Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Justitie: internationale aanpak van internetcriminaliteit

Datum nieuwsfeit: 23-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

MINISTERIE JUS

www.justitie.nl

Min. van Just.:. Verdrag cyber space

Wijnand Stevens
070 370 6857

3878

23.12.99

VERDRAG .CRIME IN CYBER SPACE.: INTERNATIONALE AANPAK VAN

INTERNETCRIMINALITEIT

De landen van de Raad van Europa, en landen zoals Canada, de Verenigde Staten en Japan, moeten elkaar in de toekomst veel sneller dan nu het geval is assisteren bij het opsporen van .cybercrime. Elk land zal een nationaal contactpunt instellen dat 24 uur per dag beschikbaar is om zo nodig binnen enkele minuten een verzoek om opsporingsassistentie van andere landen te beoordelen en indien mogelijk te verlenen. Zo blijft elk land exclusief bevoegd wat betreft opsporingsactiviteiten en . methoden binnen haar rechtsmacht terwijl internetcriminaliteit effectief bestreden kan worden. Dat is inzet de van Nederland en andere landen bij de onderhandelingen over de totstandkoming van het verdrag .Crime in Cyberspace.. Dit verdrag regelt de internationale strafrechtelijke samenwerking tegen criminaliteit op Internet. Minister A.H. Korthals van Justitie heeft de Tweede kamer vandaag een brief gestuurd ter verduidelijking van de inhoud en de betekenis van het in voorbereiding zijnde verdrag.

Achtergrond verdrag
Een verdrag is nodig omdat opsporing en wetgeving nationaal zijn geregeld terwijl een strafbaar feit in cyber space al gauw een internationaal karakter heeft. Dat betekent dat zich bij delicten op Internet vaak problemen voordoen over de toepasselijkheid van nationale wetgeving en de omvang van de bevoegdheid van nationale opsporingsinstanties. Daarbij speelt ook een rol dat het vinden van strafbaar materiaal, het volgen van sporen en het vaststellen van de identiteit van de daders op Internet bemoeilijkt worden door het vluchtige karakter van het medium.

Nationale rechtsmacht blijft de norm
In de onderhandelingen over het verdrag blijkt het . met uitzondering van bepalingen over kinderpornografie- niet mogelijk afspraken te maken over harmonisatie van strafrechtelijke bepalingen in de verschillende landen. De tradities in wetgeving van de verschillende landen lopen daartoe te veel uiteen. Wel lijkt zich overeenstemming af te tekenen over het handhaven van het principe dat strafrechtelijke onderzoeken en de bijbehorende opsporingsbevoegdheden niet grensoverschijdend mogen worden gebruikt. Dat betekent dat voor onderzoeken met grensoverschrijdende aspecten, in beginsel via een rechtshulpverzoek de medewerking van de betrokken landen moet worden gevraagd. Het verdrag zal voorzien in een stelsel van snelle, eventueel voorlopige maatregelen die deze landen dan kunnen nemen.

Bij Internet opsporingsonderzoeken kan het echter ook voorkomen dat onbedoeld niet voor het publiek bestemde gegevens via het net uit een ander land worden verzameld. In zo.n geval is het de vraag of dergelijke gegevens mogen worden gebruikt in een nationaal onderzoek. Sommige landen vinden dat dat kan, anderen vinden dat het land van herkomst een veto-recht moet hebben voordat dergelijke gegevens kunnen worden gebruikt. Een derde opvatting is de verplichting ten minste het land van herkomst van de gegevens zo snel mogelijk te informeren. Nederland is voorstander van een vetorecht.

Andere noviteiten....
Andere noviteiten in de onderhandelingen over het verdrag Bij het volgen van een spoor op Internet is het nodig te kunnen beschikken over gegevens over het verkeer op het netwerk: dat wil zeggen gegevens over waar vandaan, met wie, wanneer, hoelang is gecommuniceerd. Het is de bedoeling dat het verdrag voorziet in een mogelijkheid dat providers die gegevens vastleggen, opdat deze later voor de opsporing kunnen worden gebruikt. Het verdrag zou erin moeten voorzien dat providers ook op verzoek van buitenlandse autoriteiten dergelijke gegevens vrijwillig vastleggen. Daarmee wordt het voor opsporingsinstanties mogelijk een .internetspoor., met medewerking van de betrokken providers, te reconstrueren. De gegevens die in het buitenland zijn vastgelegd, dienen daar via een gewoon rechtshulpverzoek te worden opgevraagd.

Als gevolg van het verdrag zal er waarschijnlijk een verplichting komen voor beheerders van niet-publieke netwerken mee te werken aan het aftappen daarvan. Zij hoeven hun netwerk daar overigens niet technisch op voor te bereiden (zoals aanbieders van publieke netwerken).

Tot slot zullen er naar verwachting ook een aantal nieuwe materieel-strafrechtelijke bepalingen worden geïntroduceerd. Te denken valt daarbij aan een verbod op handel in passwords en toegangscodes en aan een verbod op het terbeschikkingstellen, vervaardigen en verspreiden van voorzieningen die gemaakt zijn om integriteit van informatiessystemen aan te tasten. Hieronder kan zowel hard- als software (bijvoorbeeld hackersprogramma.s) vallen. Wat betreft zogenoemde inhoudgerelateerde delicten zal de harmonisatie van de strafbaarstelling van kinderpornografie waarschijnlijk met zich meebrengen dat Nederland zogenoemde virtuele kinderpornografie strafbaar zal stellen. Virtuele kinderpornografie zijn afbeeldingen van seksueel gedrag met kinderen zonder dat bij de vervaardiging daarvan daadwerkelijk kinderen zijn betrokken (bijvoorbeeld gemanipuleerde foto.s).

------------------------

23 dec 99 12:13

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie