Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag EZ over Europese onderzoekraad 2 december 1999

Datum nieuwsfeit: 14-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


21501013.055 brief min ez verslag europese onderzoekraad 2 december 19
99

Gemaakt: 20-12-1999 tijd: 11:14


6


21501-13 Onderzoekraad

Nr. 55 Brief van de minister van Economische Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 december 1999

Hierbij informeer ik u mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over de resultaten van de Onderzoeksraad van 2 december 1999.

Samenvatting

Het werd een korte Raad zonder noemenswaardige problemen.

De Raad begon formeel pas na de lunch. De lunch voorafgaande aan deze Raad werd benut door de nieuwe Commissarissen, de heren Busquin (Onderzoek) en Liikanen (Ondernemingsbeleid en Informatie Maatschappij) om kennis te maken met de Europese Onderzoeksministers en hen informeel van hun ideeën aangaande de toekomst van het Europese beleid t.a.v. Onderzoek, Technologie, Ontwikkeling (OTO) en Innovatie op de hoogte te brengen. De Raad begon met een presentatie door de Europese Commissie van de evaluatie uitkomsten van het eind 1998 afgelopen Vierde Kaderprogramma en de eerste resultaten van het in januari van dit jaar gestarte Vijfde Kaderprogramma. Vervolgens werden er Raadsresoluties aangenomen over de voorbereiding van toekomstige kaderprogramma's, over een gemeenschappelijk uit te voeren Europese ruimtestrategie en over afvalbeheer en ontmanteling van nucleaire GCO-installaties. Het aanvullend onderzoekprogramma voor de HFR Petten kreeg het politieke groene licht en zal na het advies van het Europese Parlement op een latere Raad formeel (als A-punt) worden goedgekeurd.

De lunchdiscussie

De speech van Commissaris Busquin tijdens de lunch was een voorproefje van de mogelijke hoofdlijnen van zijn communicatie, die naar verwachting januari 2000 zal worden vrijgegeven. De hoofdlijnen van deze communicatie werden ook al tijdens een voordracht van deze Commissaris in het Europees Parlement, op 9 november jl., bekend gemaakt. Commissaris Busquin heeft signalen opgevangen uit de wetenschappelijke wereld dat het terrein van de wetenschap in Europa nogal gefragmenteerd is en dat er bovendien een gebrek is aan synergie en coördinatie. Commissaris Busquin wil de volgende aandachtspunten de inzet maken van een nieuw te formuleren R&D beleid voor Europa:

creëren van één Europese onderzoeksruimte waarin de fragmentatie wordt verminderd en de samenwerking wordt verhoogd;

verhogen van de mobiliteit van onderzoekers, via praktische maatregelen (tegengaan braindrain en meer aandacht voor de pensioenproblematiek);

introduceren en bevorderen van een Europese dimensie in wetenschappelijke carrières;

het aantrekkelijk maken van het beroep wetenschapper voor jonge onderzoekers en het promoten van het verhogen van de deelname van vrouwen in de wetenschap;

coördineren van het nationale, het intergouvernementele en het Europese beleid door de Europese Commissie;

promoten van vergaande samenwerking, via het vormen van netwerken/centres of excellence;

verbeteren ontwikkeling van elektronische netwerken voor onderzoek;

de coördinatie van het beleid ten aanzien van infrastructurele onderzoeksvoorzieningen.

Commissaris Busquin stelde vervolgens dat hij een echt Europees onderzoek- en technologiebeleid ten uitvoer wil brengen en zich daarbij niet tot de bestaande beleidsinstrumenten wenst te beperken. In zijn verdere toelichting wees hij op de teruglopende bijdrage aan onderzoek in Europa en de bestaande verschillen, zowel in de publieke als de private sector, als in de verschillende lidstaten. Hij stelde vervolgens dat hij wenste voort te bouwen op het onder het Duitse voorzitterschap gestarte debat over de vraag hoe veranderingen t.a.v. het in Europa te voeren toekomstige onderzoek- en technologiebeleid te bewerkstelligen. Commissaris Busquin stelde met nadruk dat er een half jaar beschikbaar is voor reflectie voordat met de voorbereiding van het Zesde Kaderprogramma begonnen zal worden en dat die reflectie tijd dus ook benut moet worden om juist verbeteringen aan te brengen in de vormgeving van het toekomstige beleid en de daaraan gerelateerde kaderprogramma's.

De ideeën van Commissaris Busquin zijn in de Raad goed ontvangen. Duitsland en Frankrijk bepleiten het belang van concentratie op werkelijk Europese thema's en noemden in dit verband het luchtvaartonderzoek als voorbeeld. Diverse lidstaten benadrukten in hun interventies het belang van het versterken van de Europese onderzoeksinfrastructuur, ondermeer via "centers of excellence".

Commissaris Busquin wil de geselecteerde aandachtspunten, waar mogelijk, ook inzet maken van een discussie tijdens de Europese Raad in Lissabon (maart 2000) betreffende het thema: "werkgelegenheid, economische hervormingen en sociale samenhang - naar een Europa van innovatie en kennis".

Portugal meende dat de Raad zich politieker moest opstellen en toonde zich een

voorstander van grotere overheidsfinanciering.

Commissaris Liikanen wees onder meer op het verschil in startkosten van een onderneming in Europa respectievelijk de VS. De missie van het Directoraat - Generaal voor Ondernemingen is om een ondernemingsklimaat te promoten waarin Europese ondernemingen hun potentieel ten volle kunnen benutten en inzetten als een motor voor economisch groei en werkgelegenheid in de Europese Unie. In de doelstellingen van het Directoraat - Generaal voor Ondernemingen wordt zowel innovatie gepromoot, als de mogelijkheid van Europese ondernemingen om gebruik te maken van onderzoeksresultaten en deze naar de markt te brengen in de vorm van nieuwe producten.

Frankrijk hield een pleidooi voor meer en intensievere Europese coördinatie bij geselecteerde gemeenschappelijke programma's als internet II en elektronische hogesnelheidsnetwerken. Tevens was Frankrijk een voorstander van een "géometrie variable" (samenwerking van wisselende groepen lidstaten op verschillende terreinen).

Nederland benadrukte tijdens de discussie:

de noodzaak voor meer aandacht voor de rol van het bedrijfsleven in de toekomstige Europese Onderzoeksruimte;

het belang van innovatief clusteren en het verder integreren van dit concept in voorgestelde netwerk gedachte;

meer prioriteit geven aan het zorgdragen voor een nieuwe generatie onderzoekers t.b.v. zowel universiteiten en onderzoeksinstituten, als bedrijven met R&D capaciteit;

het belang van de versterking van de onderzoeksinfrastructuur en netwerkvorming rond "centres of excellence".

Voortgangsrapportage met betrekking tot de uitvoering van het Vierde en Vijfde Kaderprogramma.

Commissaris Busquin introduceerde kort de werkdocumenten betreffende de implementatie van het Vierde Kaderprogramma en de eerste resultaten van het Vijfde Kaderprogramma. De algemene eerste indruk t.a.v. het Vijfde Kaderprogramma is positief: er is sprake van een goede belangstelling. Er zouden vanuit de gehele EU, de kandidaat-landen en geassocieerde landen meer dan 11.399 voorstellen zijn ingediend.

Hierbij zijn ongeveer 65.000 deelnemers betrokken (waarvan bijna 3800 uit Nederland). De omvang van de projectvoorstellen is groter dan in het verleden (gevraagde middelen totaal 1.5 miljard euro, aantallen deelnemers: gemiddeld 6 per project). De gemiddelde kwaliteit van de diverse projecten werd bevredigend genoemd. De verhouding financiële middelen - aanvragen ligt 1 op 5. Ongeveer 10.000 deelnemers komen uit het MKB (17% van het totaal aan themaprogramma's). De doelstelling dat tenminste 10% van het budget voor thematische programma's naar het MKB moet gaan, zal derhalve waarschijnlijk worden gehaald.

Spanje beklaagde zich erover dat de evaluatiedocumenten alleen in het Frans, Duits en Engels beschikbaar waren. Het Verenigd Koninkrijk onderstreepte de relevantie van de evaluatie en voortgangsrapportage, maar wees tevens op het belang van een onafhankelijke evaluatie. Portugal wees in dit verband op het grote belang van de communautaire financiering van de wetenschappelijke infrastructuur in Europa

Discussie en aannemen van de Raadsconclusies aangaande de te volgen procedure en planning voor de voorbereidingen van het Zesde Kaderprogramma

Het Finse Voorzitterschap lichtte haar notitie bij de raadsconclusies toe. Tevens wees de Voorzitter op het belang van goede interinstitutionele samenwerking voor het stroomlijnen van het besluitvormingsproces, breed overleg en goede coördinatie

met alle betrokkenen, transparantie en tijdige informatieverstrekking over zowel inhoud als begrotingsmiddelen voor de programma's, alsmede een goede planning en een nader overeen te komen tijdspad. Commissaris Busquin sloot zich hierbij aan. Begin 2000 zal de Europese Commissie een mededeling over de Europese onderzoeksruimte uitbrengen en gedurende de tweede helft van het jaar een mid-term evaluatie aangaande de uitvoering van het kaderprogramma. Tevens zal de Europese Commissie gedurende 2000 een meer strategisch document over het te formuleren Zesde Kaderprogramma uitbrengen. In 2001 volgen dan de meer formele voorstellen en informatie over de op te stellen werkprogramma's. Commissaris Busquin hoopt gedurende het eerste half jaar van 2002 de formulering en invulling van het Zesde Kaderprogramma te kunnen afronden.

Nederland sprak haar waardering uit voor dit initiatief van het voorzitterschap en herinnerde eraan dat er vier conciliatievergaderingen nodig waren tussen Europees Parlement en Raad voor de totstandkoming van het huidige kaderprogramma. Tevens herhaalde Nederland haar aandachtspunten ten aanzien van een toekomstig Onderzoek- en technologiebeleid en het daaraan gerelateerde Zesde Kaderprogramma:

meer aandacht voor de rol van het bedrijfsleven in een Europese onderzoeksruimte;

het belang van innovatief clusteren en het integreren van dit concept in de netwerk

gedachte;

zorgdragen voor nieuwe categorieën onderzoekers (waaronder meer aandacht voor vrouwen);

versterking netwerkvorming en onderzoeksinfrastructuur ("centers of excellence", ook virtuele centra ).

Het Voorzitterschap deed vervolgens verslag van de lopende werkzaamheden in het CREST-comité. CREST (Comité de la Recherche Scientifique et Technologique) stelde drie werkgroepen in ter verdieping van een aantal uit de informele ministersbijeenkomst van 20 mei jl. voortgekomen thema's nl.:

Nieuwe perspectieven voor het Europese Onderzoek en Technologisch

Ontwikkelings (OTO) -systeem

prioriteit stelling (met inbegrip van prognose, bottom-up versus top-down, fundamenteel versus probleemgericht)

centra voor toponderzoek (met inbegrip van virtuele centra/mobiliteit) en samenwerkingsvormen zoals innoveringsclusters

II. Nieuwe wijzen van implementatie van Europees OTO

complementariteit van de Europese onderzoeksstructuren (bijvoorbeeld tussen de programma's: COST/EUREKA/MEDA)

implementatiemechanismen (incl. outsourcing)

III. OTO - Algemene coördinatie van het beleid

thematische en algemene wetenschappelijke en technologische samenwerking

regionale samenwerking/variabele géometrie

grensoverschrijdende samenwerking

Denemarken hield een stevig pleidooi ter ondersteuning van het eerste thema en

wees op het belang van fundamenteel onderzoek, ook voor de industrie. De koppeling tussen industrie en wetenschappelijke instellingen (universiteiten en onderzoeksinstituten) werd nogmaals benadrukt. Duitsland onderschreef eveneens het belang van het eerste thema. Tevens werd door een aantal lidstaten gesteld dat de CREST-werkzaamheden, in meer procedurele zin, beter in het reguliere raadskader ingepast moeten worden.

De raadsconclusies werden vervolgens goedgekeurd.

Aannemen van een Resolutie die kan leiden tot een samenhangende Europese aanpak van de ruimtevaart.

Deze resolutie is een vervolg op het Raadsbesluit van 22 juni 1998, waarin versterking van de samenwerking tussen het Europese Ruimteagentschap (ESA) en de EU werd vastgelegd. Dit besluit werd gevolgd door een werkdocument van de Commissie, met de titel: "Naar een samenhangende Europese aanpak van de ruimtevaart" (7 juni 1999).

De Europese Commissie gaf aan dat samenwerking tussen ESA en de EU essentieel is op het gebied van bepaalde kritische technologieën, die hun toepassing vinden in informatie technologie, milieu, biodiversiteit, meteorologie, aardobservatie, satellietnavigatie, telecommunicatie en defensie. Een van de voorbeelden van deze samenwerking is het Galileo-project voor satellietnavigatie.

Spanje maakte aanvankelijk bezwaar tegen het in de resolutie voorgestelde tijdstip

voor de presentatie van de nieuwe strategie door de Raad. De andere lidstaten stelden, met nadruk dat zij sterk aan het handhaven van genoemde datum (voor eind 2000) hechten. Verenigd Koninkrijk gaf tevens aan de resolutie belangrijk te vinden wegens de politieke signaalwerking en mogelijke synergie tussen de ruimtevaartplannen van ESA en de Europese Commissie. Spanje ging uiteindelijk akkoord met de door het Voorzitterschap voorgestelde compromis.

Aannemen van de Raadsconclusies t.b.v. het afvalbeheer en de ontmanteling van niet meer in gebruik zijnde nucleaire installaties van het Gemeenschappelijke Centrum voor Onderzoek (GCO).

De Europese Commissie heeft t.b.v. de Onderzoeksraad van 20 mei jl. een mededeling uitgebracht, getiteld: "Nucleaire erfenis van GCO-werkzaamheden in het kader van het Euratom-Verdrag: Ontmanteling verouderde GCO kerninstallaties en beheer van afval". Sinds de oprichting van de Gemeenschappelijke Centra voor Onderzoek (GCO) zijn er vele nucleaire activiteiten uitgevoerd. Enkele van deze GCO installaties zijn al meer dan 20 jaar geleden stilgelegd. Voor de ontmanteling van deze GCO kerninstallaties en het afvalbeheer zijn in het verleden geen financiële voorzieningen getroffen.

De Europese Commissie heeft het voornemen om deze werkzaamheden voor de eerste periode tot 2002 te financieren uit de onderuitputting van de budgettaire middelen van de communautaire begroting. De Commissie zal op korte termijn komen met een alomvattend lange termijnplan voor de ontmanteling van GCO-installaties, het afvalbeheer en het benadrukken dat er ook rekening gehouden moet worden met de toekomstige ontmanteling van nog in gebruik zijnde installaties, zoals de HFR in Petten.

De Resolutie werd zonder enige discussie goedgekeurd.

Aannemen van de Raadsconclusies t.a.v. "Aanvullend Onderzoeksprogramma Hoge Flux Reactor (HFR) Petten 2000-2003".

Met het aanvullend onderzoeksprogramma wordt de basis gelegd voor de voortzetting van de exploitatie van de Hoge Flux Reactor te Petten door de Europese Commissie. Het Finse Voorzitterschap benadrukte dat het Europees Parlement nog advies over het

voorstel moest uitbrengen. De Raad gaf alvast haar politieke goedkeuring, zodat na het ontvangst van het advies van het Europees Parlement, het aanvullende onderzoeksprogramma Hoge Flux Reactor als A-punt op een latere Raad formeel kan worden goedgekeurd.

Diversen

a) Ministeriële conferentie EU-ASEM van 14-15 oktober 1999

Het Finse Voorzitterschap deelde mede dat de bijeenkomst succesvol was verlopen en liet zich in positieve zin uit over de grote mate eensgezindheid in denken over onderzoek en technologische ontwikkeling.


-b) Wetenschapsdagen

Frankrijk benadrukte het, overigens ook al door Commissaris Busquin tijdens de lunch genoemde probleem, dat er van een verminderde belangstelling sprake is bij studenten voor de wetenschappen. In dit geval maakt onbekendheid onbemind.

Manifestaties als wetenschapsfestivals zouden de interesse voor de wetenschap kunnen verhogen. Frankrijk bepleitte hier een Europese dimensie aan te geven, bijvoorbeeld door dit soort manifestaties in de diverse lidstaten op hetzelfde moment te houden. Commissaris Busquin was zeer ingenomen met het Franse initiatief. Hij merkte hierbij op dat dergelijke manifestaties al in veel lidstaten werden georganiseerd, waaronder

Nederland. De Europese Commissie zal hier verdere voorstellen over voorbereiden.

c) Vrouwen en Wetenschap

Commissaris Busquin vroeg in het kader van de follow-up van de raadsresolutie van 20 mei jl. aandacht voor het rapport "science policies in the EU: promoting excellence through mainstreaming gender equality" dat recent in Helsinki gepresenteerd werd. Nederland sprak haar waardering uit voor de wijze waarop Europese Commissie de

raadsresolutie ten uitvoer heeft gebracht (o.a. door goede monitoring, aanstelling van een speciale beleidsfunctionaris, instelling van een expertgroep en goede voorlichting). Tegelijkertijd stelde Nederland dat het in het kader van 'mainstreaming gender issues' het beter geweest zou zijn dat de rapportage over vrouwen en wetenschap als een gelijkwaardig rapportage en geïntegreerd onderdeel behandeld was tijdens de eerder geagendeerde voortgangsrapportage van het kaderprogramma.

Aan het einde van de Raad spraken de lidstaten en de Europese Commissie hun dank uit aan het adres van het Finse Voorzitterschap, die vervolgens het inkomend Portugese Voorzitterschap verwelkomde. Het toekomstige Portugese voorzitterschap gaf aan

een voorstander te zijn van informeel overleg om de nodige voortgang in de werkzaamheden van de Raad zeker te stellen. Het inkomend Voorzitterschap sprak de wens uit om op 6 en 7 maart 2000 een `informele onderzoeksraad' te organiseren, waarbij de Europese onderzoeksministers, Nobelprijs winnaars en andere eminente wetenschappers ontmoeten. Tevens zal onderzoek ook een belangrijke rol spelen in de discussie tijdens de Europese Raad, in Lissabon (maart
2000): "werkgelegenheid, economische hervormingen en sociale samenhang
- naar een Europa van innovatie en kennis". Op 10 en 11 april wordt er door het Portugees Voorzitterschap een Ministers Conferentie over de informatie-maatschappij georganiseerd. De Onderzoeksraad onder Portugees Voorzitterschap zal op 15 juni 2000 plaatsvinden.

Minister van Economische Zaken

A. Jorritsma-Lebbink

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie