Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tweede Kamer: over aanpak illegale arbeid

Datum nieuwsfeit: 20-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

26617000.004 lijst vr-antw aanpak illegale arbeid Gemaakt: 18-1-2000 tijd: 19:39 RTF


26 617 Aanpak illegale arbeid

Nr. 4 Lijst van vragen en antwoorden

Vastgesteld 20 december 1999

De commissie voor de Rijksuitgaven 1) en de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2) hebben een aantal vragen aan de regering voorgelegd over het rapport van de Algemene Rekenkamer inzake aanpak illegale arbeid.

De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van 17 december 1999.

Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van commissie voor de Rijksuitgaven,

Van Walsem

De voorzitter van de vaste commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Terpstra

De griffier van de commissie,

Van der Windt

Vraag 1

Is bekend welk deel van de illegale arbeid wordt verricht door personen die tijdelijk in Nederland verblijven?

Antwoord

Illegale tewerkstelling kan gepaard gaan met legaal en illegaal verblijf. De Arbeidsinspectie rapporteert niet over de verblijfsstatus van de bij controles aangetroffen illegaal tewerkgestelde vreemdelingen. De Vreemdelingendienst registreert op haar beurt niet of de vreemdeling is aangetroffen bij een controle van de Arbeidsinspectie. De Rekenkamer trof in haar steekproef 263 illegaal tewerkgestelde vreemdelingen aan, van wie bijna 2/3 illegaal verbleef (161). Van de overigen waren er 59 in procedure voor een verblijfsvergunning; 8 personen verbleven legaal in Nederland. Van de overige 35 kon de Rekenkamer de verblijfsstatus niet achterhalen voor alles geldt dat de duur van het verblijf hierbij niet is nagegaan. De Rekenkamer heeft ook uit andere bronnen geen informatie aangetroffen over de duur van het verblijf in Nederland van diegenen die illegaal tewerkgesteld worden.

Vraag 2

Acht u het voor de beleidsbepaling en beleidsuitvoering van belang dat actuele, op gedegen onderzoek gebaseerde, informatie beschikbaar komt over het aantal personen dat illegaal in Nederland verblijft en het aantal personen dat illegaal werkzaamheden verricht? Hoe beoordeelt u het feit dat het laatste beschikbare onderzoek ruim zes jaar oud is?

Antwoord

De Rekenkamer acht het van belang dat er inzicht bestaat in de ernst en omvang van het verschijnsel illegale arbeid. Tezamen met een risico-analyse zou dit de basis moeten zijn voor de coördinatie en planning van de aanpak van illegale tewerkstelling. De eisen die hieraan gesteld worden zijn omschreven in paragraaf 4.2 van het rapport Aanpak illegale arbeid. Het gaat hier om onderzoek naar het aantal personen dat in Nederland illegaal werkzaamheden verricht. Dit kan maar hoeft zeker niet perse gepaard te gaan met illegaal verblijf. Het feit dat het laatste beschikbare onderzoek naar illegale arbeid ruim 6 jaar oud is behoeft aandacht. Ook het kabinet heeft bij de nota Bestrijding illegale tewerkstelling gewezen op het belang van regelmatig onderzoek.

Vraag 3

Waarom heeft de Algemene Rekenkamer in het rapport Aanpak illegale arbeid geen verband gelegd met het rapport Aspergesteken - seizoensarbeid in de tuinbouw - waarin ook werd gepleit voor een meer intensieve coördinatie. Kan het verband alsnog gelegd worden? (blz.5)

Antwoord

In het rapport Aspergesteken - seizoensarbeid in de tuinbouw (1996) constateerde de Rekenkamer een uiteenlopende aanpak in de wijze van opsporing door de verschillende regio's. Deze liep teveel uiteen volgens de Rekenkamer om de rechtsgelijkheid tussen de verschillende regio's te kunnen waarborgen. In het rapport Aanpak illegale arbeid constateert de Rekenkamer dat inmiddels de Arbeidsinspectie forse inspanningen heeft verricht om de opsporing van illegale tewerkstelling landelijk te uniformeren en systematiseren. Zij constateert echter een aantal belangrijke problemen daarbij, met name ten aanzien van informatievoorziening.

Daarnaast constateerde de Rekenkamer in haar rapport Aspergesteken - seizoensarbeid in de tuinbouw een aantal problemen in de samenwerking tussen de toenmalige Inspectiedienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid (nu Arbeidsinspectie) en de Vreemdelingendienst, de Belastingdienst, en de uitvoeringsinstellingen. Sindsdien zijn onder meer samenwerkingsconvenanten aangegaan. In het onderzoek Aanpak illegale arbeid constateert de Rekenkamer ten aanzien van de samenwerking met andere instanties opnieuw tekortkomingen zij het nu meer de kwaliteit van de samenwerking betreffende: met name het ontbreken van meetbare doelstellingen, samenhangende informatie over resultaten en uitwisseling daarvan.

Er zijn daarmee een aantal aspecten uit het rapport Aspergesteken - seizoensarbeid in de tuinbouw opnieuw onderzocht. Dit verband had in het rapport Aanpak illegale arbeid duidelijker aangegeven kunnen worden.

Vraag 4

Waarom heeft de Algemene Rekenkamer voor een volledig inzicht in het fenomeen illegale arbeid niet het hele veld aan betrokken instanties, regelingen en ministeries (opgesomd op de bladzijden 9 en 11) meegenomen in haar onderzoek naar de aanpak ervan? (blz.5)

Antwoord

Het onderzoek was gericht op de verantwoordelijkheid van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het handhavingsbeleid in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen. Daartoe zijn gegevens verzameld bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het Openbaar Ministerie, de Vreemdelingendienst, de Belastingdienst, en de in de steekproef betrokken uitvoeringsinstellingen. In het onderzoek zijn niet aan bod gekomen de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Arbeidsvoorziening. Deze organisaties die wel genoemd worden op bladzijden 9 en 11 van het rapport houden zich vooral bezig met de preventie van illegale arbeid door middel van respectievelijk toelatingsbeleid en vergunningverstrekking.

Vraag 5

Een ernstige conclusie van het onderzoek naar de aanpak van illegale arbeid is dat de bewindspersonen lijden onder een gebrekkige informatievoorziening, omdat weliswaar wel veel informatie, maar niet de gevraagde informatie ontvangen wordt. Kan de Algemene Rekenkamer een volledig overzicht geven van de informatie die de Arbeidsinspectie gevraagd wordt te leveren en van de informatie die niet en die wel geleverd wordt en welke informatie wordt gemist bij het nemen van strategische beslissingen? (blz.5)

Vraag 8

Wat moet gebeuren om te bereiken dat het gehanteerde sturingsmodel resulteert in een samenhangend, op betrouwbare cijfers gebaseerd beeld van risico's, inzet en effecten? (blz. 7)

Vraag 9

Kan nader aangeduid worden welke nu nog ontbrekende verantwoordings- en beleidsinformatie beschikbaar moet komen? (blz.7)

Antwoord (op vraag 5, 8 en 9)

Het cyclisch sturingsmodel dat de Arbeidsinspectie hanteert (marktverkenningsonderzoek, risico-analyse, planning, programmering, aansturing en effectmeting) schiet op een aantal punten nog tekort. Het model is een geschikte methode, maar de Rekenkamer pleit er in haar aanbevelingen voor dat de eisen waaraan het model nog moet voldoen worden bepaald, en dat een plan voor de realisatie wordt vastgesteld.

Belangrijk acht de Rekenkamer dat hierbij een samenhangend beeld ontstaat waarin meerdere aspecten worden meegenomen (aanbod van illegale arbeid, vraag, economische omvang, arbeidsmarkteffecten), dat hierbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van actuele nalevingsinformatie, dat de inzet van opsporingscapaciteit geschiedt op basis van zoveel mogelijk meetbare doelstellingen, en dat het effect van de handhavingsinspanningen in beeld gebracht wordt aan de hand van uitkomsten en opbrengsten. Een voorbeeld van een project waarin dit volgens de Rekenkamer op succesvolle wijze geschiedt is het Confectie Interventie Team in Amsterdam, dat op blz. 16 van het rapport wordt beschreven.

De Rekenkamer refereert hierbij in haar rapport ook aan de behoefte zoals geformuleerd door de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid «aan een afwegingskader voor de bewindslieden, waarin ook trendmatige gegevens zijn opgenomen over capaciteitsinzet, inspectiefrequentie en aangetroffen risico's en effecten». Dit is de gevraagde informatie waarop in vraag 5 wordt gedoeld. De Rekenkamer heeft de inspanningen die geleverd zijn om in die behoefte te voorzien onderzocht. De Rekenkamer concludeert dat de Arbeidsinspectie nog niet in staat is betrouwbare sturings- en verantwoordingsinformatie over de Wav-handhaving te leveren en dat het gevraagde afwegingskader derhalve ontbreekt.

Vraag 6

De Rekenkamer constateert in haar conclusies een aantal tekortkomingen bij de aanpak van illegale arbeid, onder andere op het gebied van het inzicht in de risico's, inzet en effecten. Heeft de Rekenkamer het idee dat het huidige beleid inzake aanpak illegale arbeid onvoldoende kwaliteit heeft en te weinig effectief is? (blz. 5)

Antwoord

De Rekenkamer streeft er met haar aanbevelingen naar dat een beter inzicht ontstaat in de taakuitvoering en de resultaten van het beleid. Zij beoogt hiermee een betere sturing mogelijk te maken. Dit inzicht is eerst noodzakelijk, voordat conclusies over effectiviteit getrokken kunnen worden.

Vraag 7

De minister is bereid de coördinatie tussen de directie arbeidsmarkt en de Arbeidsinspectie nog eens te bezien. Kan de Algemene Rekenkamer daarom haar visie op aanbeveling 1 wat concreter en meer uitputtend invullen? (blz.6)

Antwoord

De Rekenkamer gaat er van uit dat een goede aansturing van het arbeidsmarktbeleid veronderstelt dat de directie Arbeidsmarkt een strategie ontwikkelt voor de beleidsuitvoering en actief optreedt ter verkrijging van betrouwbare beleidsinformatie. De Rekenkamer is van mening dat de beleidsdirectie Arbeidsmarkt op deze twee punten een passieve houding inneemt en het initiatief laat aan de Arbeidsinspectie, die primair een handhavende taak heeft.

Vraag 10

Het toekomstperspectief wordt «op zijn minst onzeker» geacht. Zou zonder de toevoeging «op zijn minst» de Rekenkamer hebben geconcludeerd dat verwacht wordt dat de situatie niet of weinig zal verbeteren? (blz. 7)

Antwoord

De Rekenkamer acht het toekomstperspectief op zijn minst onzeker, mede naar aanleiding van het ontbreken van concrete toezeggingen van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in zijn reactie op de conclusies en aanbevelingen van het rapport.

Vraag 11

Welke conclusie kan getrokken worden uit de uitspraak dat 11 van de 100 geverbaliseerde werkgevers de vacatures die zij illegaal vervulden wel bij Arbeidsvoorziening hebben aangemeld? (blz. 11)

Antwoord

Deze constatering deed de Rekenkamer bij de bestudering van een steekproef van processen-verbaal. Het aanmelden van vacatures is een indicatie van de initiatieven die werkgevers hebben genomen om op legale wijze aan arbeidskrachten te komen. Dit aspect speelt een rol zowel bij de vergunningverlening door de Arbeidsvoorziening als bij de overwegingen van het Openbaar Ministerie bij de vervolging van overtredingen. Dit laatste is ook aangegeven in het Handhavingsarrangement Wav (Staatscourant 19 december 1995). Directe conclusies over de motieven van werkgevers om wel of niet vacatures aan te melden zijn op basis van dit gegeven niet mogelijk.

Vraag 12

Wat moet worden verstaan onder een summiere handhaving toets? (blz. 12)

Antwoord

De handhaafbaarheidstoets of wetgevingstoets is een checklist die binnen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt gehanteerd om de handhaafbaarheid van nieuwe wetgeving te toetsen Het gaat hierbij zowel om heel concrete punten (bepaal het niveau van regelgeving; wet, amvb of ministeriele regeling) als om aspecten die heel ruim kunnen worden opgevat (overleg met handhavende instanties). Bij de tweede wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen om de werkmogelijkheden van asielzoekers te verruimen, in september 1998, is deze handhaafbaarheidstoets volgens de Arbeidsinspectie summier uitgevoerd. Deze wetswijziging is mede een gevolg van het regeerakkoord 1998, en is op een korte termijn doorgevoerd.

Vraag 13

In antwoord op kamervragen heeft de minister dit voorjaar de opbrengsten van inspecties in 1997 genoemd voor de belastingdienst en de uitvoeringsinstellingen, respectievelijk 3,2 miljoen en 0,9 miljoen. Hoe verhoudt deze informatie zich met de conclusie van hoofdstuk 5? (blz. 21)

Antwoord

De Rekenkamer onderzocht in hoeverre bij processen verbaal de informatieuitwisseling volgens de convenantsafspraken tussen de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst en de Uitvoeringsinstellingen verliep, en wat de opbrengsten van deze informatie uitwisseling zijn geweest. De Rekenkamer constateerde dat het inzicht in de opbrengst van samenwerking van de Arbeidsinspectie beperkt is.

In de steekproef zijn niet opgenomen een aantal zeer grote zaken in de tuinbouw, waar sprake was van georganiseerde illegale arbeid, en die tot grote boetes en naheffingen hebben geleid. De Rekenkamer heeft verder de afloop van zaken binnen een afgebakende periode (ongeveer een jaar tot anderhalf jaar na verbalisering) onderzocht. Het is mogelijk dat na deze termijn nog resultaten worden geboekt.

1) Samenstelling:

Leden

Rosenmöller (GL)

Van Zijl (PvdA)

Hillen (CDA)

Witteveen-Hevinga (PvdA), ondervoorzitter

Van Heemst (PvdA)

Hessing (VVD)

Giskes (D66)

Marijnissen (SP)

Crone (PvdA)

Van Dijke (RPF)

Bakker (D66)

Van Walsem (D66), voorzitter

Th.A.M. Meijer (CDA)

De Haan (CDA)

Wagenaar (PvdA)

Van den Akker (CDA)

Van Beek (VVD)

Duijkers (PvdA)

Verburg (CDA)

Vendrik (GL)

Remak (VVD)

Weekers (VVD)

Kuijper (PvdA)

Udo (VVD)

Blok (VVD)

Plv. leden

Harrewijn (GL)

Van Zuijlen (PvdA)

Ross-van Dorp (CDA)

Koenders (PvdA)

Bos (PvdA)

Voûte-Droste (VVD)

Lambrechts (D66)

Kant (SP)

Feenstra (PvdA)

Schutte (GPV)

Van der Vlies (SGP)

Schimmel (D66)

Stroeken (CDA)

Wijn (CDA)

Hindriks (PvdA)

Rietkerk (CDA)

O.P.G. Vos (VVD)

Hamer (PvdA)

Reitsma (CDA)

Rabbae (GL)

Van Blerck-Woerdman (VVD)

Geluk (VVD)

Smits (PvdA)

De Vries (VVD)

Balemans (VVD)

2) Samenstelling:

Leden

Terpstra (VVD), voorzitter

Biesheuvel (CDA)

Schimmel (D66)

Kalsbeek-Jasperse (PvdA)

Van Zijl (PvdA)

Bijleveld-Schouten (CDA)

Noorman-den Uyl (PvdA), ondervoorzitter

Kamp (VVD)

Essers (VVD)

Van Dijke (RPF)

Bakker (D66)

Visser-van Doorn (CDA)

De Wit (SP)

Harrewijn (GL)

Van Gent (GL)

Balkenende (CDA)

Smits (PvdA)

Verburg (CDA)

Bussemaker (PvdA)

Spoelman (PvdA)

Orgü (VVD)

Van der Staaij (SGP)

Santi (PvdA)

Wilders (VVD)

Snijder-Hazelhoff (VVD)

Plv. leden

E. Meijer (VVD)

Van Ardenne-van der Hoeven (CDA)

Giskes (D66)

Hamer (PvdA)

Van der Hoek (PvdA)

Dankers (CDA)

Kortram (PvdA)

Blok (VVD)

Van Blerck-Woerdman (VVD)

Van Middelkoop (GPV)

Van Vliet (D66)

Stroeken (CDA)

Marijnissen (SP)

Vendrik (GL)

Rosenmöller (GL)

Mosterd (CDA)

Schoenmakers (PvdA)

Eisses-Timmerman (CDA)

Wagenaar (PvdA)

Middel (PvdA)

Weekers (VVD)

Van Walsem (D66)

Oudkerk (PvdA)

De Vries (VVD)

Klein Molekamp (VVD)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie