bedrijfsmatige verwervingen afgerond en voor de agrarische en onbebouwde percelen bedraagt dit percentage circa 65%. Ten aanzien van de verworven woningen bedraagt dit percentage circa 85%.

Artikel 03.03 Hogesnelheidslijn


16.

In hoeverre kloppen de signalen dat het hele project HSL-Zuid aanzienlijk meer zal gaan kosten?

Kan de Minister hier meer details over bekend maken? (blz.13)

Naar aanleiding van recente ontwikkelingen van de aanbestedingen van de civiele contracten van de HSL zuid en een bericht in de Haagsche Courant over vermeende overschrijdingen van de kosten van het project, heb ik de Kamer schriftelijk geïnformeerd (brief van 25 november 1999 aan de Voorzitter van de vaste kamercommissie van V&W van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, kenmerk HSL-Zuid/U1999/03780, onderwerp Stand van zaken aanbesteding civiele contracten HSL-Zuid).


17.

Betekent de daling van de uitgaven van 136 mln bij de HSL-Zuid door uitstel van inkoopactiviteiten dat er vertragingen optreden in het project? (blz. 13)

De verlaging in 1999 betekent niet dat er vertragingen optreden in het project. De uitvoeringsplanning komt onder tijdsdruk, maar het tijdig opleveren van de HSL zuid is nog steeds haalbaar.


18.

Heeft de genoemde stijging van de uitgaven van grondverwerving te maken met de hogere dan geraamde grondprijzen?

Wat is het effect hiervan op de kosten van het totale project? (blz.13)

De aangegeven stijging van de uitgaven voor gronduitgaven betreft het gedeeltelijk inlopen van de in 1998 opgetreden vertraging bij de grondaankopen en heeft derhalve geen effect op de kosten van het project.

Ontvangsten

Artikel 02.01 Ontvangsten waterkeringen


19.

Is er bij post 1 Bijdragen derden sprake van timing (verschuiving), een éénmalige tegenvallende ontvangst of en blijvende tegenvallende ontvangst? (blz. 17)

De mutatie in de Najaarsnota 1999 betreft een verschuiving naar latere jaren van de ontvangsten van het IRMA-hoogwaterprogramma. De meerjarige doorwerking daarvan wordt in de Voorjaarsnota 2000 opgenomen.

Bij brief van 27 oktober 1999 (26 800 XI, nr 8) heeft de minister van VROM, mede namens de staatssecretaris van V&W, de Tweede kamer geïnformeerd over de actuele stand van zaken.

Artikel 05.01 Bijdragen tlv de begroting van V&W

Artikel 05.04 Bijdragen tlv FES


20.

Is het juist dat de onder 05.01 punt 12 Fes-bijdrage ad 100 miljoen en de onder
05.04 punt 4 middelen infrastructuur ad - 100 miljoen direct samenhangen?

Betekent dat dat ten laste van de begroting V&W een bijdrage aan het Fes wordt geboekt?

Waarom wordt gekozen voor deze indirecte vorm van dekking van een tekort in het Fes in plaats van directe toewijzing van middelen uit de begroting V&W aan infrastructuurprojecten?

Het is juist dat de genoemde spiegelbeeldige mutaties onder 05.01 (+ f 100 mln) en 05.04 (- f 100 mln) direct met elkaar samenhangen.

Er wordt echter geen bijdrage aan het Fes geboekt, ten laste van de V&W-begroting. Er is door het Kabinet extra ruimte gevonden binnen de Rijksbegroting in enge zin voor de uitgaven aan infrastructuur (de plus-mutatie op 05.01 Bijdragen aan het Infrastructuurfonds), waardoor in 1999 een kleiner deel van de uitgaven uit het Infrastructuurfonds ten laste van het Fes wordt gebracht (de min-mutatie op 05.04 Bijdragen t.l.v. het Fes). Het bestaande tekort in het Fes (in de periode tot 2010) wordt hiermee gedeeltelijk verlicht.

Beide (begrotingstechnische) mutaties zijn (conform de rijksbegrotingsvoorschriften) noodzakelijk om de geldstromen te kunnen administreren.


21.

Op welke wijze is de ruimte gevonden voor infrastructuur?

Is er nu extra vrije ruimte in het MIT (blz. 19)?

Voor de beantwoording van het eerste deel van deze vraag wordt verwezen naar het gestelde hiervoor onder vraag 20 en het verstrekte antwoord bij vraag 3 van de wijziging van de begroting van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 1999 (26 919). Er is geen extra vrije ruimte in het MIT.1) Samenstelling:

Leden

Blaauw (VVD), voorzitter

Van den Berg (SGP)

Reitsma (CDA)

Biesheuvel (CDA)

Rosenmöller (GL)

Van Gijzel (PvdA)

Valk (PvdA)

Leers (CDA), ondervoorzitter

Van Heemst (PvdA)

Feenstra (PvdA)

Verbugt (VVD)

Giskes (D66)

Stellingwerf (RPF)

Van Zuijlen (PvdA)

Klein Molekamp (VVD)

Hofstra (VVD)

Van der Knaap (CDA)

Ravestein (D66)

Van der Steenhoven (GL)

Niederer (VVD)

Nicolaï (VVD)

Van Bommel (SP)

Eurlings (CDA)

Herrebrugh (PvdA)

Hindriks (PvdA)

Plv. leden

Te Veldhuis (VVD)

Bakker (D66)

Th.A.M. Meijer (CDA)

Stroeken (CDA)

Van Gent (GL)

De Boer (PvdA)

Waalkens (PvdA)

Atsma (CDA)

Witteveen-Hevinga (PvdA)

Duivesteijn (PvdA)

Voûte-Droste (VVD)

Augusteijn-Esser (D66)

Schutte (GPV)

Spoelman (PvdA)

Geluk (VVD)

Luchtenveld (VVD)

Buijs (CDA)

Van Walsem (D66)

Vendrik (GL)

Weekers (VVD)

Balemans (VVD)

Poppe (SP)

Dankers (CDA)

Dijksma (PvdA)

Bos (PvdA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie