Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag overleg commissie over Turks Koerdische asielzoekers

Datum nieuwsfeit: 11-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

19637000.494 vao beleid t.a.v. turks koerdische asielzoekers Gemaakt: 19-1-2000 tijd: 13:24

19637 Vluchtelingenbeleid

22181 De situatie in voormalig Joegoslavie

nr. 494 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 11 januari 2000

De vaste commissie voor Justitie<1> heeft op 16 december 1999 overleg gevoerd met staatssecretaris Cohen van Justitie over:

- de brief d.d. 8 december 1999 met toelichting op het gevoerde beleid aangaande Turks-Koerdische asielzoekers (Just-99-982);

- de brief d.d. 1 oktober 1999 over ambtsbericht Kosovo (19637/22181, nr. 480).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Turks-Koerdische asielzoekers

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Halsema (GroenLinks) dankte de staatssecretaris voor zijn bereidheid op zo korte termijn met de commissie van gedachten te wisselen over het opnieuw uitzetten van Turkse Koerden. Terugzending was deze zomer opgeschort na de alarmerende berichten over de dood van drie door Nederland uitgezette Turks-Koerdische dienstweigeraars. De opschorting was afhankelijk van een door het ministerie van Justitie uit te voeren onderzoek naar de dood van de drie. De staatssecretaris schrijft dat in het ambtsbericht van Buitenlandse Zaken wordt vermeld dat het onderzoek door de Turkse autoriteiten heeft geleid tot de conclusie dat de heer Aksoy op 12 juli 1999 zelfmoord heeft gepleegd. Ook de heer Çiçek is naar alle waarschijnlijkheid door zelfmoord om het leven gekomen. Naar de derde dode is geen onderzoek verricht, omdat de staatssecretaris moeite had met het vaststellen van diens identiteit, hetgeen mevrouw Halsema bevreemdde.

Mevrouw Halsema vroeg de staatssecretaris of hij bekend is met de Straatsburgse jurisprudentie van september 1998 en mei 1999 waaruit blijkt dat de Turkse autoriteiten geen valide en effectief onderzoek hebben verricht naar doodsoorzaken? Is de staatssecretaris bekend met de reactie van het internationaal secretariaat van Amnesty International op zijn brief van 8 december waarin wordt gesteld dat is gebleken dat in Turkije onderzoek naar en documentatie van verwondingen en de dood van gedetineerden en van hen die onder controle staan van officiële instanties inadequaat, misleidend of schaamteloos vervalst is? Is de staatssecretaris bekend met een op 27 augustus 1999 afgegeven statement van Amnesty International dat de familie van Aksoy heeft gelast de doodskist te openen, waarna bleek dat het lichaam zo verminkt was dat het onherkenbaar was? Is de staatssecretaris zich ervan bewust dat in het algemeen ambtsbericht dat hij op 8 december naar de Kamer heeft gestuurd, wordt gemeld dat medische rapporten soms door politiefunctionarissen worden vernietigd, dat artsen worden tegengewerkt of geïntimideerd en soms zelfs worden aangeklaagd en in hechtenis genomen; dat het regelmatig voorkomt dat artsen moeten meewerken aan de vervalsing van medische rapporten ter verdoezeling van marteling en dat de Turkse autoriteiten zich regelmatig distantiëren van beschuldigingen van marteling en foltering waardoor overtredingen worden onderzocht en dat veroordelingen nauwelijks voorkomen?

Hoe kan de staatssecretaris als hij van al deze feiten op de hoogte is, dan vaststellen dat het onderzoek door de Turkse autoriteiten waaruit zelfmoord blijkt en waarop hij zijn beslissing, uitzetting te hervatten baseert, onafhankelijk, onpartijdig en betrouwbaar is? Zijn de staatssecretaris de omstandigheden bekend waaronder de twee in de brief besproken Koerdische dienstweigeraars zelfmoord hebben gepleegd? Is hij het ermee eens dat juist de omstandigheden van de zogeheten zelfmoord bepalen of deze zonder druk van welke autoriteit dan ook is gepleegd?

Mevrouw Halsema zei zeer ongerust te zijn over de beslissing van de staatssecretaris, uitzetting te hervatten, vooral vanwege de bron waarop hij zich baseert. De Turkse overheid heeft een zeer slechte naam bij het uitvoeren van onderzoek naar de dood van degenen die zich onder hun verantwoordelijkheid bevinden. De Nederlandse regering mag zich bij de beslissing terugzending te hervatten, niet enkel verlaten op de officiële reactie van de autoriteiten die in eerste instantie werden ontvlucht. Mevrouw Halsema voelde zich daarin gesteund door de commissie-Wijnholt die stelt dat ambtsberichten gebaseerd moeten zijn op betrouwbare bronnen. Een feit moet zelfs gebaseerd zijn op twee onafhankelijke, gezaghebbende bronnen. De rechtseenheidskamer heeft bovendien bepaald dat bij individuele ambtsberichten het ministerie van Justitie een controlerende taak heeft en de conclusie van een ambtsbericht nooit klakkeloos mag overnemen, maar onderzoek moet doen naar de achterliggende stukken die de basis vormen voor die conclusie. Nu het ministerie van Buitenlandse Zaken de officiële Turkse reactie overneemt en deze niet lijkt te hebben afgezet tegen de diametraal hierop staande uitspraak van Amnesty International en het Straatsburgse Hof had het ministerie van Justitie inzage moeten vragen in de stukken waarop de Turkse overheid haar standpunt baseert. De brief van de staatssecretaris stelde mevrouw Halsema niet gerust. Zij maakte zich zorgen over het lot van de Turks-Koerdische dienstweigeraars die nu weer uitgezet zullen worden. Bij het ontbreken van voldoende betrouwbaar onderzoek, waarbij gebruikmaking van de informatie van onafhankelijke mensenrechtenorganisaties voor haar een voorwaarde is, verzocht zij de staatssecretaris dringend, de uitzetting van de dienstweigeraars opnieuw op te schorten totdat een onafhankelijk onderzoek voorhanden is en totdat de Kamer een ambtsbericht heeft bereikt dat ook handelt over de situatie van dienstweigeraars in Turkije, zoals de staatssecretaris heeft toegezegd in antwoord op schriftelijke vragen van haar fractie.

De heer Wijn (CDA) sloot zich aan bij de vragen van mevrouw Halsema, maar niet bij haar conclusie. De heer Wijn verzocht de staatssecretaris uiteen te zetten of hij verschil ziet in de eisen, voorwaarden en de totstandkoming van een individueel ambtsbericht versus een algemeen ambtsbericht.

De heer Rouvoet (RPF) sloot zich aan bij de vragen van de voorgaande sprekers met name bij de vragen naar de kwaliteit van het Turkse onderzoek, de opvatting van de staatssecretaris daarover en naar de eigen verantwoordelijkheid van Nederland voor het verrichten van eigen onderzoek en eigen ambtsberichten.

De heer De Wit (SP) verzocht de staatssecretaris het bericht te bevestigen dat België en Engeland op dit moment geen Koerden uitzetten naar Turkije. Wat is het oordeel van de staatssecretaris over het Duitse systeem voor de Koerden, namelijk het vragen van garantie dat niet vervolgd zal worden?

De heer De Wit verwees naar de jurisprudentie van het Hof in Straatsburg dat twijfels heeft bij de rapportage, met name over de doodsoorzaak. In de zaak van de twee Koerden die zelfmoord zouden hebben gepleegd, heeft geen autopsie plaatsgevonden. De indruk bestaat dat de Nederlandse overheid in het ambtsbericht alleen is afgegaan op de Turkse rapportage. Is die rapportage, gezien de visie van het Hof in Straatsburg, toereikend om daarop een oordeel te baseren over de ware doodsoorzaak? Is het in zijn algemeenheid verantwoord Koerden terug te sturen? UNHCR wijst niet alleen op de risico's voor dienstweigeraars in Turkije, maar ook voor mensen van wie men vermoedt dat zij banden hebben met de PKK. Ook Amnesty International plaatst vraagtekens bij de situatie in Turkije, met name voor de Turkse Koerden.

De heer De Wit wees erop dat het ambtsbericht zelf in de samenvatting een beeld schetst van de onveilige situatie in Turkije. Is het beeld van Turkije zodanig dat in alle objectiviteit ervan uitgegaan kan worden dat het verantwoord is Koerden terug te sturen? Hij zag voldoende redenen voor de Nederlandse overheid zelfstandig fundamenteel onderzoek te doen naar de veronderstelde zelfmoorden, maar ook naar de situatie in het algemeen.

De heer Hoekema (D66) merkte op dat de brief van de staatssecretaris van 8 december, waarin hij aankondigt weer tot uitzetting van Koerden over te gaan qua argumentatie en bewijsvoering wel erg summier is. Het behelst een onderwerp met een omineus verleden; veel zelfmoorden van Turkse dienstplichtigen bleken geen zelfmoorden te zijn. Heeft de staatssecretaris zich bij zijn besluit geheel verlaten op berichtgeving van Turkse zijde over de doodsoorzaak van de heer Aksoy of heeft hij geprobeerd inzage in de documentatie te krijgen dan wel verificatie van de documenten via een onafhankelijke bron? De heer Hoekema sloot zich aan bij de vragen over het vaststellen van de identiteit van de derde persoon. In het ambtsbericht wordt gewag gemaakt van het feit dat medische rapporten nogal eens worden vernietigd door politiefunctionarissen en dat artsen worden geïntimideerd. Heeft de staatssecretaris daarop commentaar? Is het mogelijk de bronnen en de codeberichten van Buitenlandse Zaken ter vertrouwelijke kennisneming aan de Kamer voor te leggen?

De positie van de Koerden in Turkije is in beweging. De wapenstilstand na de inhechtenisneming van de heer Öcelan wordt gerespecteerd. Volgens een bericht van de UNHCR is het niet voor 100% zeker dat personen die worden verdacht van sympathie voor de Koerdische zaak of de PKK zich volstrekt veilig in Turkije kunnen vestigen dan wel een binnenlands vluchtalternatief hebben. Dit bericht dateert van begin
1999. Is er inmiddels een nieuwe positiebepaling van de UNHCR, met name in het licht van de veranderingen in de algemene politieke situatie in Turkije?

De heer Kamp (VVD) memoreerde dat er zijns inziens veel mis is bij het vreemdelingen- en asielbeleid, waaronder de terugkeer van afgewezen asielzoekers en de uitzetting van illegalen. Het terugkeerbeleid is weinig daadkrachtig, niet consistent en weinig effectief. Daardoor is in 1998, hoewel het aantal asielzoekers sterk steeg, het aantal verwijderingen sterk gedaald. De Kamer heeft een aantal aanscherpingen aangebracht in de terugkeernotitie. Hij hoopte dat inmiddels de projectorganisatie functioneert, zodat het aangescherpte beleid vanaf
1 januari 2000 in praktijk kan worden gebracht.

De heer Kamp merkte op dat de aanleiding voor het opschorten van de uitzetting van Turkse Koerden destijds onvoldoende was. Het besluit tot opschorting week bovendien af van de meeste andere EU-landen. Afwijkingen op dit terrein hebben direct ongewenste effecten op de toestroom van mensen naar een bepaald land. Een schoolvoorbeeld is het afwijkende beleid voor Angola. Per hoofd van de bevolking kwamen tien à vijftien keer meer Angolezen naar Nederland dan naar Frankrijk en Duitsland.

De staatssecretaris heeft nu uit vijf individuele ambtsberichten en het algemene ambtsbericht de conclusie getrokken dat de aanleiding voor de opschorting onvoldoende was en wil de uitzetting hervatten. De heer Kamp concludeerde echter dat de uitzetting niet opgeschort had mogen worden. Hij verzocht de staatssecretaris in de toekomst uitzetting pas op te schorten als is gebleken dat informatie op grond waarvan asielverzoeken worden beoordeeld, onjuist is geweest. Nederland dient bij besluiten tot opschorting van uitzettingsbeleid niet uit de pas met andere EU-landen te lopen. Hoewel het beleid in de EU niet eenduidig is en tien landen uitzetting naar Turkije hebben gecontinueerd, is de hoofdlijn wel duidelijk, namelijk uitzetting. Wat was precies de aanleiding tot de opschorting? Van hoeveel Turkse Koerden is de uitzetting opgeschort? Hoeveel Turkse Koerden zijn sindsdien illegaal aangetroffen of hebben asiel gevraagd?

De Nederlandse regering heeft een ambtsbericht opgesteld over Turkije. Worden dergelijke ambtsberichten door ieder EU-land afzonderlijk gemaakt? Wordt steeds dezelfde algemene informatie verzameld? Zouden deze ambtsberichten niet binnen het verband van de EU gezamenlijk moeten worden gemaakt?

De heer Middel (PvdA) merkte op het besluit tot opschorting van uitzetting zeer verstandig te vinden. Hoewel hij voorstander is van een stringent terugkeerbeleid, is terugkeer alleen mogelijk als de Nederlandse regering dat verantwoord acht. Bij twijfel dient dat dus niet te gebeuren. Op grond van de uitvoerige rapportage leek het de heer Middel verantwoord het terugsturen te hervatten.

Het antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris verklaarde in juli te hebben besloten de uitzetting op te schorten op basis van zowel Turkse als Nederlandse krantenberichten dat een van degenen die was uitgezet, vermoord zou zijn. Via het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft hij daarnaar een onderzoek laten doen, waaruit bleek dat niet moest worden uitgesloten dat het bericht op waarheid berust. De Turkse autoriteiten hebben volop aan dat onderzoek meegewerkt. Mede op grond van berichten van de ambassade in Turkije heeft hij besloten de uitzettingen op te schorten.

Op basis van de afspraken gemaakt in de commissie-Wijnholt zijn de individuele ambtsberichten niet alleen gebaseerd op hetgeen de Turkse autoriteiten naar voren brengen. In beginsel moeten er voor een individueel ambtsbericht twee onafhankelijke bronnen zijn. Het individuele ambtsbericht over de heer Aksoy is dus niet alleen gebaseerd op hetgeen de Turkse autoriteiten naar voren hebben gebracht, maar ook op berichten van de vertrouwensadvocaat en mensenrechtenorganisaties. De Nederlandse ambassade heeft op verzoek van de staatssecretaris daarnaar onderzoek gedaan en verschillende organisaties gehoord. Al deze gegevens hebben geleid tot het ambtsbericht dat hij heeft ontvangen. De juiste toedracht zal nooit te achterhalen zijn, aangezien de betrokkene niet meer leeft. Het onderzoek naar de heer Çiçek is nog niet afgerond. Over enkele andere teruggestuurde personen zijn ook individuele ambtsberichten verschenen, waaruit blijkt dat zij geen bijzondere gevolgen hebben ondervonden na hun terugkeer in Turkije. Bij het opstellen van individuele ambtsberichten speelt de Nederlandse ambassade een centrale en coördinerende rol.

Desgevraagd antwoordde de staatssecretaris dat hij zelf een aantal codes heeft gezien die betrekking hebben op de zaak van de twee overleden Turken. Het ministerie van Justitie volgt dus de aanbevelingen van de rechtseenheidskamer. Het medische onderzoek van de Turkse autoriteiten heeft hij niet gezien. Het is niet mogelijk de individuele bronnen en codes ter vertrouwelijke kennisneming van de Kamer te overhandigen. Dat hangt samen met het feit dat afgegaan moet worden op de beoordeling van vertrouwenslieden. Zij geven die beoordeling vaak in buitengewoon moeilijke omstandigheden. De staatssecretaris verzocht de Kamer in dezen op zijn professionele oordeel te vertrouwen.

De omstandigheden waaronder de zelfmoord heeft plaatsgevonden, waren voor de staatssecretaris mede reden voor zijn conclusie. De betrokkene is na zijn terugkeer en nadat hij in dienst moest, voor een basistraining in een kazerne geplaatst die in Turkije bekend staat als een lichte plaatsing. De betrokkene is dus niet geplaatst in een kazerne met een buitengewoon streng regime.

De staatssecretaris onderstreepte dat het bericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken is gebaseerd op verschillende oordelen. Op grond daarvan en in het licht van de ontwikkelingen die de afgelopen maanden in Turkije en in relatie tussen Turkije en de EU hebben plaatsgevonden, is het niet langer noodzakelijk de uitzetting van Turkse Koerden verder op te schorten, uiteraard met inachtneming van het feit dat ieder individueel geval op de eigen merites moet worden beoordeeld. Het gaat om mensen die een asielaanvraag hebben gedaan en zijn uitgeprocedeerd.

De staatssecretaris merkte op dat individuele ambtsberichten ten minste op twee bronnen gebaseerd moeten zijn. Een van die bronnen is meestal een vertrouwensadvocaat. Het is moeilijk over die gegevens veel naar buiten te brengen. Bij algemene ambtsberichten wordt in beginsel gebruik gemaakt van openbare bronnen. Als er sprake is van verschillen tussen de openbare bronnen, probeert het ministerie van Buitenlandse Zaken daarvoor een verklaring te geven. Die verklaring wordt ook in het ambtsbericht opgenomen. Als de openbare bronnen en de eigen waarnemingen van elkaar verschillen, wordt dat eveneens aangegeven in het ambtsbericht of er wordt een afweging gemaakt over de betrouwbaarheid van de openbare bronnen. Dat is in lijn met hetgeen de commissie-Wijnholt daarover naar voren heeft gebracht.

De staatssecretaris constateerde dat er geen sprake is van één Europees uitzettingsbeleid. Zolang er officieel niet een beleid is, dient Nederland daarin een eigen positie in te nemen en te bepalen op basis van de gegevens die voorhanden zijn. Veel Europese landen zetten Turkse Koerden uit, een paar doen het niet. De redenen waarom dat gebeurt, moeten wel in de eigen nationale context worden beoordeeld. Engeland zet niet uit in afwachting van een rechterlijke uitspraak. België zet bijna niet uit op grond van de problemen een paar maanden geleden bij een uitzetting.

De staatssecretaris antwoordde de gegevens over de aantallen niet-uitgezette Turkse Koerden niet paraat te hebben. Hetzelfde geldt voor de sinds juli aangetroffen aantallen illegale Turken en voor degenen die asiel hebben aangevraagd. Hij zegde toe deze vragen zo mogelijk schriftelijk te beantwoorden. Dat geldt zonder meer voor het aantal asielaanvragen.

Over een gezamenlijk opgesteld Europees ambtsbericht merkte de staatssecretaris op dat in Tampere is afgesproken inzake een aantal landen gezamenlijk op te trekken. Dit kan er op den duur toe leiden dat er gezamenlijke Europese ambtsberichten komen. Zover is het nog niet. Sommige landen maken helemaal geen ambtsbericht. Andere landen doen dat wel en stellen daaraan eigen eisen. Bij het samenstellen van die ambtsberichten wordt wel degelijke samengewerkt door de verschillende landen.

Nadere gedachtewisseling

Het bevreemdde mevrouw Halsema (GroenLinks) dat de conclusies van de geconsulteerde mensenrechtenorganisaties niet bekend zijn of bekend worden gemaakt, aangezien andere mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International, concluderen dat het in de zaak van deze Turkse Koerden waarschijnlijk om moord gaat. Het verbaasde mevrouw Halsema eveneens dat de staatssecretaris het medisch onderzoek niet heeft gezien. Is het bekend of er officiële functionarissen bij de zelfmoord aanwezig waren?

Mevrouw Halsema zei niet overtuigd te zijn van de grondigheid van het onderzoek. Zij verzocht de staatssecretaris derhalve de ambtsberichten ter vertrouwelijke inzage aan de Kamer voor te leggen. De Kamer moet uiteraard even discreet met deze gegevens omgaan als de staatssecretaris zelf. Zij handhaafde haar verzoek uitzetting op te schorten totdat er grondig en betrouwbaar onderzoek is gedaan en er een ambtsbericht is over de situatie van de dienstplichtigen. De staatssecretaris heeft deze zomer gezegd dat het bewuste ambtsbericht er binnen enkele maanden zou zijn. Waarom is het er nog niet?

Hoewel de staatssecretaris de Kamer vraagt op zijn oordeel te vertrouwen, merkte mevrouw Halsema een verschil in interpretatie op van de gebeurtenissen.

De heer Wijn (CDA) zei gerustgesteld te zijn door het antwoord van de staatssecretaris dat bij ambtsberichten altijd meer dan een bron wordt geraadpleegd. Terecht vraagt de staatssecretaris om vertrouwen in zijn oordeel en in zijn capaciteit om de diverse bronnen te wegen.

Inzake dienstplichtigen die niet in aanmerking komen voor een asieltitel vroeg de heer Wijn of het voorkomt dat dienstplichtigen gedwongen worden tot handelingen die in strijd zijn met het volkenrecht. Wordt er wel asiel verleend op grond van artikel 1f van het Vluchtelingenverdrag aan dienstweigeraars?

Op schriftelijke vragen van mevrouw Karimi en mevrouw Halsema in juni
1999 heeft de staatssecretaris geantwoord dat het uitgangspunt is en blijft dat alleen personen over wier veiligheid na terugkeer geen twijfel bestaat, naar hun land van herkomst zullen worden teruggestuurd. De omschrijving "geen twijfel" blijkt voor meerdere interpretaties vatbaar te zijn. Hoe wordt het begrip twijfel of geen twijfel door de staatssecretaris geïnterpreteerd?

De heer Rouvoet (RPF) merkte op dit een debat op het randje te vinden. Er bestaat een grote spanning tussen toetsing en controle van het beleid van een staatssecretaris of het kabinet en het willen meekijken en toetsen vanuit een oprechte betrokkenheid in individuele gevallen. Het valt buiten de controlerende taak van de Kamer om precies te willen weten wat de staatssecretaris in individuele gevallen wel of niet onder ogen heeft gehad. De staatssecretaris moet worden gecontroleerd op het beleid dat hij voert en niet op handelingen die hij achter zijn bureau verricht. De heer Rouvoet verklaarde bezwaar te hebben tegen inzage door de Kamer van vertrouwelijke stukken die ten grondslag liggen aan een individueel ambtsbericht. Als de Kamer de weging van de Turkse autoriteiten, de vertrouwensadvocaat en mensenrechtenorganisaties anders interpreteert, gaat zij over het randje, omdat zij dan het werk van de staatssecretaris in een individueel geval overdoet.

Desgevraagd antwoordde de heer Rouvoet dat de Kamer in het debat over de uitzetting van de familie Gümüs van oordeel was dat er niet over individuele gevallen gesproken behoort te worden. Dat dit destijds wel is gebeurd, kwam omdat deze familie een speelbal van de politiek was geworden.

De heer Rouvoet betuigde opnieuw zijn steun aan de beslissing van de staatssecretaris om in juli de uitzetting op te schorten. Eigen justitieel onderzoek in Turkije is niet eenvoudig. Daarom is het moeilijk zelf de oordelen van verschillende bronnen te wegen. Hij tekende dan ook geen bezwaar aan tegen de beslissing, de opschorting ongedaan te maken.

De heer De Wit (SP) verzocht de staatssecretaris de Kamer te informeren als het onderzoek naar de heer Çiçek is afgerond.

Volgens pag. 66 van het ambtsbericht is er reden te twijfelen aan de objectiviteit van medische rapportages in Turkije. Als Nederland niet in staat is de zaak zelf grondig te controleren, dient daarbij het nodige voorbehoud te worden gemaakt.

Hoe beoordeelt de staatssecretaris de huidige situatie? Wat vindt hij van de opvatting van UNHCR en Amnesty International? Leidt hem dat toch tot de conclusie dat uitzetting verantwoord is?

De heer Hoekema (D66) vroeg de staatssecretaris wanneer de herziening van het ambtsbericht van 1996 gereed zal zijn.

Er moet onderscheid gemaakt worden tussen uitzetting naar Angola of naar Turkije. Inzake Angola kan een discussie gevoerd worden over de veiligheid ter plaatse, terwijl het beleid inzake terugzending naar Turkije in hoge mate is gebaseerd op enkele individuele gevallen. Omdat deze beleidswijziging is gebaseerd op individuele gevallen verzocht de heer Hoekema om vertrouwelijke inzage van de stukken die aan het ambtsbericht ten grondslag liggen.

De heer Kamp (VVD) merkte op dat 20% van de bevolking in Turkije van Turks-Koerdische afkomst is en in een arme streek woont, waardoor een sterke neiging tot economische migratie bestaat. Er is dan ook alle reden de asielverzoeken van Turkse Koerden goed te beoordelen. Hij steunde het beleid van de staatssecretaris terzake.

In Europees verband is inmiddels de conclusie getrokken dat Turkije in aanmerking komt voor het lidmaatschap van de Europese Unie. Er is dus sprake van ontwikkelingen op dat terrein. De heer Kamp herhaalde zijn stelling dat het onjuist is geweest uitzetting van Turkse Koerden op te schorten onder verwijzing naar blz. 61 van het algemene ambtsbericht.

De heer Middel (PvdA) concludeerde dat er spanning bestaat tussen het beleid en de uitvoering van het beleid. De Kamer heeft op beide gebieden een taak, maar moet vooral met het laatste terughoudend zijn. Als er nieuwe informatie is of als er aanwijzingen zijn dat er dingen zijn misgegaan, heeft de Kamer de plicht die aan de orde te stellen.

De heer Middel zag geen enkele reden terug te komen van de hervatting van uitzetting.

De staatssecretaris deelde mee het ambtsbericht over dienstplichtigen over twee à drie maanden te verwachten. De vereiste zorgvuldigheid maakt dat daarvoor in verhouding veel tijd nodig is. Hij zegde toe de vraag of dienstplichtigen gedwongen worden in strijd met het Volkenrecht te handelen, te verwerken in het ambtsbericht over dienstplichtigen.

Om te bepalen of er geen twijfel is over een veilige terugkeer moet onderscheid gemaakt worden tussen de individuele en de algemene omstandigheden. Dit moet worden bepaald op grond van de feiten en omstandigheden in individuele gevallen en afgezet worden tegen het beleid dat door de Nederlandse overheid ten opzichte van een land is vastgesteld. Daarbij wordt uiteindelijk ook het oordeel van de onafhankelijke rechter betrokken. Absolute zekerheid of de veiligheid in het land in individuele gevallen altijd gewaarborgd is, kan niet gegeven worden. De staatssecretaris benadrukte dat bij twijfel het individuele geval nader bekeken moet worden, hetgeen hij heeft gedaan. Als uit krantenberichten opgemaakt kan worden dat er meer aan de hand zou kunnen zijn, ook als blijkt dat later niet het geval te zijn, is er alle reden om, zoals in dit geval, uitzetting op te schorten.

De staatssecretaris memoreerde dat de feiten over de omstandigheden van de heer Gümüs volstrekt helder waren. Het debat ging destijds over de vraag welke conclusies aan die feiten verbonden moeten worden. In het geval van de Turks-Koerdische asielzoekers gaat het om de vraag wat precies de feiten zijn en wie deze in een individueel geval beoordeelt. Hij benadrukte dat het zijn taak is die feiten te beoordelen op basis van hem bekende gegevens die voor een deel vertrouwelijk zijn en dat ook zullen blijven. De staatssecretaris was niet bereid in dit soort gevallen over te gaan tot een vertrouwelijke inzage aan de Kamer, onder andere omdat er gegevens bij betrokken zijn die afkomstig zijn van een bron in een ander land die onder omstandigheden niet bereid is die gegevens te verstrekken als die doorgeleid worden. Tot het anonimiseren van gegevens wilde hij niet overgaan. Het is zijn verantwoordelijkheid de individuele omstandigheden zo goed mogelijk te beoordelen.

De staatssecretaris zegde toe dat zodra het onderzoek in de zaak-Çiçek is afgerond, hij dat aan de Kamer zal berichten. Hoe hij de huidige situatie in Turkije beoordeelt, blijkt uit het feit dat hij weer wil overgaan tot uitzetting.

Ambtsbericht Kosovo

De heer Kamp (VVD) memoreerde het afwijkende standpunt van zijn fractie over de opvang van vluchtelingen uit Kosovo. Voor hen had een aparte wettelijke voorziening getroffen moeten worden, inhoudende opvang, geen toegang tot juridische procedures en terugkeer na beëindiging van de vijandelijkheden.

Over het aantal Kosovaren zijn misverstanden gerezen. De heer Kamp had tijdens het vorige overleg begrepen dat het gaat om 19.000 Kosovaren, waarvan 10.000 al eerder naar Nederland zijn gekomen. 5000 zijn op eigen initiatief naar Nederland gekomen ten tijde van de crisis en hebben een voorlopige vergunning tot verblijf (VVTV). 4000 mensen zijn opgehaald en hebben ook een VVTV gekregen. Betreft het 9000 VVTV'ers waarvan er op 1 oktober 2300 zijn teruggekeerd? Verblijft de rest nog in Nederland?

De staatssecretaris heeft de Kamer op 16 juli geïnformeerd dat het kabinet heeft besloten, de verruiming van het visumbeleid te beëindigen, evenals het VVTV-beleid voor etnisch Albanezen uit Kosovo. Is het juist dat deze besluiten niet zijn geëffectueerd, omdat de Kamer er nog niet over heeft gesproken? Wordt om die reden nog steeds het verruimde visumbeleid gehanteerd? Zijn er nog steeds VVTV's verstrekt en niet ingetrokken? Hoeveel aanvragen van Kosovaren zijn sinds 16 juli in behandeling genomen op basis van het beleid dat volgens het kabinet al beëindigd had moeten worden? De heer Kamp drong erop aan dat de Kamer zich uitspreekt het eens te zijn met het beleidsvoornemen van het kabinet, zodat er een einde komt aan het verruimde visumbeleid, er geen VVTV's meer worden verstrekt aan Kosovaren en dat alle reeds verleende VVTV's worden ingetrokken.

Over het ambtsbericht over Kosovo merkte de heer Kamp op dat het de Kamer is aangeboden met de opmerking dat op grond daarvan de inhoudelijke behandeling van asielverzoeken ter hand wordt genomen. Hij herinnerde eraan al vele malen bepleit te hebben dat het kabinet uit ieder algemeen ambtsbericht heldere conclusies trekt op basis waarvan een efficiënte beleidsuitvoering mogelijk is. Welke conclusies heeft het kabinet getrokken uit dit ambtsbericht?

De heer Kamp verzocht de staatssecretaris een overzicht te maken van de aantallen Kosovaren die naar Nederland zijn gekomen, die zijn vertrokken en die in procedure zijn.

De heer Middel (PvdA) meende dat het gaat om 15.000 Kosovaren die al in Nederland in procedure waren voordat de vijandelijkheden begonnen. Daarnaast zijn er mensen op eigen initiatief gekomen en heeft Nederland mensen uitgenodigd.

De heer Middel had begrepen dat de terugkeer gefaseerd zou plaatsvinden. De mensen die terug kunnen, gaan terug. Dat moet ook gestimuleerd worden. Mensen die daaraan nog niet toe zijn, omdat zij getraumatiseerd of ziek zijn of geen plek hebben om naar terug te keren, mogen nog even blijven. Mensen die echt niet terug kunnen keren, krijgen op den duur een definitieve verblijfstitel. Dit is overeenkomstig het beleid, waarin geen verandering moet worden aangebracht.

Wel was het de heer Middel opgevallen dat van de grote aantallen mensen die in Macedonië en Albanië hebben verbleven, meer dan 90% is teruggekeerd. Vooralsnog ging hij ervan uit dat de twee categorieën mensen die het laatst naar Nederland zijn gekomen, op het moment dat dit mogelijk is, teruggaan.

De heer Hoekema (D66) meende dat het om 4000 uitgenodigde Kosovaren gaat en een aantal dat op eigen initiatief is gekomen. De overige Kosovaren moeten in een andere categorie worden geplaatst. Kan de staatssecretaris duidelijkheid hieromtrent scheppen?

Hoe staat het met de uitstroom uit Macedonië en Albanië? Hij steunde de terugkeer van Kosovaren naar de eigen regio. Hoeveel zijn er inmiddels vanuit Nederland teruggekeerd? In individuele gevallen dient een uitzondering te worden gemaakt.

Mevrouw Halsema (GroenLinks) steunde het streven van de regering de terugkeer van de Kosovaren zo spoedig mogelijk, maar wel verantwoord te doen plaatsvinden. De staatssecretaris ziet geen aanleiding het VVTV-beleid voort te laten bestaan. Zij toonde begrip voor het besluit aanvragen om toelating inhoudelijk te behandelen. Wel vroeg zij zich af, na kennis te hebben genomen van het ambtsbericht, of intrekking dan wel het niet meer verlenen van VVTV's voor enkele bijzondere groepen niet te vroeg is. Waarom heeft de staatssecretaris besloten, de VVTV's in te trekken? Hij had ook kunnen besluiten, de VVTV's niet te verlengen, waardoor hij had kunnen voorkomen dat er procedures gevoerd worden. Het VVTV-beleid had dan kunnen voortduren tot na de winter. UNHCR heeft erop gewezen dat voortzetting van het VVTV-beleid voor enkele bijzondere groepen, zoals alleenstaande ouders, alleenstaande kinderen, gehandicapten en zieken, families van gemengde etnische afkomst wenselijk te vinden. Hoe denkt de staatssecretaris daarover? Wordt de VVTV voor deze bijzondere groepen ook ingetrokken? Moet er in de asielprocedure voor deze groepen bijzondere aandacht zijn?

De heer De Wit (SP) verzocht de staatssecretaris uiteen te zetten welke consequenties hij trekt uit het intrekken van de VVTV's. Gaat hij over tot uitzetting, ook in de winterperiode? Kan de staatssecretaris inzicht geven in de aantallen? Hoeveel Kosovaren hebben asiel aangevraagd en zijn toegelaten tot de asielprocedure?

De heer Rouvoet (RPF) merkte op dat gezien de afspraak met de staatssecretaris dat er geen beleidswijziging wordt doorgevoerd, zolang daar niet met de Kamer over gedebatteerd is, een dergelijk debat niet onnodig lang op zich mag laten wachten. Hij ging ervan uit dat op grond van die afspraak nog niet is overgegaan tot beëindiging van het visum- en VVTV-beleid. Hij steunde het beleidsvoornemen van de staatssecretaris om het verruimde VVTV-beleid te beëindigen, gezien de gewijzigde situatie en de wens van velen om terug te keren. Het ambtsbericht van augustus meldt dat 760.000 Albanese Kosovaren zijn teruggekeerd. Wat zijn de huidige aantallen? Wordt bij de terugkeer rekening gehouden met de winterperiode en met huisvesting?

De heer Wijn (CDA) verzocht de staatssecretaris mee te delen of het aangekondigde beleid al dan niet is geëffectueerd. Aangezien de Kamer veranderingen in het VVTV-beleid eerst moet bespreken, dient nagedacht te worden over de snelheid waarmee zij zaken agendeert. Hij sloot zich aan bij de vragen om de juiste getallen.

In de brief van de staatssecretaris wordt gesproken over vrijwillige terugkeer. De heer Wijn bevestigde voorstander te zijn van begeleide terugkeer. Hij wees op een krantenbericht dat meldt dat volgens de Contactraad Albanezen onder de asielzoekers veel mensen uit Albanië en Macedonië zijn die zogenaamd hun documenten zijn kwijtgeraakt? Is dat de staatssecretaris bekend? Is getracht de identiteit vast te stellen van de mensen die hier op uitnodiging zijn gekomen?

De heer Wijn verzocht de staatssecretaris de gang van zaken te evalueren, zodat daaruit lessen kunnen worden getrokken voor de toekomst.

Het antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris antwoordde dat op dit ogenblik ongeveer 12.000 asielzoekers afkomstig uit de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) in procedure zijn. Er wordt geen onderscheid gemaakt naar de verschillende groepen daarin. Ongeveer 80% van hen is afkomstig uit Kosovo. Dat zijn er dus iets minder dan 10.000.

Sinds 16 juli worden er geen VVTV's meer gegeven. Het verruimde visumbeleid is vanaf dat moment niet meer gevolgd. Niet geëffectueerd is de wijze waarop met verleende VVTV's is omgegaan. Daarvoor is dit debat van belang.

De conclusie die uit het ambtsbericht wordt getrokken is dat de VVTV's worden ingetrokken en dat als dat nodig is de zaken op hun individuele merites beoordeeld zullen worden. Er wordt dan gekeken of er aanleiding is in individuele gevallen een A-status of een humanitaire status te verlenen, waarbij het in de rede ligt, toegespitst op individuele gevallen, onderscheid te maken tussen Albanese Kosovaren, Servische Kosovaren en Roma. Dit ambtsbericht strekt ertoe rekening te houden met die verschillen. De bedoeling van de oorlog in Kosovo was een samenleving tot stand te brengen die niet alleen uit Albanese Kosovaren bestaat. Nadrukkelijk zal worden bekeken of er voor de anderen ook mogelijkheden zijn om terug te keren.

Op het ogenblik zijn ongeveer 2300 Kosovaren die behoren tot de uitgenodigde vluchtelingen, zelfstandig teruggekeerd. Er is dus sprake van een gefaseerde aanpak van de terugkeer. Gedwongen terugkeer is nog niet overwogen. Men zal dan uitgeprocedeerd moeten zijn. Het is misschien beter te spreken over gefacilieerde terugkeer, gezien de hulp die geboden wordt. In december zal nog een groepje van 50 mensen terugkeren.

Om verschillende redenen kunnen sommigen nog niet terugkeren. Een belangrijke reden is gebrek aan huisvesting dan wel medische overwegingen. Vanaf januari wordt de gefacilieerde terugkeer voortgezet. De staatssecretaris verwachtte dat velen daaraan gehoor zullen geven en het komende halfjaar zullen terugkeren.

Volgens de gegevens van de UNHCR van 15 november bevinden zich nog
11.000 Albanese Kosovaren in Macedonië en nog 3500 in Albanië. De terugkeer vanuit Nederland is vergelijkbaar met die uit andere landen die ook evacués hebben opgenomen.

De staatssecretaris verwachtte binnen enkele maanden de actualisering van het ambtsbericht over Kosovo. Hij verwachtte eveneens een ambtsbericht over de FRJ.

De staatssecretaris zegde toe de gang van zaken te zullen evalueren.

De staatssecretaris zei er vrij zeker van te zijn dat de uitgenodigde vluchtelingen niet opzettelijke hun documenten zijn kwijtgeraakt, gezien de werkwijze die de Nederlandse afvaardiging ter plekke heeft gevolgd in samenwerking met de UNHCR. Tussen de vluchtelingen zitten ongetwijfeld mensen die niet uit Kosovo afkomstig zijn. Dit zal op de gebruikelijke manier door de IND worden beoordeeld.

De staatssecretaris zegde toe om alle verwarring over aantallen te vermijden een overzicht op schrift te stellen van de mensen uit de FRJ, met inbegrip van de Kosovaren, die naar Nederland zijn gekomen, die zijn teruggekeerd en die nog in procedure zijn en dit overzicht aan de Kamer te doen toekomen.

De voorzitter van de commissie,

Van Heemst

De griffier van de commissie,

Pe

1 Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), Biesheuvel (CDA), Swildens-Rozendaal (PvdA), Kalsbeek (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Zijlstra (PvdA), Apostolou (PvdA), Middel (PvdA), Van Heemst (PvdA), voorzitter, Dittrich (D66), ondervoorzitter, Rabbae (GroenLinks), Rouvoet (RPF), Van Oven (PvdA), O.P.G. Vos (VVD), Van Wijmen (CDA), Patijn (VVD), De Wit (SP), Ross-van Dorp (CDA), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Halsema (GroenLinks), Weekers (VVD), Van der Staaij (SGP), Wijn (CDA), Brood (VVD)

Plv. leden: Balkenende (CDA), Verhagen (CDA), Wagenaar (PvdA), Arib (PvdA), Van Vliet (D66), Duijkers (PvdA), Kuijper (PvdA), Albayrak (PvdA), Barth (PvdA), Hoekema (D66), Karimi (GroenLinks), Schutte (GPV), Santi (PvdA), Van den Doel (VVD), Rietkerk (CDA), Rijpstra (VVD), Marijnissen (SP), Buijs (CDA), Van Baalen (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), De Vries (VVD), Van Walsem (D66), Eurlings (CDA), Kamp (VVD)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie