Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Duo-speech voorzitters op Nieuwjaarsbijeenkomst van SCCL

Datum nieuwsfeit: 03-01-2000
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Duo-speech van de heren Van den Broek en Hofstra, voorzitters van resp. het CBL en de SMA, tijdens de Nationale Food Nieuwjaarsbijeenkomst van het SCCL op 3 januari 2000 in het Hart van Holland te Nijkerk.


_______________________________________________________________________________________

HOFSTRA:

Mijn naam is Jan Hofstra. Ik ben sinds november jl. voorzitter van de Stichting Merkartikel en vice president van Mars Benelux. Samen met Jan van den Broek zal ik een duotoespraak houden. Dat betekent dat we om de beurt aan het woord zullen zijn en hebben afgesproken dat we elkaar laten uitspreken. We willen wij graag kort naar de afgelopen eeuw kijken en vooral: wat gaat er in de nieuwe eeuw gebeuren.

In de laatste maanden van 1999 hebben we gezien dat alle bedrijven zich volledig richtten op de millenniumovergang. Klaas van den Doel zei het al: dit is erg goed verlopen. Veel belangrijker is dan ook om stil te staan bij de revolutie die communicatietechnologie in de nieuwe eeuw teweeg zal brengen. Om een goed gevoel te krijgen voor de omvang van de veranderingen die ons te wachten staan, wil ik graag even stilstaan bij de eeuw die achter ons ligt. Het is goed om ons te realiseren dat er aan het begin van deze eeuw geen elektriciteit was, althans niet in de huishoudens. Pas in de periode tot 1925 kregen particulieren hier beschikking over. Geen licht dus, maar ook geen stromend water en geen riolering. Om over auto's, vliegtuigen, radio, televisie, huishoudelijke apparatuur en de PC nog maar te zwijgen. Allemaal uitvindingen en ontwikkelingen die zijn voortgekomen uit de industriële revolutie. Maar, begin 1900 waren er al wél A-merken. Merken die we vandaag de dag nog steeds kennen, ondanks dat de productiemethoden, de distributie en de wereld om ons heen dramatisch zijn veranderd. Neem bijvoorbeeld Heineken, Grolsch, Douwe Egberts, Droste, Calvé, Unox en Verkade. Alleen Jan van den Broek bestond nog niet. In deze eeuw zijn de eerste zelfbedieningszaken ontstaan, later supermarkten, hypermarkten en internationale ketens. Denk aan Ahold en Wal-Mart. Internationalisering is een belangrijke ontwikkeling, voor zowel A-merkfabrikanten als supermarkten.

Dit brengt mij tot de twee vragen die Jan en ik graag willen beantwoorden:
1. Bestaat het A-merk nog wel aan het eind van deze eeuw?
2. En: bestaat de supermarkt nog wel aan het eind van deze eeuw?

Hier kom ik later op terug.
In de nieuwe eeuw die nu voor ons ligt staan we aan de vooravond van een nieuwe revolutie. Een revolutie op het gebied van informatie-en communicatietechnologie. Die nog veel meer teweeg gaat brengen dan de industriële revolutie in de afgelopen eeuw. Het tempo gaat oneindig veel sneller, de ontwikkelingen volgen elkaar in razendsnel tempo op. Dan moeten we niet alleen denken aan E-commerce en WebTV, maar ook aan bijvoorbeeld ingebouwde scanners in keukenkastjes die automatisch een bestelling doorgeven als een product op is. Of: recepten op internet die je alleen maar aan hoeft te wijzen of hardop te noemen om de ingrediënten binnen een uur op de stoep te hebben. Een huiscomputer die je alleen maar hoeft te vertellen wat je deze week het beste kunt eten. Beter nog: dat de computer al een voorkeurmenu maakt en de ingrediënten zelf bestelt. Of komen er chips die in de hersens ingebouwd worden. Zodat we alleen maar hoeven te denken aan wat we willen om het eten op ons bord te krijgen. Is dat de toekomst? Eén ding is zeker: de consument wordt steeds meer op zijn wenken bediend. Jan, graag jouw mening hierover….

VAN DEN BROEK:

Je zou twee vragen beantwoorden:

1. bestaat het A-merk nog wel aan het eind van deze eeuw;
2. bestaat de supermarkt nog wel aan het eind van deze eeuw?

Je hebt ze nog niet beantwoord maar als ik alvast een schot voor de boeg mag geven… Laten we eerst eens praten over de komende 25 jaar. Merkartikelen zijn ontstaan door het verpakken in consumenteneenheden. Toen de zelfbediening ingevoerd werd was dat de grote kans voor de fabrikant. Fabrikanten die dát in de gaten kregen zijn succesvol geworden, ze namen immers een hoop werk uit handen van de detaillist en dat was ook de bedoeling van het systeem zelfbediening. Daarvoor bepaalde de detaillist via het zogenoemde verkoopgesprek met de klant wat de klant zou kopen. Bij speciaalzaken zie je dit overigens nóg, zo nu en dan. Toen ook nog fors werd geïnvesteerd in reclame en demonstraties in de winkels werden consumenten beïnvloed. Niet meer door de detaillist, want die deed aan zelfbediening! Retailers waren te klein om eigen merken te laten verpakken. Pas na het ontstaan van inkoopcombinaties zag je dat verschijnsel optreden.

A-merken zullen blijven bestaan maar bedenk wel dat bedrijven ook A-merk kunnen zijn. A-merken kunnen ook bedacht worden door anderen dan fabrikanten. U weet dat bijvoorbeeld Nike en Reebok helemaal geen productiefaciliteiten bezitten. Beide ondernemingen zien zichzelf als ideeënmakers en bestaan van het marketen van hun marktconcepten. Liptonice wordt ook niet door Unilever gemaakt.

De supermarkt van vandaag zal geweldig anders worden, maar de markt die er al voor het merkartikel was zal blijven bestaan. De markt - supermarkt, hypermarkt of intermarkt - zal in allerlei vormen aan de consument gepresenteerd worden. Daarom is het van het grootste belang om nieuwe ontwikkelingen te blijven volgen, waar mogelijk mee te doen of te oefenen, want de consument wil in de komende jaren anders bediend worden. Voor levensmiddelen zal het niet zo'n vaart lopen. Hoewel wij thans artikelen verkopen die best via internet besteld kunnen worden, maar waar het assortiment van de supermarkt zich steeds meer zal uitbreiden in vers en diepvries, verwacht ik dat het dagelijks bezoek aan de supermarkten in Nederland nog zal toenemen. Distributiekosten, out-of-stock-problemen, versheid, bezorgtijden en het feit dat de consument graag in de winkel beslist, spelen een belangrijke rol. Daarnaast spelen langere openingstijden, fun op de winkelvloer en sociale aspecten ook een niet te onderschatten rol. Mensen gaan meer uit huis, willen wat te doen hebben. Zodra de prijzen van boeken en CD's vrij zijn verandert in Nederland ook nog wel wat.

Wat dit onderwerp betreft: niet onderschatten, maar blijf alle aandacht geven aan de winkel, maak alles nog aantrekkelijker. Belangrijk voor de fabrikant, voor de detaillist én voor de consument. Ik hoor straks van je of het einde van de supermarkt nabij is, want dan heeft de A-merkfabrikant een groot probleem.

HOFSTRA:

Jan, bedankt voor de voorzet. E-commerce moeten we zeker niet onderschatten. Neem bijvoorbeeld de Franse keten Casino, die een test heeft gedaan met internet-shopping in Lyon. Zij gaan hier nu mee verder in Parijs. Voor Casino Parijs wordt binnen drie jaar 150 miljoen dollar aan additionele business verwacht. We zullen alert moeten zijn.

Voor de SMA is het belangrijk wat deze technologische ontwikkelingen betekenen voor het A-merk en voor de relatie tussen handel en industrie. Stel dat de consument straks een groot deel van zijn boodschappen via internet doet. Of alleen nog maar hoeft te zeggen of denken wat hij wil om zijn wensen in vervulling te laten gaan. Dan is een referentiekader absoluut noodzakelijk. Hij staat namelijk niet meer voor een schap waar alle producten staan uitgestald. De consument kan niet zeggen: 'Ik wil een pak koffie'. Hij zal er een naam aan moeten geven. Die naam is de merknaam. Door de verdere opkomst van ICT worden de herkenbaarheid en het imago van het A-merk alleen maar belangrijker. Zeker ook gezien de oneindig grote assortimenten waar de consument zijn keus uit zal kunnen maken.

Bovendien biedt ICT unieke mogelijkheden om het merk bij consumenten onder de aandacht te brengen of 1-op-1 marketing te bedrijven. En een unieke wereld rond het merk te creëren. Denk bijvoorbeeld aan WebTV waarmee de interactiviteit enorm vergroot kan worden. Een consument ziet een reclamespot, kan het product aanklikken en het product direct bestellen.

Over de samenwerking tussen handel en industrie: ik denk dat dit steeds belangrijker gaat worden. De wederzijdse belangen zullen toenemen. Als het gaat om het succesvol ontwikkelen van E-commerce en homeshopping bijvoorbeeld. Maar ook als het gaat om het organiseren van meer fun op de winkelvloer, met veel keuze en nieuwe producten. Bovendien wil de consument steeds meer service, of het nou gaat om homeshopping of de winkelvloer zelf. Handel en industrie zullen hun kennis over de consument daarom steeds meer gaan delen om goed aan deze service- en productinnovaties te voldoen. Retailers zijn immers specialisten als het gaat om logisitiek en service. Fabrikanten zijn specialisten als het gaat om innovatie en zullen dat ook altijd blijven. Uit recent CBL-onderzoek blijkt dat 68% van de consumenten tegenwoordig graag door nieuwe producten verrast willen worden.

De vraag is: Gaan de fabrikanten meer innoveren? Dat is absoluut zeker. Uit recent CBS-onderzoek is gebleken dat fabrikanten in de levensmiddelenindustrie hun investeringen volgend jaar met 22% zullen opschroeven. In het verleden hebben fabrikanten wel eens te weinig aandacht besteed aan de consument bij het introduceren van nieuwe producten. Bijvoorbeeld op het gebied van research. De stijging van innovatie-investeringen is erg positief. Bovendien zorgen innovaties voor handel en industrie voor meer omzet: vijftig procent van de huidige omzet is afkomstig van producten die in de afgelopen tien jaar zijn geïntroduceerd. Dat is een belangrijke gemeenschappelijk belang. Hierover geef ik graag het woord aan Jan.

VAN DEN BROEK:

Het A-merk is en blijft belangrijk al is het maar omdat we het A-merk nodig hebben als referentie voor onze eigen merken of fancy labels. Maar de komst van ICT is niet alleen een kans voor A-merken maar kan óók een bedreiging worden. Supermarkten gaan ongetwijfeld hun hele assortiment aanbieden op internet en zullen hun belangen afwegen en een supermarkt heeft nu eenmaal meer te bieden dan A-merkfabrikanten. Denk eens aan alles onder één dak - of alles in één net - als we dan het belangrijkste van een supermarkt beetpakken en dat is vers, dan zal het aanbod van de supermarkt altijd aantrekkelijker zijn. Of de klant het na het samenstellen van het boodschappenlijstje dan zelf gaat halen of laat bezorgen is een kwestie van belonen.

Waar ik van geschrokken ben is de uitspraak van Jan Hofstra dat hij voor nieuwe producten een termijn afspreken van maar liefst één jaar introductie. In die periode moet zo'n product de kans krijgen zichzelf te bewijzen. Weet je wat het kost als wij een flop één jaar op het schap moeten laten staan!? We kunnen beter met elkaar afspreken dat in het kader van ECR we in een vroeger stadium praten over een nieuw product. Daarmee kunnen we volgens mij een hoop kosten voorkomen.

Door ECR kunnen we volgens mij veel meer voor elkaar betekenen als het gaat om nieuwe artikelen, acties, fun en voortdurend goed aanbod in onze winkels. En dat is wat de consument wil.

HOFSTRA:

Flops komen voor. Maar ik wil toch graag iets corrigeren. Nieuwe producten zouden namelijk niet één jaar, maar minimaal een jaar de kans moeten krijgen. Vergeet niet dat veel producten pas na één jaar succesvol zijn geworden. Of soms zelfs pas na twee of drie jaar. Ik ben het wel met Jan van den Broek eens dat het een goede zaak is om te proberen zoveel mogelijk flops terug te dringen. Dus: veel goede innovaties te ontwikkelen. Dat betekent dat we in toenemende mate rekening moeten houden met de steeds hogere eisen die de consument stelt.

Ik denk overigens dat het centraal stellen van de consument nog maar net begonnen is. Service, en dan bedoel ik echte service zoals het standaard thuis bezorgen van boodschappen, staat nog maar in de kinderschoenen. De consument gaat steeds hogere eisen stellen en steeds meer bepalen op welk moment van de dag hij iets geleverd wil hebben. Dat geldt met name voor de runproducten. De funproducten koopt hij nog wel in de winkel, maar boodschappen doen houdt op te bestaan omdat dit voor heel veel consumenten geen leuke maar vooral noodzakelijke tijdsbesteding is. De consument wil alleen nog maar winkelen. En dan alleen wanneer hij dit leuk en zinvol vindt. Voor productinnovaties geldt hetzelfde. Denk bijvoorbeeld aan op maat gemaakte producten. Nu al is het mogelijk om via internet een auto te bestellen, en tegelijkertijd aan te geven wat de kleur van de lak, van de bumper, van de zijdeuren en de bekleding moet zijn. Het is dus heel goed mogelijk dat we weggaan van massaproductie en ons steeds meer gaan toeleggen op geïndividualiseerde producten. Ook in de relatie handel-industrie zal de mens als sturende factor belangrijker worden, ondanks de opkomst van IT. Juist dankzij IT zullen we alle routinematige werkzaamheden uitbesteden. Hiermee kunnen we ons volledig concentreren op de strategische aspecten.

Graag wil ik nog even met u terug naar de vragen die ik aan het begin heb gesteld. Namelijk: bestaan het A-merk en de supermarkt volgende eeuw nog steeds? Het A-merk staat gelijk aan emotie en heeft in principe dan ook het eeuwige leven. Mits het merk goed onderhouden wordt en de ontwikkelingen en trends op de voet gevolgd worden.

Of de supermarkt over honderd jaar nog bestaat hangt af van het assortiment en de fun op de winkelvloer die de consument geboden gaat worden. Maar ook: hoe wordt omgegaan met E-commerce. Graag zouden wij op dit terrein willen samenwerken met de handel. Niet op basis van macht, maar op wederzijdse kracht. Jan, aan jou de afsluitende woorden.

VAN DEN BROEK

We staan hier samen in een nieuwe eeuw… En ik zeg met nadruk sámen! Hoewel er natuurlijk wel wat verschillen in de cultuur tussen handel en industrie zijn, kenmerkt onze relatie zich toch ook door de samenwerking die er is. Laten we dit in de 21e eeuw ook zo houden. Een samenwerking die gebaseerd is op wederzijds vertrouwen en die uiteindelijk in het voordeel is van alle partijen: van de fabrikant, van de supermarkt en - niet te vergeten - van de klant. De organisatie door de hele keten heen moet platter en de lijnen korter, zodat de gruwel van de neeverkoop met succes kan worden bestreden.

Ik verwacht dat in deze nieuwe eeuw het sociale aspect van boodschappen doen nog belangrijker wordt. We leven al in een druk-druk-druk-maatschappij en er zijn steeds meer mensen die daar een beetje vanaf willen. Er is amper tijd om met mensen bij elkaar te komen. Vroeger wipte je even bij elkaar langs, nu moeten er eerst agenda's getrokken worden. In de supermarkt kun je lekker komen onthaasten. Nu er steeds meer te koop is kan je lekker langs de schappen slenteren.

Ik heb het al vaker gezegd, maar ik blijf het zeggen: fabrikanten zouden véél meer moeten doen op de winkelvloer. Fabrikanten trappen toch telkens weer in de mooie verhalen van de reclamebureaus die vertellen dat veel reclame op radio en TV de beste manier is om de consument te bereiken. Klanten beslissen zes van de tien keer pas in de winkel wat ze kopen. Wat ligt er dan meer voor de hand om ook in de winkel met klanten over die keuze te communiceren? Er komen dagelijks 4 miljoen mensen in de supermarkt. Hallo, ik ben van de Duyvis, zegt die vent op de televisie dan, nou, ik kan u vertellen waar het pas echt een fuif is: bij ons in de winkel! Maar daar heb ik die vent nog nooit gezien! Maar, wie weet, er zijn hopelijk weer veel goede voornemens gemaakt. Ik zeg niet dat fabrikanten moeten stoppen met reclame. Maar reclamebureaus zouden meer gebruik moeten maken van het "medium winkel". Proefverpakkingen, demonstraties, kooklessen, dat soort dingen. Het is leuk voor de consument en goed voor de samenwerking tussen retailers en leveranciers.

Dames en heren, Jan is onze toespraak begonnen, dus dat betekent dat ik het laatste woord heb, en dat vind ik als retailer zijnde wel lekker! Ik wil graag afsluiten door Klaas van den Doel en de zijnen te bedanken voor de nieuwe opzet van deze Nationale Food Nieuwjaarsbijeenkomst. Het ziet er fantastisch uit, deze bijeenkomst voorziet duidelijk in een grote behoefte. Ik hoop dat ik volgend jaar weer uitgenodigd wordt!

En ik wens u allen veel voorspoed, een gezonde concurrentie en veel consumentenguldens.


----

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie