Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

D66-raadsleden Amsterdam over de gekozen burgemeester

Datum nieuwsfeit: 20-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Notitie van de D66-raadsleden Hemmes en Arda getiteld: de gekozen burgemeester - de eerste stappen op het traject in Amsterdam

1. Inleiding

Decennia lang hebben de Amsterdamse Raadsfracties en leden van D66 zich ingespannen voor een dualistische opstelling van de Gemeenteraad. In achtereenvolgende verkiezingsprogramma's werden voorstellen gedaan voor het invoeren van lokale referenda, voor het houden van tussentijdse verkiezingen bij Collegecrisis en voor het aanstellen van wethouders die afkomstig zijn van buiten de Gemeenteraad, met als doel een grotere betrokkenheid van burgers bij en meer zeggenschap over het lokale bestuur.

Volgens D66 werken de onduidelijkheid over de bevoegdheden van burgemeester en de beslotenheid waarin de burgemeester wordt benoemd, belemmerend op de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur.

In deze notitie wordt een schets gegeven van de huidige situatie, gevolgd door voorstellen die kunnen leiden tot verbetering van de Amsterdamse situatie. We besteden daarbij vooral aandacht aan de gekozen burgemeester en de mogelijke stappen op weg naar dit einddoel.

In deze notitie doet D66 voorstellen over de stappen die de Amsterdamse gemeenteraad zou kunnen ondernemen bij de opvolging van de huidige burgemeester. Deze verkenning leidt tot de conclusie dat er ook zonder (Grond)wetsherziening mogelijkheden zijn tot substantiële vergroting van de invloed van de burgers op het bestuurlijke proces.

Ter voorkoming van elk misverstand: wij blijven warm voorstander van de rechtstreeks gekozen burgemeester en zien de voorstellen in deze notitie als eerste, op korte termijn realiseerbare, stappen naar dat doel.

2. De rol van de burgemeester en de huidige benoemingsprocedure

2.1 De rol van de burgemeester

Op lokaal niveau zijn er voor de burgers weinig herkenbare stadsbestuurders. We moeten daarvoor teruggrijpen naar Wibaut of De Miranda en recenter Schaefer. Uit onderzoek blijkt dat de burgemeester de meest bekende functionaris is, Amsterdammers hechten grote waarde aan de rol van de burgemeester.

Het gebrek aan brede herkenbaarheid van het stadsbestuur, geeft te denken. Staatsrechtelijk gezien gaan op het Stadhuis de zaken volgens het boekje maar met de herkenbaarheid van het politieke bestuur is het slecht gesteld. Niet voor niets is dit een telkens terugkerend item in het AT5 programma ADuivels@.

Formeel liggen alle bevoegdheden bij de raad, het college van B&W bepaalt echter, meer dan de gemeenteraad, het beleid in een gemeente. Het is daarom essentieel dat de burgemeester als voorzitter van dit beleidsbepalende bestuursorgaan een democratische legitimatie krijgt.

Democratie impliceert controle op de macht, die controle moet daarom in elk geval daar kunnen worden uitgeoefend waar de macht het grootst is. Waar burgers door hun stemrecht controle kunnen uitoefenen, moeten ze dus niet alleen kunnen stemmen voor hun gemeenteraad, maar ook voor degene die aan het dagelijks bestuur leiding geeft: de burgemeester. (1)

Kortom het wettelijk raamwerk sluit niet aan bij het feitelijk functioneren van de lokale politiek en de bevoegdheden van de burgemeester stroken niet met het aanzien dat hij maatschappelijk heeft. Naar de top van de pagina 2.2. De huidige benoemingsprocedure

De huidige procedure (2) voor het benoemen van een burgemeester is naar de smaak van D66 een schoolvoorbeeld van geformaliseerde achterkamertjes politiek. Het enige wat in het openbaar plaatsvindt is de openstelling van de vacature en de bekendmaking van de benoeming. Alle tussenliggende stappen zijn geheim of vertrouwelijk.

Het enige mogelijke moment van openbaarheid is de Raadsvergadering waarin het profiel van de kandidaat wordt vastgesteld, daarbij gaat het uitsluitend over eisen van bekwaamheid en geschiktheid. Een 'mogelijk' moment, want zelfs hier is openbaarheid niet verplicht, de Gemeenteraad kan hierover in het geheim vergaderen.

De Gemeenteraad kan besluiten om een vertrouwenscommissie in te stellen die de Commissaris van de Koningin adviseert over mogelijke kandidaten. De openbare vergadering waarin de vertrouwenscommissie wordt benoemd is in de praktijk vooral gewijd aan hoe de geheimhoudingsplicht van de commissie kan worden geëffectueerd. Voorwaarde voor een vertrouwenscommissie is een deugdelijke procedure ter waarborging van de geheimhoudingsplicht.

De Commissaris van de Koningin adviseert op zijn beurt vertrouwelijk aan de minister van Binnenlands Zaken. De voordracht van de minister aan de Ministerraad is ook vertrouwelijk. De Kroon benoemt de burgemeester op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken en na kennis te hebben genomen van de aanbeveling van de Commissaris van de Koningin. Deze situatie is in Europa uitzonderlijk en onderwerp van (internationale) kritiek.

Als we kijken naar een voorbeeld uit het recente verleden kunnen we constateren dat er van geheimhouding in de praktijk weinig terechtkomt. Voor de vervulling van de vacature die ontstond na het vertrek van burgemeester Opstelten in Utrecht had, naast de uiteindelijk benoemde mevrouw Brouwer, ook oud-staatssecretaris Kohnstamm belangstelling.

Het was bekend dat de Commissaris van de Koningin van Utrecht, Staal, de voorkeur gaf aan Kohnstamm boven de favoriet van de vertrouwenscommissie, mevrouw Brouwer. Tot slot hebben we kennis kunnen nemen van het spannende verloop van het debat in het Kabinet naar aanleiding van de geheime voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken, met mevrouw Brouwer als eerste kandidaat.

Kortom: de door ons niet voorgestane, maar wel voorgeschreven geheimhouding is in de praktijk een absolute farce. Naar de top van de pagina 3. Verbeteringen: Openbaarheid van Bestuur

D66 heeft de beschreven problematiek al eerder onderkend en zich samen met andere progressieve partijen ingespannen de nodige staatsrechtelijke hervormingen tot stand te brengen. De Wet Openbaarheid van Bestuur en de Algemene Wet Bestuursrecht, kunnen in handen van de burger geduchte wapens zijn tegen regentisme en achterkamertjes politiek.

Ook op lokaal niveau is het een en ander tot stand gekomen. Zo vergaderen de commissies van bijstand van de Gemeenteraad sinds de jaren zeventig in de openbaarheid en worden de stukken van B&W ter beschikking gesteld. Daar staat dan helaas weer tegenover dat de laatste jaren een toename is waar te nemen van het geheime circuit in de vorm van vertrouwelijke stukken (zogenaamde kabinet stukken).

Eén van de belangrijkste staatsrechtelijke vernieuwingen op lokaal niveau was ongetwijfeld de invoering van de Stadsdeelraden. Met de nodige scepsis begroet, hebben ze in de loop der jaren hun waarde bewezen.

Waar vroeger afspiegelingscollege's tot stand kwamen, zijn er tegenwoordig programcolleges op basis van akkoorden. In de afgelopen jaren hebben colleges en fracties daarbij geworsteld met de onderlinge verhoudingen. In het begin ging het om colleges die zeer afhankelijk waren van de samengestelde fractie, waarbij de grootste fractie bovendien nogal dominant was (Breznjev aan de Amstel).

In de loop van de jaren tachtig en in het begin van de jaren negentig, viel een toenemend (politiek) dualisme waar te nemen. College en Raad kwamen min of meer onafhankelijk tegenover elkaar te staan. Dit resulteerde overigens weer in identificatieproblemen voor het college. Burgemeester Van Thijn riep eens tijdens algemene beschouwingen, nadat fracties weer de nodige kritische kanttekeningen bij het collegebeleid hadden geplaatst: "Van wie is dit college?".

Nu aan het eind van de jaren negentig is dat duidelijk. Het college is van niemand, maar de partijen beheren wel diverse portefeuilles waarbij het integrale beleid in ieder geval naar buiten toe, onvoldoende overkomt. Hier zou een glansrol voor de burgemeester zijn weggelegd als hij in het Stadhuis dezelfde ruimte zou krijgen, die hij maatschappelijk gezien al heeft. Naar de top van de pagina 4. Op weg naar de gekozen burgemeester in Amsterdam

Doel van dit deel van de notitie is het schetsen van een model dat in hoofdlijnen een ideaal weergeeft waaraan de komende tijd gewerkt kan worden en dat stap voor stap kan worden geïmplementeerd. De eerste stap in de door ons gewenste richting is het openbreken van de tot nu toe gevolgde benoemingsprocedure van de burgemeester.

D66 wil dat in de volgende eeuw de uitvoerende macht wordt geconcentreerd bij het dagelijks bestuur in de vorm van een rechtstreeks gekozen burgemeester, die ook formateur is van het College. De controlerende macht (de Gemeenteraad) controleert in die situatie en geeft de beleidskaders aan.

Het resultaat daarvan zou kunnen zijn dat er een efficiënter, effectiever en meer integraal democratisch bestuur ontstaat, waarbij recht wordt gedaan aan de positie die de burgemeester en het College in de maatschappij innemen.

Omdat deze procedure binnen de huidige wetgeving een stap te ver gaat doet D66-Amsterdam de volgende voorstellen die binnen de huidige wetgeving wel realiseerbaar zijn.

De Gemeenteraad kan de vacature voor het ambt van burgemeester openbaar bekend maken, en in een openbare gedachtewisseling tot vaststelling van het profiel voor de nieuwe burgemeester komen. Bij de vaststelling van het profiel, zou de Gemeenteraad de sollicitanten kunnen oproepen zich bekend te maken, door een afschrift van hun sollicitatie ter kennis te brengen van de Gemeenteraad.

De Gemeenteraad stelt geen vertrouwenscommissie in en hoeft daardoor voor niemand iets geheim te houden.

De Raad organiseert een meningspeiling over de kandidaten door middel van een populariteitsstemming waaraan alle kiesgerechtigde Amsterdammers kunnen deelnemen.

Overigens gebruikt Minister van Binnenlandse Zaken, Peper, voor de populariteitspeiling over burgemeesterskandidaten, de term referendum. Het betreft een peiling onder de bevolking over de openbare kandidaten voor het publieke ambt van burgemeester van Amsterdam.

Er bestaat altijd de mogelijkheid, dat een niet-openbare kandidaat voorgedragen wordt en benoemd, namelijk iemand die geen gehoor heeft gegeven aan de oproep van Gemeenteraad om een afschrift van de sollicitatie aan de Raad te sturen.

D66 vindt het wenselijk dat bij de benoeming van de burgemeester van Amsterdam, de Commissaris van de Koningin van Noord-Holland en de minister van Binnenlandse Zaken, zich publiekelijk verantwoorden over hun aanbeveling of voordracht.

Ten opzichte van de huidige procedure - zeker zoals deze in de praktijk werkt - heeft niemand iets te verliezen. De kandidaten niet, want hun namen lekken in de praktijk toch uit. De Raad niet, want het is in principe nu ook niet controleerbaar hoe het advies van de vertrouwenscommissie tot stand komt en welke invloed dit heeft op de verdere procedure. En de Amsterdamse burgers niet, want die hebben bij de huidige procedure alleen inspraak over het profiel van de kandidaten.

Andere wensen zoals eerder geuit in deze notitie, kunnen binnen de gemeente, zo de politieke wil daarvoor aanwezig is, materieel en deels formeel, worden gerealiseerd. Het verschijnsel van informateur (3) tijdens de Collegevorming kennen we sinds de laatste Collegevorming. Een stap naar de burgemeester nieuwe stijl als formateur, is dan te overzien.

De portefeuilleverdeling is een zaak van het College van B & W. Ook hier kan ter bevordering van duidelijkheid van bestuur ten opzichte van Raad en bevolking, een logischer verdeling tot stand komen. Daarbij kan de burgemeester, zeker in combinatie met het vorige punt een zwaardere rol krijgen.

Wanneer de gemeenteraad besluit bovengenoemde voorstellen over te nemen is er een belangrijke stap gezet in de richting van modernisering van het ambt van burgemeester naar Europees perspectief. De democratische legitimering van de burgemeester kan een grote bijdrage leveren aan de betrokkenheid van burgers bij het lokaal bestuur en zal leiden tot een duidelijkere herkenbaarheid van de bestuurders van de stad.

5. Besluitvorming

Op grond van het vorenstaande stellen wij u voor, het volgende besluit te nemen:

De Gemeenteraad van Amsterdam,

Gezien de voordracht van D66 van 20 december 1999,

Besluit:

I. bij de eerstvolgende vacature van de functie van burgemeester van Amsterdam geen vertrouwenscommissie in te stellen;

II. kandidaten voor deze vacature op te roepen een afschrift van hun sollicitatiebrief te sturen naar de Gemeenteraad van Amsterdam en zich zodoende publiekelijk bekend te maken;

III. de populariteit van de openbare kandidaten via een meningspeiling, waaraan alle kiesgerechtigde Amsterdammers kunnen deelnemen, te meten;

IV. de uitslag van deze meningspeiling aan de Commissaris van de Koning te doen toekomen, als het advies van de Gemeenteraad van Amsterdam

Noten:

1. Gekozen burgemeester in een dualistisch bestel, Wetenschappelijk Bureau Democraten 66, 's Gravenhage

2. brief Biza 13-12-91 BK 91/U1527

3. lijsttrekker van de grootste partij

20 december 1999

Resultaat

Deze notitie is ingediend als voorstel op grond van artikel 11 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad. Dit houdt in dat het zonder preadvisering door het College van Burgemeester en Wethouders wordt geaggendeerd voor de vergadering van de Gemeenteraad. Behandeling op 26 januari 2000. Naar de top van de pagina Terug naar de homepage

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie