Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Van Boxtel bij het onderwerp Grotestedenbeleid

Datum nieuwsfeit: 21-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak van minister Van Boxtel bij de ondertekening convenanten op Maandag 20 december 1999 te Den Haag
Een toespraak bij het onderwerp Grotestedenbeleid. 21 december 1999
Geachte aanwezigen,
De handtekeningen zijn gezet, de convenanten zijn gesloten. Samen hebben we - kabinet, steden en betrokken ministeries - een forse stap gezet ter versterking van onze steden. Steden die door de eeuwen heen, niet alleen op economisch gebied, maar ook op sociaal en cultureel gebied een centrale rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van ons land. Onze steden vormen het hart, de motor van onze samenleving: sterke steden maken Nederland sterk! Het grotestedenbeleid is geen bestuurlijk onderonsje. Het is niet alléén een andere manier om geld te verdelen. Ik stel vast dat het grotestedenbeleid, waar staatssecretaris Kohnstamm de eerste bouwstenen voor heeft gelegd, een nieuwe dimensie geeft aan het politieke bestuur in ons land. Niet alleen bij de rijksoverheid, maar ook in de steden.
Ten eerste omdat er is gekozen voor een samenhangende aanpak. Samenhangend door de keuze voor een inhoudelijk en budgettaire aanpak van de economische, fysieke en sociale infrastructuur van de grote steden. Dit kabinet hecht aan de versterking van de positie van de steden en hun inwoners. Ten tweede omdat door coördinatie en bundeling van expertise, geld en menskracht er sprake is van een begin van ontschotting tussen de verschillende betrokken departementen en hun regelgeving. Maar ook in de steden, tussen de verschillende gemeentelijke diensten.
Ten derde omdat er gekozen is voor (meerjarige)
programmafinanciering in plaats van projectfinanciering, met een sterke sturing op output. De convenanten lopen door tot 2003 en zijn gebaseerd op stedelijke visies voor tien jaar. Ten vierde omdat het grotestedenbeleid uitgaat van partnerschap, van structurele samenwerking tussen bestuurders, maatschappelijke organisaties, burgers en bedrijfsleven.
Kortom, het grotestedenbeleid is in mijn ogen een onomkeerbaar proces van vernieuwing, verandering, versterking en verbetering. En dat onder een veel gunstiger gesternte dan ooit voor alléén de stadsvernieuwing of alléén de sociale vernieuwing heeft gegolden. Aan de vooravond van het nieuwe millennium gaat het goed met Nederland. Ook met de steden in Nederland gaat het steeds beter. In de jaren tachtig was er in de grote steden nog sprake van hoge werkloosheid. Als we nu kijken naar de 25 grote steden, dan zien we dat de werkloosheid daar voortdurend gedaald is, zelfs meer dan de nationale afname overtrof. Tussen 1994 en 1997 is de werkeloosheid in de 25 grote steden met één procent gedaald, terwijl de daling landelijk maar een half procent was. In de helft van de steden hebben de werklozen in de probleemwijken hiervan meer dan evenredig hun positie kunnen verbeteren. Het stedelijke productiemilieu heeft duidelijk aan kracht gewonnen.
Maar, ondanks deze bemoedigende ontwikkelingen, zijn we er nog lang niet. Het doel:een complete, veilige, leefbare stad waarin alle burgers gelijke kansen hebben, is nog lang niet bereikt. In bepaalde wijken stapelen de problemen zich op en versterken ze elkaar. Dat is één van de belangrijkste redenen waarom we vandaag een nieuwe fase inluiden van het grotestedenbeleid. Een nieuwe stap op weg naar vernieuwing en modernisering van onze stedelijke cultuur. Op weg naar een veilige en democratische leefomgeving, waar iedereen graag woont en werkt, waarin iedereen meetelt. Dat is ook de reden waarom het kabinet de komende vier jaar ruim 16,5 miljard investeert in het grotestedenbeleid.
We zijn het eens over hoe we dit geld gaan besteden. De problemen en uitdagingen zijn terug te vinden in de stedelijke ontwikkelingsprogrammas. Veiligheid heeft in veel stedelijke
-programmas een prominente plaats gekregen. Terecht. De burger ervaart onveiligheid in eigen stad en buurt als een enorm probleem. Het grotestedenbeleid biedt goede kansen om een flinke vooruitgang te boeken.
Politie, Justitie en stadsbestuur hebben goed samengewerkt bij de voorbereiding van de programmas. Dit draagt bij aan de versterking van de regiefunctie van het stadsbestuur. Dat is van groot belang bij de verbetering van de veiligheid en de bestrijding van criminaliteit. Zowel politie als justitie zijn nadrukkelijk het contact met de burgers aan het versterken. Een voorbeeld hiervan is het Politie Service Centrum dat in het programma van Dordrecht wordt genoemd. De politieregio Zuid-Holland Zuid wil met dit centrum, dat op 1 januari 2000 van start gaat, een één loket functie realiseren voor alle specifieke vragen aan de politie en andere hulpverleningsorganisaties.
Het doet me deugd dat de etnische minderheden in alle ontwikkelingsprogrammas nadrukkelijk in beeld zijn. Dat is nodig, want we weten dat er nog steeds serieuze problemen zijn op terreinen als voortijdig schoolverlaten, hogere werkloosheid (bij allochtonen vier maal zo hoog), criminaliteit, enzovoorts. Nog steeds hebben gemeenten grote moeite om leden van de minderheidsgroepen bij de planvorming te betrekken. Ik wil u oproepen het hier niet bij te laten zitten. Eén ding weten we zeker: de aantallen etnische minderheden zullen in alle steden groeien. Gezamenlijk zullen we vorm moeten geven aan beleid én uitvoering van dat beleid.
De gemeente Den Haag heeft dat goed begrepen. In hun programma hebben zij gekozen voor een nieuwe methode. Den Haag gaat in de toekomst bij de beoordeling van offertes van decentrale welzijnsinstellingen uitdrukkelijk betrekken op welke wijze de verschillende bevolkingsgroepen in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en behoeften kenbaar te maken. Ik lees dat als een creatieve vorm van positieve actie, die ook andere gemeenten kan inspireren.
De programmas bevatten ook een scala aan
werkgelegenheidsactiviteiten, die in samenspraak en samenwerking met verschillende partners ontwikkeld zijn en uitgevoerd worden. Activiteiten die, als ze een succes worden, eer dan 100.000 nieuwe banen kunnen opleveren.
Al deze voorbeelden, alle goede plannen en goede ideeën in de ontwikkelingsprogrammas zullen als best practices worden verzameld en beschikbaar gesteld door het Kenniscentrum Grotestedenbeleid. Over het Kenniscentrum heb ik overigens een verheugende mededeling: ik heb mevrouw dr. Wolff-Albers, oud-lid van de WRR en voorzitter van de programmaraad voor onderwijsonderzoek bij het NWO, bereid gevonden als kwartiermaker op te treden. Ik ben daar zeer content mee; met haar en met het feit dat het Kenniscentrum nu echt van start kan.
Naast het uitvoeren van deze convenanten, zullen wij samen de komende periode een nieuwe slag maken. Het gaat wat mij betreft om de volgende vier themas:

- meer aandacht voor mobiliteit en bereikbaarheid, met andere woorden een nadrukkelijkere betrokkenheid van verkeer en vervoer bij het grotestedenbeleid;

- een integrale aanpak van de ruimtelijke inrichting van de stad/de stedelijke omgeving;

- versterking van de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven; en last but not least,

- de verdere versterking van het sociale beleid, in relatie tot het economische en stedelijke vernieuwingsbeleid. Voor de steden geldt dat er hard gewerkt gaat worden aan de uitvoering van de plannen, aan de verbetering van de leefbaarheid in wijk en buurt. Na het millennium...
Het grotestedenbeleid wordt voortgezet. De nieuwe ontwikkelingen die in de naaste toekomst op de steden afkomen zijn uitdagend. Dit kabinet wil daar een antwoord op geven.
Het huidige relatief gunstige economische klimaat verschaft ons de mogelijkheid om in het stedelijke beleid het accent te verleggen van defensief naar offensief. Veranderingen, bijvoorbeeld die samenhangen met de verdere verbreiding van informatie- en communicatietechnologieën (ICT) zijn van groot belang. ICT vormt volgens vele economen de kern van de nieuwe economie. Ik ben het daar mee eens. Ik ben er van overtuigd dat ICT de individualiseriing verder doet voortschrijden en nationale grenzen verder doet vervagen. Dat steltons, ik zeg het nog maar eens, voor nieuwe uitdagingen. Zo ben ik er van overtuigd dat ICT de wijze van produceren, de producten, de wijze van verkoop van die producten en ook de locatie van die productie drastisch zal beïnvloeden.
Voor mij is een prangende vraag wat in die nieuwe economie de rol van steden én de stedelijke regios zal zijn.
De enorme vlucht die het Internet neemt gaat gepaard met grootse, soms tegengestelde verwachtingen: het einde van dictaturen, de hele wereld één groot dorp, "The Death of Distance" , de neergang van steden als gevolg van de komst van het Internet. Volgens William Mitchell, hoogleraar aan het MIT zou het Internet tot een fundamentele verandering leiden in de wijze waarop mensen contacten onderhouden. De stad van straten, pleinen, stations, cafés en winkels zou daardoor vervangen worden door een City of Bits. De komst van deze virtuele stad zou de "lijm" die gedurende millennia concrete steden bij elkaar heeft gehouden, oplossen. Ik ben het daar niet mee eens. Deze zwartgallige voorspellingen verraden een gebrek aan historisch gevoel. Ook bij eerdere technologische doorbraken waren er dat soort radicale toekomstvoorspellingen. Denk maar eens aan de commotie rond de introductie van de telegraaf het "victoriaanse internet"- in het midden van de 19de eeuw. In zulke beschouwingen wordt het deterministische karakter van technologische veranderingen verkeerd begrepen.
Want wat steeds blijft is het cruciale belang van face-to-face contacten. Naarmate productie meer innovatief is en dus minder gestandaardiseerd, zullen deze face-to-face contacten almaar belangrijker worden voor het uitwisselen van de hiervoor benodigde complexe informatie. Nabijheid is hiervoor een voorwaarde. De verhuizing van het hoofdkantoor van Philips van Eindhoven naar Amsterdam is hiervan een sprekend voorbeeld.
De komst van het Internet en ICT zal - zo voorspel ik u - niet het einde der steden betekenen, net zomin als de uitvinding van de telegraaf en de telefoon.
Ik draai het liever om: de opkomst van ICT biedt, zeker voor de steden, nieuwe mogelijkheden en nieuwe kansen. Volgens Manuel Castells bewegen we ons van een industriële samenleving naar een informatiesamenleving. Van een tijdperk waarin de meeste mensen met hun handen en/of met tastbare producten werkten, naar een tijdperk waarin het vooral gaat om het maken, manipuleren, verspreiden en uitwisselen van informatie.
Kortom, we staan aan de vooravond van een nieuw tijdperk met vele mogelijkheden voor de Nederlandse economie. We zien dat nu al: overheid en bedrijfsleven bouwen aan een moderne kennisinfrastructuur. Deze veranderingen zullen leiden tot een nieuwe samenleving, daar ben ik van overtuigd.
Een nieuwe Internet- en multimediasamenleving die andere, nieuwe eisen stelt aan menselijk kapitaal. Maar ook aan de ruimtelijke inrichting van ons land en onze steden. Aan bereikbaarheid, verkeer en vervoer. Met nieuwe, uitdagende mogelijkheden voor het onderwijs, de economie en de cultuur.
Er komt een fundamentele verandering in de relatie tussen werk en fysieke plaats. Niet meer eenduidig, zoals vroeger, in het industriële tijdperk. Toen was er een ruimtelijke scheiding tussen wonen en werken, een scherpe afbakening tussen werken en vrije tijd. De oude scheiding tussen wonen en werken en werken en vrije tijd wordt minder groot.
Daardoor zal de rol van steden veranderen. Maar steden hebben ook in die kennissamenleving veel te bieden: door hun aantrekkelijk decor en relatief groot aanbod van voorzieningen. Naast de globalisering zal de regio voor mensen steeds belangrijker worden, zo is mijn taxatie.
Steden blijven een uitstekend milieu voor (netwerken van) kleine, hoogwaardige bedrijven, deels aan de eigen woning verbonden. De fysieke nabijheid maakt het mogelijk om de noodzakelijke face-to-face contacten te onderhouden, terwijl een goede ICT infrastructuur de koppeling met de globale markt mogelijk maakt. Om ook in het ICT-tijdperk de economische vitaliteit te behouden moeten de steden streven naar kwalitatief goede woon- en verblijfmilieus. Maar er moet ook op een andere manier gekeken worden naar de regelgeving voor economische activiteiten. Nog teveel wordt in oude patronen gedacht, bijvoorbeeld in termen van bedrijvenparken. Het wordt tijd voor nieuwe ideeën en vernieuwende initiatieven. De kunst zal zijn om de vrije individuele mens de stad te bieden die aansluit bij hun behoeften en inspeelt op eisen van de kennissamenleving.
De steden zitten zeker niet stil. In de ontwikkelingsprogrammas zien we dat de steden zich bewust zijn van de mogelijkheden en kansen van ICT, dat zij actief inzetten op deze nieuwe kennissamenleving. Ik geef een voorbeeld: in Utrecht zijn er op dit moment 2500 ICT-bedrijven en volgen ruim 4000 studenten een ICT-gerelateerde opleiding. Steeds vaker vestigen internationale ICT-ondernemingen, waaronder belangrijke spelers op de ICT-markt, zich in ons land, vooral in of rond onze grote steden. Bedrijven als Cap Gemini in Utrecht, Novell in Rotterdam, Cisco en Lost Boys in Amsterdam. Deze bedrijven vinden ons land, onze steden aantrekkelijk vanwege de relatief goede transportinfrastructuur, het openbaar vervoer, de aanwezigheid van gerenommeerde onderwijsinstellingen, de goede telecominfrastructuur en de historische binnensteden, met een hoogwaardig voorzieningenniveau op sociaal en cultureel gebied.
Ook de Rijksoverheid zit niet stil. We maken al volop gebruik van de mogelijkheden van ICT. Niet alleen binnen de eigen organisatie. We gebruiken ook ICT om de overheidsinformatie toegankelijker te maken (overheid.nl) en om de dienstverlening te stroomlijnen en te verbeteren (OL2000). Samen met minister Jorritsma van EZ is de nota De Digitale Delta tot stand gekomen. Minister Hermans van OCenW voorziet in rap tempo de scholen van pcs. Staatssecretaris Van der Ploeg heeft het initiatief genomen voor de denktank Infodrome, enzovoorts, enzovoorts. Initiatieven waar ook de steden ruimschoots een rol in spelen en van kunnen profiteren. Bij onze voorbereiding op het ICT-tijdperk mogen we niet ophouden bij het creëren van voorwaarden voor ICT-gerelateerde bedrijvigheid. Evenzeer is het van belang om zo veel mogelijk te werken aan een gelijkwaardige toegang tot en vertrouwdheid met ICT. We mogen geen kloof laten ontstaan op dit terrein. Dat zou kunnen leiden tot opnieuw verregaande sociale ongelijkheid. Gelukkig kunnen we vaststellen dat er in Nederland volgens het SCP nog geen sprake is van een kloof tussen surfers en drenkelingen. Maar er zijn wel groepen die op dit moment relatief achterblijven als het gaat om het bezit en/of gebruik van moderne ICT-middelen: alleenstaande vrouwen, 65-plussers, mensen met een lage opleiding, mensen met een laag inkomen en werklozen. Maar het gaat om een tijdelijk en zeker geen absolute en onoverbrugbare grens. Zover mogen we het ook niet laten komen.
In zijn prachtige boek An Empire Wilderniss beschrijft Robert Kaplan de situatie van de huidige Amerikaanse steden en hij wijst op de risicos van ICT voor de steden. Bijvoorbeeld De Californische stad San Diego, hét voorbeeld van een briljante stedelijke vernieuwing, waar de kloof met het noorden van Mexico steeds groter dreigt te worden. Of Los Angeles, waar de bewoners geen enkele loyaliteit meer voelen met de stad.
Ook de fameuze Britse geograaf Sir Peter Hall waarschuwt voor een sociale scheiding binnen de steden. In zijn magnum opus Cities in Civilisation analyseert hij de uiteenlopende geschiedenissen van steden. Hij schrijft over het antieke Rome, het Londen van Shakespeare, maar bijvoorbeeld ook het Memphis van de blues en Elvis Presley. In het hoofdstuk The City of the Coming Age, schetst hij de positieve kanten van ICT voor de steden. Maar ook het gevaar dat bijvoorbeeld etnische minderheden structureel uitgesloten worden en nauwelijks zicht hebben op gelijke participatie in de moderne kennissamenleving.
Hall is echter een optimist wanneer het gaat om de toekomst van de stad. Ik citeer: "Op het keerpunt tussen de twintigste en eenentwintigste eeuw, komt er een nieuw soort economie tot leven, en een nieuw soort maatschappij en een nieuw soort stad. Sommigen zullen zeggen, dat is helemaal geen stad, dat is het eind van de stad, maar ze zullen het zonder twijfel bij het verkeerde eind hebben". De stad zal nooit verdwijnen, hooguit voortdurend transformeren.
De komende jaren gaat het in het grotestedenbeleid om het vinden van strategische antwoorden op de ICT-ontwikkelingen. Dat zal de concurrentiekracht op de Europese en wereldschaal sterk gaan bepalen. Dit vraagt om meer dan een educated guess. Wat betekent dit voor ons land, voor de stad en de stedelijkheid? Daarom stel ik op korte termijn een gezaghebbende commissie in die mij medio 2000 hierover een advies zal uitbrengen. De commissie krijgt als opdracht de gevolgen van de ICT-revolutie voor de ontwikkeling van de steden, die naar mijn mening fundamenteel zullen zijn, in kaart te brengen. Het gaat om de vraag hoe steden in de nabije toekomst om moeten gaan met nieuwe opgaven die de ICT met zich meebrengt. Ik heb het dan over:

- de ruimtelijke ontwikkeling van steden, de bereikbaarheid, het verkeer en vervoer;

- de economische mogelijkheden en uitdagingen, met andere woorden: hoe kunnen de steden hun economische positie behouden of verder uitbouwen;

- de versterking van de sociale cohesie van wijk en buurt;
- de verdere integratie en participatie van etnische minderheden en, niet te vergeten, het voorkomen van het ontstaan van nieuwe vormen van segregatie, bijvoorbeeld tussen internets en internots. Waar het mij om gaat is dat steden in de moderne kennissamenleving hun stedelijkheid behouden. In beweging blijven én tegelijkertijd de balans bewaken. Ook in de onderlinge samenhang van steden. Een stad waar je prettig woont, waar mensen met wederzijds respect met elkaar omgaan, waar adequate voorzieningen zijn. Een complete stad, een vitale leefomgeving, een netwerk van mensen, jong en oud. Een stad van bedrijven, organisaties en maatschappelijke verbanden. Een stad met een publiek domein dat van en voor iedereen is, een stimulerende ontmoetingsruimte voor individu en collectief.
Tot slot. De convenanten zijn getekend. Het product van samenspraak en samenwerking in de stad en binnen de regio. De steden, de inwoners van de steden, de bestuurders en partners, geven de komende tijd vorm aan de verdere ontwikkeling van hun stad. Een ontwikkeling waar velen bij betrokken zijn en waar velen, en dat is waar het mij om gaat, in zullen participeren. Niet in de laatste plaats degenen die nu nog in zorgelijke omstandigheden verkeren. Het spookbeeld van de Millinxwijken moeten we verjagen. We gaan uit van de nieuwe kansen om de bestaande problemen op te lossen. Dat is waar het in het grotestedenbeleid om gaat! Sterke steden maken Nederland sterk. Ook in de nieuwe kennissamenleving!
Ik dank eenieder, buurtbewoners, gemeentelijke en Rijksambtenaren, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en alle hier aanwezige bestuurders, voor hun inzet tot nu toe en wens ons allen een goede toekomst!

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie