Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief minister Buitenlandse Zaken over resolutie Irak

Datum nieuwsfeit: 23-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


00000000.195 brief min buza inzake resolutie irak
Gemaakt: 27-12-1999 tijd: 13:31


3

Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de Tweede

Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 23 december 1999

Betreft

Irak / Veiligheidsraadresolutie 1284

Zeer geachte Voorzitter,

In antwoord op het verzoek van Uw Commissie d.d. 17 december jl. (Buza
97/99) wil ik u gaarne informeren over de belangrijkste aspecten van de resolutie inzake Irak, die op 17 december jl. door de Veiligheidsraad is aangenomen.

De resolutie, die zijn oorsprong vindt in de eerdere, U bekende, Brits-Nederlandse ontwerptekst, is van groot belang aangezien deze enerzijds hervatting van de wapeninspecties in Irak mogelijk zou moeten maken en anderzijds vergaande voorstellen bevat ter verbetering van de humanitaire situatie.

Elf leden van de Veiligheidsraad, w.o. Nederland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Brazilië, Bahrein en Argentinië hebben voor de resolutie gestemd, terwijl Rusland, China, Frankrijk en Maleisië zich van stemming hebben onthouden. Hieronder zal ik nader ingaan op het wapeninspectieregime, de voorstellen ter verbetering van de humanitaire situatie, de mogelijkheid van de opschorting van de sancties en de Nederlandse positie.


- Het wapeninspectieregime

Al ruim een jaar vonden geen wapeninspecties in Irak meer plaats. Teneinde de patstelling inzake Irak te doorbreken en zo het land tot medewerking aan de inspecties te bewegen, dienden het Verenigd Koninkrijk en Nederland in april van dit jaar een nieuwe omnibusresolutie in.

Voor Nederland en de meeste andere leden van de Veiligheidsraad heeft immer centraal gestaan dat in een nieuwe resolutie sprake dient te zijn van een effectief ontwapeningsregime. De nieuwe resolutie voorziet inderdaad in de instelling van een versterkt voortgaand monitoring en verificatie (OMV) regime, waarin ontwapening is ingebed. Dit regime dient te voorkomen dat Irak nieuwe massavernietigingswapens kan verwerven of ontwikkelen en daarmee opnieuw een bedreiging kan vormen voor de regio en de eigen bevolking. Voorts zal het versterkte OMV-regime onopgeloste ontwapeningskwesties moeten ophelderen.

Een nieuw op te richten commissie, genaamd United Nations Monitoring, Verification and Inspection Commission (UNMOVIC), en het International Atomic Energy Agency (IAEA) dienen zorg te dragen voor de implementatie van dit regime. Het tijdpad dat in de resolutie is neergelegd met betrekking tot de uitvoering van de ontwapeningsparagrafen kan als volgt worden samengevat:


- Binnen 30 dagen dient de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties een Uitvoerend Voorzitter van UNMOVIC te benoemen. Deze benoeming moet door de Veiligheidsraad worden goedgekeurd. De Secretaris-Generaal benoemt na consultatie van de Uitvoerend Voorzitter en de leden van de Veiligheidsraad de Commissie-leden;


- Binnen 45 dagen na benoeming dient de Uitvoerend Voorzitter een organisatieplan voor UNMOVIC op te stellen. Dit plan moet door de Veiligheidsraad worden goedgekeurd;


- Binnen 60 dagen na aanvang van de werkzaamheden in Irak dienen door UNMOVIC en IAEA werkplannen inzake de uitvoering van het versterkt voortgaande OMV-regime te worden opgesteld. Vervolgens dient de Uitvoerend Voorzitter aan de Veiligheidsraad te rapporteren wanneer het versterkt voortgaande OMV-regime operationeel is;


- Uiteindelijk kan dit proces ertoe leiden dat de sancties tegen Irak worden opgeschort. Daartoe dient Irak gedurende een periode van 120 dagen te hebben samengewerkt met UNMOVIC en IAEA, in het bijzonder door vervulling van alle aspecten van de hogergenoemde werkplannen. Opschorting van de controle op aanschaf van dual-use goederen is uiteraard niet aan de orde.


- Voorstellen ter verbetering van de humanitaire situatie

Het Nederlandse beleid inzake Irak is immer geweest dat dit land aan zijn internationale verplichtingen voortvloeiend uit de relevante Veiligheidsraadresoluties dient te voldoen alvorens de sancties definitief kunnen worden opgeheven. Tegelijkertijd heeft Nederland zich als lid van de Veiligheidsraad en als Voorzitter van het Sanctiecomite ingespannen om de zorgwekkende humanitaire situatie in Irak te verbeteren. Daarbij zij overigens opgemerkt dat het regime van Saddam Hoessein de voornaamste verantwoordelijkheid draagt voor de slechte humanitaire situatie in Irak.

De resolutie voorziet in een aantal belangrijke wijzigingen van het bestaande sanctieregime, waarvan het leeuwendeel zal worden uitgevoerd zelfs als Irak de resolutie zou afwijzen. Zo wordt ondermeer de beperking op de hoeveelheid olie die Irak elke zes maanden mag uitvoeren om gelden te genereren voor het humanitaire Olie-voor-Voedselprogramma opgeheven. Tevens wordt voor een groot aantal humanitaire goederen afgestapt van de geldende goedkeuringsprocedure ten gunste van de invoering van een minder tijdrovende notificatieprocedure. Voorts zal een deskundigengroep worden opgericht, die binnen 100 dagen moet rapporteren over de bestaande olieproductiecapaciteit van Irak en, indien nodig, over de wijze waarop deze produktiecapaciteit kan worden vergroot, bijvoorbeeld door buitenlandse oliemaatschappijen te betrekken bij de Iraakse olie-industrie.


- Opschorting van de sancties

De resolutie bepaalt dat de Veiligheidsraad kan overgaan tot opschorting van de import- en de exportsancties voor een periode van
120 dagen indien Irak gedurende 120 dagen heeft samengewerkt met de wapeninspecteurs. Deze periode kan door middel van een daartoe strekkend besluit van de Raad worden verlengd. Opschorting van de sancties wordt automatisch beëindigd als blijkt dat Irak niet meer samenwerkt met de wapeninspecteurs of als Irak dual-use goederen tracht te verwerven. De Russische eis dat opschorting van de sancties automatisch zou moeten worden verlengd tenzij de Veiligheidsraad anders zou besluiten, was voor het merendeel van de leden van de Veiligheidsraad onbespreekbaar.

Om te voorkomen dat Irak in geval van opschorting de inkomsten uit zijn export aanwendt voor de aanschaf van verboden goederen zal een effectief financieel controlemechanisme worden ingesteld. Naast zo'n financieel controlemechanisme blijft het in Veiligheidsraadresolutie
1051 neergelegde import- en exportcontrolemechanisme ten aanzien van dual-use goederen gehandhaafd.


- Nederlandse positie

Nederland heeft steeds gestreefd naar een resolutie die de steun van alle 15 leden van de Veiligheidsraad zou hebben. Zoals ik Uw Kamer meerdere keren heb geïnformeerd, hebben Nederland en het Verenigd Koninkrijk zich van het begin af aan zeer ingespannen om met name Franse desiderata ten aanzien van de aanpak van Irak naar de mate van het mogelijke te accommoderen. Tevens is veel energie gestoken in consultaties met Rusland en China om te voorkomen dat beide landen aanvaarding van de resolutie zouden blokkeren. Dat Frankrijk uiteindelijk besloot toch het Russische stemgedrag te volgen, hoewel het erkende dat met de eigen desiderata voldoende rekening was gehouden, betreur ik ook uit een oogpunt van een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid van de Europese Unie zeer. Aan Nederland en het Verenigd Koninkrijk heeft het in elk geval niet gelegen.

De aanvaarding van resolutie 1284 is slechts de eerste, zij het essentiële, stap in een proces dat moet leiden tot hervatting van de wapeninspecties, intensivering van het humanitaire programma en
-indien Irak meewerkt aan de wapeninspecties- tot opschorting van de sancties. Pittige onderhandelingen liggen nog in het verschiet, aangezien verdere Raadsbesluiten zijn vereist met betrekking tot ondermeer de benoeming van een Uitvoerend Voorzitter van UNMOVIC, de goedkeuring van het organisatieplan van UNMOVIC en, in een later stadium, de goedkeuring van de werkplannen van UNMOVIC en IAEA met inbegrip van de "key remaining disarmament tasks". Uiteindelijk dient de Veiligheidsraad te besluiten of Irak al dan niet zodanig heeft meegewerkt met de wapeninspecties, dat de sancties kunnen worden opgeschort.

Nederland zal zich in hogergenoemde onderhandelingen, tezamen met gelijkgezinde landen, ervoor inspannen dat het nieuwe inspectieregime in Irak effectief en geloofwaardig zal zijn in het licht van de doelstellingen van de relevante VR-resoluties inzake Irak.

Een fundamentele vraag blijft natuurlijk in hoeverre Irak bereid zal zijn mee te werken aan de uitvoering van Veiligheidsraadresolutie
1284. De uitlatingen van het Iraakse regime geven momenteel weinig reden tot optimisme: de Iraakse regering stelt alleen bereid te zijn tot samenwerking met de Veiligheidsraad op voorwaarde dat alle sancties worden opgeheven. Geen enkel lid van de Veiligheidsraad is daartoe echter bereid.

Ook de door met name Frankrijk, Rusland en China uitgebrachte onthouding zal het Iraakse regime wellicht bevestigen in de opvatting dat het met obstructie het verst komt.

Hoe dat ook zij, de Veiligheidsraad heeft als collectief met deze resolutie aangegeven dat het nu aan Irak is om te bepalen of het, in ruil voor het perspectief van opschorting van de resterende sancties, bereid is af te zien van zijn intenties om massavernietigingswapens te behouden of te verwerven.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Bijlage(n) niet elektronisch beschikbaar

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie