Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Algemeen Overleg kamercommissie over quotumbeurs

Datum nieuwsfeit: 23-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

26800xiv.084 vao quotumbeurs Gemaakt: 17-1-2000 tijd: 11:3 RTF

26800 XIV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (XIV) voor het jaar 2000

Nr. 84 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 23 december 1999

De vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij<1> heeft op 30 november 1999 overleg gevoerd met minister Brinkhorst van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over:

- de brief d.d. 5 oktober 1999 inzake beantwoording vragen over de quotumbeurs (DL.1999/4856);

- de brief d.d. 11 november 1999 inzake correctie op de beantwoording vragen over de quotumbeurs (DL. 1999/5008).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Oplaat (VVD) herinnerde eraan dat de Kamer vorig jaar via de motie-Waalkens c.s. heeft verzocht, op korte termijn met maatregelen te komen om de quotumkosten te verlagen en de mobiliteit in de sector te vergroten. Hij deelde de analyse dat er onvoldoende inzicht in de quotummarkt is. Een goed inzicht in de markt bij koop en verkoop van quota draagt bij aan een verantwoorde prijsvorming. Is er geen goed en actueel inzicht in de prijsvorming, dan is er geen vrije markt. Het is de vraag of de transparantie van de quotummarkt wordt vergroot met de invoering van de quotumbeurs. Kan de transparantie niet worden vergroot zonder de quotumbeurs?

Het Productschap voor zuivel voert de registratie van de quotumoverdrachten uit, zoals het kadaster de registratie van de overdracht van grond uitvoert. Waarom kan de systematiek die het Kadaster hanteert, niet worden toegepast door het productschap?

De heer Oplaat stond positief tegenover het idee om alle quotumtransacties te registreren op een centraal punt, waardoor een doorzichtige markt en een doorzichtige prijsvorming ontstaat. Vrije concurrentie leidt tot de beste verhouding tussen vraag en aanbod en tot de laagste transactiekosten. Door het loskoppelen van grond en quotum ontstaat er een volledig vrije markt, met doorzichtige prijsvorming. Dit sluit aan bij de aanbevelingen van de heer Bomhoff. De minister schrijft echter dat de quotumbeurs de enige manier is om te komen tot een loskoppeling van grond en quotum. Is de minister eventueel bereid toch te komen tot een loskoppeling?

Onderzoek dat is uitgevoerd naar het prijsverlagend effect van de quotumbeurs, laat een teleurstellend resultaat zien. Het prijsverlagend effect doet in de discussie dus niet meer terzake, hoewel het de basis was onder de motie-Waalkens c.s. Er resteert slechts een log apparaat met een hoop bureaucratie.

De melkleaseregeling heeft voldaan aan haar doelstellingen, maar zij is tevens gaan fungeren als een structurele inkomstenbron voor melkveehouders die de melkveehouderij niet meer actief beoefenen. De afgelopen jaren is jaarlijks ongeveer 6% van het melkquotum tijdelijk overdragen. Hoeveel procent van deze groep boeren verleast zijn volledige melkquotum enkele jaren achtereen? De minister wil de mogelijkheden van het verleasen van het volledige quotum beperken. Maximaal 10% van het quotum mag volgens hem in de toekomst nog worden verleast. Hierdoor zal de quotumprijs naar verwachting tijdelijk licht dalen, doordat er tijdelijk extra quotum wordt aangeboden. Daarna heeft de maatregel geen effect meer op de quotumprijs. Blijft over een forse aantasting van de positie van mensen die hun quotum verleasen. De sociale gevolgen hiervan zijn niet of onvoldoende in beeld gebracht. Wat is dan nog de waarde van beperking van het verleasen? Hoewel sofamelkers en salonboeren moeten worden aangepakt ten behoeve van het collectieve belang, wegen de voordelen daarvan niet op tegen het leed dat de maatregel kan veroorzaken bij bijvoorbeeld de pachtboeren.

Er schijnt een intern IKC-rapport te zijn over de sociale gevolgen van het afschaffen of beperken van het leasen van melk. Hoewel dit rapport alleen de sociale gevolgen voor de verleasers en niet voor de leasers in beeld schijnt te brengen, vroeg de heer Oplaat waarom dat rapport niet aan de Kamer is gezonden. Waarom heeft de minister het advies van de commissie, ingesteld door minister Van Aartsen, tot onderzoek naar de gevolgen van het afschaffen van het leasen niet gebruikt? De conclusie van die commissie was dat afschaffen of beperken van melkleasen geen enkele zin had en de dat de sociale gevolgen ervan nog lang niet voldoende in beeld zijn gebracht. Is de minister bereid dit advies naar de Kamer sturen bij een eventuele voortzetting van de discussie?

Mensen die nu een melkquotum kopen, kunnen tot 2008 melken, zoals het er nu naar uitziet. Naarmate die periode verstrijkt, zal men de aankoop over minder jaren kunnen afschrijven. Dan zal men er ook minder voor betalen. De minister verwacht dat ook het nieuwe mestbeleid een forse daling van de quotumprijs zal veroorzaken. Die ontwikkeling kan worden versterkt door de financieringsproblemen en de Agenda 2000.

De VVD heeft de fiscale behandeling van de vervangingsreserve als punt van eminent belang laten vastleggen in het regeerakkoord. De minister is in de beantwoording van de vragen iets te voortvarend geweest, zoals bleek uit de corrigerende brief van 11 november 1999. De heer Oplaat drong er echter op aan de ingezette lijn voort te zetten en hij vroeg of er op dit punt al vorderingen zijn gemaakt.

De heer Atsma (CDA) constateerde dat de verlaging van de kosten, een grotere transparantie van de handel en het geven van een impuls aan de mobiliteit in de sector drie belangrijke argumenten van de minister voor het melkleasevoorstel zijn. De minister heeft echter niet geantwoord op de vraag of de kosten dalen door het instellen van een quotumbeurs. Vandaag is in een brief van de minister de schriftelijke bevestiging gekomen dat de quotumkosten dalen door allerlei kabinetsplannen, zoals het plan voor de mestreductie. Niet meegerekend zijn de invloeden van de Agenda 2000, de uitbreiding van de EU en de WTO-onderhandelingen, en de fiscale consequenties van de belastingplannen. De prijs kan dus nog sterker dalen dan de f.1,10 die de minister heeft aangegeven. Er bestaan dan ook veel zorgen over de quoteringsprijs op de middellange en lange termijn.

De heer Atsma veronderstelde dat de quotumbeurs niet leidt tot een prijsdaling, maar wel tot meer bureaucratie. Kan de minister een toelichting geven op het geraamde bedrag voor de uitvoeringskosten? Is het waar dat makelaars de quotumprijs manipuleren? Door het instellen van de quotumbeurs kan er slechts een maal per maand worden gehandeld. Dat maakt maatwerk veel lastiger.

De minister stelt dat de quotumbeurs een instrument kan zijn om de ontwikkeling naar een meer grondgebonden melkveehouderij te faciliëren. De heer Atsma was er geen voorstander van dat de quotumbeurs fungeert als een sturingsinstrument en dat de quotumbeurs wordt gehanteerd als argument voor verdere extensivering. Zijn er nog juridische haken en ogen verbonden aan de quotumbeurs, ook gelet op de Europese concurrentiebepalingen?

Uit de cijfers blijkt dat de meerderheid van de verleasers minder dan 200.000 kg verleast. Vooral de kleinere ondernemers zijn dus actief op deze markt. Boeren die door ziekte of een handicap zijn getroffen, kunnen niet zonder het lease-instrument. Voor hen is het instrument een sociaal vangnet geworden. Moet er niet tot een nadere afweging, een verfijning, van de beperking van het verleasen worden gekomen, waardoor het sociale vangnet blijft bestaan? De fiscale wetgeving en de kabinetsplannen schieten op dit moment te kort om een boer die ziek of gehandicapt wordt, tegemoet te komen. De heer Atsma had geen boodschap aan divanmelkers, die grote quota verleasen. Wat vindt de minister van vergelijkbare ondernemersactiviteiten en -initiatieven die mogen worden verwacht naar aanleiding van de kabinetsplannen voor de agrarische sector? Komen er straks ook mestrenteniers, dus boeren die over veel land beschikken en die kunnen leven van de mestafzetcontracten? Wil de minister daar ook maatregelen tegen nemen?

Als de minister in staat is aan te geven welke kant het op gaat met de quotering in het algemeen, kan de discussie over de quotumbeurs en over het wel of niet laten doorgaan van het verleasen wellicht heel snel worden afgerond.

De heer Poppe (SP) vroeg wat de negatieve gevolgen zijn die de voorgestelde maatregelen tegen het verleasen noodzakelijk maken. Het verleasen geeft geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikte boeren, oudere boeren, omschakelaars en financieel minder draagkrachtige starters de gelegenheid om te ontsnappen aan armoede of om een bedrijf te kunnen starten. Het binnen twee jaar verkopen van het quotum of zelf weer gaan melken levert waarschijnlijk opnieuw een koude sanering op. Omdat het voornamelijk om kleine bedrijven en middenbedrijven gaat, is de mogelijkheid om 10% te verleasen geen optie. Het (ver)leasen heeft inmiddels een niet onbelangrijke sociale functie verworven. Dat is toch een onbedoeld, maar sociaal gunstig neveneffect. Niemand heeft nadeel van het (ver)leasen, terwijl 14.000 (ver)leasende boeren er een voordeel van hebben.

Aanvankelijk hanteerde de minister de hoge prijs als argument om het verleasen af te schaffen. Afschaffing blijkt echter slechts tijdelijk van invloed te zijn op de prijs. Als boeren het door de voorgestelde maatregelen niet meer aankunnen, wordt hun quotum opgeslokt door de rest van de markt. Dat biedt dus ook geen oplossing. Het enige resultaat is dan dat er duizenden minder draagkrachtige boeren opnieuw op achterstand zijn gezet. De heer Poppe had in de redenering van de minister geen steekhoudende argumenten gevonden voor het treffen van de maatregelen. Kan de minister aangeven wat de winst van de maatregelen is ten opzichte van het nadeel dat zij berokkenen? De maatregelen zijn niet alleen sociaal onverantwoord, maar staan ook haaks op de armoedebestrijding. Bovendien zijn de boeren hard nodig om de leefbaarheid van het platteland in stand te houden. Is de minister bereid af te zien van de voorgenomen maatregelen en dus de leaseregeling in stand te houden? Is het mogelijk bij eventuele uitwassen in het verleasen maatregelen te treffen?

De heer Poppe zei dat hij de opstelling van het Nederlands agrarisch jongerenkontakt (NAJK) niet zo goed kon volgen en dat hij daarom nog wel eens een gesprek met die organisatie wilde voeren.

De heer Waalkens (PvdA) constateerde dat uit de brief van 5 oktober jl. nog niet echt duidelijk is geworden hoe de minister het systeem van de quotumbeurs en de voorwaarden die aan de beurs en aan de tijdelijke overdracht van productierechten gesteld worden, exact verwerkt in de beschikking superheffing. In de verordening die op 17 mei jl. is vastgesteld in de Landbouwraad, staat onder welke voorwaarden lidstaten de ruimte krijgen om permanente of tijdelijke overdrachten te reguleren. Zo staat er dat er een jaarlijkse toedeling van productierechten door de Centrale organisatie superheffing (COS) aan actieve producenten plaatsvindt. 70% van het toegedeelde quotum moet benut dan wel geleverd worden. Verder zijn er voorwaarden geformuleerd over loskoppeling van grond en quotum. Die voorwaarden zijn gebonden aan extensiverings- en efficiencymaatregelen, op grond waarvan een lidstaat de ruimte kan krijgen om de toedeling anders te regelen.

Er zijn drie redenen waarom het quotumsysteem aanpassing behoeft. De eerste is dat de melkquota, zowel door de permanente als de tijdelijke overdrachten, de hoogste kostenpost binnen de kostprijs van de melk vormen. De tweede is de uitdrukkelijke wens van de sector om tot aanpassingen te komen. Dit laat onverlet dat er binnen de sector verschillende richtingen zijn. De derde is om de loskoppeling van grond en quota te realiseren.

De heer Waalkens verklaarde zich voorstander van een quotumbeurs. Er zijn lagere transactiekosten door te realiseren. Vanwege de bescherming van het milieu moet de grondgebondenheid meer gestalte krijgen, en wel door de transacties te begrenzen tot 20.000 kg per ha. Deze grens is echter arbitrair. Voor een grotere transparantie en een eventuele prijsverlaging moet er een evenwichtsprijs gedestilleerd worden uit de vraag- en aanbodtransacties. Ziet de minister mogelijkheden om maatwerk in het beurssysteem te leveren om vraag en aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen, ook ten aanzien van de vetpercentages? Voor een juiste positionering ten aanzien van de permanente overdracht van productierechten die door de overheid worden verstrekt, dient de quotumbeurs een publiekrechtelijke instantie te zijn, ondergebracht bij de COS. Is de COS hierop voldoende voorbereid per 1 april 2000?

Voor de heer Waalkens was het niet acceptabel dat een grens van 10% van het quotum gaat gelden als beperking voor de tijdelijke overdracht. Omdat er de mogelijkheid is maximaal 75.000 liter per bedrijf te huren, stelde hij voor toe te staan dat er maximaal 75.000 liter per bedrijf wordt verhuurd. Op deze manier worden de sociale gevolgen van het radicaal stopzetten van de verhuurmogelijkheden verzacht.

Verwacht de minister schadeclaims van de bemiddelaars of makelaars? Zal de NMA nog een oordeel geven over de quotumbeurs? Kan het rapport dat door het IKC is opgesteld over de sociale gevolgen van de maatregelen, worden betrokken bij de afwegingen in het kader van een vervolg-AO?

De heer Stellingwerf (RPF) zei, mede namens de GPV-fractie dat de totstandkoming van de quotumbeurs met de bijbehorende verplichtingen een nogal merkwaardige dissonant vormt in een tijd van voortgaande liberalisering en afbraak van beschermde economische structuren. Hoewel hij de laatste jaren regelmatig had gewezen op de doorschietende liberaliseringtendensen op het gebied van de landbouw, had hij er geen probleem mee om voor het nationale territoir een liberaal geluid te laten horen, omdat de ontwikkeling van de beoogde quotumbeurs een onnodige inbreuk op de gegroeide marktverhoudingen betekent. Daarbij komt dat de beoogde doelstellingen waarschijnlijk niet worden gehaald; een verlaging van de quotumprijs is niet te verwachten en de transparantie wordt niet wezenlijk vergroot.

De heer Stellingwerf achtte de voorgenomen middelen niet in verhouding staan tot het beoogde doel. De redding voor de blijvers moet blijkbaar komen van 6% van de totale quotahoeveelheid. Omdat in de beoogde constructie nog 10% verleast mag worden, valt niet uit te sluiten dat de 6% zelfs nog lager wordt. Dit effect wordt versterkt, doordat bij introductie van de beurs veel verleasers langer zullen doorgaan met de bedrijfsvoering. Dan komt er minder quotum beschikbaar.

Flexibiliteit en kostenbeheersing lijken bij een quotumbeurs moeilijker te bereiken dan in het huidige systeem van commerciële transacties. Als de bemiddelingsbureaus op gelijke voet mogen werken met de beurs, zal de beurs geen lang leven zijn beschoren. Daarom is het niet opportuun, een beurs te beginnen.

Het is nog niet duidelijk welke keuzen er in het buitenland worden gemaakt. Landen die in het verleden met een beurs zijn gestart, zijn daarvan teruggekomen. Is de minister bereid daar lering uit te trekken?

Het huidige leasesysteem is, wellicht onbedoeld, een sociaal systeem. Leasers hoeven soms geen kredieten op te nemen. Verleasers kunnen moeilijke perioden overbruggen. Hetzelfde geldt voor maatschappen, als een bedrijfsopvolger nog niet (helemaal) beschikbaar is. De overheid voorkomt met het huidige systeem een onnodig beslag op de sociale voorzieningen.

Omdat de praktijk laat zien dat het verleasen vaak de voorbereiding is op het uiteindelijk verkopen van het quotum, tilde de heer Stellingwerf niet zo zwaar aan het bezwaar dat verleasen vaak gebeurt door melkveehouders in ruste. Mocht de minister vasthouden aan inperking van het verleasen, dan kan dat bijvoorbeeld door het instellen van een grens bij de 65-jarige leeftijd, indien er geen bedrijfsopvolger is. Is er dan een juridisch sluitende regeling te bedenken die tegemoet komt aan het beschikbaar krijgen van quota voor de verkoop?

In de stukken is een evaluatietermijn van twee jaar genoemd. Kunnen de termijnen voor de mensen die moeten inspelen op de nieuwe situatie, zodanig langer worden dat zij niet als gevolg van de evaluatietermijn in de problemen komen?

Erkent de minister dat er een groot probleem ligt in de entreemogelijkheden bij de coöperaties als verleasers weer voor zichzelf willen beginnen? Komt men niet voor onoverkomelijke problemen te staan als men zich weer wil inkopen?

De heer Van der Vlies (SGP) zei dat in dezen twee invalshoeken worden gehanteerd. Enerzijds bepleiten boeren dat de quotumbeurs er moet komen en dat het verleasen aan banden wordt gelegd. Anderzijds zijn er boeren die beide instrumenten absoluut afwijzen. De hamvraag is of met de invoering van de quotumbeurs en de beperking van het verleasen het oplopen van de quotumprijs kan worden gedrukt. Het geheel overziende had de heer Van der Vlies vooralsnog de stellige indruk dat de gestelde doelen niet overtuigend dichterbij komen door de voorgestelde maatregelen.

Bij de quotumbeurs gaat het erom dat er een evenwichtsprijs wordt bereikt uit de confrontatie van vraag en aanbod. Welke garantie is er dat de evenwichtsprijs per definitie lager uitvalt dan de huidige quotumprijs? De minister heeft gezegd dat het systeem transparanter wordt. Dat is op zichzelf een goede zaak, maar het gaat vooral om het prijsdrukkende effect.

Voorgesteld wordt om de quotumbeurs één maal per maand te laten draaien. Dat lijkt een lage frequentie om slagvaardig te kunnen werken.

In de schriftelijke antwoorden heeft de minister een slag om de arm gehouden of de voorgestelde quotumbeurs de Europese verordeningen ongeschonden zal passeren. De heer Van der Vlies zei dat hierover volstrekte duidelijkheid moet bestaan, voordat de SGP-fractie kan beoordelen of zij de quotumbeurs steunt.

De heer Van der Vlies ging ervan uit dat, macro gezien, de economische effecten van de voorgestelde maatregelen om het verleasen te beperken, zeer gering zijn.

De minister stelt voor, het verlease-instrument te beperken tot twee jaar. Gebleken is echter dat men na drie of vier jaar besluit om het quotum definitief te verkopen. De leasemogelijkheid is nooit bedoeld geweest als een structurele inkomensvoorziening, terwijl zij bovendien dienstbaar moet zijn aan het bedrijfsbelang. Verleasen is ook van belang ter overbrugging van de periode tot een voorziene bedrijfsopvolging. Is er geen opvolging, dan kan verleasen een inkomensbestanddeel vormen om te voorkomen dat de betrokken boer aangewezen is op de sociale voorzieningen. De heer Van der Vlies deed het verzoek bij het doorzetten van de maatregelen een oplossing te vinden voor degenen die door aanwijsbare lichamelijke beperkingen genoodzaakt zijn, via het verleasen te voorzien in de bedrijfsvoering.

De heer Van der Vlies merkte op dat de minister met een heel helder en overtuigend verhaal moest komen om de SGP-fractie over de streep te trekken om de maatregelen te steunen.

Mevrouw Vos (GroenLinks) sloot zich aan bij de vraag of het doel, namelijk het verlagen van de prijs van het melkquotum, dichterbij komt door de voorgestelde maatregelen. Wat is het voordeel van afschaffing van het huidige leasesysteem? De maatregelen hebben betrekking op zo'n 6% van het totale melkquotum. Levert die 6% zodanige belemmeringen op de markt op, bijvoorbeeld voor starters dat het noopt tot afschaffing van het systeem? Dit staat tegenover het feit dat handhaving van het systeem voor bepaalde groepen sociaal van groot belang is.

De minister stelt in de schriftelijke antwoorden dat het beperken van het leasesysteem leidt tot een structuurverbetering. De bedrijven die verleasen, zijn voor het merendeel kleinere bedrijven. Het verleasen biedt deze bedrijven juist goede kansen. Enerzijds is er de mogelijkheid om de bedrijfsvoering voort te zetten. Anderzijds kan men eerder stoppen, omdat door het verleasen de hoge schulden kunnen worden gedrukt. Ook voor de 2700 geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikte boeren en boerinnen biedt het leasesysteem een uitkomst. Wat is het alternatief voor deze groep?

Voorgesteld wordt, een maximum van 10% te stellen aan het verleasen. Daardoor worden de grotere bedrijven bevoordeeld. Het lijkt beter een maximum in kilo's melk in te stellen. Bovendien is de termijn van twee jaar, waarbinnen men meer dan 10% mag (ver)leasen, aan de korte kant om boeren in staat te stellen de bedrijfsvoering op een goede manier af te bouwen.

Mevrouw Vos vroeg zich af of het instellen van een quotumbeurs wel leidt tot een prijsdaling. Als dat niet gebeurt, is het dan wel rechtvaardig om zoveel overhoop te halen in de markt? Het NAJK heeft voorgesteld bij verkoop van een quotum buiten de familie om een bepaald percentage af te romen. Is dit niet juist een idee om tot daadwerkelijke verlaging van de quotumprijs te komen?

Er kan een extensivering bereikt worden door aan het meedoen met de quotumbeurs de voorwaarde te verbinden dat men maximaal 20.000 kg per hectare mag produceren. Omgerekend komt dat neer op ruim 2,5 GVE (grootvee-eenheid), exclusief jongvee, per hectare. Dat is echter nog behoorlijk intensief. Mevrouw Vos vroeg deze voorwaarde aan te scherpen. Zijn er overigens geen andere middelen om extensivering te bereiken?

Mevrouw Vos zei dat de fractie van GroenLinks al met al nog zeer kritisch was over de voorgestelde maatregelen.

Antwoord van de regering

De minister constateerde dat het bij de melkquota in de oorsprong gaat om een managementinstrument. De kern was de uitvoering van een Europese regeling. Die regeling is niet dwingend. De lidstaten hebben op verschillende wijze uiting gegeven aan de regeling, rekening houdend met de historie en de structuur van de sector in het betrokken land. De uitvoering loopt in de lidstaten van uiterst liberaal tot zeer streng gereguleerd. Volgens artikel 6 van de verordening uit 1999 bestaat er de mogelijkheid van tijdelijke overdracht. In artikel 7 is sprake van bedrijfsgebonden overdracht van de quota, inclusief grond. Artikel 8, lid 1, schept de rechtsbasis voor de overdracht van quota, zonder overdracht van grond. Hierop heeft de uitvoering van de motie-Waalkens c.s. betrekking. In de toepassing van de regeling in Nederland zijn onbedoelde neveneffecten opgetreden.

Bij de quotumbeurs spelen drie elementen een rol. Na de aanvaarding van de motie-Waalkens c.s. zijn er nieuwe argumenten naar voren gekomen, gelet op de ontwikkelingen op de zuivelmarkt. De motie-Waalkens c.s. had als doel, de quotumkosten te verlagen en de mobiliteit te vergroten.

Het eerste element betreft de verwachte prijsdaling. Al degenen die zeggen dat er een niet te grote prijsdaling verwacht mag worden, hebben op zichzelf gelijk. Dit element is dan ook niet het doorslaggevende argument voor de invoering van de quotumbeurs.

Het tweede element is de vergroting van de transparantie. De Europese melkregelingen zijn, juridisch gezien, marktordeningsregelingen. Per slot van rekening is het een managementinstrument. Hoewel de makelaars op dit moment een goede functie vervullen, vergroot de quotumbeurs de transparantie van de handel. Na een definitieve beslissing over de voorstellen wilde de minister het Productschap voor zuivel verzoeken een minimum aan bureaucratie te hanteren bij de uitvoering. Hij streefde naar een liberale regeling. Het aantal keren dat de beurs draait, hangt af van de mobiliteit. Overigens heeft een beurs een andere betekenis dan een databank, omdat de betrokken partijen daar bij elkaar komen en daar een afrekening maken. Als de transactie bij een databank wordt gedeponeerd, vindt er slechts registratie plaats.

Het derde element is de extensivering en de mobiliteit. Mede vanwege de wens om te komen tot een duurzame landbouw, gaat de markt, inclusief de zuivelsector, in de richting van een grotere extensivering. Dit heeft een relatie met de mobiliteit. Er zal waarschijnlijk voor een deel een verschuiving optreden vanuit het zuiden en het oosten van het land naar het noorden. Dit element is in de loop van de jaren sterker gaan wegen.

Bij de invoering van een quotumbeurs zal er sprake zijn van een gering prijseffect. De transparantie zal echter duidelijk toenemen. Ook de mobiliteit is ermee gediend. Op grond hiervan adviseerde de minister over te gaan tot het instellen van de quotumbeurs, met een evaluatie na twee jaar. De quotumbeurs dient dan als aanvulling op de bestaande regelingen. De positie van de makelaars wordt door de quotumbeurs niet geraakt. Het is voor de makelaars echter niet mogelijk te handelen met een ontkoppeling van melk en grond. Voor de boer is er een keuzemogelijkheid tussen de overdracht van quota, zonder overdracht van grond en de overdracht van quota, gebonden aan grond. Vanuit managementoptiek gezien vergroot deze keuzemogelijkheid de ruimte voor de individuele melkveehouder.

Ook de invulling van het (ver)leasen op grond van de Europese regeling is verschillend in de lidstaten. Het gaat erom via het lease-instrument als managementinstrument flexibiliteit in de sector te brengen. In eerste instantie is het instrument bedoeld om de flexibiliteit in de sector te bevorderen ten aanzien van de actieve melkveehouder. Het instrument heeft echter ook onbedoelde neveneffecten gehad. Sommige daarvan waren positief. De centrale vraag is wat een optimaal instrument is, zonder op een asociale wijze te werk te gaan.

De minister verklaarde dat bijna 74% van de leasemelk afkomstig is van bedrijven die het volledige quotum verleasen en dat 58% van de verleasende melkveehouders het volledige quotum verleast. Zeer velen hebben dus niet meer de intentie nog ooit te gaan melken. Het instrument heeft daardoor het karakter van een extra sociale verzekering gekregen. Daar is op zichzelf niets mis mee, maar het denatureert wel de eigenlijke doelstelling van de regeling. De dynamiek van het leasen was immers bedoeld voor de actieve melkveehouder. De minister zei dat hij begrip had voor de zorg van de Kamer voor de kleinere boeren die bij aanpassing van de leasemogelijkheden klem komen te zitten. Hij zegde toe, te willen onderzoeken of het voorstel dat de heer Waalkens heeft gedaan, een mogelijkheid biedt. Zaak is wel dat de onbedoelde effecten worden teruggebracht tot beheersbare proporties en dat er een managementsysteem komt dat tegemoet komt aan de oorspronkelijk bedoelde dynamiek. Misschien moeten kabinet en Kamer het zoeken in een overgangsregeling, waardoor degenen die nu in een moeilijke situatie zitten, de ruimte krijgen om te anticiperen op het nieuwe systeem. Voor de minister stond vast dat er een regeling moet komen die sociaal, maar ook marktgericht is, en die bovendien liberaal en transparant is.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Vos (GroenLinks) vroeg of extensivering ook anders kan worden doorgevoerd dan via de quotumbeurs. De maximale grootvee-eenheid per hectare kan ook via een ander instrument worden doorgevoerd. Is de extensivering wel een argument om de quotumbeurs in te stellen? Leidt de quotumbeurs ook werkelijk tot een grotere mobiliteit?

Mevrouw Vos vroeg ook hoe lang de gemiddelde periode is waarover bedrijven het gehele quotum verleasen.

De minister heeft te kennen gegeven de positie van de actieve melkveehouders te willen verbeteren. De leasende bedrijven zijn echter actieve melkveehouders. Daaronder zitten veel kleinere bedrijven. Het lease-instrument kan voor kleinere bedrijven juist het kleine beetje extra betekenen om te kunnen voortbestaan. Vindt de minister dit ook een belangrijk structuurdoel van het instrument? Welke oplossingen ziet de minister voor de arbeidsongeschikten die nog met grote schulden zitten?

Mevrouw Vos vond 75.000 liter per bedrijf aan de lage kant. Zij dacht meer aan 100.000 kg Kan de minister iets concreter aangeven aan welke aanpassing wordt gedacht? Is hij bereid de periode van twee jaar waarover men eventueel meer mag verleasen dan 10%, te verlengen?

De heer Van der Vlies (SGP) vroeg wat er allemaal nodig is voor het onderzoek dat de minister wil doen en hoeveel tijd daarmee gemoeid is. Het is niet de bedoeling de zaak op de lange baan te schuiven, want de sector heeft recht op duidelijkheid.

De minister heeft aangegeven dat het prijseffect van de quotumbeurs gering is. Transparantie was in het verleden geen doel, maar een middel om te komen tot prijsbeheersing. Het lijkt er nu op dat de transparantie een doel in zichzelf aan het worden is. De heer Van der Vlies achtte het voldoende als men het resultaat van een transactie laat opnemen in een databank waarin iedereen inzicht heeft die een rechtmatig belang heeft bij dat inzicht.

De heer Stellingwerf (RPF) constateerde dat de drie elementen die de minister noemde voor instelling van de quotumbeurs, geen overtuigende resultaten te zien geven. Hij vroeg of men dan wel aan zo'n beurs moet beginnen. Een databank lijkt een werkbaar alternatief te zijn dat ook voldoende inzicht in de transacties geeft.

Wat het (ver)leasen betreft was de heer Stellingwerf ook niet overtuigd door de opmerkingen van de minister. Hij handhaafde liever het bestaande systeem, met wellicht een beperking in de tijd vanaf de 65-jarige leeftijd, als er geen bedrijfsopvolger is.

De heer Waalkens (PvdA) wees erop dat de onbedoelde effecten de resultante vormen van besluitvorming waarbij Kamer en regering om de hete brij heen hebben gedraaid. Het zou een slechte zaak zijn als er nu weer geen besluit wordt genomen. Gelet op de toezegging dat de minister nog een onderzoek wil doen, was het de heer Waalkens heel wat waard om tot een oplossing voor de problematiek te komen. Hij koos voor een sociaal acceptabele aanpassing van de voorstellen van de minister, met name wat het verhuurdeel betreft. 10% is daarbij niet acceptabel. Of het 75.000 liter per bedrijf moet zijn, dan wel iets meer of iets minder, is echter geen halszaak is.

De heer Waalkens koos voor het instellen van de quotumbeurs, ondanks enige twijfel over het prijsdrukkend effect. Vanwege de argumenten inzake de extensivering, de transparantie en de mobiliteit, is een beurs een goed instrument. De bovengrens van 20.000 kg melk per hectare is nog wel een punt waarover gesproken moet worden.

De heer Atsma (CDA) merkte op dat instelling van de quotumbeurs geen prijsdaling tot gevolg zal hebben en dat hiermee het argument onder de quotumbeurs wegvalt. Het is ook maar zeer de vraag of de transparantie groter zal worden. De handel zal immers zowel via de beurs als buiten de beurs om gaan.

De heer Atsma was er bang voor dat verschillende partijen een dubbele agenda hanteren, in die zin dat men te zijner tijd gemakkelijk een aantal structuurinstrumenten aan de quotumbeurs kan koppelen.

De minister heeft erkend dat het lease-instrument een belangrijk sociaal vangnet kan vormen voor boeren die anders op de bijstand zijn aangewezen. Als de quotumprijs daalt, betekent het dat deze boeren meer melk moeten verleasen om het hoofd boven water te kunnen houden. Is de minister bereid dit bij de afwegingen te betrekken? Kan hij ook meer inzicht geven in de cijfers en de hoeveelheden te verleasen melk?

De heer Atsma herhaalde vraag of ook de minister de indruk heeft dat de quotumprijs wordt gemanipuleerd. Als dat zo is, wat wil de minister er dan aan doen?

Is de minister van oordeel dat straks ook regulerend moet worden opgetreden tegen de zogenaamde mestrenteniers?

De heer Oplaat (VVD) wees erop dat een transparante markt ook dichterbij komt als de betrokken partijen de transacties laten registreren, overeenkomstig de registratie bij het Kadaster. Een regeling is niet liberaal als makelaars en bemiddelaars niet dezelfde mogelijkheden hebben als de quotumbeurs.

De heer Oplaat was voorstander van een andere manier van verlaging van de quotumkosten, bijvoorbeeld via maatregelen in de fiscale sfeer. Wat vindt de minister van de suggestie om te komen tot ontkoppeling van grond en quotum?

De maatregelen tot beperking van het (ver)leasen gaan over een betrekkelijk kleine groep. Zij hebben ook slechts een tijdelijk prijsdrukkend effect. De voordelen van de maatregelen wegen niet op tegen de sociale gevolgen. Wat heeft de minister gedaan met het advies van Bomhoff c.s.?

Bij een eventuele stemming over de voorstellen van de minister zou de heer Oplaat de VVD-fractie vooralsnog adviseren ertegen te stemmen.

De minister wees erop dat Nederlandse veehouderij voor een grote omschakeling staat. Daarbij moet de overheid alle instrumenten die zij kan gebruiken, maximaal inzetten om te komen tot de noodzakelijke herstructurering. Dat heeft niets van doen met een dubbele agenda. Transparantie, mobiliteit en extensivering zijn wel degelijk belangrijke elementen die een rol spelen in een werkelijke vernieuwing van de veehouderij. Men moet de quotumbeurs dan niet louter afwijzen omdat het prijsdrukkend effect niet voldoende tot uiting komt.

Wat de overdracht van quota zonder grond betreft is artikel 8 van de regeling uitdrukkelijk gekoppeld aan de herstructurering. Een uitzondering voor de verhandeling van quotum zonder grond kan alleen gemaakt worden als het gaat om verbetering van de structuur van de melkproductie op het niveau van het bedrijf of om een bijdrage aan de extensivering van de productie. Met dat doel is de Nederlandse melkveehouderij gediend. Op dit punt heeft de dialoog met LTO Nederland tot positieve resultaten geleid. Het blijft echter een additioneel instrument.

De transparantie is geen doel op zichzelf, maar het is wel een belangrijk element in de discussie over de quotumbeurs. Bij een databank zijn partijen niet verplicht om alle data, inclusief de prijs, in te voeren. Zonder prijsgegevens is er niet voldoende transparantie.

De minister wees erop dat het in zijn bedoeling ligt over twee jaar een evaluatie te houden. De evaluatie is nodig om te beoordelen welke elementen een rol hebben gespeeld in het proces.

Tot nu toe zijn er geen bewijzen gevonden voor bewuste prijsopdrijving. Verhoging van de transparantie door additionele instrumenten is op zichzelf een nuttige zaak.

De minister van Financiën zal in het voorjaar van 2000 ingaan op de fiscale aspecten.

Een grens van 100.000 kg per bedrijf vond de minister een hoge grens. Bij 75.000 liter per bedrijf, conform het voorstel van de heer Waalkens, is er naar een snelle inschatting sprake van f.30.000 inkomenssuppletie per boer. Verhoging naar 100.000 kg betekent een beduidend hogere suppletie.

Met de 20.000 kg productie per hectare is sprake van ongeveer 2,5 GVE. Dat lijkt een redelijke grens.

De minister vond een mestrentenier iets anders dan een divanmelker. Een akkerbouwer die een mestafzetcontract heeft, krijgt voor het gebruik en beheer van de grond een vergoeding, zoals een verpachter een vergoeding krijgt voor de verpachte grond. Dat is dus iets anders dan het managementinstrument waar het vandaag over gaat.

De minister hield een positief oordeel over het instellen van de quotumbeurs, met een evaluatie na twee jaar. Daarbij is een goede regeling van het (ver)leasen van belang. Hij verklaarde over een week een brief aan de Kamer te sturen, met een definitief voorstel inzake de (ver)leaseproblematiek, met als bijlage een rapport over de sociale aspecten, zoals gemaakt door het IKC.

De voorzitter van de commissie,

Ter Veer

De griffier van de commissie,

Van Overbeeke

1 Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Swildens-Rozendaal (PvdA), Ter Veer (D66), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Feenstra (PvdA), Poppe (SP), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Duivesteijn (PvdA), Stellingwerf (RPF), M.B. Vos (GroenLinks), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), O.P.G. Vos (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Th.A.M. Meijer (CDA), Hermann (GroenLinks), Geluk (VVD), Schreijer-Pierik (CDA), Atsma (CDA), Oplaat (VVD), Schoenmakers (PvdA), Waalkens (PvdA), Udo (VVD), Herrebrugh (PvdA)

Plv. leden: Van Vliet (D66), Van Zuijlen (PvdA), Ravestein (D66), Zijlstra (PvdA), Albayrak (PvdA), Kant (SP), Mosterd (CDA), Bos (PvdA), Van Middelkoop (GPV), Van der Steenhoven (GroenLinks), Scheltema-de Nie (D66), Verbugt (VVD), Te Veldhuis (VVD), Cornielje (VVD), Buijs (CDA), Rietkerk (CDA), Karimi (GroenLinks), Kamp (VVD), Reitsma (CDA), Van Wijmen (CDA), Patijn (VVD), Dijksma (PvdA), Belinfante (PvdA), Voorhoeve (VVD), De Boer (PvdA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie