Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inkomens in de land- en tuinbouw in 1999 in mineur

Datum nieuwsfeit: 16-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

persbericht 1616

BIJ GROOT AANBOD EN LAGE PRIJZEN:

INKOMENS IN DE LAND- EN TUINBOUW IN 1999 IN MINEUR

De inkomens in de land- en tuinbouw zijn dit jaar laag. Voor de meeste bedrijven dalen de inkomens sterk en liggen duidelijk lager dan in voorgaande jaren. Dit geldt vooral voor akkerbouw-, glastuinbouw-, melkvee- en pluimveebedrijven. Alleen de varkenshouders zien een lichte verbetering, na de ongekende verslechtering vorig boekjaar. Voor het merendeel van de bedrijfstypen geldt dat de inkomens van buiten het bedrijf weliswaar de totale gezinsinkomens verhogen, maar doorgaans onvoldoende zijn om ontsparingen te voorkomen. Evenals in voorgaande jaren zijn er grote verschillen in inkomen en besparingen tussen bedrijven in dezelfde sector. Dit meldt het LEI bij de presentatie van zijn jaarlijks overzicht van de actuele inkomensontwikkeling.

Melkveehouderij: duidelijke daling van het inkomen

Melkveehouders zien in 1999/2000 hun resultaten duidelijk afnemen door een ongeveer 7% lagere melkprijs. De daling van de voerkosten is gering. De opbrengsten-kostenverhouding daalt van 81 naar 76%. Het gezinsinkomen uit bedrijf neemt naar verwachting af met 13.000 gulden naar 39.000 gulden per ondernemer. Ondanks de inkomsten van buiten het bedrijf resteert er gemiddeld geen besparing. Voor vleesstierenhouders dalen de resultaten eveneens. Ook de schapenhouders zien dit jaar door lage opbrengstprijzen de resultaten afnemen. Voor vleeskalverhouders echter zijn de resultaten de laatste jaren redelijk door hogere contractvergoedingen.

Varkenshouderij: malaise nog niet voorbij

In de varkenshouderij zijn de prijzen al meer dan een jaar erg laag. In de tweede helft van 1998 daalden ze tot een naoorlogs dieptepunt. Dit was vooral het gevolg van een forse uitbreiding van de productie in Europa. Het prijsherstel zal dit boekjaar nog bescheiden zijn. Nadat het inkomen per ondernemer vorig jaar met ongeveer 200.000 gulden ongekend sterk daalde, verbetert het dit jaar te weinig om de bedrijven uit de malaise te helpen. Het inkomen blijft duidelijk negatief en veel bedrijven teren opnieuw aanzienlijk in op hun vermogen; de fokvarkens- en gesloten varkensbedrijven ongeveer 100.000 gulden op jaarbasis of wel 2.000 gulden per week. Veel varkensbedrijven kennen dan ook grote financieringsproblemen.

Pluimveehouderij: duidelijke teruggang in legsector en vleessector

In de leghennenhouderij dalen de resultaten nu voor het derde achtereenvolgende jaar. Door de dioxineaffaire werden de eierprijzen in de zomer van 1999 enkele weken vrijwel gehalveerd. Over het gehele boekjaar dalen de prijzen naar verwachting met 8% bij 3% lagere voerprijzen. Hierdoor neemt de arbeidsopbrengst per hen per jaar met ruim 2 gulden tot 3 gulden negatief af. Het gezinsinkomen uit bedrijf daalt sterk en wordt gemiddeld 75.000 gulden negatief per ondernemer. Ook dit jaar zullen ondernemers hun vermogen moeten aanspreken. De prijzen van vleeskuikens dalen, ook mede door de dioxineaffaire, met ongeveer 10% bij 8% lagere voerprijzen. De arbeidsopbrengst per 1.000 kg afgeleverd gewicht daalt met ruim 80 gulden naar 50 gulden negatief. Het inkomen van de ondernemers daalt hierdoor met ongeveer 50.000 gulden naar circa 30.000 gulden negatief. De bedrijven ontkomen ook dit jaar niet aan ontsparingen.

Akkerbouw: inkomens dalen fors bij omvangrijke oogst

Na een goed groeiseizoen staan de prijzen in de akkerbouw duidelijk onder druk. Het boekjaar 1999/2000 laat een geheel ander beeld zien dan vorig jaar, toen de prijzen hoog waren en voor de oogstschade op veel bedrijven compensatie werd verleend. Door duidelijk lagere prijzen van poot- en consumptieaardappelen en suikerbieten dalen de inkomens enorm, vooral in de kleigebieden. Gemiddeld is de inkomensdaling per ondernemer ruim 50.000 gulden. Tegenover een besparing vorig jaar van 50.000 gulden gemiddeld voor het akkerbouwbedrijf, is er mede door de hogere belastingen nu een ontsparing van ongeveer 30.000 gulden.

Glastuinbouw: forse daling van de rentabiliteit

Voor de glastuinbouw is 1999 een duidelijk minder gunstig jaar. De opbrengsten blijven in tegenstelling tot in 1998 achter bij de kosten. De prijzen van de producten daalden gemiddeld met ongeveer 9%. De glasgroenteteelt is geconfronteerd met de sterkste prijsdaling; ongeveer 15%. Voor de glasgroentebedrijven daalt het inkomen per ondernemer met maar liefst 80.000 gulden naar ongeveer 60.000 gulden. De bloementelers zien hun inkomen halveren en komen uit op 65.000 gulden per ondernemer. Zowel de groente- als de bloementelers zullen na enkele jaren met besparingen dit jaar gemiddeld ruim 20.000 gulden ontsparen. Ook voor de potplantenkwekers neemt het inkomen af, maar minder dan in de andere glastuinbouwtakken. Bij een daling met ongeveer 35.000 gulden zien zij nog kans gemiddeld 20.000 als besparing te realiseren. De champignonbedrijven zien dit jaar de resultaten afnemen door een kleinere productie. Het gezinsinkomen uit het bedrijf per ondernemer daalt met circa 20.000 gulden tot ongeveer 90.000 gulden en de besparingen halveren tot circa 40.000 gulden per bedrijf.

Tuinbouw in de opengrond: mogelijk enige verbetering

De groenteteelt in de open grond heeft in 1999, na het matige jaar 1998, te maken met gelijke of iets betere resultaten. Dit is nog afhankelijk van de lopende afzet van wintergroenten. Zomergroenten leverden wat meer op dan vorig jaar. De bloembollenteelt zal dit jaar ongeveer hetzelfde gunstige resultaat halen als in 1998. De fruitteelt heeft ook in het afzetseizoen 1999/2000 te maken met een teleurstellend prijsniveau en matige bedrijfsresultaten.

Agrarische sector: 1999 gemiddeld een somber jaar

Omdat de land- en tuinbouw dit jaar niet geconfronteerd is met een lager aanbod door oogstschade, varkenspest e.d., kon bij gunstige groeiomstandigheden de totale agrarische productie ongeveer 4% groter worden dan vorig jaar. De prijzen van alle land- en tuinbouwproducten zijn gemiddeld echter 7% lager. De productiewaarde van de sector daalt hierdoor met ongeveer 3%. Omdat de totale productiekosten minder dalen, neemt het inkomen van de totale sector duidelijk af. Het inkomen van de agrarische gezinnen daalt met ongeveer 1 miljard gulden tot 8 miljard gulden. Per bedrijf is de reële inkomensdaling circa 10%.

Tabel 1 Rentabiliteit en inkomen op agrarische bedrijven

Bedrijfstype

Opbrengst per 100 gulden kosten

Gezinsinkomen uit bedrijf (x 1.000 gulden

per ondernemer)

1997

1998

1999

1997

1998

1999

(voorl.)

(prog.)

(voorl.)

(prog.)

Boekjaar mei/april a) Melkveebedrijven

83

81

76

61,7

52,1

39,0

Intensieve veehouderij

100

74

79

105,9

-58,0

-29,0

w.v. fokvarkensbedrijven

104

57


125,0

-100,0

-44,0

vleesvarkensbedrijven

96

73

83

49,0

-46,0

-1,0

gesloten varkensbedrijven

103

67

74

125,9

-92,0

-22,0

leghennenbedrijven


82

74

98,6

-25,0

-74,0

vleeskuikenbedrijven

96

92

84

74,1

23,0

-30,0

Akkerbouwbedrijven

94

98

80

72,8

88,0

32,0

Boekjaar jan./dec. b)

Glastuinbouwbedrijven

102

101

92

131,6

130,7

68,0

w.v. glasgroente

105

103

90

150,5

141,1

62,0

glasbloemen


101

93

105,5

129,9

66,0

pot- en perkplanten

104


95

151,7

121,8

87,0

Champignonbedrijven

92

98

94

66,0

112,7

90,0

a) Opbrengst per 100 gulden kosten op pachtbasis; b) 1999: raming.

16 December 1999

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie