Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tweede Kamer: positie van alphahulpen

Datum nieuwsfeit: 23-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


26814000.006 brief sts vws inzake de positie van alphahulpen
Gemaakt: 29-12-1999 tijd: 13:55


3


26814 Emancipatiebeleid 2000

nr. 6 Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 23 december 1999


1. Inleiding

In de motie-Bussemaker van 29 april 1999 (TK 26 206, nr. 9) is gevraagd om een integrale notitie over de rechtspositie van de alphahulpen, in het bijzonder ten aanzien van de onderlinge samenhang tussen de sociale zekerheid, de pensioenopbouw en de fiscaliteit. Tevens werd naar alternatieven gevraagd en naar de budgettaire consequenties ervan. In de bijlage treft u een ambtelijke notitie aan die een integraal beeld geeft van de rechtspositie van de alphahulpen
*). Verder staan daarin twee extreme, theoretisch denkbare scenario's uitgewerkt over de toekomstige vormgeving van de alphahulpverlening.

Het Kabinet heeft op basis van die integrale notitie en binnen de daarin weergegeven extrema een eigen optie uitgewerkt waarin de thuiszorgvoorziening «ondersteuning bij eenvoudige, huishoudelijke werkzaamheden» (= de huidige hulpverlening via alphahulpen) kan worden gegoten met ingang van 2001. Die laatste optie, waar het Kabinet uiteindelijk voor gekozen heeft, licht ik in de volgende paragrafen toe.


2. Overwegingen

Het Kabinet heeft zich gebogen over de vraag waar we met de alphahulpverlening naar toe willen. Bij de beantwoording van die vraag heeft het Kabinet verschillende perspectieven van belang geacht: de sociale zekerheid, de economische zelfstandigheid, de betaalbaarheid, het zorgvolume, de arbeidsmarkt, maar natuurlijk ook de wens van de alphahulpen zelf.

Verder speelt het gegeven dat per 1 januari 2001 de voordelige fiscale positie van de alp-hahulpen verdwijnt in het kader van het nieuwe belastingregime. Voor hen ontstaat door het vervallen van de invorderingsvrijstelling over hun inkomen als alphahulp een gelijke behandeling met tweeverdieners die beiden een looninkomen hebben. Los van het koopkrachteffect (dat wordt namelijk door meerdere factoren bepaald) resulteert die gelijkheid evenwel in een financiële achteruitgang van hetgeen zij aan hun werkzaamheden als alphahulp overhouden. Dat brengt het risico met zich mee dat de werving in het arbeidsmarktsegment waar de alphahulp tot nu toe wordt geworven , wordt bemoeilijkt omdat het financieel minder aantrekkelijk wordt om tegen de lagere opbrengst als alphahulp te gaan werken.

Afhankelijk van de gedragsreacties van de alphahulpen op de veranderde inkomsten uit werk na invoering van het nieuwe fiscale stelsel (blijft men beschikbaar als alphahulp of gaat men weg) zouden meer of minder ernstige problemen kunnen ontstaan voor mensen die een indicatie hebben voor hulpverlening. Gezien het tekort aan alphahulpen dat nu al bestaat, is dat een groot risico. Dat risico kan alleen worden beperkt wanneer een concurrerende rechtspositie en een concurrerend inkomensniveau kan worden geboden om zodoende voldoende aantrekkingskracht uit te kunnen oefenen op de arbeidsmarkt voor de uitvoering van deze werkzaamheden.

Bij de afweging heeft het Kabinet voorts rekening gehouden met het feit dat de werkgevers in de thuiszorg de opname van circa 67.000 werknemers ineens op 1 januari 2001 (zij worden dan in werknemers gemeten ineens anderhalf keer zo groot) niet in één klap aan kunnen.

Bij het zoeken naar een evenwichtig compromis tussen de verschillende beleidsafwegingen biedt de analyse van de integrale notitie in hoofdstuk 2 belangrijke aanknopingspunten. Hoewel er onaantrekkelijke aspecten zitten aan de positie van de alphahulp blijkt het oordeel uiteindelijk iets genuanceerder te liggen. Daarbij doel ik ondermeer op het gegeven dat de alphahulpen thans deels wel verzekerd zijn, maar daar niet altijd premie voor hoeven te betalen en dat zij deels niet verzekerd zijn, maar daarbij statistisch genomen geen groot verzekeringsrisico vormen.


3. Het duale systeem

Alles afwegende heeft het Kabinet er voor gekozen om bij de inwerkingtreding van het nieuwe belastingstelsel per 1 januari 2001 voor de ondersteuning bij de eenvoudige, huishoudelijke werkzaamheden te gaan werken met een duaal systeem. Dit systeem houdt het volgende in:

De huidige alphahulp kan alphahulp blijven in de huidige huishoudhulpconstructie. Met het oog op de effecten van het nieuwe belastingstelsel wordt dan echter de beloning opgetrokken naar het maximumbedrag van schaal 1 van de CAO-Thuiszorg.

Degenen die de eenvoudige huishoudelijke werkzaamheden die de functie van alphahulp inhoudt, willen verrichten, krijgen echter ook de mogelijkheid aangeboden om dit te doen in dienst van de thuiszorginstelling, als werknemer dus in de CAO-Thuiszorg en ingeschaald in schaal 1 (= circa 100% WML - circa 127% WML).

De keuzemogelijkheid geldt dus voor oude en voor nieuwe gevallen.

Het product van de ondersteuning bij eenvoudige, huishoudelijke arbeid kan dus via twee redelijke gelijkwaardige wegen (alphahulp danwel CAO-hulp) tot stand komen.

Voordeel van deze duale constructie is dat de werknemersstatus werving onder andere doelgroepen mogelijk maakt, terwijl degenen die niet zouden willen veranderen niet hoeven te veranderen. Deze keuzemogelijkheid vermijdt onrust, biedt een garantie voor de continuïteit van de zorgverlening, is voor werkgevers technisch uitvoerbaar en is financieel inpasbaar.


4. Kosten en dekking

Het duale systeem leidt in combinatie met de belastingherziening enerzijds tot meerkosten voor de hulpverleningsvorm van «ondersteuning bij eenvoudige, huishoudelijke werkzaamheden» en anderzijds tot hogere ontvangsten aan belastingen. De loonkosten van beide keuzes in het duale systeem (alphahulp danwel CAO-hulp) zijn immers hoger dan die van de huidige alphahulp, maar ze zijn wel lager dan de loonkosten van een Thuishulp A. In plaats van het huidige, relatief lage COTG-tarief van de alphahulp komt er met ingang van 2001, bij het van kracht worden van het nieuwe belastingstelsel, een nieuw, hoger COTG-tarief voor «ondersteuning bij eenvoudige huishoudelijke werkzaamheden». Dat COTG-tarief vormt dan een mix van de kosten van de alphahulp en de CAO-hulp uit schaal 1. Door een scherpe calculatie zal dat meer richting het huidige alphahulptarief dan richting het huidige thuishulptarief uit moeten kunnen komen. De hieruit voortvloeiende kostenstijging c.q. kostenverschuiving zal door een inspanning van alle betrokken partijen moeten worden gedekt c.q. opgevangen.

a. De met het vervallen van de invorderingsvrijstelling in de alphahulpverlening gemoeide middelen (ad f75 miljoen) zullen worden ingezet.

b. De per saldo uitgavenstijging in de sfeer van de sociale zekerheid zal worden opgevangen binnen de ijklijn SZA.

c. Vanuit het uitgavenkader van VWS zal circa f10 miljoen worden bijgedragen.

d. De sociale partners in de CAO-Thuiszorg zullen in het kader van hun volgende CAO-onderhandelingen en/of via de ruimte die in het kader van het benchmarkproject blijkt een bijdrage van f20 miljoen moeten bijdragen.

e. De vakbonden moeten akkoord gaan met het plaatsen van de voormalige alphahulp in schaal 1 van de CAO-Thuiszorg (ca. 103% WML - ca. 127% WML).

f. In COTG-verband moet een apart tarief voor de «ondersteuning bij eenvoudige, huishoudelijke arbeid» tot stand moeten komen. Dat tarief moet en kan ook aanzienlijk lager uitvallen dan het huidige tarief voor de Thuishulp A.

De voorziene uitbreiding van de capaciteit van de ondersteuning bij eenvoudige, huishoudelijke arbeid (bovenop de thans geldende capaciteit van 17,3 miljoen uur) zal tegen het nieuwe tarief worden ingezet.

Uit de punten d, e en f vloeit voort dat aan effectuering van deze optie het bereiken van overeenstemming met sociale partners en het COTG vooraf dient te gaan. Het duale systeem is dus pas werkelijkheid nadat het overleg met de betrokkenen over de voorgaande punten in positieve zin is afgerond.


5. Afronding

Gegeven de afweging van de diverse in paragraaf 2 vermelde aspecten heeft het Kabinet het duale systeem geaccordeerd. De randvoorwaarde voor de effectuering van het duale systeem is dat de externe betrokkenen hun medewerking verlenen in de beoogde zin. Ik zal dan ook begin 2000 de externe betrokkenen gaan benaderen (LVT, vakbonden, COTG). Na gebleken overeenstemming zal ik met de betrokkenen een informatiecampagne opzetten om te bereiken dat gebrek aan informatie in 2001 niet tot onnodige en onverwachte (arbeidsmarkt)reacties zal leiden.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

A..M. Vliegenthart


*) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie