Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Conclusies Europese Raad etikettering rundvlees

Datum nieuwsfeit: 14-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

2236 . Raad - LANDBOUW

Press Release: Brussels (14-12-1999) - Press: 412 - Nr: 14067/99
_________________________________________________________________

14067/99 (Presse 412)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2236e zitting van de Raad


- LANDBOUW -

Brussel, 14 december 1999

Voorzitter :

de heer Kalevi HEMIL

Minister van Landbouw van de Republiek Finland

ETIKETTERING RUNDVLEES - Conclusies van de Raad

Na de bespreking van het Commissievoorstel om de invoering van een regeling voor verplichte etikettering van rundvlees met één jaar uit te stellen (van 1 januari 2000 tot 31 december 2000) en om voor deze periode de regeling voor facultatieve etikettering waarin Verordening (EG) nr. 820/97 voorziet te verlengen, nam de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de volgende conclusies aan:

"1. De Raad heeft overeenstemming bereikt over volgende gemeenschappelijke beleidslijn: het Commissievoorstel is aanvaardbaar, met als enige wijziging dat naast artikel 152, lid 4, onder b), ook artikel 37 als rechtsgrondslag wordt genoemd.
2. Indien het door het Europees Parlement tijdens de eerste lezing in het kader van de medebeslissingsprocedure uitgebrachte advies strookt met bovengenoemde gemeenschappelijke beleidslijn, aanvaardt de Raad deze uitkomst en zal hij de voorgestelde tekst in de aldus gewijzigde vorm aannemen.

3. In het andere geval kan de wetgevingstekst niet vóór 31 december 1999 worden aangenomen.

4. De Raad neemt er nota van dat de Commissie voornemens is in dat geval een voorstel in te dienen waarmee hetzelfde wordt beoogd, maar dat gebaseerd is op artikel 19, lid 1, van Verordening (EG) nr. 820/97.

5. De Raad heeft zich gebogen over een daartoe door de Commissiediensten opgesteld werkdocument en vastgesteld dat een grote meerderheid zich inhoudelijk met de tekst kan verenigen.
6. Mocht de Commissie een officieel voorstel voor een verordening van de Raad indienen dat overeenstemt met de tekst van het werkdocument dat de steun van de Raad heeft gekregen, dan zal de Raad die voorgestelde verordening vóór 31 december 1999 aannemen.
7. De Raad zal al het mogelijke doen om zo spoedig mogelijk, in samenwerking met het Europees Parlement, een besluit over de etiketteringsregel te nemen.".

GOEDEREN DIE NIET ONDER BIJLAGE I VAN HET VERDRAG VALLEN - Conclusies van de Raad

De Raad hield een uitvoerige bespreking over het exportrestitutiesysteem voor landbouwproducten die worden uitgevoerd in de vorm van niet onder bijlage I vallende goederen, met name in het licht van de door de Commissie aangenomen verordeningen, die aan hem zijn medegedeeld in overeenstemming met de betreffende procedures ( 1). Aan het eind van het debat bereikte de Raad de volgende conclusies
- waarmee Frankrijk, Ierland en Nederland niet konden instemmen:

"De Raad acht het van belang dat de begrotingsdiscipline wordt gerespecteerd, met name de door de Europese Raad van Berlijn vastgestelde maxima, en herinnert aan de verbintenissen die de Gemeenschap in het kader van de WTO is aangegaan.

Zonder een standpunt in te nemen over de Verordeningen nr. 2533/1999, nr. 2534/1999 en nr. 2535/1999 van de Commissie, is de Raad van oordeel dat - als men de hand wil houden aan bovengenoemde maxima - eventueel noodzakelijke besparingen tot stand moeten komen via gerichte maatregelen. Teneinde verbeteringen aan te brengen in het exportrestitutiesysteem voor goederen die worden uitgevoerd in de vorm van niet onder bijlage I vallende goederen, geeft de Raad het Speciaal Comité Landbouw opdracht, zich onverwijld te beraden op:


- de richtsnoeren die zijn opgenomen in de mededeling van de Commissie aan de Raad over niet onder bijlage I vallende goederen
- Specifieke maatregelen en actieve veredeling;
- het voorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad inzake de gemeenschappelijke ordening der markten voor melk en zuivelproducten,

alsook op de eventuele suggesties van de lidstaten met betrekking tot deze teksten, en zo spoedig mogelijk, uiterlijk in maart 2000, hierover verslag uit te brengen aan de Raad. De Raad zal over de voorgestelde wijziging van de GMO zuivelproducten een besluit nemen zodra hij het advies van het Europees Parlement heeft ontvangen.

De Raad verzoekt de Commissie nauwlettend toe te zien op de ontwikkeling van de exportmarkt voor producten die worden uitgevoerd in de vorm van niet onder bijlage I vallende goederen, alsmede op de desbetreffende begrotingssituatie, en vóór eind juni 2000 aan de Raad verslag uit te brengen.".

KATOENREGELING

De Raad nam nota van de presentatie door Commissielid FISCHLER inzake het voorstel tot hervorming van de huidige steunregeling voor katoen en van de eerste opmerkingen van enkele lidstaten. Hij droeg het Speciaal Comité Landbouw op de voorstellen in detail te bespreken en zo spoedig mogelijk verslag uit te brengen.

In het Commissievoorstel worden de niveaus van de streefprijs en van de minimumprijs, alsook de gegarandeerde nationale hoeveelheden gehandhaafd en worden de volgende belangrijkste elementen vastgelegd:


- verhoging van de automatische stabilisator tot 0,6% (in plaats van de huidige 0,5%) van de streefprijs voor iedere overschrijding met 1% van de nationale gegarandeerde hoeveelheid, teneinde het huidige uitgavenniveau te verlagen;

- vereenvoudiging van de huidige regeling door de algemene beginselen van Protocol nr. 4 bij de Toetredingsakte van Griekenland en de bepalingen inzake productiesteun voor katoen in één enkele verordening van de Raad samen te voegen;
- door de lidstaten op te stellen objectieve milieucriteria en, waar nodig, beperking van de steunmogelijkheid tot bepaalde gebieden;

- verslag door de lidstaten over het effect van nationale milieumaatregelen op de sector.

MAXIMUMWAARDEN VOOR RESIDUEN VAN GENEESMIDDELEN VOOR DIERGENEESKUNDIG GEBRUIK IN LEVENSMIDDELEN VAN DIERLIJKE OORSPRONG

De Raad werd door de Commissie geïnformeerd over de mogelijke oplossingen voor het probleem van het ontbreken van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen die afkomstig zijn van paarden en kleinere diersoorten.

De volgende conclusies werden overeengekomen:

"1. De Raad bevestigt nogmaals de conclusies van de Raad Landbouw van mei betreffende het Commissievoorstel tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2377/90.

2. De Raad nam nota van het voornemen van de Commissie om - zoals in juni 1999 werd overeengekomen - een voorstel in te dienen tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2377/90 houdende een gemeenschappelijke procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong.

3. De Raad en de Commissie verbinden zich ertoe zo spoedig mogelijk een besluit over genoemd voorstel te nemen.".

RISICOMATERIAAL IN VERBAND MET OVERDRAAGBARE SPONGIFORME ENCEFALOPATHIEËN *

Naar aanleiding van de indiening door de Commissie van een voorstel voor een beschikking tot wijziging van Beschikking 97/534/EG houdende verbod, in verband met overdraagbare spongiforme encefalopathieën, op het gebruik van risicomateriaal, stemde de Raad over dit voorstel zoals gewijzigd door het voorzitterschap in overleg met de Commissie.

De voorzitter constateerde een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, met een tegenstem van de Portugese delegatie, voor dit gewijzigde voorstel, waarin de toepassing van Beschikking 97/534/EG tot 30 juni 2000 wordt uitgesteld. Het betreffende voorstel werd bijgevolg aangenomen.

OVERDRAAGBARE SPONGIFORME ENCEFALOPATHIEËN

De Raad nam nota van de vorderingen bij de bespreking van een voorstel voor een verordening (EG) van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie en beheersing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën en van een voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 91/68/EEG. De teksten werden in het algemeen als een goede basis voor verdere besprekingen beschouwd.

De Raad droeg het Coreper op om de bespreking van dit onderwerp dienovereenkomstig voort te zetten zodat de Raad een formeel standpunt kan innemen zodra het advies van het Europees Parlement in de eerste lezing van de medebeslissingsprocedure wordt uitgebracht.

IN DE HANDEL BRENGEN VAN BOSBOUWKUNDIG TEELTMATERIAAL

Op basis van een compromis van het voorzitterschap bereikte de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een politiek akkoord over een richtlijn betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal. Denemarken deelde mee dat het bij de formele aanneming, in een komende zitting na bijwerking door de juristen/vertalers, tegen zal stemmen.

Met de richtlijn wordt beoogd de bestaande voorschriften, die in 1975 voor het laatst werden gewijzigd, aan te passen in het licht van de technische vooruitgang en de toetreding van Zweden en Finland. Aan deze twee lidstaten was in overeenstemming met het toetredingsverdrag een vijfjarige vrijstelling van de communautaire voorschriften op dit terrein toegestaan.

Wat betreft het bosbouwkundig teeltmateriaal dat uit genetisch gemodificeerde organismen bestaat, bepaalt de richtlijn dat, in afwachting van een voorstel en de daaraan volgende goedkeuring van specifieke voorschriften die gelijkwaardig zijn aan die in Richtlijn 90/220/EEG van de Raad inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu deze laatste richtlijn van toepassing is, naast de voorschriften voor het in de handel brengen.

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNTEN

LANDBOUW

Quota voor tomatenconcentraat

De Raad nam een wijziging aan van Verordening (EG) nr. 2201/96 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit. Deze wijziging vloeit voort uit de conclusies van de Raadszitting van 14 en 15 juni 1999 over het prijzenpakket 1999/2000 en strekt tot aanpassing van de Portugese tomatenconcentraatquota voor de verkoopseizoenen 1999/2000 en 2000/2001, rekening houdend met de buitengewoon ongunstige weersomstandigheden die zich in dat land bij de oogst in 1997/1998 hebben voorgedaan.

Consumptiemelk

De Raad nam een wijziging aan van Verordening (EG) nr. 2596/97 tot verlenging van de in artikel 149, lid 1, van de Akte van toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden bedoelde periode. De wijziging strekt ertoe de overgangsmaatregelen met betrekking tot het minimale vetgehalte van in Finland en Zweden geproduceerde consumptiemelk met vier jaar te verlengen, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de conclusies van de Raadszitting van 14 en 15 juni 1999 over het prijzenpakket 1999/2000.

Akkerbouwgewassen - niet voor voeding bestemd *

De Raad nam, met onthouding van de Britse delegatie, een wijziging aan van Verordening (EG) nr. 1251/99 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen.

De wijziging voorziet in mogelijke corrigerende maatregelen ter vermindering van de hoeveelheid bijproducten - verkregen bij het produceren van niet voor voeding bestemde producten uit akkerbouwgewassen geteeld op braakland - die voor vervoedering of menselijke consumptie mag worden gebruikt, indien de totale hoeveelheid van deze bijproducten meer bedraagt dan één miljoen numerieke ton, uitgedrukt in sojameelequivalent. Aldus kunnen, indien nodig, passende corrigerende acties worden genomen, conform het Memorandum van Overeenstemming betreffende bepaalde oliehoudende zaden tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten in het kader van de GATT.

Voorlichting en afzetbevordering in derde landen *

Op basis van het politieke akkoord bereikt op 15 november 1999, nam de Raad een verordening aan inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten in derde landen.

De verordening zal de Europese landbouw- en voedselsector helpen om zich aan te passen aan de dalende uitvoerrestituties, door middel van een groter concurrentievermogen, waarbij de nadruk meer komt te liggen op de kwaliteit en de veiligheid van de producten. De geplande maatregelen omvatten promotie- en reclameacties, deelname aan internationaal belangrijke evenementen, beurzen of tentoonstellingen, informatiecampagnes, de studie van nieuwe markten en handelsbezoeken op hoog niveau. De verordening treedt in werking op 1 januari 2000 en zal tot 31 december 2004 van kracht blijven.

Nationale steun aan kleine producenten in Oostenrijk *

De Raad nam een beschikking aan inzake het verlenen van nationale steun door de Oostenrijkse regering aan kleine producenten in probleemgebieden, gelet op bijlage XV in verband met artikel 151 van de Akte van toetreding van Oostenrijk.

In de beschikking wordt bepaald dat de regeling voor de voortzetting van de steun die omschreven is in de speciale nationale wet op het verlenen van compenserende vergoedingen in probleemgebieden, en van nationale steun, waarvan de Commissie op 26 oktober 1995 in kennis is gesteld, en die bepaalt dat, indien de berekening van de compenserende (EU-)vergoeding aan het bedrijf vanaf 1995 lager uitvalt dan in 1993 (d.w.z. vóór de toetreding) in het kader van die regeling het geval was, het verschil in de vorm van nationale steun wordt bijgepast, tot en met 31december 2004 als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt wordt beschouwd.

Veterinaire overeenkomst - Andorra

De Raad nam een besluit aan betreffende de uitvoeringsbepalingen van het op 15 mei 1997 te Brussel ondertekende Protocol inzake veterinaire vraagstukken als aanvulling op de op 28 juni 1990 te Luxemburg ondertekende overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Prinsdom Andorra.

De uitvoeringsbepalingen strekken tot handhaving van het traditionele handelsverkeer in levende dieren en dierlijke producten alsmede tot vergemakkelijking van de ontwikkeling van nieuwe handelsstromen, met inachtneming van de communautaire veterinaire voorschriften. Het besluit bevat een lijst van communautaire bepalingen die door Andorra moeten worden toegepast, zonder dat dit afbreuk doet aan de toepassing van beschermingsmaatregelen, met name wat BSE betreft.

Resistentie tegen antimicrobiële middelen *

De Raad nam de volgende conclusies aan betreffende "verdere actie in het kader van de strategie inzake resistentie tegen antimicrobiële middelen":

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

NOGMAALS WIJZEND OP de beginselen van de Resolutie van de Raad van 8 juni 1999 betreffende resistentie tegen antibiotica "Een strategie tegen de microbiële dreiging" en ERNAAR STREVEND dat deze beginselen op gecoördineerde wijze toegepast, verder ontwikkeld en gevolgd worden;

HERINNEREND AAN Verordening (EG) nr. 2821/98 van de Raad van 17 december 1998 en aan de eerdere richtlijnen tot wijziging van Richtlijn 70/524/EEG betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding, waarbij de toelating van bepaalde antibiotica werd ingetrokken teneinde het gebruik daarvan te beperken tot de menselijke en de diergeneeskunde ;

WIJZEND OP het belang van het advies van de Wetenschappelijke Stuurgroep van de Europese Gemeenschappen van 28 mei 1999 over resistentie tegen antimicrobiële middelen;

REKENING HOUDEND met het verslag van het Comité Geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik van het Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling van 14 juli 1999 over resistentie tegen antibiotica in de Europese Unie in verband met het therapeutische gebruik van diergeneesmiddelen;

ERKENNEND dat de Commissie bepaalde maatregelen heeft getroffen zoals het opzetten van een bewakingsprogramma inzake antimicrobiële resistentie en het toezicht op het gebruik van antimicrobiële middelen in de sector diervoeding;

ERKENNEND dat de Commissie, in nauwe samenwerking en in overleg met het EBG, diverse maatregelen neemt die bijdragen tot een terughoudend gebruik van geneesmiddelen voor mens en dier;

ERKENNEND dat de lidstaten bepaalde maatregelen hebben getroffen zoals het toezicht op antimicrobiële resistentie en het gebruik van antimicrobiële middelen;

ERAAN HERINNEREND dat de Raad de Commissie heeft verzocht vóór 30 juni 1999 een verslag voor te leggen over alle volksgezondheidsimplicaties en implicaties van economische en juridische aard van het antibiotica-resistentievraagstuk qua externe dimensie;

BENADRUKT dat een verminderde behoefte aan antimicrobiële middelen voor therapeutisch en profylactisch gebruik en een gericht terughoudend gebruik van deze stoffen een doeltreffende manier vormen om het gebruik van antimicrobiële middelen terug te dringen;

ONDERSTREEPT het belang van dit probleem vanuit het oogpunt van de volksgezondheid, alsook de ernstige gevolgen die een verkeerd gebruik van antimicrobiële middelen voor de behandeling van ziekten bij de mens kan hebben,

DOET EEN BEROEP OP DE LIDSTATEN

op alle werkterreinen van de gezondheidszorg, in het bijzonder in ziekenhuizen en in de verschillende zorgverstrekkingsinstellingen, bijvoorbeeld dagcentra voor kinderen en verpleeghuizen voor ouderen, programma's ter preventie en beheersing van besmettelijke ziekten te bevorderen;

maatregelen te nemen tot beperking van het besmettingsgevaar in de menselijke populatie, bijvoorbeeld door aanmoediging van immunisaties, onderricht in hygiëne en opleiding van vakmensen;

de preventie en de beheersing van besmettelijke ziekten bij dieren te bevorderen door, op bedrijfsniveau, gezondheidscontroleprogramma's aan te moedigen, met inbegrip van bijvoorbeeld inentingsschema's en verbetering van de fokomstandigheden;

te zorgen voor een strenge controle op de verkoop, levering en verdeling van antimicrobiële middelen door versterking van de wettelijke indeling van de status van het geneesmiddelenvoorschrift voor menselijk en diergeneeskundig gebruik, de bestaande mechanismen voor het toezicht op de verkoop, levering en verdeling van antimicrobiële middelen te herzien, en de factoren, bijvoorbeeld op financieel vlak, waardoor oneigenlijk gebruik van antimicrobiële middelen wordt aangemoedigd, weg te nemen;

in passende samenwerking met de andere lidstaten en de Commissie en rekening houdend met de plaatselijke ontwikkelingen op het gebied van epidemiologie en resistentie tegen antimicrobiële middelen, het opstellen van richtsnoeren inzake beste praktijken met betrekking tot een terughoudend gebruik van antimicrobiële middelen in menselijke en diergeneeskunde te bevorderen, alsmede te bevorderen dat de vakkringen en het grote publiek op een passende manier over deze beginselen worden voorgelicht,

VERZOEKT DE COMMISSIE:

de mogelijkheden te onderzoeken voor communautaire wetgeving inzake toezicht op alle vormen van gebruik van antimicrobiële middelen, zowel gebruik bij mens, dier, of plant als ander relevant gebruik, in alle lidstaten, en jaarlijks op een vergelijkbare wijze aan de Commissie verslag uit te brengen met betrekking tot de gebruikte hoeveelheden;

ervoor te zorgen dat in het surveillancesysteem, dat ontwikkeld wordt krachtens Beschikking 98/2119/EG van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een netwerk van epidemiologische surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten in de Gemeenschap, plaats wordt ingeruimd voor ziekten die veroorzaakt worden door tegen antimicrobiële middelen resistente micro-organismen;

de mogelijkheid te overwegen om de coördinatie in EU-verband van het verzamelen van micro-organismen en van de gevoeligheidstestmethoden te effectueren, teneinde het verloop van resistentiepatronen te volgen voor zowel menselijke als diergeneeskunde;

een wettelijk kader voor te stellen voor het uitvoeren van geharmoniseerde surveillanceprogramma's inzake resistentie tegen antimicrobiële middelen in dieren en in voedingsmiddelen, en ervoor te zorgen dat de resultaten hiervan worden gerapporteerd aan de Commissie, die conclusies zal trekken met betrekking tot de algemene situatie en eventueel noodzakelijke maatregelen op communautair niveau;

te zorgen voor samenwerking en overleg tussen alle sectoren in de Gemeenschap, alsmede voor coördinatie van de informatiesystemen die bij de problematiek van de resistentie tegen antibiotica betrokken zijn, een en ander overeenkomstig de beginselen van de Resolutie van de Raad in document 8458/99 van 8 juni 1999 en over de ondernomen activiteiten te rapporteren;

binnen het bestek van de uitvoering van het vijfde kaderprogramma voor onderzoek, een stimulans te geven aan het onderzoek naar methoden voor de vaststelling en kwantificering van de gevolgen van resistentie tegen antimicrobiële middelen voor het menselijk sterfte- en ziektecijfer, aan het onderzoek naar de wijze waarop de resultaten van de maatregelen gericht op vermindering van de resistentie tegen antimicrobiële middelen kunnen worden geëvalueerd, alsmede aan het onderzoek naar de gezondheidszorg voor dieren op dit punt, en het onderzoek terzake door de particuliere sector aan te moedigen, zulks rekening houdend met de prioriteiten vermeld in de Raadsverordening inzake resistentie tegen antimicrobiële middelen van 8 juni 1999;

het beginsel van het verbieden van het gebruik van antimicrobiële groeibevorderende middelen van groepen die in de menselijke geneeskunde en/of in de diergeneeskunde worden gebruikt, ook te laten gelden voor antimicrobiële middelen waarvan de toepassing in de menselijke geneeskunde of de diergeneeskunde in ontwikkeling is (Richtlijn 70/524/EEG), rekening houdend met een passende risicoanalyse;

zo spoedig mogelijk een verslag over de externe dimensie van het antibiotica-resistentiedossier in te dienen, rekening houdend met het in het voorgaande punt genoemde beginsel, en maatregelen van regelgevende aard voor te stellen op basis van risicoanalyse met betrekking tot het binnenhalen van resistente bacteriën via dieren, vlees of voedsel ingevoerd uit derde landen;

zo spoedig mogelijk een voorstel te doen voor eventuele noodzakelijke veranderingen op basis van Richtlijn 70/524/EEG betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding, teneinde anti-microbiële groeibevorderende middelen geleidelijk te vervangen door alternatieven zonder antimicrobiële werking, alsmede veranderingen in de gang van zaken bij de veehouderij te bevorderen waardoor gezondheid en welzijn van dieren worden verbeterd;

het gebruik van antimicrobiële middelen voor plantenteelt- of andere doeleinden te ontmoedigen en het gebruik van dergelijke antimicrobiële middelen te verbieden, indien op basis van risicoanalyse blijkt dat een dergelijk gebruik gevaar kan opleveren voor de menselijke of dierlijke gezondheid en indien antimicrobiële middelen van dezelfde groepen in de menselijke geneeskunde of de diergeneeskunde in gebruik of in ontwikkeling zijn."

EXTERNE BETREKKINGEN

Betrekkingen met de geassocieerde LMOE - oorsprongsregels

De Raad nam drie besluiten aan inzake het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van wijzigingen in de respectieve protocollen nr. 4 betreffende de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en administratieve samenwerking die gehecht zijn aan de Europa-overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschappen en


- de Republiek Slovenië;


- de Tsjechische Republiek,


- de Republiek Hongarije.

De voorgestelde wijzigingen strekken ertoe bepaalde nieuwe wijzigingen van technische aard aan te brengen in het stelsel van Europawijde cumulatie van de oorsprongsregels dat in de eerste helft van 1997 werd ingevoerd en begin 1999 werd gewijzigd met het oog op de uitbreiding van het toepassingsgebied en bepaalde verbeteringen in de werking ervan.


______________

Footnotes:

( 1)
In de verordeningen wordt een tijdelijke algemene verlaging van 4,5% toegepast op de exportrestituties voor bepaalde landbouwproducten die in de vorm van niet onder bijlage I vallende goederen worden uitgevoerd:
= Verordening (EG) nr. 2533/1999 van de Commissie (suiker) = Verordening (EG) nr. 2534/1999 van de Commissie (zuivelproducten)
= Verordening (EG) nr. 2535/1999 van de Commissie (granen en rijst)

Deze zijn aan de Raad voorgelegd naar aanleiding van het negatieve advies van het gezamenlijk comité van beheer voor melk en zuivelproducten, granen en suiker op 25 november 1999. Volgens de procedure kan de Raad binnen één maand een ander besluit nemen dan dat van de Commissie.

_________________________________________________________________

nl/agricult/14067.NL9.html

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie