Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Mening CDA over adoptie en homohuwelijk

Datum nieuwsfeit: 15-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Adoptie en openstelling burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht (nr. 143)

In juli presenteerde het kabinet twee wetsvoorstellen. Eén om het huwelijk open te stellen voor paren van gelijk geslacht en één om voor hen ook adoptierecht in te voeren. Naar aanleiding daarvan is door de CDA Tweede Kamerfractie een discussienota gemaakt en is onlangs uitvoerig door de fractie over beide onderwerpen gesproken.

Wat wil het kabinet?
Het kabinet wil het burgerlijk huwelijk open stellen voor paren van gelijk geslacht.
Een belangrijke symbolische verandering ten opzichte van de partnerschapsregistratie is dat de term huwelijk van toepassing wordt voor zowel paren van gelijk als van verschillend geslacht. Verder verandert er materieel weinig. Het meest wezenlijke verschil met het huwelijk voor paren van verschillend geslacht blijft bestaan: het huwelijk heeft voor paren van gelijk geslacht geen rechtsgevolgen ten opzichte van kinderen. Een aantal overige juridische verschillen worden wel opgeheven: Een geregistreerd partnerschap kan bij onderling goedvinden buiten de rechter om eindigen. Het geregistreerd partnerschap kent de scheiding van tafel en bed niet, het huwelijk wel. Ook dit aspect wordt met openstelling van het huwelijk dus gelijkgeschakeld.

Wat vindt het CDA?
Bij de discussie over deze onderwerpen is de christen democratische visie op het thema huwelijk en gezin vanzelfsprekend uitgangspunt. De discussie is voor het CDA niet nieuw. Reeds in 1986 bracht het wetenschappelijk instituut van het CDA een nota uit met de titel 1 + 1 = samen. Daarin werd gesteld dat samenleefverbanden die niet de huwelijkse status hebben, maar in normatieve zin met het huwelijk en/of gezin vergelijkbaar zijn, rechtsbescherming behoeven. Openstelling van het huwelijk werd afgewezen, maar wel werden voorstellen gedaan voor partnerschapsregistratie. Sinds 1986 werd in de opeenvolgende verkiezingsprogrammas invoering van een partnerschapsregistratie bepleit. Dit uitgangspunt is ook terug te vinden in het program van uitgangspunten. De Tweede Kamerfractie vindt ook nu dat elk paar, ongeacht het geslacht van de partners, aanspraak moet kunnen maken op publieke erkenning van hun duurzame wederzijdse lotsverbondenheid. Het huwelijk wordt door het merendeel van de fractie exclusief gezien als een relatie tussen man en vrouw waarbinnen een afstammingsrelatie tot kinderen kan ontstaan. In de unieke relatie tussen ouders en kinderen ligt ook de legitimatie van het begrip bijzondere betekenis die in het program van uitgangspunten aan het huwelijk wordt toegekend. Het verlenen van gelijke rechten aan paren van gelijk geslacht staat voor de fractie buiten kijf. Het huwelijk is echter de juridische vormgeving van de enige samenlevingsvorm waarbinnen afstamming kan ontstaan. Van een ongelijke behandeling tussen homo- en hetero-paren is dus geen sprake. Binnen een homo-relatie is het biologisch immers onmogelijk om zonder hulp van derden afstammelingen te krijgen. Daarom vindt de meerderheid van de fractie dat het burgerlijk huwelijk moet blijven voorbehouden aan hetero-paren.
Bovendien zou openstelling van het burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht de nodige (juridische) problemen in het buitenland kunnen opleveren.

Adoptie door paren van hetzelfde geslacht

Wat wil het kabinet?
Het wetsvoorstel van het kabinet regelt de adoptie door paren van gelijk geslacht. Voor hen wordt alleen de adoptie van kinderen uit Nederland mogelijk. Voor buitenlandse kinderen blijft de eis bestaan dat de partners van verschillend geslacht zijn. Een belangrijke verandering voor alle adopties is de nieuwe voorwaarde dat het kind van de oorspronkelijke ouders niets meer te verwachten heeft of zal krijgen. Vermoedelijk zal adoptie door paren van gelijk geslacht daardoor niet vaak voorkomen.
Essentieel zal echter zijn of de rechter een draagmoeder of een zaaddonor zal aanmerken als een ouder van wie niets meer te verwachten is. In die zin is de uitwerking van de wet op het aantal adopties dus onvoorspelbaar.

Wat vindt het CDA ?
In het verkiezingsprogramma voor 1998-2002 wordt het CDA-standpunt als volgt geformuleerd: Uitgangspunt bij adoptiewetgeving blijft dat er een juridische vader en een juridische moeder zijn. Uitsluitend als het in het belang van het kind is en als de biologische ouder daarmee instemt, wordt bij niet huwelijkse samenlevingsvormen een partnervoogdijschap mogelijk gemaakt.
Adoptie is een maatregel van kinderbescherming voor het uitzonderlijke geval dat een kind door omstandigheden niet door de natuurlijke ouders kan worden grootgebracht. Het is een vergaande maatregel, omdat een nieuwe afstammingsrelatie wordt gecreëerd met de adoptief ouders en alle juridische banden met de biologische ouders worden doorgesneden. Adoptie is geen recht van volwassenen op een kind, en moet dat ook niet via een omweg worden. Om die reden kan het gelijkheidsbeginsel geen reden zijn om adoptie aan paren van gelijk geslacht toe te staan. Hier komt bij dat de vrees bestaat dat de openstelling van de adoptie zal leiden tot een toename van het aantal zaad-donorschappen en draagmoederschappen. Dit zal wellicht de belangrijkste vorm van adoptie voor paren van gelijk geslacht worden. Dat is een ongewenste ontwikkeling. Het zal ertoe leiden dat kinderen geboren worden met het doel hen te laten adopteren. Het uitbreiden van de mogelijkheid van adoptie tot paren van gelijk geslacht moet ook om deze redenen worden afgewezen.
Dat neemt niet weg, dat wanneer door een feitelijke situatie (bijvoorbeeld kinderen uit een vorige relatie) ouders van gelijk geslacht een kind opvoeden, zij daartoe alle juridische mogelijkheden moeten krijgen. Die hebben zij echter nu al door de recente regeling van gezag en voogdij. Om deze regeling te optimaliseren zouden de werking met regels voor nabestaandenuitkeringen en erfrecht kunnen worden uitgebreid. Het afstammingsrecht hoeft daarvoor niet te worden gewijzigd.
Het CDA voert de discussie binnen de fractie met dezelfde zorgvuldigheid als we in de discussie naar de samenleving willen betrachten. Het gaat niet alleen om juridische aspecten. Tegelijk gaat het om mensen en hun emoties. Voor beide onderwerpen geldt overigens dat er binnen de fractie verschillende opvattingen leven en daar ook ruimte voor wordt gelaten.

Woordvoerder: Clémence Ross-van Dorp

Fractieflits:143, 15 december 1999

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie