Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag BuZa over NAVO ministeriele vergadering, NUC en EAPR

Datum nieuwsfeit: 23-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Directie Veiligheidsbeleid

Afdeling Veiligheids- en Defensiebeleid

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 23 december 1999
Kenmerk DVB/VD 516/99
Blad /5
Bijlage(n) 4
Betreft NAVO ministeriële vergadering, NUC, EAPR, 15 en 16 december
1999

Zeer geachte Voorzitter,

Op 15 december vond de vergadering van de Noordatlantische Raad op ministerieel niveau plaats, gevolgd door de NATO-Ukraine Commission (NUC) en op 16 december de Euro-Atlantische Partnerschapsraad (EAPR). Het communiqué van de Noordatlantische Raad alsmede de voorzitterschapsverklaring van de EAPR en de verklaring inzake de NUC is bijgesloten.

Tijdens de Noordatlantische Raad stonden vier onderwerpen centraal: de Europese veiligheids- en defensie-identiteit, de situatie op de Balkan, Rusland, inclusief de situatie in Tsjetsjenië en National Missile Defence/massavernietigingswapens.

EVDI

In mijn interventie heb ik mij geconcentreerd op de agenda voor de volgende maanden. Nederland is zeer tevreden dat de versterking van de tekortkomingen op het gebied van militaire capaciteiten van de EU-landen tijdens de Europese Raad van Helsinki prominent aandacht heeft gekregen. De 'headline goals', zoals in Helsinki overeengekomen, zullen in EU-kader in de komende maanden verder moeten uitgewerkt. Door de NAVO zal nu met voorrang aandacht moeten worden geschonken aan de modaliteiten van de 'uitleenmechanismes' van de NAVO aan de EU. Terzake zijn door Nederland de afgelopen weken nadere voorstellen gedaan. Voor de verbetering van de defensiecapaciteiten is het verder van belang datvoortvarend door wordt gewerkt aan de verdere implementatie van het Defence Capabilities Initiative. Het werk in de EU over de 'headline goals' en DCI zullen hierbij elkaar wederzijds kunnen versterken.

In Helsinki is besloten dat Portugal als komend EU-voorzitter met nadere voorstellen zal komen over de verdere uitdieping van de relatie EU-NAVO en de positie van de zes niet-EU NAVO-landen. Nederland streeft in dit kader naar de totstandkoming van een raamwerk voor samenwerking tussen de EU en NAVO, die de beide organisaties in staat zal stellen op dagelijkse basis nauw samen te werken.

Over de relatie van de EU met de zes niet-EU Europese NAVO-landen heb ik opgemerkt dat Helsinki op dit gebied een belangrijke stap is geweest. Het is nu zaak de voorstellen nader uit te werken. Nederland streeft naar een zo groot mogelijke participatie van de zes, vanuit de overtuiging dat het proces van het Europees veiligheids- en defensiebeleid geen nieuwe scheidslijnen in Europa mag scheppen.

Ook in de interventies van andere landen is er met nadruk op gewezen dat de uitwerking van de relatie tussen de EU en de NAVO en de mate van betrokkenheid van de zes niet-EU NAVO-landen prioritaire aandacht verdienen en dat daaraan door de EU met voorrang gewerkt zal moeten worden. In het verlengde hiervan is in het communiqué aan deze twee onderwerpen veel aandacht besteed. Hierbij is onder meer benadrukt dat het voor de betrokkenheid van de niet-EU Europese Bondgenoten van belang is een oplossing te vinden die voor alle bondgenoten aanvaardbaar is. Deelname van de niet-EU Europese bondgenoten aan EU-geleide operaties zal de effectiviteit daarvan vergroten en direct bijdragen tot de vitaliteit van de Europese pilaar van de NAVO. De NAVO onderschrijft volledig het doel van de EU, zoals in Helsinki vastgelegd, om de modaliteiten te ontwikkelen voor een nauwe relatie tussen EU en NAVO.

Balkan

T.a.v. de situatie in Bosnië zijn van veel kanten de positieve ontwikkelingen genoemd van het afgelopen jaar, die onder meer blijken uit het feit dat het afgelopen jaar meer ontheemden zijn teruggekeerd naar hun woonplaatsen. Mijnerzijds is het belang benadrukt dat grote aandacht zal blijven uitgaan naar het oppakken van de oorlogsmisdadigers, in het bijzonder Karadzic en Mladic.

Inzake Kosovo is tevens stilgestaan bij de voortgang die sinds juni
1999 met name door KFOR in Kosovo is geboekt. Ondanks deze voortgang op een groot aantal terreinen, dient nog veel te gebeuren, vooral op het gebied van inter-etnisch geweld. Door allen is onderstreept dat KFOR streng zal moeten blijven optreden tegen alle uitwassen, van welke kant die ook komen. Van veel kanten is zorg uitgesproken over de onderbezetting en onderfinanciering van UNMIK, hetgeen onder meer totgevolg heeft dat KFOR voorlopig allerlei civiele taken zal moeten blijven vervullen. Voorts het belang benadrukt van het aanblijven van Russische eenheden in KFOR, zowel voor de operatie in Kosovo, als voor de bredere relatie met Rusland. Tevens vond een discussie plaats over de situatie in Montenegro, waarbij ik erop heb aangedrongen dat dit onderwerp hoog op de agenda van het bondgenootschappelijk overleg blijft staan.

Rusland en Tsjetsjenië

Mijnerzijds is opgemerkt dat het van groot belang is te investeren in de relatie met de Russische Federatie op de lange termijn en dat de NAVO dient te vermijden Rusland in een geïsoleerde positie te plaatsen. In het communiqué zijn de communicatielijnen naar de Russische Federatie opengehouden. De NAVO blijft groot belang hechten aan consultaties en praktische samenwerking met Rusland, op basis van het raamwerk van de Stichtingsakte. De voortgang in de consultaties t.a.v. Kosovo in de Permanente Gemeenschappelijke Raad wordt erkend (waarbij overigens op Russische aandrang op dit moment alleen over Kosovo wordt overlegd), evenals het feit dat de praktische samenwerking tussen de NAVO en de Russische troepen in SFOR en KFOR goed verloopt. Tegelijkertijd wordt evenwel onderstreept dat de verdere ontwikkeling van de samenwerking afhangt van het respect van Rusland voor internationale normen en verplichtingen. In dit kader wordt grote zorg uitgesproken over het conflict in Tsjetsjenië. In het bijzonder worden de Russische dreigementen tegen ongewapende burgers, zoals in Grozny, veroordeeld. Refererend aan onder meer de verplichtingen in OVSE-kader en de principes van de Stichtingsakte, wordt Rusland dringend verzocht zo groot mogelijke terughoudendheid te betrachten, af te zien van het gebruik van geweld tegen burgers, hun rechten te beschermen, humanitaire hulp te faciliteren en samen te werken met hulporganisaties. De Russische Federatie wordt opgeroepen een politieke oplossing te zoeken en de politieke dialoog met de Tsjetsjeense vertgenwoordigers op te vatten, en daarbij goed gebruik te maken van het bezoek van de OVSE-voorzitter aan de regio.

Tevens wordt gesteld dat Rusland zich in de Kaukasus niet houdt aan de afspraken die in het kader van het CSE-verdrag voor de zgn. flanklimieten zijn gemaakt. Voor de NAVO-landen is inwerkingtreding van het aangepaste CSE-verdrag alleen voorzienbaar indien alle verdragspartijen, dus inclusief de Russische Federatie, zich aan de in het verdrag voorziene limieten houden (para 40).

De voorziene vergadering van de Permanente Gemeenschappelijk Raad met de Russische Federatie vond geen doorgang, door afwezigheid van de Russische Minister van Buitenlandse Zaken. Overigens zal wel op 20 december een PGR op het niveau van ambassadeurs plaatsvinden te Brussel.

Een oorspronkelijk op de ochtend van de 16de voorziene debriefing door de Noorse OVSE-Voorzitter Vollebaek van zijn reis naar de regio kon geen doorgang vinden, aangezien deze wegens verdere bemiddelingspogingen in de regio niet op tijd in Brussel aanwezig kon zijn.

Para 32/National Missile Defence.

In het communiqué is vastgelegd dat, op basis van een eerder, tijdens de Washington-top overeengekomen voornemen (para 32 van het Communiqué), de NAVO zich de komende twaalf maanden zal bezinnen op opties voor vertrouwenwekkende maatregelen, verificatie, non-proliferatie, wapenbeheersing en ontwapening met betrekking tot massavernietigingswapens. De verschillende NAVO-fora zullen beleidsopties op deze gebieden in beschouwing nemen in een proces waarvan de uitkomsten zullen worden voorgelegd aan de ministeriële NAR van december 2000. Nederland is tevreden met de uitkomst zoals vastgelegd in het communiqué. In de aanloop naar de NAVO-Raad heeft Nederland zich actief ingezet voor een werkelijke, inhoudelijke invulling van dit proces. Als enige bondgenoot heeft het hiertoe schriftelijke voorstellen ingediend. Als bijlage bij deze brief vindt u de tekst van de Nederlandse voorstellen, zoals ingediend in de NAVO, die tijdens het proces in de betreffende NAVO-fora in beschouwing zullen worden genomen.

Tijdens de discussie over dit onderwerp heb ik gewezen op de ongunstige ontwikkelingen die zich de laatste tijd op het gebied van nucleaire wapenbeheersing en ontwapening hebben voorgedaan, en op het feit dat de NAVO een rol van betekenis kan spelen om het tij van deze ontwikkelingen te keren.

Verder is stilgestaan bij de Amerikaanse plannen voor raketverdediging, het zogenaamde National Missile Defense (NMD). Zoals bekend zal de Amerikaanse president deze zomer een beslissing nemen over de daadwerkelijke operationalisering van een NMD-systeem, dat een verdediging moet bieden tegen de

dreiging die uitgaat van de toenemende proliferatie van rakettechnologie naar landen als Noord-Korea en Iran. De NAR kreeg over dit onderwerp een briefing van Amerikaanse zijde. Van verschillende zijden, waaronder door Nederland, is zorg uitgesproken over deze ontwikkeling en werd de vraag gesteld of de Amerikaanse plannen de meest geschikte reactie op deze dreiging vormen, mede in het licht van de mogelijke consequenties hiervan voor strategische verhoudingen en de eventuele uitwerking op (non-)proliferatie en wapenbeheersing. Hierop is van Amerikaanse zijde gesteld dat de plannen het ABM-verdrag niet in gevaar mogen brengen, en dat het besluit pas zal worden genomen na volledige consultatie met de Bondgenoten.

In de EAPR stond de situatie in Kosovo centraal. De speciale afgezant voor Kosovovan de Secetaris Generaal van de VN, dr. B Kouchner, gaf een briefing terzake en wees daarbij op de urgentie opvolging te geven aan committeringen die zijn gedaan met betrekking tot de financiering van UNMIK en de beschikbaarstelling van civiele politie.

En marge van de vergaderingen had ik onder meer een gesprek met de Minister van Buitenlandse Zaken van Oekraïne, waarin deze onder meer Nederland bedankte voor de Nederlandse financiële bijdrage (f 700.000) ten behoeve van de ontplooiing van het Oekraïense KFOR contingent.

De Minister van Buitenlandse Zaken

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie