Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Commentaar op Nota Ruimtelijk Economische Beleid

Datum nieuwsfeit: 17-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
SER

Samenvattende slotbeschouwing van advies 99/17
Commentaar op de Nota Ruimtelijk Economische Beleid 17 december 1999

De raad plaatst dit commentaar op de Nota Ruimtelijk Economisch Beleid (Nota REB) in het perspectief van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening die volgend jaar uitkomt. Het advies bouwt daarbij voort op het recente SER-advies over de Startnota ruimtelijke ordening en de Perspectievennota verkeer en vervoer.

Brede, toekomstgerichte benadering nodig
Centraal in de Nota REB staat de zorg voor een excellent vestigingsklimaat. De raad meent dat dit een belangrijk aandachtspunt in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening moet zijn. De Vijfde Nota zal evenwel een bredere invalshoek en een langere tijdshorizon moeten hanteren. Dit advies wil aan de daartoe benodigde beleidsintegratie een eerste aanzet geven. De ruimtelijke inrichting van ons land vraagt om brede afwegingen op basis van een langetermijnoriëntatie omdat:
* sprake is van diverse rivaliserende claims op de schaarse ruimte;
* van bepaalde bestemmingen van de grond aanzienlijke externe effecten kunnen uitgaan;

* ruimtelijke investeringen een lange levensduur hebben en bestemmingen van de ruimte vaak voor een langere tijd vastleggen en soms zelfs feitelijk onomkeerbaar maken.

Toekomstige besluitvorming over woon- en werklocaties, over corridorontwikkeling en over de mainports zal blijk moeten geven van zon brede, toekomstgerichte benadering. Daarbij is het van belang zich een beeld te vormen van de comparatieve voor- en nadelen van Nederland op lange termijn. Gelet op de schaarse ruimte en de relatief hoge scholingsgraad van de bevolking zal de internationale concurrentiepositie van Nederland steeds meer op een hoge kennisintensiteit van de productie moeten berusten.

Flexibiliteit, maatwerk en samenhang
De raad onderschrijft het belang van de uitgangspunten van de Nota REB flexibiliteit, maatwerk en samenhang maar wil daarbij de volgende kanttekeningen plaatsen.
Flexibiliteit is nodig om in te kunnen spelen op onvoorziene en onvoorzienbare ontwikkelingen, maar dient ingekaderd te zijn in een beleid dat effectieve bescherming biedt aan bijvoorbeeld natuur- en landschapswaarden. Vanwege de aanzienlijke externe effecten kan het prijsmechanisme geen goed richtsnoer vormen voor eventuele verschuivingen van grond van de ene naar de andere bestemming. Verbetering van de marktwerking en van de incentivestructuur is wel van groot belang voor een doelmatige allocatie van de schaarse ruimte binnen de afzonderlijke segmenten van de grondmarkt. Daardoor worden ook technologische en organisatorische vernieuwingen gestimuleerd. Maatwerk is nodig om goed in te kunnen spelen op de specifieke omstandigheden die van regio tot regio verschillen. Daarom heeft de SER zich al eerder duidelijk uitgesproken voor een gebiedsgericht beleid en voor een meer integrale benadering van ruimtelijk-economische vraagstukken op regionale schaal. De noodzaak van samenhang in het ruimtelijk-economisch beleid wordt door de raad voluit onderschreven. Het belang van een brede benadering die op evenwichtige wijze aandacht geeft aan de verschillende facetten van een excellent vestigingsklimaat vormt een rode draad van dit advies.

Robuuste ontwikkelingen en trendbreuken
De toekomst is fundamenteel onzeker. Toch moeten er nu al belangrijke keuzen worden gemaakt die tot in de verre toekomst doorwerken. Dergelijke strategische keuzen vragen om een combinatie van forecasting (het voorspellen van de toekomst) en backcasting (het ontwerpen van toekomstbeelden en het verkennen van wegen om deze te realiseren). Het gaat daarbij om het verkennen van mogelijke en van wenselijke trendbreuken. Een toekomstgericht ruimtelijk- economisch beleid houdt rekening met de mogelijkheid van trendbreuken en schept voorwaarden voor het optreden van maatschappelijk gewenste trendbreuken.
Voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van ons land op lange termijn (over het jaar 2010 heen) zijn de verdere ontwikkeling en toepassing van de informatie- en communicatietechnologie (ICT) en de mondialisering van de economische verhoudingen belangrijke drijvende krachten. De Nota REB schetst in dit verband de opkomst van een mondiale netwerkeconomie. Daarnaast is het goed rekening te houden met de ontwikkeling van een netwerksamenleving die leidt tot een individualisering van (niet-fysieke) arbeid, en met bepaalde verschuivingen in preferenties (mede onder invloed van demografische ontwikkelingen een zwaarder accent op comfort, zorg en veiligheid). Uit lange-termijntoekomstverkenningen komen als robuuste ontwikkelingen naar voren dat de welvaartsgroei gepaard zal gaan met toenemende ruimteclaims en met toenemende fysieke mobiliteit. De toenemende ruimtebehoefte geldt diverse functies. Het ruimtebeslag voor agrarische functies zal niet als vanzelf afnemen, gelet op de positief te waarderen tegenbeweging van extensivering ter wille van een minder milieubelastend grondgebruik en het bevorderen van een multifunctionele landbouw.

De behoefte aan fysieke mobiliteit staat onder invloed van de ontwikkeling en toepassing van ICT. Door ICT kan zeker een grotere doelmatigheid worden bewerkstelligd en kunnen tot op zekere hoogte fysieke door virtuele stromen worden vervangen. Er zullen echter goederen moeten worden geleverd, er blijft ook behoefte aan directe contacten. De verwachting van de Nota REB dat ICT per saldo niet zal leiden tot een afname van de mobiliteit lijkt realistisch. Een inpassing van de toenemende behoefte aan ruimte en mobiliteit in het streven naar duurzame ontwikkeling zal niet mogelijk zijn zonder trendbreuken in het ruimtegebruik en in de modaal split. Die trendbreuken zullen vooral tot uitdrukking moeten komen in een selectief en doelmatig omgaan met de fysieke ruimte en met vervoermiddelen, en in een betere benutting van nieuwe technische mogelijkheden, bijvoorbeeld door de toepassing van ICT. Voor deze trendbreuken zal de overheid de voorwaarden moeten scheppen door toepassingsgericht onderzoek, investeringen in ruimtelijke voorzieningen (voor bijvoorbeeld ketenmobiliteit en multimodaal goederenvervoer) en verbetering van de incentivestructuur (prijsprikkels).

Selectief, doelmatig en toekomstgericht omgaan met schaarse ruimte De Nota REB vraagt nadrukkelijk aandacht voor het scheppen van voldoende ruimte voor economische activiteiten in steden en corridors en voor het verbeteren van de bereikbaarheid. De adviesaanvraag stelt in dit verband het restrictief beleid aan de orde. De raad vat dit op als een uitnodiging om aanbevelingen te doen voor de wijze waarop met rivaliserende claims op de beschikbare ruimte zou moeten worden omgegaan. Een zorgvuldige afweging is geboden omdat de alternatieve aanwendbaarheid van grond in de praktijk begrensd is en omdat het gebruik van grond voor een bepaalde functie gepaard kan gaan met positieve dan wel negatieve externe effecten. Bovendien beschouwt de raad het landelijk gebied nadrukkelijk niet als een soort reserveruimte voor woon- en bedrijfslocaties.
Het feit dat de keuze voor een bepaalde bestemming ten koste gaat van (de ruimte voor) een andere bestemming dwingt tot een selectief en doelmatig gebruik van de beschikbare ruimte, tot het verhogen van de ruimteproductiviteit. Om te beginnen zal in het politieke proces op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau de maatschappelijke aanvaardbaarheid en wenselijkheid van de verschillende claims moeten worden beoordeeld. Voor het vervolgens inpassen van de ruimtebehoeften voor de functies wonen, bedrijvigheid en infrastructuur stelt de raad voor de volgende ladder als denkmodel te hanteren:
* Gebruik de ruimte die reeds beschikbaar is gesteld voor een bepaalde functie en/of door herstructurering beschikbaar gemaakt kan worden.

* Maak optimaal gebruik van de mogelijkheden om door meervoudig ruimtegebruik de ruimteproductiviteit te verhogen.
* Indien het voorgaande onvoldoende soelaas biedt, is de optie van uitbreiding van het ruimtegebruik aan de orde. Daarbij dienen de verschillende relevante waarden en belangen goed te worden afgewogen in een gebiedsgerichte aanpak. Door een zorgvuldige keuze van de locatie van rode functies en door investeringen in kwaliteitsverbetering van de omliggende groene ruimte moet worden verzekerd dat het meerdere ruimtegebruik voor wonen, bedrijventerreinen en/of infrastructuur de kwaliteit van natuur en landschap respecteert en waar mogelijk versterkt.

Gelet op de rivaliserende ruimteclaims alsmede de onomkeerbaarheden en de lange levensduur van veel ruimtelijke investeringen is verhoging van de ruimteproductiviteit een robuuste strategie. In de praktijk is veelal een meersporen-aanpak nodig. De raad pleit ervoor de stappen 1 en 2 op de ladder veel aandacht te geven.

De marktwerking heeft naar de mening van de raad primair een functie voor de allocatie binnen een bepaald functioneel segment van de grondmarkt. De allocatie van de beschikbare ruimte over de alternatieve bestemmingen vergt evenwel vanwege de optredende externe effecten een publieke afweging in het kader van de ruimtelijke ordening.

Ruimte voor bereikbaarheid
Voor de toekomstige bereikbaarheid is het belangrijk het ruimtebeslag van de voortdurend toenemende fysieke mobiliteit te beperken. De instelling van een goed werkende mobiliteitsmarkt waarbij vraag en aanbod in evenwicht worden gebracht door het prijsmechanisme en maatschappelijke kosten consequent aan de verschillende verkeersdeelnemers worden doorberekend is een belangrijk middel om rivaliserende ruimteclaims tegen elkaar af te wegen. In aansluiting op de ladder van het ruimtegebruik bepleit de raad een meersporenbenadering voor beperking van het ruimtebeslag van fysieke mobiliteit:

* Een betere benutting van de bestaande infrastructuur door technische maatregelen en door gebruik van het prijsmechanisme.
* Vraaggericht beleid, waaronder substitutie, preventie en vervoermanagement.

* Verbetering en waar nodig uitbreiding van de infrastructuur. Een eventuele uitbreiding van de ruimte voor infrastructuur valt uiteraard binnen het bereik van de ladder van het ruimtegebruik.

Ook hier beveelt de raad aan veel aandacht te geven aan de twee eerstgenoemde beleidsmogelijkheden.

De ICT kan een belangrijk hulpmiddel zijn om tot een hogere ruimteproductiviteit te komen. Mogelijke aangrijpingspunten zijn het verminderen van het ruimtebeslag van een bepaalde vervoerwijze (bijvoorbeeld door automatische voertuiggeleiding) en het vergemakkelijken van de overgang op een andere vervoerwijze. ICT kan de scheiding tussen individueel en collectief personenvervoer doen vervagen.
Collectieve vormen van personenvervoer vragen om een bepaalde concentratie van wonen en werken. Alleen dan kunnen de goede voorzieningen worden geschapen om ketenmobiliteit tot een aantrekkelijke optie voor veel burgers te maken. Van de ruimtestructurerende werking van infrastructuur moet optimaal gebruik worden gemaakt door de vastgoedontwikkeling zoveel mogelijk af te stemmen op de (OV-)infrastructuur.
In het goederenvervoer gaat het om het bevorderen van multimodaliteit. Positief is daarbij de recente versterking van de positie van de binnenvaart. Belangrijke uitdagingen zijn gelegen in het scheppen van voldoende goede en goedkope overslagmogelijkheden, de ontwikkeling van bovengrondse en ondergrondse logistieke systemen binnen steden, de snelle toepassing van innovatieve, milieuvriendelijke technieken in het wegvervoer en het doorvoeren van vernieuwingen in het spoorvervoer die de positie van het railvervoer in de modal split kunnen versterken.

Commentaar op onderdelen van de Nota REB
Voortbouwend op bovenbedoelde algemene benadering van het ruimtelijk-economisch beleid geeft de raad commentaar op een aantal onderdelen van de Nota REB. Het gaat daarbij achtereenvolgens om het regionaal beleid, de ontwikkeling van netwerksteden, de ontwikkeling van de Nederlandse mainports, de geplande corridorontwikkeling en het parkeer- en locatiebeleid.

Regionaal beleid en bedrijventerreinen
De Nota REB kondigt de inzet van een nieuw instrument aan voor het herstructureren en ontwikkelen van bedrijventerreinen: de TIPP-regeling. De raad vindt het belangrijk dat de TIPP een koppeling legt met provinciale visies op de versterking van het vestigingsklimaat. Deze versterking van de rol van de provincies is gewenst. De TIPP-regeling zou volgens de raad uitsluitend op de herstructurering van bestaande bebouwde terreinen en op de inrichting van werkelijk duurzame bedrijventerreinen moeten worden gericht. Nu is het voor bedrijven vaak veel aantrekkelijker een nieuwe (green field) locatie te kiezen dan mee te werken aan de herinrichting van een bestaand terrein (brown field).

De ontwikkeling van netwerksteden
Ook door het Stadseconomiebudget komt een flink bedrag beschikbaar voor kwalitatief hoogwaardige ruimte voor bedrijvigheid, onder meer via herstructurering van bedrijventerreinen. De raad juicht de instelling van het Stadseconomiebudget toe. De integrale beleidsinzet ten aanzien van steden en stadswijken is in lijn met het recente SER-advies over het grotestedenbeleid.
De Nota REB geeft terecht aandacht aan de onderlinge afhankelijkheid van steden en corridors. Binnen dit ruimtelijk netwerk vindt de raad compactheid van steden wenselijk en noodzakelijk.

De ontwikkeling van de Nederlandse mainports
De Rotterdamse haven en Schiphol vormen belangrijke knooppunten in het internationale vervoer van goederen en personen. Deze mainports zijn van belang voor het vestigingsklimaat en spelen een grote rol in de verdere ontwikkeling van Nederland in de richting van Regieland. Tegelijkertijd belasten de mainports en daaraan gerelateerde activiteiten het milieu en de leefbaarheid en gaan zij gepaard met een aanmerkelijk ruimtebeslag.
De raad onderstreept het verstrekkende belang van beslissingen over de capaciteit en de voorzieningen van de mainports. Een zorgvuldige afweging van de verschillende waarden en belangen alsmede van kansen en risicos is nodig. In het zoeken naar goede evenwichten kan van het simpelweg doortrekken van (autonoom geachte) trends geen sprake zijn. De (verwachte) effecten op de maatschappelijke welvaart dienen maatgevend te zijn. Dat betekent dat naast de (reëel in te schatten) effecten op economische groei en werkgelegenheid ook de gevolgen voor natuur, milieu, leefbaarheid en ruimtegebruik volwaardig worden meegewogen.
Investeringen in infrastuctuur zijn een belangrijk onderwerp van beleidsconcurrentie tussen landen. Bij zeer grote infrastructuurprojecten kan evenwel een zekere afstemming tussen landen gewenst zijn om substantiële negatieve grensoverschrijdende effecten te voorkomen. Daarnaast kan een zekere geografische spreiding van zeehavenfaciliteiten goede voorwaarden scheppen voor de kustvaart als continentale vervoerwijze.

Geplande corridorontwikkeling
De SER ziet een geplande corridorontwikkeling als het in planologische samenhang beschouwen van de kansen en bedreigingen in het brede gebied rond enkele infrastructuurassen. Daarbij gaat het zowel om het beschermen en verbeteren van groene functies als om het selecteren en herontwikkelen van concentratiepunten voor bedrijvigheid en eventueel wonen. In of rond multimodale knooppunten kan wonen en werken een optie zijn. De raad vindt het voor de hand liggen de woonfunctie in directe aansluiting met bestaande woonkernen te ontwikkelen. Uitgangspunt is dat ruimtelijke investeringen in een corridorgebied zowel bijdragen aan economische vitaliteit als aan ecologische vitaliteit en belevingswaarde. De SER heeft daartoe een programma van eisen opgesteld. Het zou goed zijn te beginnen met planmatige experimenten voor de invulling van corridors. Op deze wijze kan het programma van eisen worden getoetst.

Parkeer- en locatiebeleid
Van het parkeerbeleid gaat een belangrijke invloed uit op verkeers- en vervoersstromen en op de allocatie van bedrijvigheid. Dit beleid moet bijdragen aan de vitaliteit van binnensteden door het verzekeren van bereikbaarheid en leefbaarheid. Een verdere aanscherping van het parkeerbeleid is gewenst met het oog op een doelmatige allocatie van de schaarse ruimte en voor het bevorderen van een selectief gebruik van de auto. Het gaat erom een stringent binnenstedelijk parkeerbeleid dat (vermijdbare) automobiliteit ontmoedigt te combineren met de aanleg van goede voorzieningen (parkeergarages aan randen van de binnensteden en transferia aan randen van de steden). De verantwoordelijkheid voor het parkeerbeleid op openbaar terrein ligt bij de locale overheden. Het voordeel daarvan is dat maatwerk kan worden geleverd; een nadeel is dat het aanbod van (gratis) parkeerplaatsen een belangrijk element in de beleidsconcurrentie tussen gemeenten vormt. Daarom is een vorm van regionale (provinciale) afstemming wenselijk, gericht op een differentiatie van parkeertarieven conform schaarsteverhoudingen.
Door het ABC-locatiebeleid beïnvloedt de overheid ook het aanbod van parkeerplaatsen op eigen terrein voorzover het gaat om nieuwbouw. Recent onderzoek doet twijfels rijzen over de effectiviteit van dit beleid. Het verdient aanbeveling te zoeken naar mogelijkheden om het beleid verdergaand te differentiëren. De parkeernormen vormen dan de basis voor een gebiedsspecifieke uitwerking, rekening houdend met locale omstandigheden en met het te overbruggen verschil tussen bestaande en gewenste situatie. Daarin moet ook het streven naar meer ketenmobiliteit tot uitdrukking komen.

-

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie