Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tweede Kamer: vragen over nevenfuncties topambtenaren

Datum nieuwsfeit: 30-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

aanh9900.438 nevenfuncties van topambtenaren Gemaakt: 4-1-2000 tijd: 16:36 RTF


De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 30 dec. 1999

Onderwerp:

Vragen van leden Poppe en Van der Hoeven

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u, namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de antwoorden toekomen op de vragen van de leden Poppe en Van der Hoeven, ingezonden 10 december 1999.

Hoogachtend,

de Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.P. Pronk

2990004040

Antwoorden op vragen van de leden Poppe (SP) en Van der Hoeven (CDA) aan de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over mogelijke belangenverstrengeling van medewerkers DRZ-VROM en nevenfuncties van topambtenaren. (Ingezonden 10 december 1999)

Vraag 1.:

Heeft u kennis genomen van het artikel «Pronk blijft liegen

(deel 2)»1) en herinnert u zich uw eerdere antwoorden in deze

kwestie?

Antwoord: Ja.

Vraag 2.:

Hoe is het mogelijk dat u in uw brief 3) stelt «Op 25 november is hem, ingaande 1 december 1998 eervol ontslag uit de dienst gegeven. Dit ontslag is mij begin 1999 gemeld», terwijl u in de uitzending van NOVA op 29 oktober jl. verklaarde dat u kort na uw aantreden (in 1998) op de hoogte bent gesteld van de belangenverstrengeling, gevolgd door de mededeling «Ik heb deze directeur twee maanden later definitief doen vertrekken?»

Antwoord:

Kort na mijn aantreden als Minister van VROM ben ik door de ambtelijke leiding op de hoogte gesteld van het voornemen de betrokkene te ontslaan onder andere vanwege de belangenverstrengeling waarvan ten aanzien van hem sprake was. Ik heb toen ingestemd met het voorgenomen ontslag. Begin 1999 ben ik op de hoogte gesteld van de tenuitvoerlegging van het voorgenomen ontslag met ingang van

1 december 1998.

Vraag 3.:

Klopt de bewering van VN dat de beschuldigingen tegen de directeur DRZ in 1997 uitputtend onderzocht zijn en dat hij tijdens een managementvergadering op 23 november 1998 door de Secretaris-generaal gerehabiliteerd is»? 4) Zo ja, hoe is dit te rijmen met uw uitspraken in NOVA en de mededeling in uw brief «Een en ander was voor de departementsleiding voldoende aanleiding om te spreken over een vertrouwensbreuk met betrokkene»?

Antwoord: Nee.

In oktober 1997 is in opdracht van de Secretaris-generaal van mijn departement in het kader van een vooronderzoek naar de vraag of een procedure wegens plichtsverzuim gestart moest worden een feitenonderzoek ingesteld. Op grond van de uitkomsten van dit feitenonderzoek is door mijn ambtsvoorganger de procedure wegens plichtsverzuim gestart. Hiervan is de voormalig directeur bij brief van 30 oktober 1997 op de hoogte gesteld.

De bijeenkomst die u aanhaalt als managementvergadering was een bijeenkomst voor alle medewerkers van de Dienst Recherchezaken . In deze bijeenkomst is de voormalig directeur niet gerehabiliteerd.

De Secretaris-generaal heeft bij deze gelegenheid gezegd dat er op dat moment geen feiten waren komen vast te staan op grond waarvan de directeur van frauduleus handelen kon worden beticht. Hieraan heeft de Secretaris-generaal toegevoegd dat de handelwijze van de directeur zijns inziens onjuist was en dat de terugkeer van de directeur door de gebeurtenissen niet meer mogelijk was.

Vraag 4.:

Is het waar dat de output van de Dienst Recherchezaken van uw ministerie, zowel in aantal zaken als in schadebedragen, in de jaren 1998 en 1999 dramatisch gedaald is ten opzichte van voorgaande jaren? Welke maatregelen heeft u genomen om de prestaties weer op het beoogde niveau te brengen?

Antwoord:

Het aantal zaken alsmede de schadebedragen vormen geen indicatie voor de output van de Dienst Recherchezaken. De Dienst Recherchezaken richt zich de laatste jaren meer op arbeidsintensieve, multidisciplinaire onderzoeken die veel samenwerking vragen met anderen binnen en buiten het departement. Het aantal zelfstandig door deze dienst verrichte onderzoeken, die veelal eenvoudiger van aard waren, is daardoor verminderd.

Vraag 5, 6, en 7:

? Kunt u een overzicht geven van de nevenfuncties van de DG's en SG van uw ministerie, de inkomsten uit deze nevenfuncties voor eigen rekening en/of voor rekening van het ministerie en daarbij vermelden of het q.q. functies of functies op persoonlijke titel betreft?

? Kunt u bij nevenfuncties op persoonlijke titel per functie aangeven waarom deze niet strijdig zijn met het belang van het ministerie van VROM en de rijksoverheid in bredere zin? Staat een commissariaat bij Van Ommeren-Pakhoed bijvoorbeeld niet op gespannen voet met een onafhankelijke opstelling van VROM bij de mainportdiscussie?

? Wat is de reden om topambtenaren die full-time in dienst zijn van de rijksoverheid, toestemming te geven voor het bekleden van nevenfuncties anders dan in het belang van de dienst?

Antwoord:

Op dit moment vindt terzake overleg plaats met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties . Ik zal uw vragen zo spoedig mogelijk na afronding van dit overleg beantwoorden.

De Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.P. Pronk

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie