Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tweede Kamer: ministerie VWS over Arboconvenanten

Datum nieuwsfeit: 16-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


26800XVI.064 brief min vws over arboconvenanten
Gemaakt: 23-12-1999 tijd: 12:38


3


26800 XVI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2000

nr. 64 Brief van de Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 16 december 1999

Bij de behandeling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar
2000 is door de leden Oudkerk en Van Vliet motie nr. 28 ingediend. In deze motie wordt de regering verzocht met voorrang en uiterlijk vóór 1 maart 2000 arboconvenanten tussen werknemers, werkgevers en overheid af te sluiten. Tevens wordt de regering verzocht aan te geven hoe in deze arboconvenanten een bonusregeling opgenomen kan worden voor werkgevers die er daadwerkelijk in slagen het ziekteverzuim terug te dringen.

In een eerste reactie heb ik de Kamer gezegd de motie te beschouwen als een ondersteuning van mijn beleid. Ik heb daarbij aangegeven over de motie overleg te willen voeren met Staatssecretaris Hoogervorst, alvorens een definitieve reactie te geven.

In het Algemeen Overleg d.d. 8 december jl. heb ik de uitkomsten van het overleg met Staatssecretaris Hoogervorst meegedeeld. Ik heb daarbij toegezegd in week 50 een definitieve schriftelijke reactie op de motie aan de Kamer te doen toekomen.

Hierbij ontvangt u, mede namens Staatssecretaris Hoogervorst, deze reactie.

Het eerste deel van de motie is er op gericht in de zorgsector bij voorrang en uiterlijk


1 maart 2000 arboconvenanten tot stand te brengen.

Op zich ben ik het hiermee, gegeven de problematiek van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid in de zorgsector, volstrekt eens. Ook ik zou het liefst zien dat er uiterlijk op 1 maart 2000 voor alle zorgsectoren arboconvenanten zijn gerealiseerd. Maar de realiteit zegt mij dat deze datum voor de zorgsectoren - uitgezonderd de thuiszorg, waarvoor reeds een arboconvenant is - niet haalbaar zal zijn.

Daarbij speelt een rol dat er voor gekozen is om de arboconvenanten in twee fasen tot stand te brengen: eerst een intentieverklaring en daarna het convenant zelf. In de periode na de intentieverklaring wordt het noodzakelijke voorwerk gedaan om tot taakstellende afspraken en een plan van aanpak te komen. Soms is daarvoor noodzakelijk om onderzoek te doen of normen te ontwikkelen. Het gevolg van deze gefaseerde aanpak is overigens wel dat de uitvoering in de praktijk snel na de ondertekening van het convenant ter hand kan worden genomen. In de sector thuiszorg kon er snel een arboconvenant tot stand komen omdat er op eigen initiatief van de sector al een uitgebreide reeks ergonomische normen tot stand was gebracht. In andere zorgsectoren moet het voorwerk (gedeeltelijk) nog gedaan worden.

Een ander punt is dat Staatssecretaris Hoogervorst en ik weliswaar al het nodige doen om snel tot arboconvenanten te komen, maar wij kunnen dat nu eenmaal niet afdwingen. Sociale partners in de betrokken sectoren moeten het ook willen. Dat ligt ook in de ratio van het beleid ten aanzien van arboconvenanten, te weten het scheppen van kaders en een op maatwerk gebaseerde aanpak per sector, waarbij door sociale partners gedragen plannen uitgangspunt zijn.

Sinds dit najaar wordt met de sociale partners in de zorg over arboconvenanten overlegd. Uit die gesprekken is gebleken dat sociale partners in een aantal zorgsectoren nogal wat tijd nodig hebben voor intern en onderling beraad, ook al omdat bepaalde door ons gewenste afspraken vergaande gevolgen kunnen hebben en er daarom aarzelingen zijn om zich vast te leggen. Pas na afronding van dat beraad kunnen er intentieverklaringen worden opgesteld. Voor de sector geestelijke gezondheidszorg wordt op 21 december a.s. een intentieverklaring getekend. Met de overige drie zorgsectoren - ziekenhuizen, gehandicaptenzorg en verpleging en verzorging - kan in januari a.s. het overleg met werkgevers en werknemers gezamenlijk van start gaan.

Overigens zijn de sectoren financieel sterk gebaat bij het totstandbrengen van een intentieverklaring op zo kort mogelijke termijn. In het jaarplan 2000 voor de zorgsector is namelijk afgesproken een extra inspanning te plegen op het gebied van aanschaf van til-hulpmiddelen voor sectoren, die uiterlijk vóór 1 juli tenminste een intentieverklaring hebben ondertekend. Staatssecretaris Hoogervorst heeft besloten voor dit doel f15 miljoen extra beschikbaar te stellen.

Deze koppeling aan intentieverklaringen geldt trouwens ook voor wat betreft de reeds eerder beschikbaar gestelde middelen ter grootte van f45 miljoen (waarvan f10 miljoen reeds toegekend aan de sector thuiszorg) voor de aanschaf van til-apparatuur.

Al met al ben ik met de indieners van de motie van mening dat grote prioriteit moet worden gegeven aan de totstandbrenging van arboconvenanten voor de zorgsector. Samen met Staatssecretaris Hoogervorst wil ik mij daarvoor ook sterk inzetten. Maar de datum van


1 maart 2000 is absoluut niet haalbaar.

Het tweede deel van de motie is er op gericht instellingen die het ziekteverzuim weten terug te dringen, een bonus te geven.

Nu geldt in het algemeen in de zorgsector (maar ook in de marktsector) dat een werkgever die het ziekteverzuim weet terug te brengen, het voordeel daarvan (minder kosten voor vervanging, grotere productiviteit) zelf kan behouden. De werkgever draagt immers zelf het risico van loondoorbetaling bij ziekteverzuim. Ook al heeft een werkgever zich (gedeeltelijk) tegen dit risico verzekerd, dan nog geldt dat een verlaging van het ziekteverzuim na verloop van tijd zal leiden tot een navenante verlaging van de te betalen verzekeringspremie.

Een werkgever plukt dus ook zonder een aparte bonusregeling al volop de vruchten van het terugbrengen van het ziekteverzuim. En daarbij gaat het om een structureel, elk jaar terugkerend profijt.

De hamvraag is dan of een aparte bonusregeling -die om budgettaire redenen nooit omvangrijk kan zijn- nog wel extra effect zal hebben. Waarschijnlijk niet of nauwelijks. De middelen, die met een bonusregeling gemoeid zouden zijn, kunnen dan ook veel beter gebruikt worden voor het faciliteren van werkgevers die concrete maatregelen willen treffen. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan het afsluiten van betere contracten met arbodiensten, waarover in het CAZ-jaarplan 2000 afspraken zijn gemaakt.

Staatssecretaris Hoogervorst heeft zich onlangs bereid verklaard voor het op een hoger niveau brengen van het verzuimbeleid in de zorginstellingen f 5 miljoen beschikbaar te stellen. Het lijkt ons een goed idee deze middelen ten goede te laten komen van instellingen die concrete maatregelen nemen, zoals een plan van aanpak en een goed contract met een arbodienst. In het kader van het Convenant Arbeidsmarktbeleid Zorgsector en het Convenant Arbeidsmarktbeleid Welzijn en Jeugdhulpverlening zal ik mij ervoor inzetten over zo'n regeling afspraken te maken met sociale partners.

Het gaat dan dus niet zo zeer om een regeling die (achteraf) extra profijt oplevert voor de zorginstellingen, als wel om een regeling die hen (vooraf) een stimulans geeft om tot een goed verzuimbeleid te komen.

Wanneer ik de motie op deze wijze mag uitleggen, zie ik hem als een ondersteuning van het beleid van Staatssecretaris Hoogervorst en mijzelf.

De Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie