Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Zitting Raad Visserij Europese Unie

Datum nieuwsfeit: 16-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

2237. Raad - VISSERIJ
Go Back INDEX
Press Release: Brussels (16-12-1999) - Press: 416 - Nr: 14071/99
_________________________________________________________________

14071/99 (Presse 416)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2237e zitting van de Raad


- VISSERIJ -

Brussel, 16/17 december 1999

Voorzitter :

de heer Kalevi HEMILÄ

Minister van Land- en Bosbouw van de Republiek Finland

INHOUD

DEELNEMERS

*

BESPROKEN PUNTEN

TAC'S EN QUOTA VOOR 2000

*

MAROKKO: TOEKOMSTIGE BETREKKINGEN OP VISSERIJGEBIED
*

CONTROLEMAATREGELEN IN HET NOORDOOSTELIJK DEEL VAN DE ATLANTISCHE OCEAAN

*

TECHNISCHE MAATREGELEN VOOR DE INSTANDHOUDING VAN VISBESTANDEN (O.M. ZANDSPIERING)

*

DIVERSEN

*


-
REGIONALE VERGADERINGEN *

-
SCHARQUOTUM VOOR SAINT-PIERRE EN MIQUELON *
-
WTO-ONDERHANDELINGEN IN SEATTLE *

-
ETIKETTERING VAN RUNDVLEES EN RUNDVLEESPRODUCTEN *

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNTEN

*

VISSERIJ

*

* Richtprijzen voor visserijproducten voor 2000 *
* Gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur * *
* Structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector * *
* Technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden
*

* Schorsing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief *
* Bulgarije - overeenkomst inzake visserijproducten *

EER

*

* Wijzigingen van de EER-Overeenkomst *

HANDEL

*

* Antidumping - invoer van furfuraldehyde van oorsprong uit China *
* Vietnam - invoer van schoeisel *

* Tunesië - invoer van olijfolie *

* Overeenkomst EG/Cambodja betreffende de handel in textielproducten
*

* Westelijke Balkan - autonome communautaire invoerregelingen *
* Zuid-Afrika: Overeenkomst betreffende handel, ontwikkeling en samenwerking * *

* Betrekkingen met de geassocieerde LMOE - oorsprongsregels *

DOUANE-UNIE

*

* Communautaire tariefcontingenten *

* Douanerechten voor bepaalde industrie- en landbouwproducten * *

EGKS

*

* Kazachstan - handel in bepaalde ijzer- en staalproducten *

EXTERNE BETREKKINGEN

*

* Bosnië-Herzegovina *

* Albanië *

* Samenwerkingsprogramma van de Europese Unie voor non-proliferatie en ontwapening in de Russische Federatie *

* Speciale gezant van de Europese Unie voor het vredesproces in het Midden-Oosten *

* Mozambique - accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens *

ONTWIKKELING

*

* Milieuaspect en ontwikkelingsproces *

* Tropische bossen *

BELASTINGEN

*

* Accijnsrecht op minerale oliën * *

ECOFIN

*

* Benoeming van de directeur van het OLAF *
* Procedure buitensporig tekort *

LANDBOUW

*

* Boviene somatotropine (BST)* *

INTERNE MARKT

*

* Douane 2000-programma* *

* Snelheidsmeters, reservoirs voor vloeibare brandstof en kabelbaaninstallaties *

* Meeteenheden *

ARBEID EN SOCIALE ZAKEN

*

* Modernisering van de sociale bescherming - conclusies van de Raad
*

* Werkgelegenheids- en sociale dimensie van de informatiemaatschappij *

MILIEU

*

* Verontreiniging van de zee door ongevallen *

CULTUUR EN AUDIOVISUELE SECTOR

*

ONDERWIJS

*

* Nieuwe werkprocedures voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding *

* Socrates* *

JEUGDZAKEN

*

* Educatieve dimensie van sportactiviteiten in de jeugdprogramma's van de Europese Gemeenschap *

WIJZIGING VAN DE VERDRAGEN

*

* Bijeenroeping van een IGC *

HOF VAN JUSTITIE

*

* Zaak van de heer Bangemann ( 1) *

BENOEMING VAN LEDEN VAN DE REKENKAMER

*


________________

Voor meer informatie: tel. 285 60 83 of 285 74 59

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België :

de heer Jaak GABRIËLS

Minister van Landbouw en Middenstand

Denemarken
:

de heer Henrik Dam KRISTENSEN

Minister van Voedselvoorziening, Landbouw en Visserij

Duitsland:
:

de heer Martin WILLE

Staatssecretaris, Ministerie van Voedselvoorziening, Land- en Bosbouw

Griekenland
:

de heer Konstantinos VRETTOS

Staatssecretaris van Landbouw

Spanje
:

de heer Jesús POSADA MORENO

Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening

Frankrijk
:

de heer Jean GLAVANY

Minister van Landbouw en Visserij

Ierland
:

de heer Michael WOODS

Minister van Mariene Aangelegenheden en Natuurlijke Hulpbronnen

Italië
:

de heer Paolo DE CASTRO

Minister van Landbouw

Luxemburg
:

de heer Marc UNGEHEUER

Plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Nederland
:

mevrouw Geke FABER

Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Oostenrijk
:

de heer Walter TAUSCH

Directeur-generaal, ministerie van Land- en Bosbouw

Portugal
:

de heer Luis CAPOULAS SANTOS

de heer José APOLINARIO

Minister van Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Visserij

Staatssecretaris van Visserij

Finland
:

de heer Kalevi HEMILÄ

Minister van Land- en Bosbouw

Zweden
:

de heer Per-Göran ÖJEHEIM

Staatssecretaris, Ministerie van Landbouw

Verenigd Koninkrijk
:

de heer Elliot MORLEY

de heer John HOME ROBERTSON

mevrouw Brid RODGERS

Staatssecretaris van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, belast met visserij en platteland

Onderminister van Plattelandsaangelegenheden van de Schotse regering

Minister van Landbouw en Plattelandsontwikkeling van de Noord-Ierse Assemblee


* * *

Commissie
:

de heer FRANZ FISCHLER

lid

TAC'S EN QUOTA VOOR 2000

De Raad heeft met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de verordening tot vaststelling van de totaal toegestane vangsten en quota voor 2000 aangenomen; de Franse delegatie stemde tegen.

De vorm van deze verordening is een novum: zij omvat zowel autonome maatregelen in de eigen wateren van de Gemeenschap als instandhoudingsmaatregelen betreffende bestanden die gezamenlijk met Noorwegen worden beheerd. Voorts omvat zij alle maatregelen die voortvloeien uit visserijovereenkomsten met een aantal derde landen (Noorwegen, de Faeröer, IJsland, Groenland, Letland, Litouwen en Polen) en enkele regionale visserijorganisaties (IBSFC, NAFO, NEAFC, ICCAT en CCMALR).

De onderstaande tabel geeft de door de Raad bepaalde TACS's per soort en per gebied.

SOORT

GEBIED

TAC 2000

% WIJZIGING

Tong

Skagerrak en Kattegat, IIIbcd

950


- 30

Tong

II, Noordzee

22000


Tong

VIId

4100


- 13

Tong

VIIe

660


- 6

Zeeduivel

IIa (EG), Noordzee (EG)

17660


- 20

Zeeduivel

Vb (EG), VI, XII, XIV

8000


- 7

Zeeduivel

VII

23000


- 14

Zeeduivel

VIIIabde

6570


- 14

Zeeduivel

VIIIc, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG)

6800


- 20

Heek

Ska/Kat, IIIbcd (EG)

1270


- 23

Heek

IIa (EG), Noordzee (EG)

1480


- 23

Heek

Vb (EG), VI, VII, XII, XIV

23600


- 23

Heek

VIIIabde

15740


- 23

Heek

VIIIc, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG)

8500


- 6

SOORT

GEBIED

TAC 2000

% WIJZIGING

Haring

Vb (EG), VIaN, VIb

42000


- 38

Haring

VIaS, VIIbc

13900


- 34

Haring

VIIa

5300


- 19

Haring

VIIg,h,j,k (Keltische Zee)

21000


Horsmakreel

IIa (EG), Noordzee (EG)

51000


- 15

Horsmakreel

Vb (EG), VI, VII, VIIIabde, XII, XIV

240000


- 9

Horsmakreel

VIIIc, IX

68000


- 7

Langoustine

Ska/Kat (EG), IIIbcd (EG)

5000


Langoustine

Vb (EG), VI

12600


Langoustine

VII

21000


- 9

Langoustine

VIIIabde

4440


- 20

Langoustine

VIIIc

800


- 20

Langoustine

IX, X, CECAF 34.1.1 (EG)

1500


- 25

Kabeljauw

Kattegat

7000


Kabeljauw

Vb (EG), VI, XII, XIV

7480


- 37

Kabeljauw

VIIa

2100


- 62

Kabeljauw

VIIb-k, VIII, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG)

16000


- 16

Sprot

IIa (EG), Noordzee (EG)

225000


Zandspiering

IIa, Noordzee

1020000

Noorse garnaal

IIa (EG), Noordzee (EG)

7113

SOORT

GEBIED

TAC 2000

% WIJZIGING

Ansjovis

VIII (Golf van Biskaje)

16000


- 51

Ansjovis

IX, X, CECAF 34.1.1 (EG)

10000


- 23

Schartong

VII

17920


- 20

Schartong

VIIIabde

2080


- 20

Schartong

VIIIc, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG)

5000


- 17

Schelvis

Vb (EG), VI, XII, XIV

19000


Schelvis

VII, VIII, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG)

13200


- 32

Wijting

Vb (EG), VI, XII, XIV

4300


- 32

Wijting

VIIa

2640


- 40

Wijting

VIIb-k

22500


- 10

Schol

VIIa

2400


Schol

VIIde

6500


- 12

Schol

VIIfg

800


- 11

Zwarte koolvis

Vb (EG), VI, XII, XIV

7000


- 7

Zwarte koolvis

VII, VIII, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG)

6500


- 26

Makreel

IIa (EG) Ska/Kat, IIIbcd, Noordzee + westelijke wateren, Vb (EG), VI, VII, VIIIabde, XII, XIV

560000


+ 12

Makreel

VIIIc, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG)

39200


+ 12

Ansjovis

Bij de verordening gaat de volgende verklaring van de Commissie.

"De Commissie erkent dat er meer wetenschappelijke en technische gegevens nodig zijn om conservatoire referentiepunten te kunnen bepalen voor het beheer van het ansjovisbestand in de Golf van Biskaje. Derhalve zal de Commissie het WTECV opdragen een uitgebreide risicoanalyse te verrichten waaruit moet blijken wat de consequenties van verschillende meerjaarlijkse beheersstrategieën zijn voor de duurzaamheid van het bestand, m.a.w. wat het risico van het verdwijnen van het bestand is, alsmede voor de totale jaarlijkse vangst. Deze studie zou uiterlijk op 31 maart 2000 voltooid moeten zijn.

Vervolgens zal de Commissie een werkgroep bijeenroepen om de risicoanalyse van het WTECV uit beheersoogpunt te analyseren. De werkgroep zal worden voorgezeten door de diensten van het DG Visserij en de deelnemers zullen wetenschappers zijn die actief zijn op het gebied van kleine pelagische vis, en ambtenaren van de Commissie en van de lidstaten. Verwacht wordt dat de besprekingen van de werkgroep zullen leiden tot een gedetailleerde analyse van de diverse voorzorgsstelsels en de gevolgen daarvan op biologisch, economisch, sociaal en politiek gebied.

Met het oog op een bijgewerkt besluit betreffende het ansjovis-TAC voor 2000 zal de Commissie vóór 31 mei 2000 een vergadering onder leiding van het WTECV bijeenroepen om een analyse te maken van: i) de resultaten van het akoestisch onderzoek en het onderzoek naar het aantal eieren, welke onderzoeken in april/mei zullen plaatsvinden, ii) de commerciële visserijactiviteit die in de eerste maanden van 2000 is waargenomen en iii) voorzover mogelijk, de fysische en oceanografische verschijnselen zoals de opwellingsindex. Aan de hand van al deze gegevens kan dan de omvang van de jaarklas 2000 worden voorspeld. Rekening houdend met de bevindingen van de eerder genoemde beheerswerkgroep en in het licht van de bevindingen van het WTECV, zal de Commissie vervolgens onverwijld passende actie ondernemen."

Kabeljauw

Bij de verordening gaat de volgende verklaring van de Commissie over kabeljauw in de Ierse Zee.

"De Raad en de Commissie nemen nota van de weinig rooskleurige toestand van het kabeljauwbestand van de Ierse Zee (ICES-sector VIIa). De Raad gaat ermee akkoord dat voor 2000 een TAC van 2100 ton is aangenomen teneinde ervoor te zorgen dat de visserijsterfte bij dit bestand in 2000 tot het laagst mogelijke niveau beperkt blijft. Hij vertrouwt erop dat met spoed actie zal worden ondernomen om, naast de totaal toegestane vangst, aanvullende maatregelen uit te werken en toe te passen teneinde het herstel van dit bestand te bevorderen en verwacht dat daartoe in de nabije toekomst een herstelplan zal worden opgezet.

De Raad en de Commissie nemen er nota van dat het wenselijk is over de maatregelen die in het kader van een dergelijk herstelplan moeten worden genomen een zo groot mogelijke mate van overeenstemming tussen de Commissie en de betrokken lidstaten na te streven, teneinde ervoor te zorgen dat die maatregelen brede steun genieten en dat ze effectief kunnen worden uitgevoerd.

De Commissie zal in januari 2000 overwegen om in aanvulling op de TAC maatregelen in te stellen onder de in artikel 15 van Verordening nr. 3760/92 bepaalde voorwaarden. De te bestuderen aanvullende maatregelen zullen gericht zijn op verlaging van de visserijsterfte van jonge vis van recente jaarklassen en urgente bescherming van het volwassen paaibestand in de paaigebieden van februari tot en met april 2000.

De Commissie zal tevens een groep oprichten bestaande uit regeringsdeskundigen, vissers en wetenschappers, die de Commissie voorafgaand aan de opstelling van die aanvullende maatregelen moet adviseren en naderhand de door de Commissie voorgestelde maatregelen en het verwachte effect ervan aan een onderzoek moet onderwerpen."

Blauwe wijting

Bij de verordening gaat de volgende verklaring van de Raad en de Commissie.

"Inzake blauwe wijting heeft de Gemeenschap voortdurend instandhoudingsmaatregelen genomen en haar eigen visserij op deze soort in haar eigen wateren en het door de NEAFC gereglementeerde gebied beperkt, maar derde landen hebben de voorbije jaren hun visserij op deze soort in het gereglementeerde gebied aanzienlijk opgedreven. Dit heeft geleid tot een niet houdbaar niveau van de visserij op deze soort.

Gezien deze situatie zullen de Raad en de Commissie zo nodig op dit vraagstuk terugkomen indien de onderhandelingen binnen de NEAFC begin 2000 niet resulteren in doeltreffende voorschriften voor de visserij op blauwe wijting in het gereglementeerde gebied."

Blauwvistonijn

Bij de verordening gaan de volgende verklaringen.

Verklaring van de Commissie:

"In verband met de aanneming van de TAC van 18.950 ton blauwvintonijn door de Gemeenschap voor 2000, overeenkomstig de aanbevelingen van de ICCAT, verklaart de Commissie dat zij, zodra de lidstaten hun definitieve vangstverklaringen voor 1999 hebben ingediend, zo spoedig mogelijk een wijziging van de TAC voor de Gemeenschap en van de verdeling ervan aan de Raad zal voorstellen, zodat de Raad het besluit vóór het begin van het visseizoen kan nemen. In dit voorstel zal terdege rekening worden gehouden met het communautaire restant van de visserij in 1998 van 2581 ton, zoals geregistreerd door het uitvoeringscomité van de ICCAT, zal erop worden toegezien dat de Gemeenschap geen inbreuk pleegt op de verbintenissen die zij in het kader van deze organisatie is aangegaan en zal worden uitgegaan van de onderbenutting of overbenutting voor 1998 en 1999 van de aan elke lidstaat toegekende vangstmogelijkheden."

Verklaring van de Raad:

"De Raad neemt nota van de toezegging van de Commissie om, vóór het begin van het visseizoen 2000, voor blauwvintonijn een voorstel in te dienen voor de verdeling van het aan de Gemeenschap toegekende extra quotum, en onderstreept daarbij dat het van belang is dat die verdeling wordt gebaseerd op criteria op grond waarvan het in 1998 aan elke lidstaat toegekende quotum volledig kan worden benut.

De Raad erkent het verzoek van Griekenland om de vangststatistieken opnieuw te bezien in het licht van de herziene ICCAT-gegevens."

MAROKKO: TOEKOMSTIGE BETREKKINGEN OP VISSERIJGEBIED

De Raad nam er nota van dat Commissielid FISCHLER voornemens is onderhandelingen met Marokko te openen om de toekomstige visserijbetrekkingen met dat land te regelen. De Raad zegde de Commissie zijn volledige steun toe bij haar pogingen om deze onderhandelingen zo snel mogelijk aan te knopen.

CONTROLEMAATREGELEN IN HET NOORDOOSTELIJK DEEL VAN DE ATLANTISCHE OCEAAN

De Raad nam de verordening aan tot vaststelling van controlemaatregelen voor het gebied waarop het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan van toepassing is; de Portugese delegatie onthield zich van stemming.

Deze verordening strekt ertoe twee aanbevelingen van de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) op te nemen in het Gemeenschapsrecht. Deze aanbevelingen zijn op 1 juli 1999 rechtsgeldig geworden.

Gememoreerd wordt dat de Raad in zijn zitting van 22 november jl. een bespreking heeft gewijd aan de centrale kwestie van het voorstel, te weten de bepalingen inzake de verdeling van de lasten over de Commissie en de lidstaten met het oog op de uitvoering van de door de regionale visserijorganisaties aangenomen regelgevende maatregelen. In tegenstelling tot de regeling van de NAFO (Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan), waarvoor de controle en rechtshandhaving uit de Gemeenschapsbegroting worden gefinancierd, heeft de Commissie voorgesteld dat de lidstaten de lasten voor de uitvoering van de NEAFC-regeling dragen (ter beschikking stellen van inspecteurs en inspectievaartuigen, dragen van investerings- en werkingskosten, enz.). Voor een groot aantal delegaties was dit onaanvaardbaar. In de heden aangenomen compromisoplossing gelden de sleutelbepalingen inzake inspectie en controle dan ook alleen voor 2000. De centrale kwestie van de lastenverdeling zal worden bekeken in het kader van een nieuw voorstel dat de Commissie vóór 30 september 2000 moet indienen met het oog op een permanente oplossing van de kwestie van de lastenverdeling.

TECHNISCHE MAATREGELEN VOOR DE INSTANDHOUDING VAN VISBESTANDEN (O.M. ZANDSPIERING)

De Raad nam nota van de presentatie door de Commissie van haar voorstel voor een verordening houdende vijfde wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen, alsmede van de eerste reacties van de sommige delegaties. De Raad verzocht het Comité van Permanente Vertegenwoordigers een begin te maken met de technische bespreking van het voorstel opdat de Raad dit zo snel mogelijk kan aannemen.

Het voorstel strekt tot wijziging van de verordening betreffende technische instandhoudingsmaatregelen voor wat betreft:


- voorschriften voor zeeflappen of sorteerroosters bij garnalenvisserij;


- stopzetting van de visserij op zandspiering in bepaalde gebieden;


- de voorwaarden voor de toepasbaarheid van nationale maatregelen;


- minimummaten voor tweekleppige weekdieren en schaaldieren.

DIVERSEN


-
REGIONALE VERGADERINGEN

Commissielid FISCHLER schetste in grote lijnen de komende mededeling van de Commissie met een evaluatie van de tweede reeks regionale werkvergaderingen over visserij (1998/1999) en vooruitzichten.


-
SCHARQUOTUM VOOR SAINT-PIERRE EN MIQUELON

De Raad aanhoorde een verzoek van de Franse delegatie om teruggave aan Saint-Pierre en Miquelon van een communautair quotum voor schar in het door de NAFO gereglementeerde gebied, alsmede het antwoord van de Commissie op dit verzoek en de reacties van de lidstaten.


-
WTO-ONDERHANDELINGEN IN SEATTLE

Commissielid FISCHLER bracht de Raad mondeling verslag uit over de visserijaspecten van de onlangs in Seattle gevoerde WTO-onderhandelingen.

o

o o


-
ETIKETTERING VAN RUNDVLEES EN RUNDVLEESPRODUCTEN

Ingevolge de conclusies van de Raad Landbouw van 14 december 1999 (zie de persmededeling in doc. 14067/99) heeft de Raad zich gebogen over een nieuw voorstel van de Commissie, opgesteld na het advies van het Europees Parlement van 15 december. Met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen werd een politiek akkoord bereikt over een verordening waarbij de invoering van een regeling voor verplichte etikettering van rundvlees met acht maanden wordt uitgesteld in plaats van met een jaar (zoals door de Raad Landbouw van 14 december bepaald), en waarbij de facultatieve etiketteringsregeling van Verordening (EG) nr. 820/97 gedurende deze periode verlengd wordt.

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNTEN

(Besluiten die vergezeld gaan van de verklaringen die de Raad voor het publiek beschikbaar heeft gesteld, zijn aangegeven met een asterisk; deze verklaringen zijn verkrijgbaar bij de Persdienst).

VISSERIJ

Richtprijzen voor visserijproducten voor 2000

De Raad nam drie verordeningen aan tot vaststelling van de richtprijzen voor het visseizoen 2000.

De bijlagen bij Verordening (EEG) nr. 3759/92 zijn als volgt:

VISSERIJPRODUCTEN: PRIJSVOORSTELLEN VOOR 2000

SOORTEN VAN BIJLAGE I

Soort

Verschil (in %) 2000/1999


1. Haring

Clupea harengus


- 3,5


2. Sardines

Sardina pilchardus


+2


3. Doornhaai

Squalus acanthias


+2


4. Hondshaai

Scyliorhinus spp.


+1


5. Noorse schelvis

Sebastes spp.


+1


6. Kabeljauw

Gadus morhua


+1,5


7. Koolvis

Pollachius virens


+1,5


8. Schelvis

Melanogrammus aeglefinus


+1


9. Wijting

Merlangus merlangus.


+1

10. Leng

Molva spp.


+2

11. Makreel

Scomber scombrus


- 2,5

12. Spaanse makreel

Scomber japonicus

0

13. Ansjovis

Engraulis spp.


- 0,5

14. Schol (jan-apr)

Pleuronectes platessa


+1

15. Schol (mei-dec)

Pleuronectes platessa


+1

16. Heek

Merluccius merluccius


+2

17. Schartong

Lepidorhombus spp.


+1

18. Braam

Brama spp.


+2

19. Zeeduivel

Lophius spp


+2

20. Zeeduivel (zonder kop)

Lophius spp.


+2

21. Garnaal

Crangon crangon


+2

22. Noordzeekrab

Cancer pagurus

0

23. Langoestine, in gehele staat

Nephrops norvegicus


+1

24. Langoestine, zonder kop

Nephrops norvegicus

0

25. Schar

Limanda limanda

0

26. Bot

Platchtys flesus

0

27. Witte tonijn, in gehele staat

Thunnus alalunga

0

28. Witte tonijn, ontdaan van ingewanden, met kop

Thunnus alalunga

0

29. Inktvis

Sepia officinalis

0

30. Tong

Solea spp.

0

31. Noorse garnaal, gekookt

Pandalus borealis

0

32. Noorse garnaal, vers

Pandalus borealis


+1

SOORTEN VAN BIJLAGE II

Soort

Verschil (in %) 2000/1999


1. Zeebrasem

Dentex dentex et Pagellus spp.


- 1


2. Pijlinktvis

Loligo patagonica


+2


3. Pijlinktvis

Ommastrephes sagittatus

0


4. Inktvis

Illex argentinus


- 1


5. Inktvis

Sepia officinalis,

Rossia macrosoma , Sepiola rondeletti


- 2


6. Achtarmige inktvis

Octopus spp


- 1


7. Zwarte heilbot

Reinhardtius hippoglossoides


- 1


8. Heek, in gehele staat

Merluccius spp.


- 1


9. Heek, gefileerd

Merluccius spp.


- 1

10. Garnaal

Parapenaeus longirostris

0

11. Andere soorten van de familie

Penaeidae


- 2

SOORTEN VAN BIJLAGE III

Producten

Verschil (in %) 2000/1999

Geelvintonijn

Thunnus albacares


- 2

Gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur *

De Raad nam de verordening aan inzake de gemeenschappelijke marktordening in de sector visserij- en aquacultuurproducten.

De ontwerp-verordening heeft ten doel ervoor te zorgen dat de voorschriften voor de ordening van de markt in visserijproducten, met inbegrip van de interventiemechanismen, een positieve bijdrage leveren aan het duurzame karakter van de visserijpraktijken (bijv. door verspilling van vis zoveel mogelijk te voorkomen).

De volgende maatregelen worden ingevoerd:

Informatieverstrekking aan de consument

Het is de bedoeling de informatieverstrekking aan de consument te verbeteren door de invoering van etiketteringsvoorschriften voor visserijproducten wanneer deze voor detailverkoop worden aangeboden.

Producentenorganisaties

Doel is, de rol en de verantwoordelijkheid van de producentenorganisaties te versterken door hen nieuwe verplichtingen betreffende degelijk beheer van hulpbronnen op te leggen, die met nieuwe, maar tijdelijke steun aan deze organisaties zullen worden gecompenseerd; er worden beginselen voor het verlenen en intrekken van de erkenning vastgesteld. Alle producentenorganisaties zijn ertoe gehouden anticiperende maatregelen te nemen voor het beheer van de productie van hun leden en er komen sancties bij niet-nakoming van deze verplichting. In de tekst is een bepaling opgenomen betreffende de toekenning van een tijdelijke vergoeding aan producentenorganisaties ter compensatie van de uit deze verplichting voortvloeiende kosten. De steunregelingen voor de oprichting van producentenorganisaties en de invoering van plannen ter verbetering van de kwaliteit zijn overgeheveld naar de verordening betreffende de structurele acties in de visserijsector.

Er kan aanvullende steun worden verleend aan producentenorganisaties die maatregelen ontwikkelen ter verbetering van de organisatie en het functioneren van de afzet van vis alsmede maatregelen die kunnen leiden tot een beter evenwicht van vraag en aanbod. Deze steun wordt gedeeltelijk uit het FIOV gefinancierd.

Interventie

Interventie heeft hoofdzakelijk ten doel als vangnet te fungeren, waarbij ophoudmaatregelen slechts in laatste instantie in aanmerking komen. Bijgevolg zullen het bedrag van de financiële vergoeding en de in aanmerking komende hoeveelheden in de periode 2001-2003 geleidelijk worden verlaagd en zal het niveau van medeverantwoordelijkheid van de producentenorganisaties worden verhoogd.

De hoeveelheden die in aanmerking komen voor steun voor verkoopuitstel (financiële steun voor vis die wordt opgeslagen voor menselijke consumptie in een later stadium) zullen substantieel worden verhoogd en de lijst van toegestane verwerkingsmethoden zal worden uitgebreid. De uitvoeringsmaatregelen zullen ook worden toegepast om het gebruik van dit mechanisme in plaats van ophoudmaatregelen te vergemakkelijken.

In het kader van het mechanisme van autonome ophoud- en uitstelmaatregelen mag slechts een beperkte hoeveelheid producten uit de markt genomen worden, en het totale interventievolume

dat in aanmerking komt voor een vergoeding, blijft een vast percentage van de hoeveelheden die aangeboden worden voor detailverkoop.

Er kan steun voor particuliere opslag worden verleend aan de producentenorganisaties voor aan boord van de vaartuigen bevroren producten.

Compenserende vergoeding voor tonijn die voor de conservenindustrie bestemd is

Onder bepaalde voorwaarden kan aan producentenorganisaties een compenserende vergoeding worden toegekend voor het feit dat de communautaire markt voor invoer opengesteld wordt.

Handelsverkeer met derde landen

Met het oog op een meer concurrerende en stabiele bevoorrading van de verwerkende industrie, in het bijzonder met soorten die de communautaire producenten niet in toereikende mate kunnen leveren, wordt voorgesteld om de rechten voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk autonoom te schorsen. Daarnaast is overeengekomen om voor een aantal visserijproducten meerjarige tariefcontingenten vast te stellen, die tijdens de periode 2001-2003 zullen worden toegepast.


* * *

Aquacultuurproducten

De gemeenschappelijke marktordening bestrijkt in het algemeen meer aquacultuurproducten dan de huidige regeling; voor een aantal van deze producten gelden de voorschriften betreffende de opstelling van werkprogramma's en kwaliteitsplannen door de producentenorganisaties en betreffende informatieverstrekking aan de consument.

Structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector *

De Raad nam met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, waarbij de Nederlandse delegatie tegenstemde en de delegatie van het Verenigd Koninkrijk zich onthield, de verordening aan tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector.

Doel van de structurele acties in de visserijsector is, bij te dragen aan de herstructurering van de sector door gunstige omstandigheden te scheppen voor de ontwikkeling en de modernisering ervan. Deze acties vormen dan ook een integrerend onderdeel van het gemeenschappelijke visserijbeleid.

Met deze acties wordt het volgende beoogd:


- bij te dragen aan de totstandbrenging van een duurzaam evenwicht tussen de visbestanden en de exploitatie daarvan, met name door de invoering van een regeling voor de vernieuwing van de vloot die op doeltreffende wijze bijdraagt tot de aanpassing van de vangstcapaciteit maar tevens een modernisering van de vloot mogelijk maakt,

- de concurrentiekracht te versterken en bij te dragen tot de ontwikkeling van economisch levensvatbare bedrijven in alle geledingen van de productieketen,

- de aanvoer van visserij- en aquacultuurproducten te verbeteren en deze producten een toegevoegde waarde te geven,


- bij te dragen tot de heropleving van de van visserij afhankelijke gebieden.

Sleutelelementen van het akkoord dat vandaag is bereikt.

Vernieuwing van de vloot en modernisering van vissersvaartuigen

Elke lidstaat legt de Commissie permanente regelingen voor controle op de vernieuwing en de modernisering van de vloot voor. De lidstaten tonen aan dat in- en buitenbedrijfstellingen van vaartuigen uit de vloot zodanig zullen worden beheerd dat de capaciteit de in het meerjarig oriëntatieprogramma vastgestelde jaarlijkse doelstellingen, in totaal en voor de betrokken vlootsegmenten, niet overschrijdt of dat, in voorkomend geval, de vangstcapaciteit geleidelijk wordt verminderd tot deze doelstellingen zijn bereikt. In deze regelingen moet er rekening mee worden gehouden dat capaciteit die met overheidssteun is onttrokken, niet kan worden vervangen. Vaartuigen met een lengte van minder dan 12 m die geen trawler zijn, zijn evenwel van deze voorwaarde vrijgesteld.

De lidstaten kunnen een aanvraag indienen voor een duidelijk omschreven en gekwantificeerde verhoging van de capaciteitsdoelstellingen in verband met maatregelen ter verbetering van de veiligheid, de navigatie op zee, de hygiëne, de productkwaliteit en de arbeidsomstandigheden, op voorwaarde dat die maatregelen niet leiden tot een verhoging van het exploitatieniveau van de betrokken bestanden.

Overheidssteun voor vernieuwing en modernisering van de vloot wordt alleen verleend op onderstaande voorwaarden:


- wanneer de jaarlijkse doelstellingen, in totaal en voor de betrokken vlootsegmenten, worden nageleefd, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de met overheidssteun ingebrachte capaciteit tijdens de programmeringsperiode 2000-2006 gecompenseerd wordt door zonder overheidssteun aan de vloot een capaciteit te onttrekken die in totaal zowel in tonnage als motorvermogen ten minste gelijk is aan de in de vlootsegmenten ingebrachte nieuwe capaciteit;
- tot 31 december 2001 moeten de lidstaten, wanneer de totale doelstelling is bereikt, maar de jaarlijkse doelstellingen van de betrokken vlootsegmenten nog niet worden nageleefd, er tijdens de periode 2000-2001 voor zorgen dat de onttrokken capaciteit ten minste 30% groter is dan de in de betrokken vlootsegmenten ingebrachte capaciteit;

- ook voor de uitrusting of modernisering van vaartuigen kan overheidssteun worden verleend, wanneer het niet gaat om in tonnage of motorvermogen gemeten capaciteit;

De Raad neemt uiterlijk op 31 december 2001 een besluit over de nodige aanpassingen die met ingang van 1 januari 2002 op deze bepalingen van toepassing zullen zijn.

De lidstaten kunnen ten behoeve van vissers sociaal-economische maatregelen nemen. Financiële bijstand uit hoofde van het FIOV (Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij) kan onder de in de tekst vastgestelde voorwaarden worden verleend voor:

sB cofinanciering van nationale steunregelingen voor vervroegde uittreding,

sB regelingen waarbij een forfaitaire premie wordt toegekend aan vissers die werkloos geworden zijn als gevolg van de definitieve beëindiging van de activiteiten van het vaartuig waarop zij werkzaam waren,
sB regelingen waarbij een forfaitaire premie wordt toegekend aan vissers met het oog op herscholing of diversificatie van hun activiteiten naar gebieden buiten de zeevisserij, of sB regelingen waarbij een premie wordt toegekend aan vissers jonger dan 35 jaar die voor de eerste keer een vaartuig verwerven.

Beëindiging van visserijactiviteiten

Waar nodig kunnen de visserij-inspanningen aangepast worden door de definitieve beëindiging van de visserijactiveiten van vaartuigen. Voor deze maatregel komen slechts vaartuigen in aanmerking die meer dan 10 jaar oud zijn.

Definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten van vaartuigen is mogelijk door:


- de sloop van het vaartuig,


-
de definitieve overbrenging van het vaartuig naar een derde land, of

- het definitieve gebruik van het vaartuig voor andere doeleinden dan visserij.

Voor definitieve beëindiging kan, onder de in de verordening vastgestelde voorwaarden, overheidssteun verleend worden. Deze steun kan in overeenstemming met de in de tekst opgenomen specifieke bepalingen ook worden uitgebreid tot gevallen waarin vaartuigen overgebracht worden naar gemengde vennootschappen in derde landen.

Technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden

De Raad nam de verordening aan houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen.

Met deze verordening wordt beoogd in Verordening (EG) nr. 850/98 vier specifieke wijzigingen aan te brengen:

a) een wijziging van het gebied en de periode voor de sluiting tot bescherming van Douglas Bankharing gedurende de paaitijd; b) opneming van specifieke bepalingen over het gebruik van Deense zegennetten in de zogenoemde "schol-box";
c) opneming van de vergunning voor het gebruik van ringzegens bij scholen vissen die samen met zeezoogdieren worden aangetroffen, onder bepaalde in het kader van de Overeenkomst inzake het Internationale Programma voor het behoud van dolfijnen overeengekomen voorwaarden;

d) een herziening van de passende maaswijdte voor staand vistuig voor twee soorten hondshaai.

Autonome tariefcontingenten voor bepaalde visserijproducten *

De Raad nam met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, waarbij de Italiaanse delegatie tegenstemde, de verordening aan tot wijziging van Verordening (EG) nr. 745/99 betreffende de opening en de wijze van beheer van autonome communautaire tariefcontingenten voor bepaalde visserijproducten.

Deze verordening voorziet in een stijging van het contingent voor kabeljauw tot 75.000 ton met ingang van 1 april 1999.

Schorsing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief

De Raad nam de verordening aan houdende tijdelijke, gehele of gedeeltelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde visserijproducten (2000).

De betrokken producten zijn:

Omschrijving

Autonoom recht

%

Vlees van doornhaai (Squalus acanthias), vers, gekoeld of bevroren

6

Steur, vers, gekoeld of bevroren, bestemd om te worden verwerkt (a) (b)

0

Snotolf (Cyclopterus lumpus), met kuit, vers of gekoeld, bestemd om te worden verwerkt (a)

0

Rode snapper (Lutjanus purpureus), vers, gekoeld of bevroren, bestemd om te worden verwerkt (a) (c)

0

Kuit, vers, gekoeld of bevroren

0

Pacifische Zalm (Oncorhynchus spp.), bevroren en ontdaan van de kop, bestemd voor de verwerkende industrie voor de vervaardiging van pasta's of smeersels (a)

0

Filets en vlees van Alaska koolvis (Theragra chalcogramma), in de vorm van industriële blokken, bevroren, bestemd om te worden verwerkt (a) (b)


3.5

Kuit, gezouten of gepekeld

0

Kril, bestemd om te worden verwerkt (a)

0

Pacifische zalm (Oncorhynchus spp.), bestemd voor de verwerkende industrie voor de vervaardiging van pasta's of smeersels (a)

0

Kuit, gewassen, ontdaan van het aanklevende bindweefsel, enkel gezouten of gepekeld, bestemd om te worden verwerkt (a)

0

Krabben van de soorten "King" (Paralithodes camchaticus), "Hanasaki" (Paralithodes brevipes), "Kegani" (Erimacrus isenbecki), "Queen" en "Snow" (Chionoecetes spp.), "Red" (Geryon quinquedens), "Rough stone" (Neolithodes asperrimus), Lithodes antarctica, "Mud" (Scylla serrata), "Blue" (Portunus spp.), enkel in water gekookt en ontdaan van de schaal, ook indien bevroren, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van 2 kg of meer

0

Krabben van de soort Paralomis granulosa

0

Bulgarije - overeenkomst inzake visserijproducten

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan een besluit over de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Bulgarije over visserijproducten, tot wijziging van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds.

Het nieuwe protocol heeft ten doel wederzijdse tariefconcessies voor de handel in visserijproducten vast te stellen, en voorziet in een herzieningsclausule waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen op de markt en de bijzondere gevoeligheid van de betrokken producten.

EER

Wijzigingen van de EER-Overeenkomst

Namens de EU bereikte de Raad overeenstemming over vijf binnenkort door het Gemengd Comité van de EER goed te keuren ontwerp-besluiten, die tot doel hebben bepaalde bijlagen en protocollen bij de EER-Overeenkomst te wijzigen.

Het eerste ontwerp-besluit strekt tot wijziging van Bijlage I (veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-Overeenkomst. Overeenkomstig het ontwerp-besluit zal Bijlage I worden aangepast aan de uitkomst van een herziening van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het in de handel brengen van aquicultuurdieren en aquicultuurproducten die heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een aanpassing van deze bijlage aan Richtlijn 91/67/EEG van 28 januari 1991, die betrekking heeft op dezelfde aangelegenheden.

Het tweede ontwerp-besluit strekt tot wijziging van Bijlage II (technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst. Hierbij wordt Bijlage II aangepast aan Beschikking nr. 292/97/EG van 19 december 1996 betreffende de handhaving van nationale wetgeving die het gebruik van bepaalde additieven bij de vervaardiging van bepaalde specifieke levensmiddelen verbiedt.

Het derde ontwerp-besluit strekt tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-Overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden. Door deze wijziging wordt de samenwerking op milieugebied geactualiseerd, door te voorzien in een kader voor samenwerking met betrekking tot het Europees raadgevend forum voor milieu en duurzame ontwikkeling. De EER-EVA-staten zullen aldus volledig kunnen deelnemen aan de communautaire activiteiten op dit gebied.

Het vierde ontwerp-besluit strekt tot wijziging van Bijlage VI (sociale zekerheid) bij de EER-Overeenkomst. Door deze wijziging worden de recente veranderingen in de communautaire socialezekerheidsregelingen - uitbreiding van de desbetreffende verordeningen tot bijzondere stelsels voor ambtenaren - in de EER-Overeenkomst opgenomen.

Het vijfde besluit strekt tot wijziging van Bijlage VIII (recht van vestiging) en Bijlage V (vrij verkeer van werknemers) bij de EER-Overeenkomst. Op basis van een gezamenlijke evaluatie die overeenkomstig artikel 9, lid 2, van protocol 15 aan het einde van de overgangsperiode is uitgevoerd, is gebleken dat de specifieke geografische situatie van Liechtenstein de handhaving van bepaalde voorwaarden voor het recht van verblijf in Liechtenstein rechtvaardigt, en dat voor de uitoefening van economische activiteiten dezelfde regels moeten gelden als overal in de EER. Met dit ontwerp-besluit wordt een en ander in bovengenoemde bijlagen opgenomen.

HANDEL

Antidumping - invoer van furfuraldehyde van oorsprong uit China

De Raad nam een verordening aan tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van furfuraldehyde van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

Deze verordening is gebaseerd op de resultaten van een op verzoek van een Chinese exporteur uitgevoerd tussentijds nieuw onderzoek, van Verordening (EG) nr. 95/95, waarbij de Raad reeds een definitief antidumpingrecht van 352 ecu per ton op bovengenoemde invoer had ingesteld.

Uit het tussentijds nieuw onderzoek van de Commissie is evenwel gebleken dat de omstandigheden ten aanzien van dumping en schade niet aanzienlijk zijn gewijzigd vergeleken met het oorspronkelijke onderzoek. De nieuwe verordening handhaaft dan ook de maatregelen in hun huidige vorm en op het huidige niveau, namelijk 352 ecu per ton. De duur van de herziene maatregelen wordt evenwel beperkt tot 4 jaar.

Vietnam - invoer van schoeisel

De Raad nam


- een besluit over de ondertekening namens de Europese Gemeenschap van een memorandum van overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Vietnam ter bestrijding van fraude bij de handel in schoeisel, en tot goedkeuring van de voorlopige toetsing ervan, alsmede

- een verordening houdende gemeenschappelijke voorschriften voor de invoer van schoeisel uit Vietnam
aan.

Tunesië - invoer van olijfolie

De Raad nam


- een besluit betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de EG en de Republiek Tunesië met betrekking tot de regeling, voor het tijdvak van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000, inzake de invoer in de Gemeenschap van ruwe olijfolie van oorsprong uit Tunesië voor een hoeveelheid van ten hoogste 46.000 ton, tegen een verminderd douanerecht van 7,81 EUR/100 kg;
- een verordening houdende vaststelling van de algemene regels voor de invoer van olijfolie van oorsprong uit Tunesië en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 906/98
aan.

Overeenkomst EG/Cambodja betreffende de handel in textielproducten

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan een besluit inzake de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Cambodja betreffende de handel in textielproducten.

Deze overeenkomst is op 3 februari 1999 geparafeerd en wordt, in afwachting van de formele sluiting, voorlopig toegepast sinds 1 augustus 1999.

Westelijke Balkan - autonome communautaire invoerregelingen

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan een verordening betreffende de regelingen inzake de invoer in de Gemeenschap van producten van oorsprong uit de Republiek Bosnië-Herzegovina en de Republiek Kroatië, alsmede inzake de invoer van wijn van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de Republiek Slovenië.

De bestaande regelingen lopen af op 31 december 1999 en moeten worden vervangen door bepalingen van toekomstige bilaterale overeenkomsten en specifieke wijnovereenkomsten waarover met de landen in kwestie moet worden onderhandeld. In de tussentijd worden de autonome handelspreferenties in het kader van een nieuwe en algemene verordening tot 2001 verlengd.

Zuid-Afrika: Overeenkomst betreffende handel, ontwikkeling en samenwerking *

De Raad nam met gekwalificeerde meerderheid een verordening aan tot vaststelling van procedures voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Zuid-Afrika.

Deze verordening stelt procedures vast die nodig zijn opdat de met Zuid-Afrika gesloten overeenkomst betreffende handel, ontwikkeling en samenwerking op 1 januari 2000 in werking kan treden wat de handelsaspecten betreft. De verordening bevat meer bepaald de voorschriften voor de berekening van de preferentiële rechten die de Gemeenschap overeenkomstig Protocol I bij de overeenkomst ten aanzien van producten van oorsprong uit de Republiek Zuid-Afrika moet toepassen.

Bij de aanneming van deze verordening legden de Raad en de Commissie de volgende verklaring af:

"De gezamenlijke verklaring van 10 oktober 1999 over de onderhandelingen betreffende wijn en gedistilleerd tussen Zuid-Afrika en de Europese Gemeenschap omvat onder meer de verbintenis van Zuid-Afrika dat bij deze overeenkomst de overeenkomst inzake port en sherry, in exact dezelfde, in maart overeengekomen bewoordingen, wordt geïntegreerd in de Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking. De overeenkomst heeft betrekking op alle producten waarvoor momenteel de namen "port" en "sherry" worden gebruikt.

De Raad en de Commissie kunnen bevestigen dat deze formulering ook geldt voor handelsnamen waarin de namen "port" en "sherry" vervat zijn. Indien deze verbintenis niet zou worden uitgevoerd zoals de bedoeling is, zouden de Raad en de Commissie dat beschouwen als een inbreuk op de overeenkomst."

De Commissie
verklaarde voorts vastbesloten te zijn om de overeenkomst inzake wijn en gedistilleerd zo spoedig mogelijk te sluiten. Zij beschouwt de sluiting van deze overeenkomst als een essentieel onderdeel van het totale pakket handelsbetrekkingen met Zuid-Afrika. Traditionele uitdrukkingen die krachtens het Europese Gemeenschapsrecht beschermd zijn, moeten onder de overeenkomst vallen en de Commissie zal alles in het werk stellen om dat resultaat te bereiken.

Betrekkingen met de geassocieerde LMOE - oorsprongsregels

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan zes besluiten inzake het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van wijzigingen in de respectieve protocollen betreffende de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en administratieve samenwerking die gehecht zijn aan de Europa-Overeenkomsten tussen de EG en


- Bulgarije


- Estland


- Litouwen


- Polen


- Roemenië


- Slowakije.

De voorgestelde wijzigingen strekken ertoe bepaalde nieuwe wijzigingen van technische aard aan te brengen in het stelsel van Europawijde cumulatie van de oorsprongsregels dat in de eerste helft van 1997 werd ingevoerd en begin 1999 werd gewijzigd met het oog op de uitbreiding van het toepassingsgebied en bepaalde verbeteringen in de werking ervan.

DOUANE-UNIE

Communautaire tariefcontingenten

De Raad nam de verordening aan betreffende de opening en het beheer van de in de GATT geconsolideerde communautaire tariefcontingenten en van enkele andere communautaire tariefcontingenten alsmede tot vaststelling van de voorwaarden voor de wijziging of aanpassing van die contingenten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1808/95 van de Raad.

Deze verordening herschrijft en vereenvoudigt Verordening (EG) nr. 1808/95 betreffende de opening en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouw-, industrie- en visserijproducten en de vaststelling van modaliteiten voor de aanpassing van die contingenten, die verscheidene malen ingrijpend is gewijzigd.

Douanerechten voor bepaalde industrie- en landbouwproducten *

De Raad nam


- een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/96 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde industrie- en landbouwproducten (met name voor palmolie, kokosolie, palmpittenolie en palmnotenolie, zoals verklaard bij de vaststelling van de tariefcontingenten voor die producten in november 1999);

- een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2505/96 betreffende de opening en de wijze van beheer van autonome communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouw- en industrieproducten

aan.

EGKS

Kazachstan - handel in bepaalde ijzer- en staalproducten

De vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, namen een besluit aan betreffende bepaalde maatregelen die van toepassing zijn op Kazachstan voor wat betreft de handel in bepaalde onder het EGKS-Verdrag vallende ijzer- en staalproducten.

Het besluit heeft tot doel de bestaande autonome tariefcontingenten voor bepaalde ijzer- en staalproducten - die normaliter eind 1999 zouden aflopen - voor 6 maanden (1 januari 2000 tot en met 30 juni 2000) te verlengen, in afwachting van de inwerkingtreding van de nieuwe overeenkomst met Kazachstan, met dien verstande dat de autonome contingenten zullen worden vervangen door de bepalingen van die overeenkomst, waarover reeds is onderhandeld, vanaf het tijdstip waarop de overeenkomst in werking treedt.

De Raad nam voorts een verordening aan betreffende het beheer van het systeem voor dubbele controle zonder kwantitatieve beperkingen voor de uitvoer van bepaalde onder het EG-Verdrag en het EGKS-Verdrag vallende staalproducten uit Kazachstan naar de Europese Unie.

EXTERNE BETREKKINGEN

Bosnië-Herzegovina

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan een verlenging van Gemeenschappelijk Optreden 95/545/GBVB ten aanzien van de deelneming van de Europese Unie aan de structuren voor de uitvoering van het Dayton-vredesakkoord voor Bosnië-Herzegovina, dat op 14 december 1995 in Parijs is ondertekend.

De bijdrage uit de EG-begroting voor 2000 beloopt 14.958.274 euro, hetgeen overeenkomt met 53% van de financiering - samen met andere leden van de internationale gemeenschap - van de algemene begroting van de hoge vertegenwoordiger voor Bosnië-Herzegovina.

Albanië

De Raad nam een besluit aan tot wijziging van Besluit 1999/320/GBVB inzake een bijdrage van de Europese Unie aan de inzameling en vernietiging van wapens in Albanië.

Ingevolge dit nieuwe besluit wordt de EU-bijdrage, die oorspronkelijk beperkt was tot het district Gramsh, tot twee andere districten (Elbasan en Peshkopja) uitgebreid, met behoud van alle parameters, ook de financiële, van het besluit van de Raad van 10 mei 1999.

Samenwerkingsprogramma van de Europese Unie voor non-proliferatie en ontwapening in de Russische Federatie

De Raad nam een gemeenschappelijk optreden aan tot vaststelling van een samenwerkingsprogramma van de Europese Unie voor non-proliferatie en ontwapening in de Russische Federatie.

Dit programma volgt de doelstellingen van de door de Europese Raad van Keulen aangenomen gemeenschappelijke strategie van de Europese Unie ten aanzien van Rusland en van de met Rusland gesloten Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst.

Meer in het bijzonder heeft het programma tot doel, de Russische Federatie te steunen in haar pogingen om te komen tot wapenbeheersing en ontwapening, en te dien einde:


- samen te werken met de Russische Federatie in haar streven naar een betrouwbare, veilige en milieuvriendelijke ontmanteling en/of omschakeling van de infrastructuur en uitrusting voor haar massavernietigingswapens;

- een wettelijk en operationeel kader te creëren voor een grotere rol van de Europese Unie - in de vorm van projectgerichte samenwerking - bij risicoverminderende samenwerkingsactiviteiten in de Russische Federatie;

- waar nodig, de coördinatie van programma's en projecten op dit gebied te bevorderen op communautair, nationaal en internationaal niveau.

In het gemeenschappelijk optreden wordt gestipuleerd dat het programma in een eerste fase een bijdrage levert voor een proeffabriek voor de vernietiging van chemische wapens in Gorny, in het district Saratov in Rusland, en een reeks studies en experimentele studies over het vervoer, de opslag en de verwijdering van plutonium. Andere projecten die in de toekomst in aanmerking komen voor financiering in het kader van het programma (op biologisch, chemisch en nucleair gebied) worden door de Raad, op aanbeveling van een lidstaat en/of de Commissie, vastgesteld.

Het referentiebedrag voor het programma beloopt 8.900.000 euro voor de jaren 1999 en 2000. De Raad neemt de nodige beslissingen voor de voortzetting van het programma na 31 december 2001.

Uit hoofde van het gemeenschappelijk optreden wordt de Commissie de voorbereiding van de goed te keuren projecten evenals het toezicht op de juiste uitvoering toevertrouwd. Zij wordt bijgestaan door een team van deskundigen. De Commissie dient op gezette tijden en naar behoefte aan de Raad te rapporteren.

Speciale gezant van de Europese Unie voor het vredesproces in het Midden-Oosten

De Raad nam een gemeenschappelijk optreden aan tot verlenging, tot en met 31 december 2000, en wijziging van Gemeenschappelijk Optreden 96/676/GBVB betreffende de benoeming van een speciale gezant van de Europese Unie voor het vredesproces in het Midden-Oosten.

Het financieel referentiebedrag ter dekking van de kosten in verband met de verlenging van de missie van de speciale vertegenwoordiger van de EU voor 2000, beloopt 2.845.000 euro.

De speciale vertegenwoordiger van de EU zal op gezette tijden en wanneer de behoefte daartoe zich doet gevoelen, onder het gezag van het voorzitterschap, hierin bijgestaan door de
secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, richtsnoeren ontvangen van en verslag uitbrengen aan de Raad. De Commissie zal daarbij volledig worden betrokken.

Mozambique - accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens

De Raad nam het besluit aan tot uitvoering van gemeenschappelijk Optreden 1999/34/GBVB met het oog op een bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Mozambique.

De gezamenlijke grensoverschrijdende operaties van de Zuid-Afrikaanse politie en de politie van Mozambique (operatie Rachel) met het oog op de opsporing, inzameling en vernietiging van wapens in Mozambique worden gesteund met een bedrag van 200.000 euro.

Dit gemeenschappelijk optreden maakt deel uit van een breder opgezet optreden binnen de betrokken internationale gremia om bijstand te verlenen aan landen die vragen om ondersteuning bij het onder controle brengen of elimineren van een overschot aan handvuurwapens op hun grondgebied.

ONTWIKKELING

Milieuaspect en ontwikkelingsproces

De Raad stelde een gemeenschappelijk standpunt vast met het oog op de aanneming van een verordening betreffende maatregelen ter bevordering van de reële integratie van het milieuaspect in het ontwikkelingsproces in de ontwikkelingslanden.

De ontwerp-verordening voorziet in communautaire steun aan de ontwikkelingslanden bij hun inspanningen om het milieuaspect in hun ontwikkelingsproces te integreren. Daartoe verstrekt de Gemeenschap financiële bijstand en passende deskundigheid teneinde beleidslijnen, strategieën, instrumenten en technologieën voor duurzame ontwikkeling uit te werken en de uitvoering of toepassing ervan te bevorderen.

De Raad raamt de financiële middelen voor de uitvoering van deze steun voor de periode 2000-2006 op een bedrag van 50,4 miljoen euro.

In dit verband zij herinnerd aan de internationale verbintenissen die door de EU en haar lidstaten zijn aangegaan, met name de Verklaring van Rio en het Actieprogramma "Agenda 21", alsmede aan de herziening, in september 1998, van het beleidsplan en actieprogramma van de Europese Gemeenschap inzake het milieu en duurzame ontwikkeling, waarbij meer kracht moet worden bijgezet aan de rol die de Gemeenschap bij de internationale samenwerking op dit gebied speelt.

Tropische bossen

De Raad stelde een gemeenschappelijk standpunt vast met het oog op de aanneming van een verordening betreffende maatregelen ter bevordering van het behoud en het duurzaam beheer van tropische bossen en andere bossen in ontwikkelingslanden.

De ontwerp-verordening voorziet in financiële bijstand en passende deskundigheid om het behoud en het duurzaam beheer van tropische bossen en andere bossen in ontwikkelingslanden te bevorderen zodat de bossen aan de economische, sociale en milieueisen die op lokaal, nationaal en mondiaal niveau worden gesteld, kunnen voldoen. De Raad raamt de financiële middelen voor deze steun van 2000 tot en met 2006 op een bedrag van 63 miljoen euro. De uit hoofde van deze verordening verstrekte bijstand en deskundigheid vormen een aanvulling op en een versterking van die welke reeds door andere ontwikkelingssamenwerkingsinstrumenten worden verstrekt.

In dit verband zij herinnerd aan de internationale verbintenissen die door de EU en haar lidstaten op dit gebied zijn aangegaan, alsmede aan de verordening van de Raad van 20 december 1995 betreffende maatregelen op het gebied van tropische bossen, waarbij een kader voor communautaire hulp op dit terrein werd opgezet. Dankzij deze verordening, die van toepassing was tot 31 december 1999, kon waardevolle ervaring op dit gebied worden opgedaan.

BELASTINGEN

Accijnsrecht op minerale oliën *

De Raad nam een beschikking aan waarbij de lidstaten toestemming wordt verleend de voor bepaalde, voor specifieke doeleinden gebruikte minerale oliën bestaande verlagingen of vrijstellingen van het accijnsrecht toe te passen of te blijven toepassen overeenkomstig de procedure van Richtlijn 92/81/EEG.

Deze toestemming geldt tot en met 31 december 2000 en zal daarna automatisch telkens gedurende twee jaar blijven gelden, tenzij de Raad met eenparigheid van stemmen anders beslist.

ECOFIN

Benoeming van de directeur van het OLAF

Na het overleg tussen vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie dat op 14 december 1999 in Straatsburg heeft plaatsgevonden, bevestigde de Raad dat hij instemt met de benoeming van de heer Franz-Hermann BRUENER (D) tot directeur van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

De Raad was verheugd over het voornemen van de Commissie om over te gaan tot deze benoeming tijdens de bijeenkomst van het College op 22 december 1999.

Procedure buitensporig tekort

In het licht van het akkoord dat op 29 november 1999 in de Raad ECOFIN is bereikt, nam de Raad formeel de beschikking aan tot intrekking van de beschikking betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Griekenland (zie persmededeling nr. 13456/99 Presse 381).

LANDBOUW

Boviene somatotropine (BST)*

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan een Beschikking betreffende het op de markt brengen en het toedienen van boviene somatotropine (BST) en tot intrekking van Beschikking 90/218/EEG van de Raad. De beschikking heeft ten doel het op de markt brengen en het toedienen van BST aan melkkoeien in de Gemeenschap per 1 januari 2000 te verbieden. Dit verbod laat de productie of de invoer van boviene somatotropine in de lidstaten ten behoeve van de uitvoer naar derde landen onverlet.

Ondernemingen die boviene somatotropine aankopen of produceren en ondernemingen die, in welke hoedanigheid ook, gemachtigd zijn om deze stoffen op de markt te brengen, houden ten behoeve van de bevoegde autoriteiten registers bij waarin gedetailleerd wordt vermeld welke hoeveelheden ervan geproduceerd of aangeschaft zijn en welke hoeveelheden zijn verkocht of gebruikt voor andere doeleinden dan het op de markt brengen, en waarin de namen worden opgenomen van de personen aan wie deze hoeveelheden zijn verkocht of van wie ze zijn gekocht.

INTERNE MARKT

Douane 2000-programma*

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan alle amendementen van het Europees Parlement op de Beschikking tot wijziging van Beschikking 210/97/EG houdende goedkeuring van een actieprogramma voor de douane in de Gemeenschap ("Douane 2000") en tot intrekking van Beschikking 91/341/EEG van de Raad. Bijgevolg wordt deze beschikking geacht te zijn aangenomen in de vorm van het door het Parlement geamendeerde gemeenschappelijk standpunt.

Snelheidsmeters, reservoirs voor vloeibare brandstof en kabelbaaninstallaties

Nadat de Raad en het Europees Parlement in oktober jl. overeenstemming hadden bereikt over vier richtlijnen, keurde de Raad unaniem alle amendementen goed die het Europees Parlement in tweede lezing had aangebracht in


- de richtlijn betreffende de snelheidsmeters van twee- en driewielige motorvoertuigen,


- de richtlijn inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten op het gebied van reservoirs voor vloeibare brandstof en beschermingsinrichtingen aan de achterzijde van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, en


- de richtlijn betreffende kabelbaaninstallaties voor personenvervoer.

Bijgevolg worden deze richtlijnen geacht te zijn aangenomen in de vorm van het door het Parlement geamendeerde gemeenschappelijk standpunt.

Meeteenheden

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan de Richtlijn tot wijziging van Richtlijn 80/181/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten op het gebied van de meeteenheden.

Met deze richtlijn wordt in wezen beoogd, de tijdslimiet voor het gebruik van aanvullende aanduidingen - in plaats van alleen de SI-versie van het metrieke stelsel - met 10 jaar te verlengen, om te voorkomen dat communautaire bedrijven die exporteren naar derde landen die op hun markt geen producten toelaten waarbij voor de etikettering uitsluitend de door de EG vastgestelde wettelijke eenheden worden gebruikt, hiervan nadeel ondervinden.

ARBEID EN SOCIALE ZAKEN

Modernisering van de sociale bescherming - conclusies van de Raad

De Raad nam de conclusies betreffende de versterking van de samenwerking voor de modernisering en verbetering van de sociale bescherming formeel aan. Zie persmededeling nr. 13457/99 (Presse 382) van de Raad Arbeid en Sociale Zaken van 29 november 1999.

Werkgelegenheids- en sociale dimensie van de informatiemaatschappij

Nadat de Raad Arbeid en Sociale Zaken op 29 november 1999 een politiek akkoord had bereikt, namen de Raad en de vertegenwoordigers van de lidstaten formeel een resolutie aan over de werkgelegenheids- en sociale dimensie van de informatiemaatschappij (zie persmededeling nr. 13457/99 Presse 382).

MILIEU

Verontreiniging van de zee door ongevallen

Nadat de Raad Milieu op 12 oktober 1999 een politiek akkoord had bereikt, nam de Raad formeel zijn gemeenschappelijk standpunt aan over een beschikking houdende instelling van een communautair kader voor samenwerking op het gebied van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging van de zee (zie persmededeling nr. 11654/99 Presse 299).

CULTUUR EN AUDIOVISUELE SECTOR

Nadat de Raad Cultuur en Audiovisuele sector op 23 november 1999 een inhoudelijk akkoord had bereikt, nam de Raad de volgende teksten aan:


- een resolutie betreffende de bevordering van het vrije verkeer van personen die werkzaam zijn in de culturele sector,


- de conclusies betreffende de cultuurindustrie en de werkgelegenheid in Europa,


- de conclusies betreffende de bescherming van minderjarigen in het licht van de ontwikkeling van digitale audiovisuele diensten,
- een besluit betreffende de aanwijzing van de leden van de jury voor de communautaire actie "Culturele Hoofdstad van Europa".

(zie persmededeling nr. 13152/99 Presse 363).

ONDERWIJS

Nieuwe werkprocedures voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding

Na overeenstemming in de Raad Onderwijs van 26 november 1999 nam de Raad de resolutie betreffende de ontwikkeling van nieuwe werkwijzen voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding formeel aan (zie persmededeling nr. 13453/99 Presse 378).

Socrates*

Nadat in de vergadering van het bemiddelingscomité op 10 november 1999 een akkoord was bereikt met het Europees Parlement, nam de Raad het besluit tot vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma op onderwijsgebied "SOCRATES" formeel aan. Voor nadere bijzonderheden over dit programma wordt verwezen naar de na afloop van de vergadering van het bemiddelingscomité verstrekte persmededeling nr. 12639/99 (Presse 341).

JEUGDZAKEN

Educatieve dimensie van sportactiviteiten in de jeugdprogramma's van de Europese Gemeenschap

Na overeenstemming in de Raad Jeugdzaken van 23 november 1999, namen de Raad en de vertegenwoordigers van de lidstaten formeel een resolutie aan over buitenschoolse vorming als aspect van sportactiviteiten in de jeugdprogramma's van de Europese Gemeenschap (zie persmededeling nr. 13153/99 Presse 364).

WIJZIGING VAN DE VERDRAGEN

Bijeenroeping van een IGC

Overeenkomstig artikel 48, lid 2, van het VEU besloot de Raad het Europees Parlement en de Commissie te raadplegen over de bijeenroeping van een conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten over het door het Finse voorzitterschap aan de Raad voorgelegde voorstel tot wijziging van de verdragen waarop de Unie is gebaseerd.

Het Finse voorstel luidt als volgt:

"Ingevolge de conclusies van de Europese Raad van Keulen en in het licht van het verslag van het voorzitterschap aan de Europese Raad van Helsinki zal de conferentie zich buigen over de omvang en samenstelling van de Commissie, de stemmenweging in de Raad en de mogelijke uitbreiding van het nemen van besluiten bij gekwalificeerde meerderheid in de Raad, alsmede andere verdrags-wijzigingen die nodig mochten blijken ten aanzien van de Europese instellingen in verband met de bovenvermelde vraagstukken en in het kader van de uitvoering van het Verdrag van Amsterdam. Het komende voorzitterschap zal aan de Europese Raad verslag uitbrengen over de vorderingen die door de conferentie zijn gemaakt en kan voorstellen nog andere kwesties op de agenda van de conferentie te plaatsen."

HOF VAN JUSTITIE

Zaak van de heer Bangemann ( 1)

De Raad nam het volgende besluit aan:

De vordering die de Raad bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (zaak C 290/99) ingevolge de laatste zin van de derde alinea van artikel 213, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de overeenkomstige bepalingen van het EGKS-Verdrag en het EGA-Verdrag tegen de heer Bangemann heeft ingesteld en die ten doel heeft de heer Bangemann zijn pensioenrechten te ontnemen, wordt ingetrokken op voorwaarde dat de heer Bangemann tegelijkertijd de door hem bij het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen tegen de Raad ingestelde vordering heeft ingesteld (zaak T-208/99) intrekt en afziet van vorderingen tot schadevergoeding, en dat beide partijen hun eigen kosten dragen.

Dit besluit wordt medegedeeld aan de heer Bangemann, de voorzitter van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie. Het wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Bij de aanneming van dit besluit nam de Raad nota van de volgende informatie die de heer Bangemann bij brief d.d. 10 december 1999 heeft verstrekt:


- de heer Bangemann zal geen lid worden van de "consejo administrativo" (raad van bestuur) en zal tot 1 juli 2000 geen betrekking bij Telefónica of enig ander telecommunicatiebedrijf aanvaarden;

- de heer Bangemann verbindt zich ertoe tot 31 december 2001 geen derde partij (waaronder Telefónica) tegenover de Europese instellingen te vertegenwoordigen;

- de heer Bangemann zal eventuele vertrouwelijke informatie waarvan hij als lid van de Commissie van de Europese Gemeenschappen kennis heeft gekregen te allen tijde geheim houden.

BENOEMING VAN LEDEN VAN DE REKENKAMER

De Raad nam een besluit aan houdende benoeming van acht leden van de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen voor de periode van 1 maart 2000 tot en met 28 februari 2006, namelijk:

de heer Robert REYNDERS (B), ter vervanging van de heer Patrick Everard,

de heer Jørgen MOHR (DK), met het oog op de verlenging van zijn mandaat,

de heer Juan Manuel FABRA VALLES (ES), ter vervanging van de heer Antoni Castells,

mevrouw Máire GEOGHEGAN-QUINN (IRL), ter vervanging van de heer Barry Desmond,

de heer Giorgio CLEMENTE (I), met het oog op de verlenging van zijn mandaat,

de heer Vítor Manuel da SILVA CALDEIRA (P), ter vervanging van de heer Armindo de Jesus de Sousa Ribeiro,

de heer Aunus SALMI (FI), met het oog op de verlenging van zijn mandaat, en

de heer Jan O. KARLSSON (S), met het oog op de verlenging van zijn mandaat.


__________________

Footnotes:

( 1) De ambtstermijn van de heer Bangemann als lid van de Commissie is afgelopen op 9 juli 1999.

_________________________________________________________________

nl/fish/14071.NL9.html Top of page

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie