Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bussemaker bezorgd over toename malafide flexwerk Westland

Datum nieuwsfeit: 23-12-1999
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 23 december 1999

KAMERLID BUSSEMAKER BEZORGD OVER TOENAME MALAFIDE FLEXWERK IN WESTLAND

Het PvdA Tweede Kamerlid Jet Bussemaker is bezorgd over de toename van malafide loonbedrijven en uitzendbureaus in het Westland. Ze zei dit tijdens de uitreiking van de 'flexengel'. Deze prijs is ingesteld door het FNV en wordt uitgereikt aan het bedrijf dat het beste met uitzendkrachten omgaat.

Volgens Bussemaker biedt de wet WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairen) mogelijkheden om aparte maatregelen tegen de malafide praktijken in het Westland te treffen. Bussemaker denkt dat vakbeweging en de werkgevers het verschijnsel kunnen bestrijden door het instellen van een meldpunt voor bonafide bedrijven. Ook zouden bonafide uitzendbureaus meer ondersteunt moeten worden in het opzetten van een goede bedrijfsvoering.

Voor meer informatie
PvdA voorlichting: 070-318 26 96 / 06-65 35 27 05

Speech Jet Bussemaker:

Den Haag, 23 december 1999

Embargo tot 16.00 uur

Speech Jet Bussemaker (Tweede Kamerlid PvdA en voorzitter van de jury) tijdens uitreiking van de 'Flexengel', 23 december 1999 in Amsterdam

Ik voel me vereerd dat ik vandaag als voorzitter van de jury de Flexengel mag uitreiken. Het uitdelen van een prijs is leuk: genomineerd worden voor een prijs is nog leuker. En het allerleukste is natuurlijk de hoofdprijs te krijgen. Maar voordat ik vertel wie de gelukkige is, hou ik de spanning er nog even in. Eerst iets over het beleid en de praktijk over uitzendwerk. Toen ik mei 1998 in de Tweede Kamer kwam ging het eerste grotere debat dat ik moest voeren over de reparatiewetgeving over de wet `flexibiliteit en zekerheid', ook wel de flexwet genoemd. De wet zelf was toen al gepasseerd - het ging `slechts' om aanpassingen op onderdelen van de wet die 1 januari 1999 in zou gaan. Maar dat `slechts' bleek ingewikkelder dan we dachten. Het debat duurde 8 uur en er moest wel zo'n 6 keer geschorst worden omdat de problematiek te ingewikkeld bleek- en alle aanwezigen af en toe het spoor bijster waren. Vertel mij dus niet dat de wet ingewikkeld is. Ingewikkeld, omdat er rekening moet worden gehouden met veronderstelde arbeidsverledens, die veel gecompliceerder zijn dan bij een vaste baan. Ingewikkeld omdat de wet een fasesysteem kent dat per individu anders uit kan werken. En ingewikkeld omdat er drie partijen zijn - de uitzendkracht, het uitzendbureau en de inlener - waarvan de consequenties voor verschillende sociale zekerheidsregelingen niet altijd duidelijk zijn. Sinds dat debat heb ik gezien hoe de vakbeweging en uitzendorganisaties geprobeerd hebben iedereen voor te bereiden op de wet. Ik herinner me nog een lange bijzonder dag op stap met Han Westerhof - met zijn vijven in zijn autootje het hele land door - van een koekjesfabriek in Zaandam, naar een uitzendbureau in Utrecht en vervolgens naar DSM in Heerlen. Onderwijl vertelde Han ons verhalen uit de praktijk, als hij al niet via zijn mobiele telefoon moest onderhandelen met flexwerkers en uitzendbureaus. Ik herinner me ook nog een bezoek aan het kantoor van Randstad in Amsterdam. Daar was een grote tent opgezet om alle medewerkers die uiteindelijk uitvoering moesten gaan geven aan de wet voor te lichten. Het waren er honderden en ik besefte toen goed de doorwerking van de wet. Ik zag soms vertwijfelde gezichten van mensen die het niet meer begrepen, maar ik zag ook de goede samenwerking tussen vakbeweging en uitzendorganisaties. Dat is iets om trots op te zijn. De flexwet is belangrijk gebleken. Al ging - en gaat - er nog wel eens wat mis. En dan doel ik niet zozeer op de sectoren waarin niet bijtijds afspraken zijn gemaakt over de consequenties van de wet, zoals de scholen die dreigden kinderen naar huis te sturen omdat ze geen vervanger konden aanstellen. Dat ligt niet aan de wet. Dat de wet 'rigide' zou zijn, zoals sommige politici toen riepen, is dan ook nonsens. Integendeel. De wet vergroot de zekerheid van flexwerkers, en dat werd tijd ook. Het voorkomt dat flexwerkers tot in lengte van dagen het ene tijdelijke contract na het andere krijgen, zonder enig zicht op zekerheid. De wet biedt veel ruimte aan werkgevers en werknemers om voor de eigen sector tot een specifieke regeling te komen. Dat veronderstelt wel dat beide partijen bereid zijn om, volgens goed gebruik in polderland, met elkaar tot afspraken te komen en daarbij enige creativiteit tonen. Veel van de problemen rond de flexwet kwamen voort omdat met de wet pas duidelijk werd hoe er eerder met flexwerkers werd gesold. Nu dat niet meer kan moet men op zoek naar nieuwe oplossingen. Er is meer denkbaar dan de oude patronen van ofwel een voltijdse vaste aanstelling, ofwel ontslag. Positieve voorbeelden laten zien dat er andere oplossingen zijn. In het onderwijs kan men bijvoorbeeld met vervangingspools werken. Daarin kunnen schoolbesturen samenwerken om zeker te zijn van vervanging bij ziekte of verlof van een docent. Wat voor het onderwijs geldt, gaat ook op voor andere sectoren zoals de omroep, de sport en de kunstwereld. Ik verwacht veel van meer poolvorming, sector of regionaal opgezet, om tijdelijke tekorten aan arbeidskrachten, of dat nu komt door piek en ziek of door verlof van werknemers op te vangen. Zo'n poolvorming kan ook flexwerkers en jonge werknemers die ervaring op willen doen een kans bieden. Zorgen naar aanleiding van de flexwet heb ik me wel gemaakt. Met name waar werkgevers de mazen in de wet al te gemakkelijk proberen te gebruiken. Ik heb het afgelopen jaar nogal wat brieven gekregen wat flexwerkers die toch opeens ontslagen worden, die zonder pardon 3 maanden naar huis worden gestuurd om daarna een nieuw contract te krijgen of die onterecht bij ziekte of werkloosheid geen uitkering krijgen. De wet kan die individuele gevallen niet oplossen, hoe vervelend ook. Hoewel het invoeren van een `flexwerk-toets' in de sociale zekerheid geen kwaad zou kunnen. Immers, in de driehoek uitzendkracht, inlener en uitzendbureau zijn de consequenties anders dan in een situatie van werkgever-werknemer. Een actueel voorbeeld is het invoeren van een eigen risico in ZW. Dat pakt m.n. voor kleine uitzendbureaus slecht uit. Een ander voorbeeld zijn de rechten van uitzendkrachten bij ziekte en werkloosheid. Vaak is onduidelijk of de werkgever loon moet doorbetalen of dat de flexwerker een beroep op de ZW kan doen. Het resultaat is dat een uitzendkracht nogal eens geen uitkering krijgt, terwijl ze er wel recht op hebben. Meer informatie kan helpen. Maar er zou ook, volgens afspraken in het regeerakkoord, geëxperimenteerd kunnen worden met een andere systematiek van toelatingseisen. Een `flexwerk-toets' kan bijdragen aan het tijdig signaleren van problemen. Recente problemen geven eens te meer aan dat niet alleen naar de letter van de wet, maar ook naar de geest van de wet gehandeld moet worden. Daar valt nog veel te verbeteren. Van de bedrijven die gedomineerd zijn voor de `flexengel' kan dan ook gezegd worden dat ze handelen naar de geest van de wet - en vaak meer dan dat, bijvoorbeeld door flexwerkers kansen op opleiding te bieden, of ze uit te nodigen voor bedrijfsfeestjes. Ondertussen ontstaan er in het uitzendwezen wel nieuwe problemen. Laat me er een noemen waar ik me ernstig zorgen over maak. Dat betreft de toename van niet te controleren malafide loonbedrijven en uitzendbureaus in met name het Westland. Dat heeft met name het laatste jaar een enorme vlucht genomen. Malafide bureaus, die zich vestigen zonder dat er ook maar enige controle mogelijk is op hun werkzaamheden, nemen illegaal werknemers in dienst die vervolgens geen enige bescherming bieden. Hier ontstaat een arbeidsmarkt buiten de arbeidsmarkt die buitengewoon schadelijk is voor zowel uitzendbureaus als werknemers. Arbeidsomstandigheden die in Nederland niet voor horen te komen zijn het gevolg; het niet meer kunnen overleven van vaak kleinere, bonafide uitzendbureaus een ander gevolg. De oplossing moet niet gezocht worden in een jacht op illegalen. Maar er moet wel iets gebeuren aan de controle van uitzendbureaus en bescherming van uitzendkrachten. Als politicus neem ik daarin mijn verantwoordelijkheid. Ik zie mogelijkheden in het gebruik maken van een artikel in de wet WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairen) om voor deze sector aparte maatregelen te treffen. Maar ook de vakbeweging en de werkgevers kunnen iets doen. Bijvoorbeeld door een meldpunt voor bonafide bedrijven in te stellen. En door bonafide, kleine uitzendbureaus, vaak opgezet door allochtonen, te ondersteunen in goede bedrijfsvoering. Veel van de betrokkenen zijn hier vandaag aanwezig: moge dit een startpunt zijn om in goed overleg, zoals we dat kennen van de flexwet, tot afspraken te komen. Wij hebben op dit punt immers, mede door de flexwet, een positie hoog te houden. De buurlanden, zo kan ik U uit partijpolitieke contacten vertellen, zijn buitengewoon geïnteresseerd in de wijze waarop Nederland omgaat met flexibele arbeid. Hoewel we ons taalgebruik met wel eens aan moet passen. Duitsers zullen eerder praten over `Innovation und Gerechtigkeit' als ze het over flexibiliteit en zekerheid hebben. En van Franse collega's heb ik geleerd het woord flexibiliteit niet in de mond te nemen: dat staat voor hen gelijk aan het sluiten van een pact met de duivel. Maar wanneer we het `travail souplesse' noemen, blijken de meningen veel minder ver uit elkaar te liggen. Zie de introductie van de 35-urige werkweek in Frankrijk die mede bedoeld is de flexibiliteit te vergroten. Genoeg nu over achtergronden en problemen. Tijd voor de prijsuitreiking. Een jury heeft het nooit gemakkelijk, en zo was dit ook deze keer. De voorselectie had de jury een overzicht van bedrijven gegeven die het goed doen - de bovengenoemde problemen kwamen daar dan ook niet voor. Maar ook dan is de keuze ingewikkeld. Wat telt zwaarder: of flexwerkers in aanmerking komen voor scholing, of dat ze in aanmerking komen voor een eindejaarsuitkering en een kerstpakket krijgen? Bij de uiteindelijke beoordeling heeft de jury zich laten leiden door deze andere en aspecten, zoals: krijgen flexwerkers goede instructies, worden ze gerespecteerd en hebben ze kans op een vaste aanstelling. Dat heeft geleid tot een duidelijke nummer 1. Maar niet iedereen kan nr 1 staan. Eerst de eervolle vermeldingen: die gaan naar Pharmacia Upjofn, Lovink BV en Power Pack Europe. Allemaal bedrijven die goed voor uitzendkrachten zorgen. Nu nummer 3. Dat is geworden: de Receptieservice uit Rijswijk, een dochter van de Nederlandse Veiligheidsdienst. Uitzendkrachten krijgen een vergelijkbare opleiding aangeboden als vaste medewerkers, en een belangrijke groep uitzendkrachten is in vaste dienst genomen. Uitzendbureau, ondernemingsraad, uitzendkrachten als de vertegenwoordiger van het bereid hebben een zelfde visie, hetgeen duidt op duidelijkheid en betrouwbaarheid. De jury maakt zich wel enige zorgen over de toekomst. Wijzigingen in de CAO maakt de toekomst enigszins ongewis. Wij hopen dan ook dat de veiligheidsdienst volgend jaar niet te boek zal komen te staan als `De Flex-Bengel'. Liever beschouwen we het als een aanmoedingsprijs, om volgend jaar mogelijk de Engel te kunnen ontvangen. Op de tweede plaats staat Drukker International, een diamantslijperij voor industriële toepassingen uit Cuyk. En wat is er mooier dan juist op deze plaats in de Nieuwe Uilenburgerstraat, dichtbij de roots van de eerste vakbond (de diamantbewerkersbond) en het begin van het primaire bedrijfsproces, zo'n bedrijf een prijs te geven. Juist hier kregen de beginselen van de vakbeweging vorm. Dat nu juist bij Drukker geen CAO van toepassing is heeft niets met de diamantbewerkers van nu te maken. Drukker volgt vrijwillig en volledig de naast-gelegen MTB-CAO. Dat uitzendkrachten dezelfde lonen en toeslagen krijgen heeft de jury gewaardeerd. De jury heeft ook begrepen dat het bedrijf ruimte maakt voor minder eenvoudig plaatsbare groepen. Het bedrijf ademt de sfeer uit van `erbij horen'. De emancipatie van de uitzendarbeid is hier dagelijkse praktijk. De jury heeft geconstateerd dat het bedrijf het aanbod van het uitzendbureau ziet als kweekvijver. De maximale termijn van drie maanden uitzenden wordt tweeledig beoordeeld. Enerzijds is de jury van mening dat de instroom van uitzendkrachten hierdoor krachtig gestimuleerd wordt. Anderzijds kan hierdoor wel een extra proefperiode ontstaan. Maar al met al - een welverdiende tweede plaats. En dan, uiteindelijk, de eerste plaats. Die wordt toegekend aan ....Kijlstra beton uit Drachten.Het onderzoeksrapport zegt over dit bedrijf: `Kijlstra beton zou een schoolvoorbeeld kunnen zijn voor andere bedrijven. Alle ondervraagden laten zien dat het mogelijk is om uitzendkrachten net zo goed te behandelen als het eigen personeel'. De flexengel is volgens de jury mede daarom wel besteed aan dit bedrijf. De gelijke behandeling van uitzendkrachten en vast personeel is bijna vanzelfsprekend binnen de onderneming, aldus de uitzendkrachten. Toegang tot opleidingen voor uitzendkrachten wegen ook zwaar, evenals de duidelijkheid die uitzendkrachten krijgen over mogelijkheden en verwachtingen, bijvoorbeeld als het gaat om de mogelijkheden een vaste aanstelling te krijgen. De recht toe recht aan aanpak werd door de jury hoog gewaardeerd. De waardering voor Kijlstra Beton valt samen te vatten in de argumentatie die bij de nominatie door de intermediair werd genoemd: `Het bedrijf vertoont respect voor uitzendkrachten'. Moge dat als opdracht voor alle bedrijven gelden: respect en waardering voor uitzendkrachten. Van harte gefeliciteerd. ??

1

5

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie