Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Financien: Wijzigingen Wet belastingen op milieugrondslag

Datum nieuwsfeit: 01-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Wijzigingen van de Wet belastingen op milieugrondslag met ingang van 1 januari 2000 (nihiltarief regulerende energiebelasting voor glastuinbouw)



Mededeling 11. Wijzigingen van de Wet belastingen op milieugrondslag met ingang van 1 januari 2000 als gevolg van de wijziging van de regulerende energiebelasting in verband met het beëindigen van het nihiltarief voor verbruik van aardgas en minerale oliën door de glastuinbouw.

DIRECTIE VERBRUIKSBELASTINGEN

Besluit van 30 december 1999, nr. VB99/2654 M

De plv. Directeur-Generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.


1. Inleiding

Met ingang van 1 januari 2000 is de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) op een aantal punten gewijzigd. Deze wijzigingen vloeien voort uit:


1. Het voorstel van Wet tot wijziging van de regulerende energiebelasting in verband met het beëindigen van het nihiltarief voor verbruik van aardgas en minerale oliën door de glastuinbouw. Dit voorstel van Wet zal begin volgend jaar in de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld en zal - indien het wordt aangenomen - een terugwerkende kracht hebben tot en met 1 januari 2000. Deze wijziging wordt in deze mededeling toegelicht.


2. De Wet van 16 december 1999 houdende wijziging van de regulerende energiebelasting en de inkomstenbelasting met het oog op het bevorderen van energiezuining en milieuvriendelijk gedrag (Stb 557). De wijzigingen die betrekking hebben op de regulerende energiebelasting (REB) behelzen de invoering van positieve prikkels voor huishoudens in de vorm van energiepremies die huishoudens kunnen verwerven indien een energiezuinig apparaat wordt aangeschaft of een energiebesparende maatregel aan de woning wordt getroffen. Zie voor een toelichting mededeling 10.


3. De Wet van 22 december 1999 houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. (belastingplan 2000) (Stb. 579). Voor een toelichting zie mededeling 9.


2. NIHILTARIEF GLASTUINBOUW WORDT VERVANGEN DOOR EEN SPECIAAL GLASTUINBOUWTARIEF

In het Belastingplan 1999 (Stb. 1998, 725) is voorzien in een verhoging van de tarieven van de regulerende energiebelasting op elektriciteit en aardgas en in een handhaving van het nihiltarief voor aardgas en voor vervangende minerale oliën die door de glastuinbouw worden gebruikt. De handhaving van dit nihiltarief, welke was ingegeven door het ontbreken van goede terugsluismogelijkheden voor de sector, kon toen echter nog niet de instemming van de Europese Commissie verkrijgen. Zie voor een toelichting onderdeel 7.9 van mededeling 8.

Begin 1999 zijn direct besprekingen gestart met de Commissie die, mede in verband met de verwikkelingen rond het aftreden van de oude en het aantreden van een nieuwe Commissie medio 1999, pas vrij recent konden worden afgesloten.

Op 8 december 1999 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan een regeling voor de behandeling van aardgas voor de jaren 1999, 2000 en 2001. Voor 2002 dient de regeling opnieuw bij de Commissie te worden aangemeld. Inhoud van de regeling is dat het nihiltarief voor 1999 nog wordt gehandhaafd, maar dat de glastuinbouw voor de jaren 2000 en 2001 in de heffing wordt betrokken op een wijze die is gebaseerd op een vergelijking van de glastuinbouwsector met andere energie-intensieve bedrijven. Dit heeft geresulteerd in een glastuinbouwtarief dat 0,38% bedraagt van het gewone schijventarief.

Aangezien ook voor bepaalde minerale oliën die door de glastuinbouw worden gebruikt als geen aardgasaansluiting aanwezig is een nihiltarief geldt, wordt in dit wetsvoorstel ook voorzien in een glastuinbouwtarief voor die gevallen. Dat tarief is berekend door het hiervoor genoemde percentage van 0,38 toe te passen op het gewone tarief dat voor die minerale oliën geldt.


3. VOORGESTELDE WETSWIJZIGING

Met inachtneming van het vorenstaande brengt het wetsvoorstel de volgende wijzigingen aan in artikel 36i van de Wet belastingen op milieugrondslag:
A. In het derde lid, wordt nihil vervangen door: onderscheidenlijk f 0,6623, f 0,6672 en

f 0,7896.

B. In het vierde lid wordt nihil vervangen door: f 0,0008 in plaats van f 0,2082, f 0,0004 in plaats van f 0,1144 en f 0,00006 in plaats van f 0,0154.

C. In het vijfde lid wordt na het eerste lid, onderdeel d, ingevoegd: en het vierde lid.

De - door de Europese Commissie al goedgekeurde - tariefwijziging voor 2001 zal deel uitmaken van de tariefwijzigingen van de regulerende energiebelasting zoals die, als uitvloeisel van de derde tranche vergroening en verschuiving, zullen worden opgenomen in het Belastingplan 2001.


4. TERUGWERKENDE KRACHT

In het wetsvoorstel is voorzien in terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2000. Deze terugwerkende kracht is onvermijdelijk aangezien de Europese Commissie slechts tot die datum goedkeuring heeft verleend aan het hanteren van het nihiltarief.


5. PRAKTISCHE UITWERKING


5.1. Aardgas

Met de energiebedrijven, die bij inwerkingtreding van deze wet in de loop van 2000 belasting verschuldigd zijn over het vanaf 1 januari 2000 geleverde aardgas aan de glastuinbouwbedrijven, en met de glastuinbouwsector, die deze belasting doorberekend krijgt van de energiebedrijven, is overleg gevoerd over deze wijziging met terugwerkende kracht. In dat overleg is overeenstemming bereikt over de te volgen handelwijze ter zake. De energiebedrijven zullen, met instemming van de glastuinbouwsector (Productschap Tuinbouw en LTO-Nederland), vooruitlopend op de te verwachten wetswijziging vanaf 1 januari 2000 alvast het in te voeren tarief doorberekenen aan de afnemers en vervolgens ook reeds dat bedrag, te zamen met de overigens verschuldigde regulerende energiebelasting, aan de Belastingdienst op aangifte voldoen. Op deze wijze wordt voorkomen dat na inwerkingtreding van de wet alsnog over de reeds verstreken periode in 2000 belasting moet worden (door)berekend over de geleverde hoeveelheden aardgas aan de glastuinbouwbedrijven.


5.2. Minerale oliën

Met betrekking tot het geldende nihiltarief voor door de glastuinbouw gebruikte minerale oliën is de huidige situatie zo dat het volledige bedrag aan regulerende energiebelasting - samen met en op dezelfde manier als de accijns - bij uitslag verschuldigd wordt en bij doorlevering aan in casu glastuinbouwbedrijven ook deel uitmaakt van de kostprijs. Om het wettelijke nihiltarief te kunnen effectueren kunnen de glastuinbouwbedrijven na afloop van elk kwartaal een verzoek om teruggaaf van de in de kostprijs doorberekende regulerende energiebelasting doen. Afgesproken is met de glastuinbouwbedrijven dat zulke verzoeken om teruggaaf over het eerste kwartaal van 2000, indien de wet dan nog niet in werking is getreden, met inachtneming van de na inwerkingtreding van de wet geldende regels zullen worden afgedaan. In concreto houdt dat in dat alsdan het verschil tussen het gewone en het glastuinbouwtarief op verzoek wordt teruggegeven.

DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN,

namens deze,

DE PLV. DIRECTEUR-GENERAAL DER BELASTINGEN,

Mw. Mr. J. Thunnissen

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie