Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Volksgezondheid over drugbeleid-medicinale cannabis

Datum nieuwsfeit: 28-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


00000000.224 brief min vws over het drugbeleid-medicinale cannabis
Gemaakt: 28-12-1999 tijd: 17:22


4

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor

Volksgezondheid, Welzijn en Sport en

de Voorzitter van de Vaste Commissie voor

Justitie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Onderwerp

Drugbeleid/Medicinale cannabis

Tijdens het Algemeen Overleg met de vaste commissies voor VWS en Justitie van


9 december jl. over de Voortgangsrapportage Drugbeleid 1997-1999 heb ik toegezegd over een aantal onderwerpen de Tweede Kamer nader te informeren.

Feitelijke informatie over het cannabisgebruik onder basisschoolleerlingen

De afgelopen weken zijn er verschillende signalen in de pers verschenen over een toenemend aantal kinderen van 10 à 11 jaar dat verslaafd zou zijn aan cannabis of sterkere middelen. Ik doel hiermee op de opmerkingen van de Arnhemse Korpschef Daniel en de Rotterdamse politiefunctionaris De Vlieger. Het Gelders Centrum voor Verslavingszorg heeft mij te kennen gegeven de opvatting van de heer Daniel niet te onderschrijven.

Uit de wetenschappelijke gegevens die voorhanden zijn blijkt niet dat het gebruik van softdrugs of harddrugs onder jonge kinderen toeneemt. Uit het 1996 Peilstationsonderzoek naar onder andere het softdruggebruik onder scholieren van 10 jaar en ouder, blijkt dat het ooit-gebruik van cannabis onder 10 en 11-jarigen minder dan 1 procent bedraagt. Dit percentage is al sinds 1984 stabiel. Het aantal inschrijvingen bij de ambulante verslavingszorg van cliënten jonger dan 12 jaar was in 1998 lager dan in 1996 en 1997.

In geheel Nederland waren in 1998 67 kinderen jonger dan 12 jaar ingeschreven bij de ambulante verslavingszorg vanwege gokken, gebruik van alcohol of drugs. Van deze


67 kinderen waren er vier die vanwege cannabisgebruik ingeschreven stonden.

Het Peilstationsonderzoek is onlangs herhaald. De kerngegevens van dit onderzoek zal ik in de Voortgangsrapportage Drugbeleid 2000 aan u meedelen. Deze verschijnt in september 2000.

Mogelijkheden om lokale verslavingszorginitiatieven op de Antillen te ondersteunen

De verantwoordelijkheid voor de verslavingszorg ligt bij de regering van de Nederlandse Antillen. De prioriteiten voor de verslavingszorg worden daarom door de Antilliaanse autoriteiten gesteld. Voor ondersteuning kan aan Nederland een verzoek worden gedaan. Het is mij bekend dat daaraan behoefte bestaat. Een dergelijk verzoek zal evenwel worden getoetst aan de uitgangspunten van het Kabinetsbeleid als neergelegd in de nota Toekomst in Samenwerking, waarin good governance, duurzame economische ontwikkeling, onderwijs en rechtshandhaving als prioritaire sectoren in het beleid bij de inzet van de samenwerkingsmiddelen zijn genoemd. Dit sluit echter samenwerkingsvormen op andere terreinen, bijvoorbeeld de verslavingszorg niet uit.

Zo heeft u in de Voortgangsrapportage Drugbeleid 1997-1999 kunnen lezen dat er reeds sprake is van samenwerking tussen mijn departement en de Antilliaanse verslavingszorg. De mastercourse van juni 1999 heeft de sleutelfiguren uit de Nederlandse en Antilliaanse verslavingszorg en preventie bijeengebracht. Hier zijn afspraken gemaakt over de uitwisseling van ervaring en deskundigheid tussen de instellingen. Ik heb een klein budget beschikbaar gesteld (f 100.000 per jaar) om deze uitwisseling te ondersteunen. Voorts heb ik het voornemen om met de Nederlandse Antillen en Aruba binnenkort protocollen te sluiten die voorzien in advisering, informatieuitwisseling en het beschikbaar stellen van expertise.

Voortgang heroïne-experiment

Diverse leden vroegen naar de vertraging van het heroïne-experiment. De oorzaak van de vertraging ligt niet in het veronderstelde feit dat er niet genoeg deelnemers zouden zijn. Weliswaar is het aandeel van spuitende deelnemers lager dan verwacht, maar het onderzoeksontwerp is daarop aangepast (twee onderzoeksgroepen voor spuitende deelnemers in plaats van drie).

Vooropgesteld zij dat de instroom in de eerste twee behandeleenheden goed is verlopen en dat ook de deelname aan de evaluerende metingen bijzonder goed is.

Voor elke gemeente is echter de instelling van een behandeleenheid voor dit onderzoek een unieke zaak, die naast de wetenschappelijke voorwaarden ook hoge eisen stelt aan de behandelstaf en de huisvesting. Daarnaast vereist ook de inbedding in sociale en ruimtelijke omgeving een zorgvuldige benadering. In enkele gemeenten is de rechter er aan te pas gekomen om een uitspraak te doen over de gekozen locatie. Pas enkele weken geleden is daar het juridisch oordeel over gegeven en wel ten gunste van de gemeenten.

Juist omdat de gemeentelijke overheden gemotiveerd zijn voor het experiment en de beste afweging kunnen maken van de diverse belangen moeten zij de ruimte krijgen voor een succesvolle bijdrage. Uiteraard kan de vertraging niet steeds maar oplopen omdat dan wel het welslagen van het onderzoek in gevaar komt.

Hoewel er geen garanties te geven zijn over de uiteindelijke mate van vertraging heeft de Centrale Commissie Behandeling Heroïneverslaafden mij op 1 december jl. de volgende stand van zaken gemeld, die mits bij de uitvoering bij de gemeenten geen verdere vertraging optreedt, uitloopt op een vertraging van enkele maanden.

Den Haag: uiterlijk april 2000 starten met behandeling.

Groningen: streven start behandeling in april 2000.

Heerlen: streven start behandeling in februari 2000.

Utrecht: streven start behandeling in april 2000.

In Amsterdam en Rotterdam wordt gewerkt aan een goede oplossing voor de instroom van de tweede groep deelnemers.

Deze informatie zou inhouden dat de eindrapportage van het wetenschappelijk onderzoek in het eerste kwartaal van 2002 gereed zal zijn.

Heroïne op recept voor prostituees.

De heer Apostolou vroeg of het mogelijk is om prostituees die aan heroïne zijn verslaafd als deelnemer te betrekken bij het heroïne-experiment. Het zou echter een misverstand zijn te denken dat prostituees nu al niet aan de studie zouden kunnen deelnemen. De insluitings- en uitsluitingscriteria spreken zich helemaal niet uit over de wijze van inkomensverwerving. Iets anders is het om alsnog een geselecteerde groep toe te voegen aan het experiment.

Dat is niet mogelijk met de opzet van de studie. Het lijkt me in deze fase niet verstandig om op de eindresultaten van het onderzoek en de besluitvorming daarna vooruit te lopen.

Vermeende verschillen cijfers cannabisgebruik Nationale Drug Monitor - Europees Waarnemingcentrum Drugs en Drugsverslaving

Mevrouw Van Blerck wees op de opmerking in het Jaarbericht 1999 (p.17) van de Nationale Drug Monitor (NDM) waarin wordt gesteld dat het "duidelijk is dat Nederland onder westerse landen geen koploper is in cannabisgebruik, maar eerder een middenmoter". Zij stelt vast dat het gebruik in Nederland volgens het Europees Waarnemingscentrum op de derde plaats staat binnen de Europese Unie. Is hier sprake van tegenstrijdige gegevens?

Het bureau van de NDM laat weten dat met de term middenmoter vooral is bedoeld dat het ooit-gebruik van cannabis door de bevolking in Nederland van 15-64 jaar met ongeveer 16% ligt op het gemiddelde van de bevolking van de Europese Unie (zie p. 74 van het Extended Annual Report on the state of the drugs problem in the European Union 1999, EMCDDA). Na het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Spanje (en niet Ierland zoals het bureau NDM stelt) komen we van de onderzochte landen uit het uniegebied op de vierde plaats in rangorde.

Daarnaast staan op p. 18 van het Jaarbericht 1999 NDM specifieke gegevens over het gebruik van cannabis onder 15- en 16-jarige scholieren in een aantal landen van de Europese Unie. Daar staat het Nederlandse gebruik op de derde plaats na het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Ter vergelijking zijn de hoge gebruikscijfers uit de Verenigde Staten aan de grafiek toegevoegd.

Alle genoemde gegevens vanuit de NDM en het Europees Waarnemingscentrum sporen onderling, er is dus geen discrepantie in de gegevens. Zoals bekend is Nederland niet alleen koploper met het leveren van bruikbare gegevens aan het Europees Waarnemingscentrum maar ook zeer betrokken bij het verbeteren van de vergelijkbaarheid van de Europese gegevens.

Overige toezeggingen drugbeleid

Bijgevoegd is een overzicht van preventieprojecten van het Trimbos Instituut.

Wat betreft de positie van de verslavingszorginstelling De Hoop in het regionale ordeningsmodel van de GGZ verwijs ik naar de notitie over identiteitsgebonden instellingen. In de integrale Alcohol-nota zal ik zoals toegezegd terugkomen op de gestelde vragen over de alcoholproblematiek (uitbreiding van het interbestuurlijk drugoverleg tot alcohol, verbetering van de alcoholzorg).

De onderzoeken over medicinale cannabis

Verschillende leden hebben geïnformeerd naar stand en tempo van het onderzoek naar de medicinale toepassing van cannabis. Dit onderzoek is, net als ander geneesmiddelonderzoek een zaak van het particulier initiatief. Hierdoor zijn mijn mogelijkheden om het tempo te beïnvloeden nagenoeg nihil.

Door de instelling van een organisatieonderdeel dat de teelt van cannabis voor medicinale doelen gaat reguleren zal cannabis op legale manier voor medisch onderzoek beschikbaar komen. Mijn verwachting is dat daardoor meer onderzoekers geïnteresseerd zullen raken. Dit zal betekenen dat de benodigde gegevens eerder zijn verzameld. Men moet echter beseffen dat het doen van dit soort onderzoek altijd enkele jaren kost.

Gedeeltelijk komt dit doordat het gaat om onderzoek bij chronische aandoeningen, met andere woorden naar een langetermijn-effect. Dat is per definitie tijdrovend. Daarnaast kunnen de uitkomsten van onderzoek leiden tot nieuwe vragen en nieuwe onderzoeken.

Ook dat zal dan tijd kosten.

Ik ga ervan uit hiermee afdoende de resterende vragen uit het Algemeen Overleg van


9 december jl. beantwoord te hebben.

De Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Bijlage(n) niet elektronisch beschikbaar

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie