Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen ontwikkeling e-commerce in Europa

Datum nieuwsfeit: 16-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van Economische Zaken - Persbericht 220 Datum: 16-12-1999

ANTWOORD KAMERVRAGEN ONTWIKKELING E-COMMERCE IN EUROPA

De leden van de Tweede Kamer Blok en Voûte-Droste (beiden VVD) hebben aan de minister van Economische Zaken op 17 november 1999 de volgende schriftelijke vragen gesteld.

1 Is de regering bekend met het mogelijk schadelijk effect van twee maatregelen van de Europese Commissie met betrekking tot de ontwikkeling van e-commerce in Europa? 1)

2 Kunnen de twee in de noot genoemde maatregelen zorgen voor verwarring voor consument en producent en daarom niet bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de Europese markt?

3 Kunnen de twee genoemde maatregelen een voorspoedige ontwikkeling van E-commerce in Europa belemmeren en daarmee schadelijk zijn voor de concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven?

4 Kan de regering aangeven welke wijzigingen zij nodig acht in de huidige voorstellen van de Europese Commissie zodat de handel in e-commerce niet belemmerd wordt in Europa? Is de regering bereid om de daartoe benodigde maatregelen te nemen?


1) Volgens het Financieele Dagblad van 6 november 1999 gaat het hier om het van toepassing verklaren van het Verdrag van Brussel op contracten gesloten via Internet en het van toepassing verklaren van het Verdrag van Rome van 1980 op on-line transacties. Terwijl in de voorgestelde richtlijn inzake de juridische aspecten van elektronische handel het "land van oorsprong" principe van toepassing wordt verklaard op on-line transacties, wijken deze twee nieuw maatregelen hier weer van af.

De Minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink heeft deze vragen mede namens de Minister van Justitite, mr. A.H. Korthals als volgt beantwoord.

1 Neen. Er spelen op het gebied van electronic commerce binnen de Europese Unie verschillende ontwikkelingen, waarvan er twee voor het juridisch kader voor electronic commerce van groot belang zijn. Allereerst is er een voorstel voor een richtlijn die bepaalde juridische aspecten van electronic commerce regelt. Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan het omzetten van twee bestaande verdragen op het gebied van het internationaal privaatrecht in Europese verordeningen.

De richtlijn electronic commerce beoogt een wettelijk kader te scheppen voor de elektronische markt die zich in de interne markt afspeelt. Dit wettelijk kader is aanvullend aan reeds bestaande communautaire bepalingen, die gevolgen hebben voor de elektronische handel, zoals de richtlijn verkoop op afstand. De richtlijn electronic commerce heeft betrekking op de positie van zogenaamde serviceproviders, en heeft invloed op de relaties tussen ondernemers onderling en op de relaties tussen ondernemingen en consumenten. De richtlijn bevat in het bijzonder, maar niet uitsluitend, regels van publiekrechtelijke aard.

Een van de leidende beginselen van het richtlijnvoorstel is het zogenaamde country of origin -beginsel. Dit betekent dat een aanbieder zich moet houden aan het recht van het land waar hij is gevestigd en dat lidstaten de vrijheid van aanbieders gevestigd in een andere lidstaat om diensten van de informatiemaatschappij te verrichten niet mogen beperken. De rechtsgevolgen van overeenkomsten zijn in het algemeen uitgesloten van de richtlijn, zodat op dit punt in de bestaande regels van internationaal privaatrecht blijven gelden.

De omzetting van de twee verdragen op het gebied van het internationaal privaatrecht betreft het op 27 september 1968 te Brussel tot stand gekomen Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herzien in 1978, 1988 en 1992) en het op 19 juni 1980 te Rome tot stand gekomen Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst.

De Europese Commissie bestudeert momenteel de mogelijkheid om bij de omzetting van genoemde verdragen tegelijkertijd bijzondere regels inzake on-line gesloten overeenkomsten zowel tussen ondernemers als met consumenten op te nemen.

Het spreekt voor zich dat de uitkomsten van de onderhandelingen over de richtlijn electronic commerce enerzijds en die van de twee verordeningen anderzijds, niet tegenstrijdig aan elkaar mogen zijn.

2 en 3 Als de richtlijn electronic commerce enerzijds, en de twee verordeningen anderzijds niet met elkaar in overeenstemming zouden zijn, zou dat inderdaad verwarring scheppen, wat de ontwikkeling van electronic commerce in de EU niet ten goede zou komen. Daarom moet ernaar worden gestreefd dat genoemde instrumenten in onderling verband bezien een helder en evenwichtig juridisch kader tot stand brengen.

4 Zoals hierboven is weergegeven, kan verwarring de groei van electronic commerce in Europa belemmeren. Naast het scheppen van een helder regelgevend kader is het ook zaak een evenwichtige afweging te maken tussen de belangen van aanbieders en afnemers op Internet. Hierbij zijn de richtlijn electronic commerce en de conceptverordeningen niet los van elkaar te zien.

Bij de besluitvorming over de richtlijn electronic commerce is bepaald, dat de richtlijn, met inachtneming van het doel daarvan -een interne markt voor electronic commerce tot stand te brengen-, zoveel mogelijk het bestaande systeem van het internationaal privaatrecht in stand laat. Dit is conform het Nederlandse standpunt. Op deze manier ontstaat namelijk een situatie waarin on-line 'vraagstukken' zoveel mogelijk op gelijke wijze behandeld worden als off-line vraagstukken. Dit schept een "level playing field" en duidelijkheid voor zowel de aanbieder als de ontvanger.

Zoals reeds opgemerkt, dient de uitkomst van de onderhandelingen over de omzetting van de twee ipr-verdragen in verordeningen aan te sluiten op hetgeen in de richtlijn electronic commerce is bepaald, te weten het bedrijfsleven in staat te stellen profijt te trekken uit de voordelen van de Interne Markt. Ook in de verordeningen is het van belang te komen tot een helder en evenwichtig juridisch kader waarin een goede balans bestaat tussen de belangen van aanbieders en afnemers op het Internet.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie