Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Ministerie Verkeer met verslag Telecomraad EU

Datum nieuwsfeit: 20-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


00000000.219 brief sts vw t.g.v. het verslag telecomraad 30-11 jl.
Gemaakt: 28-12-1999 tijd: 15:52


3

Aan

de voorzitter van de Vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 20 dec. 1999

Onderwerp

Verslag Telecomraad van 30 november jl.

Geachte voorzitter,

Bijgaand ontvangt u ter informatie het verslag van de EU Raad voor Telecommunicatie, welke op 30 november jl. te Brussel heeft plaatsgevonden.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

drs. J.M. de Vries

Verslag van de EU Raad voor Telecommunicatie en Post

Brussel, 30 november 1999


____________________________________________________________

Lijst van aanwezigen:


- Voorzitter minister Heinonen (Finland)


- Staatssecretaris Korpela (Finland)


- Minister Daems (België)


- Minister Weiss (Denemarken)


- Staatssecretaris Larsen (Denemarken)


- Staatssecretaris Mosdorf (Duitsland)


- Staatssecretaris Salagiannis (Griekenland)


- Staatssecretaris Villar Uribarri (Spanje)


- Plv. Permanente Vertegenwoordiger Etienne (Frankrijk)


- Plv. Permanente Vertegenwoordiger Brennan (Ierland)


- Staatssecretaris Lauria (Italië)


- Minister Biltgen (Luxemburg)


- Staatssecretaris De Vries (Nederland)


- Minister Einem (Oostenrijk)


- Staatssecretaris Coutinho (Portugal)


- Minister Sahlin (Zweden)


- Staatssecretaris Heijer(Zweden)


- Minister Hewitt (VK)


- Commissaris Liikanen (Informatiemaatschappij DG)


____________________________________________________________


1. Goedkeuring van de voorlopige agenda

De agenda werd goedgekeurd.


2. Goedkeuring van de lijst van A-punten

De A-punten werden goedgekeurd.


3. Gemeenschappelijk standpunt betreffende de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen

De Raad gaf haar goedkeuring aan dit voor de informatie-maatschappij belangrijke voorstel. Deze richtlijn beoogt het gebruik van electronische handtekeningen in het handelsverkeer te stimuleren door aan een bericht, voorzien van een elektronische handtekening, rechtskracht toe te kennen, gelijk aan die van een schriftelijke handtekening in de papieren wereld. In het kader van de interne markt moeten berichten met een elektronische handtekening bovendien ook over de landsgrenzen heen worden geaccepteerd.

De Telecomraad heeft op 22 april jl. een Gemeenschappelijk Standpunt bereikt ten aanzien van deze richtlijn. Vervolgens heeft het Europees Parlement in tweede lezing vijf amendementen aangenomen waarover met de Raad overeenstemming is bereikt.


4. Regelgeving op het gebied van telecommunicatie

a) Mededeling van de Commissie betreffende het vijfde verslag over de uitvoering van het pakket telecommunicatieregelgeving

Presentatie door de Commissie/gedachtewisseling

Commissaris LIIKANEN presenteerde dit rapport. Hij gaf met name aan dat de liberalisering niet alleen op papier maar ook in de praktijk haar vruchten begint af te werpen. In oktober 2000 komt LIIKANEN met het zesde implementatierapport.

De Commissaris meldde dat deze implementatierapporten een goede manier is om druk op de Lidstaten te houden. Van belang is dat de Commissie niet alleen kijkt of de richtlijnen juridisch correct in de nationale regelgeving zijn omgezet, maar ook wat de daadwerkelijke effecten in de markt zijn. De Commissie heeft voor het rapport een zeer uitgebreide consultatieronde gehouden.

In algemene zin is de Commissie positief gestemd over de ontwikkelingen op de Europese telecommunicatiemarkt. Het rapport concludeert dat na intreding van volledige concurrentie in de telecomsector (21 maanden geleden) de telecomdiensten sterk groeien, met een groot aantal nieuwe spelers en dalende tarieven.

Een belangrijke conclusie is het feit dat er nog zeer weinig concurrentie bestaat in de lokale toegangsmarkt (de aansluitingen naar met name particuliere eindgebruikers), die nog altijd vrijwel alleen in handen zijn van de voormalige monopolisten.

De Commissie constateert weinig tot geen problemen in Nederland. De regelgeving is correct geïmplementeerd en leidt tot relatief weinig klachten van marktpartijen.Ten aanzien van enkele andere Lidstaten is de Commissie kritischer en in enkele gevallen is een aanvang gemaakt met infractie- en zelfs hofprocedures. LIIKANEN gaf aan dat het rapport een belangrijke input is geweest bij de herziening van het regelgevend kader in de telecomsector (volgende agendapunt).

Enkele Lidstaten reageerden op het rapport. Denemarken heeft veel waardering voor de rapportage en gaf aan dat de ontwikkelingen rond benchmarking aandacht vergen. Spanje geeft aan dat de liberalisering op schema ligt: met name de uitgifte van vergunningen voor UMTS krijgt in Spanje veel aandacht. In Portugal zal de liberalisering (twee jaar na de liberalisering in de meeste Lidstaten) per 1 januari 2000 rond zijn. De overheid bezit nu nog een minderheidsaandeel in de voormalige nationale monopolist van 10.5%.

b) Mededeling van de Commissie over de herziening van het regelgevend kader voor elektronische communicatiediensten: infrastructuur, transmissie en toegangsdiensten

LIIKANEN presenteerde de Mededeling over de herziening van de regelgeving (hieraan wordt ook vaak gerefereerd als het traject van de `Review'). In dit document worden de ideeën voor de regelgeving tot ongeveer 2010 neergelegd en is dus een zeer belangrijk document. De nadruk ligt op horizontale regelgeving in plaats van sectorspecifieke regelgeving. Alle partijen (consumenten, Lidstaten, operators, media etc.) krijgen de gelegenheid om te reageren. De Commissie zal vervolgens met concrete voorstellen komen.

In deze Mededeling kondigt de Commissie aan dat de huidige regelgeving erop gericht was de concurrentie in de telecommarkt te introduceren. Dit werd met name gedaan door verplichtingen op te leggen aan de monopolisten (`incumbent'). Een herziening is nodig nu de marktverhoudingen gewijzigd zijn. De volgende principes gelden als leidraad:


1. Vereenvoudiging van regelgeving;


2. Flexibiliteit: de Commissie meent dat de technologische en marktontwikkelingen zo snel en moeilijk voorspelbaar zijn, dat een flexibel regelgevend kader nodig is;


3. Technische neutraliteit: dit is belangrijk vanwege de convergentie van de diverse technologieën;


4. Minimum aan regelgeving.

De Commissie geeft ook aan dat er te grote verschillen bestaan in de wijze waarop momenteel Richtlijnen worden geïmplementeerd. De macht en onafhankelijkheid van de NRA's (National Regulatory Authorities, dus de toezichthouders) verschilt te sterk per Lidstaat. De Commissie wil een nieuwe groep onder haar leiding in het leven roepen waarin alle NRA`s zitting hebben. Taak zal zijn om toe te zien op een consistente toepassing van de communautaire regelgeving. Verder acht de Commissie het momenteel niet nodig om de reikwijdte van de universele dienst uit te breiden.

Alle Lidstaten reageerden uitgesproken positief op de Mededeling. Deze positieve reactie betrof zowel de principes, de geconstateerde bottlenecks bij de huidige ontwikkelingen op de markt als de suggesties voor verbeteringen. Kritische kanttekeningen werden geplaatst bij de nog geringe uitwerking van bijvoorbeeld de vraag waar sectorspecifieke regelgeving vervangen kan worden door horizontale regelgeving. Diverse Lidstaten gaven aan een zeer brede consultatie te starten, zodat medio februari een reactie van de Lidstaten verwacht kan worden.

Inhoudelijk kwamen twee hoofdpunten naar voren:


-Gebruik van andere instrumenten dan richtlijnen/verordeningen is noodzakelijk vanwege de noodzakelijke flexibiliteit in de regelgeving (iedere 18 maanden verdubbelt de capaciteit van netwerken). De markt heeft ook helderheid nodig en zoveel mogelijk uniforme interpretatie van regelgeving. `Soft law' zoals Aanbevelingen geven de overheid te weinig houvast in het ontwikkelen van regelgeving.


-De universele dienst: Frankrijk, Italië, Luxemburg, Spanje en Portugal stelden dat de reikwijdte uitgebreid dient te worden tot bijvoorbeeld internet-aansluiting. De universele dienst dient volgens deze Lidstaten een dynamisch concept te zijn dat een `digitale kloof' voorkomt in de samenleving.

Nederland -gesteund door Ierland, Portugal, België en Frankrijk- vraagt zich af of de ministers zelf nog de gelegenheid geboden kan worden om in een politiek debat over dit document van gedachten te wisselen. De komende Raad zou daar de gelegenheid voor kunnen zijn, indien de Commissie ervoor zorgt dat de resultaten van de consultatie gereed zijn voor 2 mei 2000. Aan het Voorzitterschap wordt gevraagd dit verzoek op te pakken.

De voorzitter bedankte voor de gedachtenwisseling en constateerde dat de Raad de Mededeling van de Commissie op hoofdlijnen onderschrijft.


5. Mededeling van de Commissie over de resultaten van de openbare raadpleging inzake het Groenboek over het radiospectrumbeleid

Presentatie door de Commissie

In december 1998 heeftde Commissie een Groenboek uitgebracht over de benodigde samenhang in het radiospectrumbeleid op de verschillende beleidsterreinen van de Gemeenschap. Belangrijke ontwikkelingen in de technologie, op de markt en in de regelgeving hebben consequenties voor de wijze waarop frequentieruimte in de Europese Gemeenschap en op internationaal niveau beschikbaar wordt gesteld. Met het groenboek wil de Commissie een discussie op gang brengen rond een aantal kernthema's:


-strategische planning van het gebruik van de frequentieruimte;


-harmonisatie van de radiospectrum-indeling;


-radiospectrumtoewijzing en vergunningen;


-radiocommunicatie-apparatuur en -normen;


-het institutionele kader voor radiospectrumcoördinatie.

Op hoofdlijnen heeft de consultatie volgens LIIKANEN het volgende opgeleverd:


-er is de behoefte om bepaalde beleidskwesties over radiospectrum op comunautair niveau te tillen;


-actie van de Europese Gemeenschap ten aanzien van het radio- spectrum is nuttig wanneer er een duidelijk regelgevend kader is;


-politieke steun is vereist om de doelen van de Europese Gemeenschap te bereiken in de WRC's (World Radiocommunications Conferences) van de ITU (International Telecommunications Union).

De Commissie stelt voor een expertgroep voor spectrumbeleid op te richten die diverse radiospectrumkwesties behandelt. Een regelgevend kader zou opgesteld moeten worden voor de harmonisatie van radiospectrum, waar dat nodig is om Gemeenschapsbeleid te implementeren op terreinen als telecom, omroep, transport en R&D. De Commissie zal trachten om gemeenschappelijke standpunten te formuleren op de agendapunten van de World Radiocommuncations Conference (die wordt gehouden in april 2000).

Nederland gaf aan positief te staan tegenover een dergelijke expertgroep, zolang de groep het werk van het CEPT (Commission Européenne de Poste et Telecommunication) niet overdoet en dient daarom niet uitsluitend uit technische frequentiespecialisten te bestaan. Nederland verwacht van deze groep een bredere kijk op de politieke aspecten van het frequentiebeleid. Denemarken gaf aan problemen te hebben met de positieve toon in het Commissierapport over `veilingen' van frequenties. LIIKANEN antwoordde dat de Commisie hierover nog helemaal geen standpunt heeft ingenomen, maar verslag doet van de consultatie.

De voorzitter concludeert het volgende:


- de Raad neemt kennis van het rapport;


- COREPER zal de werkzaamheden voortzetten op basis van dit rapport;


- de expertgroep wordt opgericht;


- de Commissie zal afhankelijk van de WRC agenda communautaire posities proberen vast te stellen.


6. De informatiemaatschappij van de toekomst: een antwoord op de uitdagingen van de wereldwijde elektronische handel

Open debat

Het voorzitterschap heeft ten behoeve van dit debat een `presidency paper' gepresenteerd. Daarin wordt uiteengezet dat de ontwikkelingen in de electronische handel van essentieel belang zijn voor de wereldgemeenschap als geheel. De nieuwe communicatie-middelen, zoals de stormachtige ontwikkelingen rondom het internet zullen de wereld van de gewone Europese burger op allerlei mogelijke manieren grondig veranderen. In de paper worden een drietal vragen gesteld die nader op deze problematiek ingaan.

De Lidstaten gingen (op uitdrukkelijk verzoek) zeer beknopt in op de vragen, waarbij het opviel dat er geen grote onderscheiden in de antwoorden viel te bemerken. Hoofdpunt daarin betrof het voorstel om tot Richtlijnen voor zelfregulering van electronische handel te komen, die eventueel op de Top van Lissabon besproken kan worden.

Wat is de goede balans tussen zelfregulering en wetgeving met het oog op de snelle en mondiale ontwikkeling van elektronische handel? Wat zijn de gevolgen voor het toekomstige Europese raamwerk voor regelgeving voor communicatiediensten?

De Lidstaten benadrukten het belang van het opbouwen van consumentenvertrouwen, zowel bij electronische handel als op alle andere terreinen van de informatiemaatschappij. Zelfregulering is van belang in de zich snel ontwikkelende markt, maar dient complementair te zijn aan regulering. De suggestie van de Commissie om te komen tot Richtlijnen voor zelfregulering wordt verwelkomd. Diverse Lidstaten benadrukten het feit dat het in de informatie- maatschappij niet alleen om electronische handel gaat. Frankrijk benadrukt de relatie met culturele waarden en werkgelegenheid, waardoor de rol van zelfregulering duidelijk aan randvoorwaarden gebonden moet worden. Nederland heeft als uitgangspunt dat alleen tot wetgeving wordt overgegaan indien de noodzaak daartoe vaststaat. Staatssecretaris De Vries stelde dat Nederland een groot voorstander is van zelfregulering maar dat tevens bepaalde voorwaarden aan het instrument gesteld moeten worden. Zo moeten de doelgroepen voldoende georganiseerd zijn, er moet een maatschappelijke belangenbehartiging plaatsvinden, alle partijen moeten voldoende binding hebben en de handhaving van afspraken moet voldoende verzekerd zijn.

Wat zijn de respectieve rollen van de verschillende internationale fora en nationale overheden in het proces van het creëren van de meest gunstige omgeving voor elektronische handel?

Lidstaten waren unaniem in het onderstrepen van het belang van internationale fora, aangezien electronische handel per definitie internationaal is. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk -gesteund door de meeste Lidstaten- gaven aan dat de diverse fora meer aandacht voor het midden- en kleinbedrijf zouden moeten hebben. Nationale overheden behouden hun rol (Duitsland en Denemarken wezen op het door hen uitgebrachte resp. `Masterplan' en `Digital DK'), maar zij dienen hun activiteiten in internationaal kader te plaatsen. Ook hier werd het belang in het vertrouwen van de on-line gebruikers aangegeven. Het Verenigd Koninkrijk heeft goede ervaringen met de `Internet Watch Foundation' als het om het vergroten van het vertrouwen bij de consument gaat. De stimulering van de ontwikkeling van een veilige infrastructuur dient prioriteit te zijn van nationaal en internationaal overheidsbeleid, zo stelde o.a. Nederland. Het Verenigd Koninkrijk vreesde dat OECD (als belangrijkste internationale organisatie op dit terrein) het momentum met betrekking tot het stimuleren van electronische handel voorbij heeft laten gaan. Een betere samenwerking tussen OECD en Global Business Dialogue zou wellicht weer een nieuwe stimulans kunnen geven.

Wat is de goede manier om te handelen? Hoe kunnen de overheden van de EU landen op de meest adequate wijze reageren op de aanbevelingen van de `Global Business Dialogue'?

Op dit punt werd door Lidstaten geen eenduidig antwoord gegeven. Het feit dat de Global Business Dialogue zich actief opstelt, wordt op zich zeer toegejuicht. Verder werd naar voren gebracht dat de Global Business Dialogue te weinig oog heeft voor de consumentenbelangen en te bedrijfsgericht is. De Global Business Dialogue wordt te sterk beïnvloed door bedrijven van buiten Europa. Dit betekent dat telkens goed bezien moet worden welke aanbevelingen door de EU worden overgenomen. De Commissie zou actiever moeten participeren in het werk van de Global Business Dialogue om tijdig bij te sturen.


7. Mededeling over de uitvoering van Richtlijn 95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen

Presentatie door de Commissie

Deze richtlijn uit 1995 schept een regelgevend kader voor twee zaken: de destijds nieuwe digitale televisiediensten enerzijds en een continuïteit met eerdere regelgeving voor televisiediensten met een analoge technologie anderzijds.

LIIKANEN presenteerde de Mededeling `Digitale televisie in Europa'. In het geval er aanleiding is voor veranderingen in de richtlijn, zullen die door de Commissie worden meegenomen in de herziening van het regelgevend kader voor de electronische communicatiediensten (zie punt
4b).

De belangrijkste conclusie van de Commissie in deze Mededeling is de opmerking dat de richtlijn min of meer achterhaald is. De groei van de digitale televisiemarkten en technologie overschrijden de reikwijdte van de richtlijn. Bij de herziening van de electronische communicatie-diensten wordt daarom gepleit voor een richtlijn inzake toegang en interconnectieregels voor alle electronische communicatie-netwerkdiensten. Geen van de Lidstaten gaf een reactie op de Mededeling van LIIKANEN.


8. Milleniumprobleem

Uiteenzetting van de stand van zaken door de Commissie

LIIKANEN stelde dat hij `hopelijk' in deze Raad voor de laatste maal in dit millennium verslag doet over de stand van zaken. Voor de telecommunicatiesector worden op Europees niveau in het algemeen geen problemen voorzien bij de millenniumwisseling. In Nederland hebben de gezamenlijke landelijke netwerkoperators een Telecommunicatie Coördinatie Centrum (TCC) in voorbereiding dat rondom de jaarovergang operationeel zal zijn om eventuele onverwachte problemen adequaat het hoofd te kunnen bieden.

Alleen Nederland bedankte de Commissie voor de inzet gedurende de laatste maanden. Staatssecretaris de Vries verzocht de Commissie aan de nog geconstateerde problemen in de High Level Group verder te werken.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie