Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen privatisering overheidstaken

Datum nieuwsfeit: 23-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Economische Zaken - Persbericht 229 Datum: 23-12-1999

PRIVATISERING OVERHEIDSTAKEN

De leden van de Tweede Kamer Leers en Balkenende (beiden CDA) hebben aan de ministers van Economische Zaken en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Verkeer en Waterstaat op 23 november 1999 de volgende schriftelijke vragen gesteld.


1. Hebt u kennis genomen van de resultaten van het onderzoek dat medewerkers van de Thorbecke-leerstoel van de Universiteit van Leiden in opdracht van Binnenlands Bestuur hebben verricht naar 10 jaar privatiseringspraktijk in acht grote en middelgrote gemeenten? 1)

2 Wat is uw oordeel over de resultaten van het onderzoek en de conclusies dat:

- door privatisering weinig efficiency winst wordt behaald terwijl dat wel een belangrijk argument is geweest;

- de geprivatiseerde bedrijven nauwelijks onder concurrentie staan en het alleenvertoningsrecht behouden op de dienstverlening;
- de burgers niet of nauwelijks van de veranderingen profiteren;
- gemeenten de controle kwijt zijn geraakt op de geprivatiseerde winst en geen mogelijkheden hebben om in te grijpen, maar wel moeten opdraaien voor de financiele tekorten;

- in sommige gemeenten het beleid weer wordt teruggedraaid?

3 Welke conclusies trekt u uit de resultaten van dit onderzoek voor wat betreft de privatisering van Rijkstaken?

4 Bent u bereid een soortgelijk onderzoek te laten verrichten naar de ervaringen met betrekking tot privatisering van Rijkstaken?

5 Welke maatregelen bent u van plan te nemen teneinde de verdere ontwikkeling naar een monopoliepositie van het bedrijf Arriva in het streekvervoer in Noord-Nederland te voorkomen? Bent u bereid de Nma op dit punt in te schakelen?

1) Binnenlands Bestuur, 20e jaargang, week 46 d.d. 19 november 1999.

De minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink heeft deze vragen mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, dr. A. Peper en de minister van Verkeer en Waterstaat, T. Netelenbos als volgt beantwoord.

1 Ja. Het onderzoek zelf is nog niet afgerond. De publicatie in Binnenlands Bestuur blikt vooruit op het verschijnen van het onderzoeksrapport in het volgend voorjaar.

2 Omdat het onderzoek -dat zich overigens richt op acht gemeenten- nog niet is afgerond kan op dit moment geen definitief oordeel worden gegeven. De signalen moeten niettemin serieus worden genomen. Gemeenten zijn
-binnen de grenzen van wet- en regelgeving- zelf verantwoordelijk voor privatiseringsbesluiten. Daaronder valt ook het eventueel bijstellen of intrekken van die besluiten aan de hand van ervaringsgegevens of uitkomsten van onderzoek.
De onderzochte voorbeelden kenmerken zich door verzelfstandiging of privatisering van onderdelen van het gemeentelijke apparaat. In lang niet alle gevallen is er in voorzien dat het bedrijf in kwestie onder concurrentie wordt gesteld. Het ontbreken van een concurrentieprikkel kan een van de oorzaken zijn dat de beoogde effecten als in de vraag vermeld niet geheel gerealiseerd zijn.

3 en 4
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar de binnenkort uit te brengen notitie over liberalisering en privatisering van netwerksectoren. Deze notitie is toegezegd tijdens de behandeling van de begroting voor het jaar 2000 van het Ministerie van Economische Zaken in de Tweede Kamer.

5 Bij de Tweede Kamer ligt op dit moment voor het Wetsvoorstel voor de Wet personenvervoer 2000. Het kabinet streeft er naar dit wetsvoorstel in de tweede helft van het jaar 2000 in te voeren. In het wetsvoorstel is opgenomen een aanbestedingssystematiek voor regionale en lokale overheden. Krachtens het wetsvoorstel dienen deze overheden in een zekere fasering het openbaar vervoer in hun gebied aan te besteden. Op zo'n aanbesteding kunnen vervoerbedrijven inschrijven. Een concessie voor het verrichten van openbaar vervoer in een bepaald gebied wordt verleend voor in beginsel ten hoogste zes jaren. Er is derhalve sprake van gereguleerde concurrentie. De vervoerbedrijven die nu het openbaar vervoer verzorgen ondervinden dan dus periodiek concurrentie van andere vervoerbedrijven. In het wetsvoorstel is een zogenoemd marktmacht-artikel opgenomen. Zoals op 1 november jl. in de Nota naar aanleiding van het verslag bij dit wetsvoorstel is gemeld houdt dit in dat een vervoerder nooit meer dan een derde deel van de relevante markt mag bedienen. Onder relevante markt wordt verstaan het totaal van het lokale en regionale bus- en spoorvervoer. Bij het handhaven van dit artikel heeft de NMa een taak. Een concessie aan een vervoerder wordt verleend als die beschikt over een zogenaamde verklaring van geen bezwaar van de NMa, waaruit blijkt dat de vervoerder na het verkrijgen van de concessie niet meer dan het genoemde een derde deel van de relevante markt bedient.

Naar verwachting zullen tot de inwerkingtreding van de Wet personenvervoer 2000 de posities van de huidige vervoerbedrijven niet veranderen. In de huidige situatie is de taak van de NMa voor de markt voor openbaar vervoer alleen gebaseerd op de Mededingingswet. In casu betekent dit dat de NMa thans kan optreden tegen misbruik van een economische machtspositie en dat zij fusies tussen ondernemingen kan toetsen. Na inwerkingtreding van de Wet personenvervoer 2000 wordt daar dus bovengenoemde toetsende taak op grond van het marktmacht-artikel aan toegevoegd.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie