Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Persberichtenarchief Gasunie 1999

Datum nieuwsfeit: 21-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Persberichten 1999

Gasunie ziet afzet en omzet dalen in 1999 Gasunie sluit inkoopcontract met Rusland Gasunie test nieuwe mini-gasturbine Aardgasafzet in november 1999 Aardgasafzet in oktober 1999 Kunstexpositie Haks bij Gasunie Nederland in 2006 organisator van grootste gascongres ter wereld Aardgasafzet in september 1999 Hoofdpunten van commentaar op de Gaswet Aardgasafzet in augustus 1999 Samenvatting studie naar gastransporttarieven Aardgasafzet in juli 1999 Aardgasafzet in juni 1999 Aardgasafzet in mei 1999 Aardgasafzet in april 1999 Gasunie haalt Unihockey naar Nederland Milieuvriendelijke Sandwichbrander wint NIRIA-prijsvraag Aardgasafzet in maart 1999 Opmerkingen van Gasunie bij de presentatie van de Gaswet Aardgasafzet in februari 1999 Nieuw gasprijs voor de tuinders Aardgasafzet in januari 1999 Duits Noordzeeconsortium ondertekent contracten met de Gasunie

Afzet en omzet Gasunie dalen in 1999

Afzet en omzet van Gasunie zijn in 1999 gedaald. In het binnenland kwam de levering van aardgas uit op 40,1 miljard m3. Dat was ruim drie miljard kubieke meter minder dan in 1998. Minder koude wintermaanden zorgden voor een lagere afzet aan kleinverbruikers (1,2 miljard m3). Marktverlies was de oorzaak van teruglopende leveranties aan de industriële sector (eveneens 1,2 miljard m3).

Ook de leveranties van aardgas aan het buitenland kwamen lager uit (35,2 miljard m3 tegen 36,4 miljard m3 in 1998). De daling van afzet leidde eveneens tot een lagere omzet: f 13,7 miljard (f 17,1 in 1998).

Hoofddirecteur drs. G.H.B. Verberg maakte deze voorlopige cijfers bekend tijdens een nieuwjaarsbijeenkomst voor het personeel van Gasunie in Groningen. Op basis van de doorwerking van de in 1999 gestegen energieprijzen en de economische vooruitzichten, wordt rekening gehouden met een duidelijke omzetverbetering dit jaar en een afzetvolume boven de 80 miljard m3.

Het nieuwe tariefsysteem van Gasunie (CDS, commodity diensten systeem), is per 1 januari j.l. ingevoerd voor afnemers van 10 tot 50 miljoen m3 per jaar. Dit segment zal zich in lijn met de vrije marktwerking ontwikkelen, waardoor het marktaandeel van Gasunie naar verwachting terug zal lopen tot 70 procent.

De gasmarkt in de exportlanden van Gasunie (Duitsland, Frankrijk, Italië, België en Zwitserland) zal blijven groeien met ruim twee procent per jaar, zo luiden de prognoses. Dat geldt ook voor de overige landen in West- en Oost-Europa. De rol van aardgas zal in betekenis toenemen ten opzichte van olie en kolen, mede als gevolg van wereldwijde milieu-afspraken die in Kyoto zijn gemaakt.

Groningen, 3 januari 2000

Gasunie en Gazexport ondertekenen gascontract van 80 miljard m3

De Russische gasmaatschappij Gazexport (een dochter van Gazprom) en Gasunie hebben vandaag in Moskou een contract getekend voor de levering van Russisch gas aan Nederland en de verlening van diensten van Gasunie aan Gazexport. Het principe-akkoord over dit contract werd door beide partijen drie jaar geleden bereikt.

Russisch gas zal vanaf 1 oktober 2001 naar Nederland stromen. Gedurende twintig jaar zal Gasunie jaarlijks vier miljard m3 Russisch gas importeren. Het gas wordt afgeleverd bij Oude Statenzijl, in het noord oosten van de provincie Groningen. De diensten die Gasunie aan Gazexport levert liggen op het vlak van capaciteit. Gazexport krijgt de mogelijkheid binnen zekere grenzen gedurende het jaar zelf te bepalen wanneer de gecontracteerde hoeveelheden worden geleverd. Gasunie biedt Gazexport daarmee in feite een capaciteitsdienst: de leverancier krijgt flexibele mogelijkheden om gas te leveren en daarmee kan bijvoorbeeld op bergingsfaciliteiten en pijpdiktes worden bespaard.

Gazexport is ingenomen met het contract, omdat dit een verdere verbetering betekent van de positie van Rusland op de West-Europese gasmarkt. Voor Gasunie is de overeenkomst met Gazexport van groot belang, omdat het een versteviging betekent van haar commerciële positie op de Nederlandse markt. Daarnaast past het contract in het streven om diensten aan de gasmarkt aan te bieden.

Gasunie importeert al sinds 1977 aardgas uit Noorwegen. De laatste jaren zijn er ook bescheiden hoeveelheden bijgekomen uit zeevelden in Groot Brittannië en Duitsland. De uitbreiding van de importportefeuille sluit aan bij de doelstelling van Gasunie, om haar belangrijke positie op de Nederlandse en West-Europese gasmarkt te behouden.

Het contract moet nog worden goedgekeurd door de Minister van Economische Zaken.

Groningen, 21 december 1999

Gasunie test nieuwe mini-gasturbine

Bij Gasunie Research in Groningen draait sinds dinsdag 21 december een mini-gasturbine met generator op proef. Het werkingsprincipe van deze ultramoderne turbine is vergelijkbaar met de straalmotor van een vliegtuig. De mini-gasturbine die in de Verenigde Staten werd ontwikkeld levert in dit geval evenwel geen stuwkracht, maar is bedoeld voor elektriciteitsopwekking waarbij ook de warmte nuttig wordt gebruikt.

Om de toepasbaarheid van deze nieuwe technologie te demonstreren gaat Gasunie met steun van een Zwitserse gasorganisatie en in samenwerking met het energiebedrijf NUON de gasturbine binnen afzienbare tijd bij een zwembad in Putten plaatsen. Het is de bedoeling dat de gasturbine daar een deel van de totale warmte- en stroomvoorziening voor zijn rekening neemt. Verwacht wordt dat met het systeem een energiebesparing van zo’n 30% kan worden bereikt. Daarnaast ziet het er naar uit dat de turbine erg weinig onderhoud vergt, een lange levensduur kent en lage emissies geeft.

De ontwikkeling en productie van een nieuwe generatie compacte gasturbines is al enige tijd in opkomst. Met de introductie van dergelijke machines komt warmte/kracht-opwekking beschikbaar in een vermogensgebied waarvoor tot nu toe weinig energiebesparende alternatieven voorhanden waren. De turbine die ongeveer 30 kiloWatt elektriciteit levert, kan onder meer ingezet worden in kantoren, flats en grootwinkelbedrijven.

Het is voor het eerst dat een mini-gasturbine in Nederland wordt beproefd en gedemonstreerd.

Groningen, 20 december 1999

Aardgasafzet Gasunie in november 1999 (in miljoenen kubieke meters van 35.17 Mj)

Gesplitst naar afzet binnenland en buitenland: Gasdistributiebedrijven 2.643 (1998: 3.235) Industriële (1998: voorziening 1.169 1.280) Centrales 388 (1998: 498) Totale afzet (1998: binnenland: 4.200 5.013) Export 3.773 (1998: 5.188) Totale maandafzet 7.973 (1998: 10.201)

Jaarafzet totaal: 65.347 (1998: 69.450)

Aantal graaddagen deze maand De Bilt*) 339 (1998: 430)

*) Graaddag: iedere graad beneden een gemiddelde etmaaltemperatuur van 18 graden is een graaddag. Voorbeeld: was de etmaaltemperatuur gemiddeld 15 graden, dan worden drie graaddagen (18 -15) genoteerd.

Groningen, 20 december 1999

Aardgasafzet Gasunie in oktober 1999 (in miljoenen kubieke meters van 35.17 Mj)

Gesplitst naar afzet binnenland en buitenland: Gasdistributiebedrijven 1772 (1998: 2.117) Industriële (1998: voorziening 1.152 1.278) Centrales 312 (1998: 414) Totale afzet (1998: binnenland: 3.237 3.809) Export 2.344 (1998: 3.259) Totale maandafzet 5.581 (1998: 7.068)

Jaarafzet totaal: 57.36724 (1998: 59.249)

Aantal graaddagen deze maand De Bilt*) 229 (1998: 252)

*) Graaddag: iedere graad beneden een gemiddelde etmaaltemperatuur van 18 graden is een graaddag. Voorbeeld: was de etmaaltemperatuur gemiddeld 15 graden, dan worden drie graaddagen (18 -15) genoteerd.

Groningen, 25 november 1999

Kunstexpositie Haks bij Gasunie

Bij Gasunie is momenteel een expositie te zien, die is samengesteld door Frans Haks. Aanleiding hiervoor was de expositie "Haks was here" in het Groninger Museum. De kunstcommissie van Gasunie vroeg Haks een expositie samen te stellen met aankopen uit zijn directieperiode van het museum.

De expositie in het hoofdkantoor van Gasunie is opengesteld voor publiek op zaterdagen en zondagen tot en met 19 december 1999 en van 8 januari tot en met 30 januari 2000. Openingstijden zijn van 10.00 - 17.00 uur.

Groningen, 16 november 1999

Nederland in 2006 organisator van grootste gascongres ter wereld

Nederland wordt in 2006 de organisator van het grootste gascongres ter wereld. Dat heeft de International Gas Union (IGU) besloten tijdens een in Korea gehouden vergadering. Het wereldgascongres, waaraan ook een grote tentoonstelling is verbonden, wordt eens per drie jaar gehouden. Twee jaar geleden gebeurde dat in Denemarken, volgend jaar is Frankrijk aan de beurt en in 2003 vindt het congres plaats in Japan. Dit congres telt doorgaans circa 5000 deelnemers, afkomstig uit tal van landen in de wereld die gas produceren, transporteren, kopen of verkopen. De aan het congres verbonden expositie beslaat een oppervlak van circa 40.000 m2. Het evenement zal in Amsterdam worden gehouden van 6-9 juni 2006. De organisatie ligt in handen van de KVGN, de Koninklijke Vereniging van Gasfabrikanten in Nederland, die hierbij nauw samen zal werken met Gasunie en EnergieNed. Het gastheerschap van het Wereld Gas Congres geeft de KVGN het recht gedurende de periode 2003 - 2006 het presidentschap van de International Gas Union te vervullen. Door de KVGN is hiertoe de heer drs.G.H.B. Verberg, hoofddirecteur van Gasunie en KVGN-lid, als haar kandidaat naar voren geschoven. Daardoor zal de heer Verberg in de periode 2003 - 2006 de president van de IGU zijn.

Groningen, 22 oktober 1999

Aardgasafzet Gasunie in september 1999 (in miljoenen kubieke meters van 35.17 Mj)

Gesplitst naar afzet binnenland en buitenland: Gasdistributiebedrijven 746 (1998: 1.000) Industriële (1998: voorziening 1.066 1.184) Centrales 353 (1998: 412) Totale afzet (1998: binnenland: 2.165 2.596) Export 1.469 (1998: 1.896) Totale maandafzet 3.635 (1998: 4.492)

Jaarafzet totaal: 51.724 (1998: 52.181)

Aantal graaddagen deze maand De Bilt *) 31 (1998: 87)

*) Graaddag: iedere graad beneden een gemiddelde etmaaltemperatuur van 18 graden is een graaddag. Voorbeeld: was de etmaaltemperatuur gemiddeld 15 graden, dan worden drie graaddagen (18 -15) genoteerd.

Groningen, 22 oktober 1999

Aardgasafzet Gasunie in augustus 1999 (in miljoenen kubieke meters van 35.17 Mj)

Gesplitst naar afzet binnenland en buitenland: Gasdistributiebedrijven 687 (1998: 748) Industriële (1998: voorziening 1.042 1.174) Centrales 324 (1998: 324) Totale afzet (1998: binnenland: 2.037 2.246) Export 1.564 (1998: 1.568) Totale maandafzet 3.601 (1998: 3.814)

Jaarafzet totaal: 48.144 (1998: 47.689)

Aantal graaddagen deze maand De Bilt *) 47 (1998: 63)

*) Graaddag: iedere graad beneden een gemiddelde etmaaltemperatuur van 18 graden is een graaddag. Voorbeeld: was de etmaaltemperatuur gemiddeld 15 graden, dan worden drie graaddagen (18 -15) genoteerd.

Groningen, 27 september 1999

Gasunie's hoofdpunten van commentaar op de Gaswet t.b.v. de hoorzitting van de Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken op donderdag 16 september 1999

Keuzevrijheid van de klant staat hoog in het vaandel.

Onze onderneming staat positief tegenover de in gang gezette liberalisatie en past zich aan aan de eisen zoals vervat in de Gaswet, die een afspiegeling is van de Europese Richtlijn inzake liberalisatie. Feit is dat op dit moment in de sector grootverbruikers, die als eerste marktsegment de keuze van vrije inkoop kent, een percentage van meer dan 30% door anderen dan Gasunie wordt beleverd. De Gaswet werpt zijn schaduw dus al duidelijk vooruit. De markt werkt en keuze van de klant blijkt in de praktijk al mogelijk.

Onderhandelde nettoegang (‘negotiated TPA’).

Het systeem van ‘onderhandelde nettoegang’ kan sneller in staat zijn om de marktontwikkelingen te volgen dan een systeem van gereguleerde TPA. Het laatste is bureaucratischer en zeker ook niet vrij van conflicten en geschillen die tijd nemen. Gasunie heeft een tarievenstelsel geïntroduceerd, dat klanten gelijk (aan ons zelf) behandelt en een ieder tevens een transparant beeld geeft van transportkosten van gas op basis van de benodigde capaciteit en de afstand. Een zeer recent gereedgekomen studie door een onafhankelijk adviesbureau heeft uitgewezen, dat de door Gasunie gehanteerde prijzen in Europees verband vergeleken gemiddeld tot laag zijn. Gasunie heeft derhalve al een concurrerend tarief in de markt gezet. Het tariefsysteem is op Internet gepubliceerd. Gasunie heeft geen transport- en dienstenmonopolie; de markt is er.

Geen misbruik van informatie

Misbruik van informatie van derden wordt voorkomen door de oprichting van ‘fire walls' (waterdichte schotten). Door onafhankelijke externe auditors zullen het systeem en de werking ervan worden gecontroleerd. Transparantie voor de NMa is gewaarborgd. Op die wijze kan op de markt van diensten en gas als commodity tot een doorzichtige concurrentie worden gekomen. Het is dus allerminst nodig om tot een volledige scheiding te komen. Dit zou de internationale slagkracht wegens verlies van bedrijfsomvang en ‘economy of scope’ teniet doen en leiden tot fragmentatie, waardoor met name het succesvolle kleine velden beleid verloren dreigt te gaan. Overigens wordt in de ons omringende landen aan alle kanten door buitenlandse ondernemingen schaalvergroting nagestreefd. Een verdere scheiding leidt derhalve tot een concurrentieachterstand van Gasunie in Europa.

Een Europees level playing field.

Vergeleken bij de buitenlandse concurrentie, maar ook in de rangorde van bedrijven die in Nederland actief zijn op het terrein van de gashandel neemt Gasunie qua omzet een middenpositie in. Grote spelers zijn op de markt actief. De monopoliepositie, die er juridisch nooit was is ook de facto al een aantal jaren opgeheven, terwijl verdergaande concurrentie met de maand zichtbaarder wordt. De fasering als in de Gaswet thans wordt voorgesteld is sinds het publiceren van de Derde Energienota en de behandeling daarvan in de Tweede Kamer het tijdspad waarop Gasunie zich in goed vertrouwen heeft ingesteld om de vele noodzakelijke aanpassingen ook in de contractuele sfeer te realiseren. Het is een fasering die duidelijk verder gaat dan wat de Europese gasrichtlijn vraagt, maar die het tegelijkertijd mogelijk maakt om de breed gewaardeerde leveringszekerheid bij een redelijk prijsniveau en de inspanningen voor het milieu te handhaven. De consistentie van de overheid als regelgever, ook waar het gaat om de overgangsfase, is een belangrijke voorwaarde voor het goed kunnen functioneren op de Europese interne markt.

Liberalisering is niet synoniem met lage prijzen.

De Gaswet heeft als kernpunt de ontwikkeling van concurrentie en vrije markt. Liberalisering is echter niet synoniem met lagere prijzen. Bedacht moet worden dat bestendige lagere prijzen in beginsel alleen ontstaan bij een structureel overaanbod. Dit overaanbod is thans in beperkte mate aanwezig, maar zal naar verwachting binnen enkele jaren zijn verdwenen, waarna aanvoer van gas uit nieuwe, ver weg gelegen aanvoergebieden de balans van vraag en aanbod in evenwicht zal moeten houden. De verwachting is dat de productie- en transportkosten van dit gas een stijgende trend zullen vertonen. Een meer ingrijpend overaanbod zou alleen kunnen worden opgewekt, indien bijvoorbeeld de Nederlandse Staat het uitputtingstempo van de aardgasvoorraden op korte- en middellange termijn sterk verhoogt. Dit impliceert niets meer of minder dan een vorm van uitverkoop van het Nederlandse aardgas. Bijna 40 jaar strategisch reservebeleid wordt dan in één klap over boord gezet. Gasunie dient daarmee allerminst het belang van de Nederlandse samenleving: het speelt de buitenlandse concurrentie in de kaart, wij verkopen ons aardgas goedkoper dan de markt rechtvaardigt en de positie van de grote niet EU-leveranciers wordt op termijn verder versterkt.

Verder is het goed er op te wijzen dat de Nederlandse prijzen thans reeds op een zeer gematigd niveau liggen. De liberalisering in de Britse markt heeft in de afgelopen tien jaar weliswaar tot aanzienlijke prijsverlagingen geleid, doch vergeleken met Nederland is daarmee slechts het historische prijsverschil tussen beide markten genivelleerd.

Een bijzonder punt: voortzetting van kleine velden beleid is van wezenlijk belang voor Europese en Nederlandse voorzieningszekerheid

Het lijkt onontkoombaar dat de Europese Unie in de toekomst steeds afhankelijker zal worden van niet-Europese gasleveranciers. Immers, Europa bezit een aandeel van slechts 4 % in de bewezen wereldreserves, terwijl de Europese gasmarkt anderzijds goed is voor ca. 20 % van het jaarlijkse wereldverbruik. Binnen dit beeld moet bedacht worden dat Nederland in een gemeenschappelijke Europese markt geen reële mogelijkheden heeft om de eigen reserves voor binnenlandse doeleinden te bestemmen. Wij menen dat een jaarlijkse Nederlandse gasproductie van circa 80 miljard m3, zoals thans wordt nagestreefd, een solide bodem levert in het Europese aanbod-portfolio met het oog op voorzieningszekerheid. Meer leidt tot onnodig en ongewenst overaanbod, minder is schadelijk voor de Europese en dus ook de Nederlandse voorzieningszekerheid en brengt tevens Gasunie’s internationale positie in gevaar. Voortzetting van het kleine velden beleid is daarbij, gelet op deze productie overwegingen, van wezenlijk belang. Ter illustratie : zonder het kleine velden beleid van de afgelopen 25 jaar zou de Nederlandse aardgasproductie (Groningen) nu in de afbouwfase verkeren.

Groningen, 16 september 1999

Samenvatting van de studie naar gastransporttarieven in Europa

Inleiding

De N.V. Nederlandse Gasunie heeft augustus vorig jaar het "Commodity/DienstenSysteem" gepubliceerd. Dit systeem, ook wel afgekort tot "CDS", beschrijft het nieuwe tariefsysteem dat stapsgewijs voor Gasunie’s klanten en voor het uitvoeren van diensten voor derden ingevoerd wordt. In het CDS komen diverse tariefonderdelen aan de orde. Een van die onderdelen betreft de vergoeding voor transport van gas. Om zowel de methodiek van Gasunie’s gastransporttarifering als de feitelijke hoogte van de tarieven zelf te kunnen vergelijken met de tariferingen zoals die in een aantal West-Europese landen plaatsvinden, heeft Gasunie een studieopdracht geplaatst bij de Engelse vestiging van het Amerikaanse Consultancy Bureau "PHB Hagler Bailly Ltd", waarbij de nadruk lag op transportdiensten voor derden. De bevindingen van dit rapport staan hieronder vermeld.

Geografische reikwijdte van het onderzoek

PHB Hagler Bailly heeft onderzoek verricht in de landen België, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk, en vervolgens de situatie aldaar vergeleken met de situatie in Nederland. Als referentiedatum voor de vergelijkingen dient 31 maart 1999.

Het blijkt dat er van de onderzochte landen in een viertal landen sprake is van gepubliceerde (en dus vrij opvraagbare en openbare) gastransporttarieven, te weten Nederland, Ierland, Spanje en het VK. In Italië is weliswaar sprake van gepubliceerde tarieven, doch deze hebben een beperkt toepassingsgebied. In de overige onderzochte landen (België, Duitsland en Frankrijk) is er sprake van niet openbare (dus confidentiële) contracten op bilaterale basis. Desondanks is PHB Hagler Bailly van mening ook voor deze landen over voldoende informatie te beschikken om vergelijkende uitspraken te kunnen doen.

Methodieken en grondslagen van gastransporttarifering

Twee basisvormen van gastransporttarifering zijn het afstandsgerelateerde systeem (Italië, België, Frankrijk en Duitsland) en het zogeheten "postzegel-systeem" (Ierland), waarin afstand geen tariefbepalende factor is. Daarnaast zijn er meer geavanceerde tariefsystemen, welke meestal een combinatie zijn van de twee basisvormen (voorbeelden hiervan zijn aan te treffen in Nederland, het VK en Spanje). Verder is er in alle onderzochte landen sprake van gegarandeerd transport, met uitzondering van het VK, alwaar vanwege fysieke beperkingen soms sprake kan zijn van een minder hoge mate van leveringszekerheid. Ook komen er bijvoorbeeld verschillen voor in de opbouw van de tarieven (geheel bestaande uit een vaste component of bestaande uit zowel een vaste- als een variabele component).

Feitelijke hoogte van gastransporttarieven

Het onderzoek heeft zich geconcentreerd op de tarifering van gastransport voor grotere volumes, te weten meer dan 10 mln m3/jaar. Teneinde een representatief beeld te kunnen schetsen zijn 24 op de praktijk afgestemde cases onderzocht, waarbij gevarieerd werd met het jaarlijkse te transporteren volume, met de te overbruggen afstand in respectievelijk hoge druk- en lage druk pijpleidingen en met de zogeheten "loadfactor" (hiermee wordt bedoeld de beladingsgraad van de transportleidingen). Voor alle 24 cases is onderzocht welke transporttarieven betaald zouden moeten worden aan Gasunie en aan de desbetreffende gastransportmaatschappijen in de eerder genoemde overige landen. Daarbij is vanzelfsprekend veel aandacht besteed aan het aspect van de onderlinge vergelijkbaarheid (zo goed mogelijk trachten om "appels met appels te vergelijken").

In zijn algemeenheid blijkt dat de door Gasunie in rekening gebrachte transporttarieven tot de laagste van de transporttarieven in de onderzochte landen behoren.

Meer specifiek zijn de onderstaande conclusies:

* Met name de Spaanse en Ierse tarieven zijn aanzienlijk hoger dan die van Gasunie. * De Britse tarieven zijn soms lager dan die van Gasunie, doch meestal hoger. * Vanwege het ontbreken van openbare tariefinformatie in België, Frankrijk, Duitsland en vanwege het beperkte toepassingsgebied in Italië, is het onmogelijk om met volledige zekerheid omgeven conclusies te trekken voor de tariefhoogte in die landen in vergelijking tot de Nederlandse.

De tentatieve conclusies luiden echter als volgt:

* Gasunie’s transporttarief bevindt zich in de onderkant van de bandbreedte van transporttarieven in België en Duitsland. * De Italiaanse tarieven zijn vrijwel altijd hoger dan Gasunie’s, en als ze al lager zijn, dan is dat nauwelijks significant. * Er zijn enige indicaties dat de Franse tarieven wellicht enigszins lager zouden kunnen zijn dan die van Gasunie, doch er zijn eveneens indicaties die op het tegendeel wijzen. * Er zijn geen aanwijzingen dat als er in België, Duitsland, Frankrijk en Italië zou worden overgegaan op openbaar gepubliceerde gastransporttarieven, dat deze tarieven dan lager zouden uitvallen dan die van Gasunie.

Gezien het belang dat wordt toegekend aan de Britse gasmarkt als voorbeeld voor het Europese continent, is hieronder als illustratie een grafiek opgenomen waarin, voor een jaarhoeveelheid van 100 mln m3 en een beladingsgraad van 100% van het hoofdtransportnet, Gasunie’s transporttarief is vergeleken met de situatie in het VK. Daarbij is op de X-as de afstand van het te transporteren gas aangegeven in het hoge druk net. Op de Y-as is het tarief vermeld, uitgedrukt in de in het CDS gebruikte vorm. Het Gasunie tarief is een rechte lijn die stijgt tot 200 km, en daarna constant blijft. Het Britse tarief wordt weergegeven door een groot aantal punten, hetgeen voortvloeit uit de specifieke aard van de tariefsystematiek in het VK.

Vergelijking Gasunie transporttarief met Transco’s transporttarief (100 mln m3/jr; 8000 uur; hoofdtransportnet)

Nadere informatie

Op Gasunie’s Website kan de integrale tekst (in zowel de Nederlandse als Engelse taal) van het CDS worden bekeken.

Informatie over het (Engelstalige) rapport van PHB Hagler Bailly kan op verzoek worden aangevraagd bij Gasunie, Postbus 19, 9700 MA Groningen of via (communicatie@gasunie.nl)

Groningen, 15 september 1999

Aardgasafzet Gasunie in juli 1999 (in miljoenen kubieke meters van 35.17 Mj)

Gesplitst naar afzet binnenland en buitenland: Gasdistributiebedrijven 635 (1998: 774 Industriële voorziening 989 (1998: 1.087) Centrales 361 (1998: 404) Totale afzet binnenland: 1.985 (1998: 2.265) Export 1.652 (1998: 1.614) Totale afzet juli 3.637 (1998: 3.879) Jaarafzet totaal: 44.520 (1998: 43.875)

Aantal graaddagen deze maand De Bilt *) 28 (1998: 102)

*) Graaddag: iedere graad beneden een gemiddelde etmaaltemperatuur van 18 graden is een graaddag. Voorbeeld: was de etmaaltemperatuur gemiddeld 15 graden, dan worden drie graaddagen (18 -15) genoteerd.

Groningen, 7 september 1999

Aardgasafzet Gasunie in juni 1999 (in miljoenen kubieke meters van 35.17 Mj)

Gesplitst naar afzet binnenland en buitenland: Gasdistributiebedrijven 820 (1998: 813) Industriële voorziening 1.048 (1998: 1.055) Centrales 349 (1998: 378) Totale afzet binnenland: 2.218 (1998: 2.246) Export 1.780 (1998: 1.467) Totale afzet juni 3.997 (1998: 3.713) Jaarafzet totaal: 40.884 (1998: 39.996)

Aantal graaddagen deze maand De Bilt *) 92 (1998: 75)

*) Graaddag: iedere graad beneden een gemiddelde etmaaltemperatuur van 18 graden is een graaddag. Voorbeeld: was de etmaaltemperatuur gemiddeld 15 graden, dan worden drie graaddagen (18 -15) genoteerd.

Groningen, 22 juli 1999

Aardgasafzet Gasunie in mei 1999 (in miljoenen kubieke meters van 35.17 Mj)

Gesplitst naar afzet binnenland en buitenland: Gasdistributiebedrijven 1.012 mln (1998: 1.046 mln) Industriële voorziening 1.044 mln (1998: 1.191 mln) Centrales 307 mln (1998: 339 mln) Totale afzet binnenland: 2.363 mln (1998: 2.576 mln) Export 1.787 mln (1998: 1.938 mln) Totale afzet mei 4.150 mln (1998: 4.514 mln) Jaarafzet totaal: 36.874 mln (1998: 36.283)

Aantal graaddagen mei De Bilt *) 122 (1998:116)

*) Graaddag: iedere graad beneden een gemiddelde etmaaltemperatuur van 18 graden is een graaddag. Voorbeeld: was de etmaaltemperatuur gemiddeld 15 graden, dan worden drie graaddagen (18 -15) genoteerd.

Groningen, 21 juni 1999

Aardgasafzet Gasunie in april 1999 (in miljoenen kubieke meters van 35.17 Mj)

Gesplitst naar afzet binnenland en buitenland: Gasdistributiebedrijven 1.771 mln (1998: 1.914 mln) Industriële voorziening 1.058 mln (1998: 1.184 mln) Centrales 356 mln (1998: 351 mln) Totale afzet binnenland: 3.184 mln (1998: 3.449 mln) Export 2.822 mln (1998: 2.456 mln) Totale afzet april 6.007 mln (1998: 5.905 mln) Jaarafzet totaal: 32.734 mln (1998: 31.769)

Aantal graaddagen april De Bilt *) 245 (1998:258)

*) Graaddag: iedere graad beneden een gemiddelde etmaaltemperatuur van 18 graden is een graaddag. Voorbeeld: was de etmaaltemperatuur gemiddeld 15 graden, dan worden drie graaddagen (18 -15) genoteerd.

Groningen, 26 mei 1999

Gasunie haalt Unihockey naar Nederland

Gasunie heeft een groot vertrouwen in het succes van een voor Nederland nog nieuwe sport: Unihockey. Het wordt her en der al op universitaire sportcentra gespeeld. Gasunie echter heeft het plan opgevat om Unihockey via de universitaire sportcentra op grotere schaal in Nederland te introduceren, door het aanbieden van het benodigde spelmateriaal.

Gasunie heeft in dit kader de eerste aanzet gedaandoor een drietal Unihockey boardingsets uit te reiken aan vertegenwoordigers van de sportcentra van de Rijksuniversiteit Utrecht, de Technische Universiteit Twente en de Katholieke Universiteit Brabant.

Dit gebeurde tijdens de Grote Nederlandse Studentenkampioenschappen (GNSK), die werden gehouden op het sportcentrum van de Landbouwuniversiteit Wageningen aan de Bornsesteeg 2.

De oorspronkelijk uit Zweden afkomstige en daar bijzonder populaire sport is ook elders in Europa aangeslagen. Unihockey is een op (ijs)hockey gelijkend spel, met eenvoudige regels, daardoor laagdrempelig en door teams van twee, drie tegen drie, of vier tegen vier te spelen. Benodigd zijn een boarding, twee doelen, helmen en sticks. Gasunie is de hoofdsponsor van de Stichting Unihockey Nederland en ondersteunt daarmee de introductie van Unihockey in Nederland, allereerst via universitaire sportcentra.

Voor meer informatie: www.unihockey.nl

Groningen, 19 mei 1999

Milieuvriendelijke Sandwichbrander wint NIRIA-Afstudeerprijsvraag

Ing. G. Vegter uit Uithuizermeeden is de winnaar van de eerste prijs van f 4000 in de NIRIA-Afstudeerprijsvraag 1998. Vegter is afgestudeerd in de studierichting Chemische Technologie van de Hanzehogeschool in Groningen. Hij ontving de prijs voor zijn afstudeerscriptie 'Analyse van de tweedimensionale vlamstructuur in een 'Compact Fired Heating Unit', de Sandwich brander.

Vegter deed zijn onderzoek bij Gasunie Research. De gestelde eisen voor de uitstoot van stikstofoxyden (NOx) bij de verbranding van aardgas worden steeds strenger. Gasunie Research doet al enkele jaren onderzoek naar nieuwe technieken om de uitstoot te verlagen. De jury had veel waardering voor de systematische wijze waarop het onderwerp door Vegter was aangepakt. De duidelijke beschrijving van dit niet gemakkelijke onderwerp en de grote maatschappelijke relevantie, maakt dit rapport tot een helder leesbaar stuk, aldus het juryrapport.

Groningen, 26 april 1999

Aardgasafzet Gasunie in maart 1999 (in miljoenen kubieke meters van 35.17 Mj)

Gesplitst naar afzet binnenland en buitenland: Gasdistributiebedrijven 2.650 mln (1998: 2.689 mln) Industriële voorziening 1.154 mln (1998: 1.275 mln) Centrales 393 mln (1998: 400 mln) Totale afzet binnenland: 4.197 mln (1998: 4.364 mln) Export 3.893 mln (1998: 3.405 mln) Totale afzet maart 8.090 mln (1998: 7.769 mln)

Aantal graaddagen maart De Bilt *) 331 (1998: 324)

*) Graaddag: iedere graad beneden een gemiddelde etmaaltemperatuur van 18 graden is een graaddag. Voorbeeld: was de etmaaltemperatuur gemiddeld 15 graden, dan worden drie graaddagen (18 -15) genoteerd.

Groningen, 23 april1999

Opmerkingen Gasunie bij de presentatie van de Gaswet

De Minister van Economische Zaken, mevr. A. Jorritsma - Lebbink, heeft de Gaswet voor behandeling naar de Kamer gestuurd. Het wettelijk kader van de 15 EU lidstaten dient voor 10 augustus 2000 overeenkomstig de EU-gasrichtlijn te zijn aangepast. Met omzetting van de EU-gasrichtlijn zal de totstandkoming van de interne gasmarkt in de EU een verdere impuls krijgen. De elektriciteitsmarkt ging reeds voor. De trend naar meer keuzevrijheid voor de afnemers en daarmee meer concurrentie wordt hiermee van een wettelijk kader voorzien.

Gasunie is van mening dat het opstellen van een separaat wettelijk kader voor gas, zowel door de EU als in Nederland, het verschil tussen beide energiedragers respecteert. Dit leidt op belangrijke onderdelen tot verschillende uitkomsten t.o.v de elektriciteitssector. Als voorbeeld kan worden genoemd dat in tegenstelling tot de nu nog regionale elektriciteitsmarkt, reeds meer dan 60% van al het geproduceerde aardgas een of meerdere EU-grenzen passeert. Wegens de grote investeringen in nieuw aanbod van steeds verder weg gelegen gasvelden, wordt de gasmarkt gekenmerkt door lange termijn contracten met afnameverplichtingen. Belangrijke aanbieders concurreren daarbij met elkaar op een Europese markt. Een geleidelijke liberalisering is nodig voor een ordelijk verloop, zodat zonder risico voor de leveringszekerheid de markt zich kan aanpassen.

Gasunie speelt met haar circa 40 miljard m3 export een belangrijke rol op deze markt en heeft een positie te verdedigen en waar mogelijk verder uit te bouwen. De wijze waarop op de belangrijkste markten de EU-richtlijn wordt omgezet, bepaalt of er een level playing field voor alle spelers in alle landen kan worden bereikt. Gasunie heeft twijfels of er niet een Europese gasmarkt met verschillende snelheden gaat ontstaan, hetgeen bij de elektriciteitsmarkt ook al lijkt te gebeuren. De eerste tekenen daarvoor zijn er al.

Omdat wij op het Europese continent al wel voorop gaan lopen met het openen van de markt is het voor een level playing field van belang dat voor het overige nauw aangesloten wordt bij de vereisten in de EU-gasrichtlijn. Daarmee behoudt de Nederlandse gasindustrie de mogelijkheid om op voet van gelijkwaardigheid de Europese interne markt te betreden en de concurrentie over de grenzen heen aan te kunnen. Het door ons bepleitte reciprociteitsartikel in de wet geeft weliswaar enige mogelijkheden scheve verhoudingen tegen te gaan, maar is niet een instrument om geheel op te vertrouwen.

Nederland is een van de eerste landen die voorstellen voor een gaswet ter behandeling aan haar parlement heeft aangeboden. De eerdere beleidsvoornemens van de overheid, neergelegd in achtereenvolgens de Derde Energie Nota en de notitie Gasstromen, vinden hiermee hun beslag.De Gaswet schrijft een geleidelijke marktopening voor met een keuzevrijheid voor 100% van de afnemers in 2007. Bestaande contracten worden daarbij gerespecteerd. De EU-richtlijn kiest ook voor een geleidelijke marktopening, maar is voorzichtiger en vereist uiteindelijk slechts 33% marktopening in 2008. Tevens kan door landen nog een beroep worden gedaan op belangrijke uitzonderingsbepalingen. Er zijn landen die aangegeven hebben de minimale marktopening als uitgangspunt te zullen kiezen en/of een beroep te zullen doen op de uitzonderingsbepalingen.

Gasunie kan zich vinden in deze versnelde marktopening mits op andere punten niet verder voorop gelopen wordt. De Gaswet heeft ons inziens een goede balans gevonden tussen de te verwachte implementatie van de Europese regelgeving in de belangrijkste gasmarkten, de wens tot verdergaande liberalisatie in Nederland en de specifieke kenmerken van de gasmarkt in vergelijking met de elektriciteitsmarkt.

Gasunie heeft geen monopolie op transport, verkoop, export en inkoop van (Nederlands) gas. Gasunie is altijd voorstander geweest van vrije leidingaanleg. Nieuwe hogedrukleidingen worden door derden geëxploiteerd en het distributienet is eigendom van de energiebedrijven. Daarnaast vervoert Gasunie reeds jaren gas voor derden (in 1998 9 miljard m3). In Nederland geproduceerd gas werd zowel in het verleden en ook nu door derden via ons systeem geëxporteerd of wel in Nederland verkocht. Wel had Gasunie tot voor kort een nagenoeg defacto monopolie op de afzetmarkt in Nederland. Buiten Nederland moet Gasunie al jaren met andere aanbieders concurreren. Na het Noorse contract met SEP voor levering aan de Eemscentrale, zijn door derden de laatste jaren meerdere contracten gesloten op de binnenlandse markt van Gasunie. Om de markt langs de weg van geleidelijkheid te openen en de leveringszekerheid voorlopig te waarborgen, wordt via concessies een geleidelijke afbouw van de beschermde afnemers in de wet geregeld. Omdat alleen de concessiehouders een monopoliepositie voor hun markt krijgen, is het toezicht tijdelijk anders geregeld. De prijs voor de beschermde afnemers wordt op deze wijze gereguleerd.

De keuze voor onderhandelde toegang tot het netwerk voor niet gebonden afnemers en/of hun leveranciers, waarbij de NMa als geschillen beslechtende instantie op treedt, toont de balans tussen markt waar mogelijk en overheid waar nodig. Gasunie heeft reeds anticiperend op de nieuwe marktomstandigheden een tarievensysteem gepubliceerd voor de grote afnemers.Het door Gasunie succesvol gevoerde kleine velden beleid is gebaseerd op het bij voorrang innemen van nieuwe Nederlandse gasvoorkomens, waarbij het Groningen veld als balans wordt gebruikt. Dit heeft zowel het mijnbouwklimaat bevorderd alsook de optimale benutting van alle Nederlandse gasreserves. Wij vragen ons wel af hoe continuering van dit beleid onder de nieuwe wet precies vorm zal krijgen, hetgeen temeer van belang is gezien de druk die de lage olieprijs legt op het huidige mijnbouwklimaat in Nederland.

Gasunie is voorstander van een voortvarende behandeling van dit wetsontwerp, zodat de gasmarkt zich snel zich kan instellen op de komende wijzigingen.

Groningen, 30 maart 1999

Aardgasafzet Gasunie in februari 1999 (in miljoenen kubieke meters van 35.17 Mj)

Gesplitst naar afzet binnenland en buitenland: Gasdistributiebedrijven 3.366 mln (1998: 2.694 mln) Industriële voorziening 1.028 mln (1998: 1.227 mln) Centrales 387 mln (1998: 354 mln) Totale afzet binnenland: 4.781 mln (1998: 4.275 mln) Export 4.347 mln (1998: 3.665 mln) Totale afzet februari 9.128 mln (1998: 7.940 mln)

Aantal graaddagen februari De Bilt *) 418 (1998: 326)

*) Graaddag: iedere graad beneden een gemiddelde etmaaltemperatuur van 18 graden is een graaddag. Voorbeeld: was de etmaaltemperatuur gemiddeld 15 graden, dan worden drie graaddagen (18 -15) genoteerd.

Groningen, 23 maart 1999

Nieuwe gasprijs voor de tuinbouw

Het Productschap Tuinbouw, EnergieNed en de N.V. Nederlandse Gasunie hebben een principe-overeenkomst bereikt over de prijs van de levering van gas aan de tuinbouw.

Afgesproken is dat met ingang van 1 februari 1999 de prijs zal worden verhoogd met 1,5 cent per kubieke meter. Deze verhoging is gebaseerd op de marktwaarde van het gas en staat los van de prijsbewegingen van olie. De prijsformule voor WKK voor de tuinbouw blijft tot en met 2001 onveranderd. De nieuwe afspraak heeft een looptijd tot 31 december 2001.Het akkoord geldt voor de circa 10 duizend glastuinders in ons land, die gezamenlijk circa 4,5 miljard kubieke meter gas per jaar verbruiken, waarvan ca. 1 miljard kubieke meter voor WKK. Naast de prijs is eveneens afgesproken dat de organisaties in de loop van de komende jaren gaan bezien op welke wijze verder te gaan na 1 januari 2002. Vanaf deze datum is voorzien dat afnemers met een verbruik van 170.000 kubieke meter of meer, waaronder veel glastuinders, vrij zijn in het kiezen van de leverancier van gas.

Noot: Dit is een gezamenlijk persbericht van het Productschap, EnergieNed en Gasunie.

Groningen, 17 maart 1999

Aardgasafzet Gasunie in januari 1999 (in miljoenen kubieke meters van 35.17 Mj)

Gesplitst naar afzet binnenland en buitenland: Gasdistributiebedrijven 3.345 mln (1998: 3.520 mln) Industriële voorziening 1.135 mln (1998: 1.381 mln) Centrales 408 mln (1998: 433 mln) Totale afzet binnenland: 4.887 mln (1998: 5.334 mln) Export 4.622 mln (1998: 4.821 mln) Totale afzet januari 9.509 mln (1998: 10.155 mln)

Aantal graaddagen januari De Bilt *) 397 (1998: 411)

*) Graaddag: iedere graad beneden een gemiddelde etmaaltemperatuur van 18 graden is een graaddag. Voorbeeld: was de etmaaltemperatuur gemiddeld 15 graden, dan worden drie graaddagen (18 -15) genoteerd.

Groningen, 23 januari 1999

Duits Noordzeeconsortium ondertekent contracten met de Gasunie

Vandaag zijn in Den Haag de contracten ondertekend tussen het Duitse Noordzeeconsortium en de N.V. Nederlandse Gasunie voor de levering van aardgas. Tot het consortium behoren Wintershall AG, BEB Erdgas und Erdöl GmbH en RWE-DEA AG. Gasunie zal vanaf het jaar 2000 aardgas van het consortium betrekken, dat zal worden gewonnen uit een gasput in het veld A6/B4, circa 300 km voor de Duitse Noordzeekust.

Het is de bedoeling van het Duitse Noordzeeconsortium met Wintershall als beoogd uitvoerder, deze vondst verder tot ontwikkeling te brengen. Het voorbereidende werk daarvoor is al begonnen. In totaal wordt voor dit project een investering ter grootte van 400 miljoen DM begroot. De verwachting is, dat binnenkort door de bevoegde instantie, het Oberbergamt (de hogere mijnbouwkundige dienst) in Clausthal-Zellerfeld, een definitief besluit tot ontginning zal worden genomen.

Uit de resultaten van proefboringen en de verwerking van de geologische meetgegevens valt te concluderen dat de omvang van de gasreserves in veld A6/B4 in totaal 13,5 miljard kubieke meter bedraagt. Het gasveld moet met een platform en twee tot drie productieboringen worden ontwikkeld. Daarbij wordt een productie van 3,3 miljoen kubieke meter gas per dag verwacht - ofwel 1,2 miljard kubieke meter per jaar.

De planning en realisatie van het project gebeuren in nauwe samenwerking met Wintershall Noordzee B.V. in Den Haag, de Nederlandse dochtermaatschappij van Wintershall AG, die later ook de leiding zal hebben over de productie. Wintershall AG is een onderneming van de BASF-groep. Ze is werkzaam op het gebied van olie en gas en beschikt over meer dan 65 jaar ervaring op dit gebied. Ze is de grootste Duitse aardolie- en aardgasproducent in het buitenland.

(Achtergrondinformatie)

Duits Noordzeeconsortium ontwikkelt voor de eerste keer een aardgasproject in de Duitse Noordzee

Uit de resultaten van de proefboringen en de verwerking van de geologische meetgegevens is te concluderen, dat de gasreserves circa 13,5 miljard kubieke meter bedragen. Het gasveld dient met één platform en twee tot drie productieboringen te worden ontwikkeld. In het kader van het project worden een condensaat- en een aardgaspijpleiding gebouwd.

Deze leidingen worden naar een reeds bestaand platform geleid, waarvandaan het condensaat per schip wordt afgevoerd. Het gas wordt door de bestaande Nogatpijpleiding naar het vasteland getransporteerd. Met de winning wordt in het jaar 2000 begonnen. Afnemer is de Nederlandse Gasunie. Afhankelijk van de economische randvoorwaarden zal de productie maximaal 16 jaar bedragen. Het stalen platform, met een lengte van 44 meter en een breedte van 24 meter, wordt op zes peilers geplaatst in een waterdiepte van 48 meter. In de regel zullen acht personen op het platform werken. Het platform zal wekelijks per schip worden bevoorraad.

Het platform, de gasbehandelingsinstallatie en de transportinstallaties worden volgens de modernste stand van de techniek en overeenkomstig de bestaande milieuwetgeving gebouwd en geëxploiteerd. Wintershall heeft bovendien een concept uitgewerkt voor de uiteindelijke verwijdering van het platform zelf alsmede voor het verwijderen van de afvalstoffen die tijdens de exploitatie ontstaan.

Het platform is zo ontworpen, dat het na beëindiging van de productie volledig kan worden gedemonteerd en op land kan worden afgevoerd als afval. Vaste afvalstoffen worden naar land teruggetransporteerd en daar afgevoerd. Voor de behandeling van afvalwater krijgt het platform een eigen biologische zuiveringsinstallatie.

Het project is het eerste offshore-project dat in de internationale wateren van de Duitse Noordzee zal worden uitgevoerd. Hierdoor wordt ver van de Duitse kust een nieuwe infrastructuur opgebouwd, die ook de ontsluiting van andere aardgasbronnen in de Duitse Noordzee mogelijk maakt.

Wintershall AG uit Kassel is een onderneming van de BASF-groep. Het bedrijf is actief op het gebied van olie en gas en beschikt over meer dan 65 jaar ervaring op dit gebied. Het is de grootste Duitse aardolie- en aardgasproducent in het buitenland.

Groningen, 22 februari 1999

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie