Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Van der Ploeg over financieel kader cultuurnota

Datum nieuwsfeit: 22-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

ocw00000.010 brief sts ocw inzake financieel kader cultuurnota 2001-20 04 Gemaakt: 12-1-2000 tijd: 14:30 RTF


De Vaste Commissie voor Onderwijs,

Cultuur en Wetenschappen

Zoetermeer,, 22 dec. 1999

Onderwerp

financieel kader cultuurnota 2001-2004

Bijgevoegd treft u de antwoorden aan op de vragen zoals gesteld door de Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen op 1 december jl. inzake het financieel kader van de cultuurnota 2001-2004.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

(dr. F. van der Ploeg)

De antwoorden op de vragen van de vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen n.a.v. de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen d.d. 12 november 1999 (26591 nr. 5) inzake het financieel kader van de cultuurnota 2001-2004.

1. In de nota `cultuur als confrontatie' wordt aangegeven dat f 131 miljoen nodig is om de gewenste veranderingen in het beleid te realiseren. In deze brief wordt dit bedrag echter `indicatief' genoemd, uitdrukking gevend aan «het streven van de regering om een grotere impuls te geven aan het cultuurbereik». Wordt met deze zinsnede de noodzaak van het ter beschikking hebben van de totale f 131 miljoen voor realisering van de beleidsveranderingen verlaten?

Tijdens het A.O. heb ik aangeven dat ik pas nadat alle beleidsplannen van de instellingen zijn ingediend (15 december 1999) en nadat de Raad voor Cultuur hierover advies heeft verstrekt, kan aangeven of financiële dekking tot een bedrag van f 131 miljoen voor het Actieplan Cultuurbereik mogelijk is. Het streven is en blijft erop gericht om een zo groot mogelijk deel van de ambities te realiseren

2. Hoe is de regering aan het streefbedrag van f 131 miljoen gekomen? Zit daar een ratio achter? Of had de lat ook hoger kunnen liggen?

Het bedrag van f 131 miljoen - inderdaad een streefbedrag - is een realistische raming van de prioriteiten op de onderscheiden terreinen van het Cultuurbeleid. Deze prioriteiten zijn, voorzover van toepassing, besproken met lagere overheden en andere ministeries die de bereidheid hebben getoond om aanvullende bijdragen van te leveren ter versterking van het Cultuurbeleid en in het bijzonder het Actieplan Cultuurbereik.

3. Aangegeven wordt dat gewaakt zal worden voor verlaging van het totale subsidievolume ter dekking van het Actieplan Cultuurbereik. Wordt met deze formulering tevens bedoeld dat herschikkingen ter dekking van het Actieplan Cultuurbereik, zonder dat daarmee dus het totale subsidievolume wordt verlaagd, ook niet aan de orde (zullen) zijn?

Aangegeven is dat niet bezuinigd zal worden op het budget van de meerjarige gesubsidieerde cultuurproducerende instellingen ten behoeve van het Actieplan Cultuurbereik. Alleen bij de cultuurdistribuerende organisaties zullen herschikkingen plaats vinden ten behoeve van het Actieplan Cultuurbereik.

4. Waarom is ervoor gekozen om de bezuinigingen van f 5 miljoen van de voorjaarsnota 1999 geheel af te wentelen op de Cultuurnota 2001-2004 en niet op andere posten? En had de Kamer al eerder op enigerlei wijze kennis kunnen nemen van deze invulling van de bezuinigingen?

Op grond van de Uitgangspuntenbrief voor het Cultuurbeleid 2001-2004 wordt prioriteit gegeven aan het uitvoeren van het Actieplan. Dit leidt ertoe dat de bezuinigingen op grond van de Voorjaarsnota 1999, die officieel pas vermeld mogen worden bij de presentatie van de begroting van het Ministerie van OCenW 2000, ten laste gebracht dienen te worden gebracht van de meerjarige gesubsidieerde instellingen en niet ten laste van intensiveringen.

5. Waarom is de 2%-stimulans maximaal 16 miljoen gulden? Kan het ook minder worden en waarom? Waar komt deze 16 miljoen gulden vandaan en waarom is deze niet terug te vinden in de tabel met raming van uitgaven voor het Actieplan Cultuurbereik?

De raming van de doelgroepactiviteiten (2%-stimulans) ad f 16 miljoen is opgenomen onder de «raming van uitgaven» (zie blad 3, brief ACB/1999/46666 d.d. 12 november 1999). Over het cultuurbudget van de meerjarig gesubsidieerde instellingen 1997-2000 (ca. f 800 miljoen) is 2%: f 16 miljoen. Indien organisaties niet in aanmerking willen komen voor de doelgroepactiviteiten vallen er middelen vrij, die ten goede kunnen komen aan andere prioriteiten van het Actieplan Cultuurbereik.

6. Welke herschikkingen - in totaal ingeboekt voor f 9 miljoen - vinden er in incidentele budgetten binnen de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen onderdeel cultuur, plaats?

Het betreft met name herschikkingen van incidentele budgetten in 2000 ten behoeve van jongeren en nieuwe media. Deze activiteiten sluiten aan op het Actieplan Cultuurbereik.

7. Is over het beoogde vliegwieleffect van het Actieplan Cultuurbereik vooraf overlegd met betrokken actoren, en wat waren daarvan de uitkomsten? Zijn er al resultaten te melden van derden in verband met het nagestreefde vliegwieleffect bij het Actieplan Cultuurbereik? Zo ja, welke?

Voor een aantal posten van het Actieplan Cultuurbereik zijn al concrete vliegwieleffecten aan te geven te weten Cultuur en School, dat medegefinancierd wordt door de staatssecretaris van Onderwijs; Belvedere dat medegefinancierd wordt door de ministeries van VROM en LNV. Met de lagere overheden (bv. de gemeente Den Haag) zijn al enkele pilots gestart voor het programma-onderdeel «versterking programmering». Ten aanzien van de steunpunten monumenten en publieksbereik archieven worden besprekingen gevoerd met lagere overheden.

8. Kan de staatssecretaris aangeven ten laste waarvan de 5 miljoen gulden bezuinigingstaakstelling zal worden gebracht?

De f 5 miljoen bezuinigingstaakstelling wordt ten laste gebracht van de budgetten van meerjarig gesubsidieerde instellingen.

9. Kan worden aangegeven of er een financieel verschil zit tussen het eindbeeld 2004 van de dekking Actieplan Cultuurbereik en het jaar 2003? Zo ja, welk?

Er is nu geen verschil voorzien tussen het eindbeeld van de financiële dekking in 2003 en 2004.

10. Kan de regering aangeven hoe hij de post P.M. van f 9,5 miljoen indicatief denkt te kunnen dekken?

Zie beantwoording op vraag 1.

11. De beschikbare financiële ruimte voor het Actieplan is in 2000: f 37,5 miljoen, in 2001: f 43,5 miljoen en in 2002: f 121,5 miljoen. In de lijst van indicatieve uitgaven Actieplan Cultuurbereik wordt uitgegaan van het eindbeeld 2004. Kan de regering aangeven welke uitgaven vanaf 2000 en welke uitgaven pas in latere jaren worden gedaan, aangezien de middelen pas in 2003 voldoende zullen zijn voor alle plannen?

De definitieve invulling van de prioriteiten en dus ook de fasering hiervan vindt pas plaats nadat de Raad voor Cultuur de beleidsplannen van advies heeft voorzien.

12. De invulling van het oorspronkelijk financieel kader is na diverse overleggen met de Kamer op het punt van de zogenaamde 3%-strafkorting bijgesteld in de zin dat uit extra middelen en 2%-stimulansmaatregel zou worden ingevoerd. Waarom wordt deze stimuleringsmaatregel nu toch opgevoerd binnen de f 131 miljoen van het Actieplan Cultuurbereik?

Het oorspronkelijke financiële kader is bijgesteld ter grootte van het bedrag van de korting ad 3%. Aan de uitgavenkant van het Actieplan Cultuurbereik is de 2% stimulans gehandhaafd.

13. In de nota `cultuur als confrontatie' wordt voor versterking van de programmering en culturele diversiteit, alsmede voor jeugd en cultuur in totaal f 75 miljoen ingeboekt (respectievelijk 50 en 25 miljoen), en voor cultuur bij de inrichting van Nederland f 30 miljoen. In de brief wordt aan de uitgavenkant op deze posten een P.M. ten aanzien van de `beleidsplannen culturele organisaties' opgevoerd. Is het juist dat deze posten, gegeven de in de nota genoemde bedragen, in totaal dan f 24,4 miljoen beslaan (respectievelijk f 10 miljoen en

f 14,4 miljoen)?

Volgens raming uitgaven van het Actieplan Cultuurbereik kan er voor de beleidsplannen culturele organisaties f 24,4 miljoen beschikbaar komen. Echter, zoals uit de vraagstelling is af te leiden, heeft u ook geconstateerd dat de financiële dekking van het Actieplan nog niet sluitend is. Zoals al eerder gezegd, zie mijn brief aan de Tweede Kamer van 12 november 1999, kan dit kan pas beoordeeld worden na indiening van de beleidsplannen van de culturele instellingen en het advies hierover door de Raad voor Cultuur. Tenslotte zal de regering bij de presentatie van de Cultuurnota 2001-2004 alle financiële elementen van de integrale beoordeling in het najaar aan de Tweede Kamer ter vaststelling voorleggen.

14. Hoe verhoudt de geraamde uitgave van f 6 miljoen voor Belvedere zich met de in de nota Belvedere zelf aangekondigde bedragen van f 11 miljoen in 2000 oplopend tot f 18 miljoen in 2003?

Het voor Belvedere beschikbare budget bedraagt f 168 miljoen te verdelen over een periode van 10 jaar (2000 tot en met 2009). De dekking van dit budget vindt plaats door de departementen van OCenW, VROM en LNV. De opbouw van de dekking is als volgt:

2000 2001 2002 2003 2004-2009

OCenW 4 5 6 6 6

VROM 3 4 5 6 6

LNV 4 5 6 6 6

Totaal beschikbaar

voor Belvedere f 168 mln.: 11 14 17 18 18 per jaar

15. Kan de regering een raming geven van wat nodig is voor de Arbeidsvoorwaarden? Op eenzelfde indicatieve manier als dat voor het Actieplan Cultuurbereik al is gedaan? Zo ja, hoe luidt deze? Zo nee, waarom niet en hoe gaat dan de procedure lopen rond de arbeidsvoorwaarden?

De procedure met betrekking tot de arbeidsvoorwaardenontwikkeling in de gesubsidieerde en gepremieerde sector (G+G sector), dus ook voor de Cultuursector ligt vast in het zogenaamde post WAGGS model, zoals verwoord in de brief van de toenmalige minister van Sociale zaken de Vries aan de Tweede Kamer van 2 mei 1994.

Dit model gaat uit van overleg tussen representatieve werkgeversorganisaties en de vakminister. Uitgangspunt hierbij vormt de door het kabinet vastgestelde bijdrage die gerelateerd is aan de arbeidsvoorwaardenontwikkeling in de marktsector. Op basis hiervan vindt jaarlijks overleg plaats met de werkgeversorganisaties in de Cultuursector. Dit overleg mondt uit in de vaststelling van een structureel aanvullend percentage als overheidsbijdrage in de arbeidsvoorwaardenontwikkeling (OVA). In 1999 bedroeg dit percentage 3,67%van de loongevoelige delen van de instellingsbegrotingen

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie