Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Pronk (Vrom) over ondertekening protocol verzuring

Datum nieuwsfeit: 05-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

vrom0000.029 brief min vrom over ondertekening protocol verzuring, eut rofiering en ozonvorming

Gemaakt: 18-1-2000 tijd: 20:25


5

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 5 jan. 2000

Onderwerp:

Ondertekening protocol ter bestrijding van verzuring, eutrofiëring en ozonvorming op leefniveau

Geachte mevrouw de Voorzitter,

Woensdag 1 december heb ik in Gothenburg voor Nederland een nieuw protocol ondertekend onder het Verdrag betreffende Grensoverschrijdende Luchtverontreiniging over Lange Afstand». Dit Gothenburg-protocol wordt ook wel het Multi-effect, multi-pollutant» (M&M)-protocol genoemd, omdat maxima aan emissies voor vier stoffen in het jaar 2010 worden gesteld ter bestrijding van verzuring, eutrofiëring (stikstofdepositie) en schade aan de gezondheid en milieu door te hoge ozonconcentraties.

Door middel van deze brief wil ik u informeren over dit protocol, waarvan ik u de tekst als bijlage bij deze brief doe toekomen. De brief gaat achtereenvolgens in op:

de Economische Commissie voor Europa (ECE) van de Verenigde Naties en het Verdrag betreffende Grensoverschrijdende Luchtverontreiniging over Lange Afstand,

de wetenschappelijke basis onder het protocol,

de verplichtingen van het Gothenburg-protocol,

de gevolgen voor mens en milieu van het protocol,

de relatie met de EU-richtlijn Nationale emissieplafonds en

de nationale doelstellingen voor het thema verzuring.

Tenslotte ga ik nog kort in op de stand van zaken met betrekking tot de ratificatie van de protocollen inzake Zware Metalen» en Persistente Organische Stoffen», die door Nederland vorig jaar juni in Aarhus zijn ondertekend.

Economische Commissie voor Europa en het Verdrag betreffende Grensoverschrijdende Luchtverontreiniging over Lange Afstand

De Convention on Long-range Transboundary Air Pollution is in 1979 opgericht door de lidstaten van de Economic Commission for Europe (ECE). De ECE is een van de vijf regio's onder de Verenigde Naties.

Van de ECE zijn alle Europese landen lid alsmede de USA en Canada. Op dit moment zijn 45 lidstaten van de ECE Partij bij de Conventie. Het Gothenburg-protocol is het achtste protocol in 20 jaar. Na ondertekening dienen de ondertekenaars te zorgen voor opname van de verplichtingen in wet- en regelgeving. Wanneer 16 lidstaten een protocol hebben geratificeerd wordt het van kracht. Vanwege de relatie met het NMP4, waarop ik verderop in deze brief nog terugkom, zal ratificatie van het Gothenburg-protocol door Nederland op zijn vroegst in het jaar 2001 kunnen plaatsvinden.

Wetenschappelijke voorbereiding

Vijf jaar van voorbereiding heeft geleid tot een protocol, waarvoor Nederland zich bijzonder heeft ingespannen. In navolging van het «Tweede Zwavel protocol» van 1994 onder hetzelfde Verdrag is gewerkt met de zogenaamde «critical loads benadering». Daarbij wordt gebruik gemaakt van het «RAINS»-model van IIASA (International Institute for Applied Systems Analysis) in Oostenrijk. Het RAINS-model is een «integrated assessment» model waarin de gehele causale keten is opgenomen van emissies, maatregelen en kosten, verspreiding en «critical loads/levels». Critical loads en levels zijn die niveaus voor zure depositie, stikstofdepositie en ozonconcentraties die geen schadelijke effecten veroorzaken. Met behulp van het model kan worden berekend op welke wijze de gestelde doelen op een zo kosteneffectief mogelijke wijze (over het gebied van de UN/ECE als geheel) kunnen worden bereikt. De emissiereducties zijn dan ook per land verschillend en daarmee kunnen ook de kosten per land behoorlijk uiteenlopen. Het Gothenburg-protocol richt zich, zoals reeds gezegd, op het geïntegreerd bestrijden van drie effecten (verzuring, eutrofiëring en ozonvorming op leefniveau) en de vier voor deze effecten verantwoordelijke stoffen: zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH3) en Vluchtige Organische Stoffen (VOS). Dezelfde geïntegreerde benadering wordt in Nederland binnen het thema verzuring gevolgd. Voor ozon zijn doelen geformuleerd voor zowel gezondheids- als vegetatiebescherming. Vanwege het feit dat het hier gaat om 4 stoffen en 3 effecten en omdat het een groot gebied betreft is de wetenschappelijke voorbereiding erg complex geweest.

Verplichtingen van het Gothenburg-protocol

Het meest in het oog springend in het protocol zijn de nationale emissieplafonds voor het jaar 2010 die in de onderstaande tabel zijn weergegeven. In de onderhandelingen over de plafonds hebben veel landen bij het vastleggen van de emissieplafonds de haalbaarheid laten prevaleren boven de milieuambitie.

Nederland heeft zich in het protocol vastgelegd op de door de UN/ECE voorgestelde emissieplafonds voor SO2 en NOx, omdat die plafonds voor het jaar 2010 voldoende binnen bereik liggen. Voor VOS is niet het door de UN/ECE voorgestelde plafond (157 kton) geaccepteerd, omdat voor het halen van dat plafond een annex aan het protocol met verplichte produktmaatregelen noodzakelijk was. Over een dergelijke annex kon geen overeenstemming worden bereikt. Tenslotte heeft Nederland voor NH3 zich niet kunnen vastleggen op de door de UN/ECE voorgestelde 105 kton, maar op 128 kton omdat dit het verwachte emissieniveau is bij het uitvoeren van het maatregelenpakket ter uitvoering van de EU-Nitraatrichtlijn, met maximale inzet van emissie-bestrijdingsmaatregelen.

De emissieplafonds in het Gothenburg-protocol zijn een belangrijk onderdeel, maar het protocol bevat ook tal van eisen op het gebied van bestrijding van emissies voor de onderhavige stoffen, zoals het stellen van emissie-eisen, het gebruik van «Best Available Technologies» en dergelijke, alsmede verplichtingen op het gebied van onderzoek, kennisoverdracht etc.. Een overzicht van hetgeen in het protocol is opgenomen is gegeven in een tweede bijlage bij deze brief (Korte notitie bij het Protocol bij het Verdrag etc.).

Emissies en emissiedoelen voor Nederland (kton/jaar)


1980


1990


1997 Gothenburg-

protocol*


2010 NEC-

richtlijn**


2010 NMP3-

doelen


2010

SO2 482 202 124 50 50 56

NOx 588 596 471 266 238 120

NH3 234 232 151 128 104 54

VOS 579 505 340 191 156 117


*Opgenomen zijn de emissieplafonds (voor het jaar 2010) voor Nederland in het Gothenburg-protocol


**Opgenomen zijn de emissieplafonds (voor het jaar 2010), zoals die zijn voorgesteld in de concept-richtlijn Nationale emissieplafonds van de Europese Commissie

Gevolgen van de emissieredukties voor mens en milieu

In het protocol worden emissieplafonds vastgelegd voor de genoemde stoffen voor het jaar 2010. Afhankelijk van de stof gaat het ten opzichte van 1990 (basisjaar) om reducties in de orde van 15 tot 90 procent. In de onderstaande staafdiagram is te zien dat de Europese reducties enorm zijn, waardoor een aanzienlijke verbetering gehaald zal worden aan de effectenkant.

Emissiereducties in Europa als gevolg van het Gothenburg-protocol

Voor Nederland heeft het voor verzuring tot gevolg dat nog «slechts»
50 % van de ecosystemen een te hoge depositie ontvangen van zuur, terwijl in 1990 nog 90 % onbeschermd was. Europees gezien gaat de oplossing van het verzuringsprobleem voorspoediger dan in Nederland, waar hoge belasting op relatief gevoelige ecosystemen een rol speelt. Toch ziet het er naar uit dat in 2020, ook in Nederland, het verzuringsprobleem kan zijn opgelost. Voor eutrofiëring geldt dit nog lang niet. Het onbeschermde percentage van oppervlakte van ecosystemen tegen overbelasting door stikstofdepositie neemt in het jaar 2010 slechts af tot 90 procent in Nederland. Overal in Europa worden in
2010 de kritische depositieniveaus nog steeds ruimschoots overschreden. Wel wordt de mate van overbelasting enigszins teruggedrongen. Er is slechts een begin gemaakt met de oplossing.

Ook het ozonprobleem zal ons nog geruime tijd blijven achtervolgen. Overschrijding van duurzame niveaus voor humane gezondheid en vegetatie in Nederland zullen naar verwachting respectievelijk ruim 50 procent en 25 procent afnemen. Berekend is dat er door de vermindering van de ozon- en fijn stof concentraties (een aanzienlijk gedeelte van het fijn stof in de lucht is afkomstig van de emissies van de vier genoemde stoffen, het «secundaire aerosol») in Europa in 2010 ten opzichte van 1990 een afname van voortijdige sterfte plaatsvindt van
47.500 gevallen per jaar. Het aantal gewonnen levensjaren in Europa wordt geschat op 2,3 miljoen. De overschrijding van duurzame ozonniveaus voor de vegetatie zal in Europa in het jaar 2010 naar verwachting afnemen met 44 %.

De EU-richtlijn Nationale emissieplafonds

Binnen de EU wordt momenteel onderhandeld over een nieuwe richtlijn met nationale emissieplafonds («National Emission Ceilings (NEC) directive»). Tijdens de Milieuraad van 13 december 1999 is een concept-richtlijn voor nationale emissieplafonds opnieuw besproken. Het Europees Parlement heeft zich nog niet uitgesproken over deze richtlijn. Beslissingen zijn op zijn vroegst te verwachten tijdens het voorzitterschap van Portugal, de eerste helft van 2000. Binnen de UN/ECE en de EU worden de scenario's voor minder verzuring, vermesting en ozonvorming op dezelfde wetenschappelijk onderbouwde manier doorgerekend.

Zoals uit de tabel valt af te lezen liggen de door de Europese Commissie voorgestelde plafonds lager dan de plafonds in het Gothenburg-protocol. Hiermee wordt een grotere verbetering voor de gezondheid en het milieu nagestreefd. De meeste EU-lidstaten willen zich hierop nog niet vastleggen. Dit is de reden dat de Europese Commissie, die Partij is bij de Conventie, niet bij de eerste 26 ondertekenaars van het Gothenburg-protocol wilde behoren. Ook België, Spanje en enkele andere landen tekenden nog niet, voor sommige landen lagen hieraan procedurele redenen ten grondslag. De verwachting is dat zij het protocol spoedig zullen ondertekenen.

Nationale evaluatie van het verzuringsbeleid

De verplichtingen, die Nederland in internationaal verband aangaat, hebben natuurlijk een relatie met de nationale doelstellingen. De internationale verplichtingen vormen een bovengrens voor de nationale doelstellingen. Dit wil zeggen: de plafonds die het resultaat zijn van autonoom binnenlands beleid (zoals bijvoorbeeld beschreven in NMP3) liggen, behalve voor SO2, lager dan die welke zijn vastgelegd in de vorm van internationale verplichtingen.

Vier betrokken ministeries voeren op dit moment het project «Evaluatie van de doelstellingen voor het thema Verzuring» uit. Het resultaat daarvan, dat wil zeggen nieuwe doelstellingen voor het thema verzuring, wordt in het NMP4 vastgelegd. Tot die tijd blijven de huidige doelstellingen van het NMP3 van kracht. Met het vastleggen van emissieplafonds in het nieuwe UN/ECE-protocol of in een EU-richtlijn, wordt niet vooruitgelopen op de uitkomst van de nationale evaluatie. De nationale ambities kunnen, zoals blijkens NMP3 reeds het geval is, verder reiken dan de internationaal aanvaarde emissieplafonds. Beide internationale verplichtingen staan het voeren van een specifiek en verdergaand Nederlands beleid ook niet in de weg. De voorbereiding van de ratificatie van het Gothenburg-protocol wordt binnenkort ter hand genomen.

Ratificatie van beide Aarhus protocollen

De eerste vijf protocollen onder de Conventie zijn door Nederland geratificeerd en zijn door voldoende ratificaties reeds van kracht. Dit geldt niet voor de protocollen inzake «Zware Metalen» en Persistente Organische Stoffen». Deze protocollen zijn 9 september 1999 bij de Raad van State aanhangig gemaakt. Nadat het advies van de Raad van State is ontvangen zullen beide protocollen worden voorgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, waarna bij instemming ratificatie door Nederland kan volgen.

Hoogachtend,

de Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

J.P. Pronk

1. Tekst van het «Gothenburg»-protocol

2. Korte notitie bij het «Gothenburg»-protocol

3. Engelstalige brochure over de Conventie en het Gothenburg»-protocol

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie