Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Financien: Wijziging wetsvoorstel belastingherziening 2001

Datum nieuwsfeit: 12-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

MINISTERIE FIN

www.minfin.nl

MIN FIN: WIJZIGING WETSVOORSTEL BELASTINGHERZIENING 2001

PERSBERICHTNR. 00/004 Den Haag 12 januari 2000

WIJZIGING WETSVOORSTEL BELASTINGHERZIENING 2001

Vandaag zijn de beide tweede Nota.s van wijziging van respectievelijk de Wet inkomstenbelasting 2001 (26 727) en Invoeringswet Wet Inkomstenbelasting 2001 (26 728) van Staatssecretaris Vermeend en Minister Zalm van het Ministerie van Financiën aan de Tweede kamer aangeboden. Het gaat hierbij om de aanpassingen in de op 14 september 1999 bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstellen inzake de Belastingherziening 2001, die door de ministerraad zijn geaccordeerd naar aanleiding van de wensen die leven bij de fracties in de Tweede Kamer. Deze voorgestelde wijzigingen in de wetsvoorstellen zorgen voor een verbetering van de inkomenspositie van de middeninkomens, de kleine inkomens en alle ouderen.

Belangrijkste wijzigingen
De voorliggende Nota.s van wijziging dragen bij aan de verbetering van de inkomenspositie van speciale groepen, zoals middeninkomens, kleine inkomens en ouderen met een aanvullend pensioen. Daarnaast zorgt de verlaging van het aangrijpingspunt van de arbeidskorting dat alle werkenden in aanmerking komen voor een arbeidskorting.

Voor kleine inkomens (tot f 25.000) betekent de voorgestelde wijziging een positief inkomenseffect dat varieert tussen de 0.3% en 1%. De middenkomens (van 60.000 tot 90.000) gaan er 0,7% tot 1.1% op vooruit. Voor ouderen genereert deze wijziging een positief inkomenseffect dat varieert tussen de 0,2% en de 0,6%.

Om deze verbeteringen in de inkomensposities te bereiken, stelt het kabinet voor:
. de Awf-premie voor werknemers met 0,9%-punt te verlagen; . de arbeidskorting wordt als volgt vormgegeven: tussen 0% en 50% WML oplopend tot f 275 en tussen 50% en 100% WML tot f 1.847; . het tarief van de nieuwe eerste schijf met 0,35%-punt te verlagen, de nieuwe tweede schijf met f 4.500 te verlengen en de nieuwe derde schijf met f 6.700 te verkorten;
. verder de ouderenkorting met f 65 te verhogen en de aanvullende alleenstaande ouderenkorting met f 25 te verlagen; boven de inkomensgrens van f 58.004 worden beide ouderenkortingen op nihil gesteld.
In de tabel worden de wijzigingen ten opzichte van het wetsvoorstel weergegeven.
Wetsvoorstel IB2001van 14 september 1999 Wetsvoorstel na de Nota van Wijziging van 11 januari 2000
Schijflengten (in f)
1e schijf 31.651 31.651
2e schijf 22.229 26.729
3e schijf 47.779 41.079
Aangrijpingspunt toptarief 101.659 99.459
Tarieven
1e schijf 32,90%(15,00%) 32,55%(14,65%)
2e schijf 36,85%(18,95%) 36,85%(18,95%)
3e schijf 42% 42%
4e schijf 52% 52%
Ouderenkorting 377 442
Aanv. Alleenst. Ouderenkorting 553 528
Arbeidskorting maximaal f 1.535 maximaal f 1.847 AWF-premie 6,1% 5,2%

Naast de verbetering van inkomensposities en een arbeidskorting voor alle werkenden wordt verder nog voorgesteld:

- Particulieren:
. Handhaven van de bestaande spaarloon en premiespaarloonregelingen; . Verruiming van het overgangsrecht (de eerbiedigende werking) voor lopende polissen conform de huidige vrijstellingsbedragen tot maximaal f 272.000 die zijn afgesloten voor de indiening van het wetsvoorstel op 14 september 1999;
. Vereenvoudiging van de heffing van de vermogensrendementsheffing door bij de berekening van het vermogen 2500 euro aan kleine schulden en alle schulden die voortvloeien uit belastingheffingen buiten aanmerking te laten
. Introductie van een generieke vrijstelling van fl 100.000 in de vermogensrendementsheffing voor maatschappelijke beleggingen; . Invoeren van een ongetoetste lijfrente aftrek van 1000 euro . Verlaging van de AOW-franchise van ca. f 30.000 naar circa f 21.000 en verhoging van het percentage van de jaarruimte van 15% naar 17% . Binnen het kader van maatschappelijk beleggen de handhaving van de mogelijkheid om een kapitiaalverzekering af te sluiten tot een bedrag van f 50.000 met het oog op studie van kind
. De periode waarin hypotheekaftrek kan worden afgetrokken wordt gemaximeerd op 30 jaar


- Ondernemers:
. Verlaging van het tarief van Box II (Aanmerkelijk Belang) van 30% naar 25%
. Commanditarie vennoten worden over gebracht naar box 1 . Verruiming van de stakingsvrijstelling

Inkomenseffecten en arbeidskorting
In het kader van de verbetering van de inkomenspositie van de middeninkomens en het uitbreiden van recht op de arbeidskorting voor .alle. werkenden. Wordt voorgesteld de marginale Awf-premie voor werknemers met 0,9% te verlagen en een (aanvullende) arbeidskorting voor alle werkenden in te voeren.

Eind 2000 wordt thans een overschot van tenminste 3 miljard geraamd bij het Awf. Door de gunstige uitgavenontwikkeling zal het overschot van het Awf in 2000 naar verwachting verder oplopen. Voorgesteld wordt om het overschot in het Awf met circa 1 miljard terug te brengen. Aangezien de premiederving leidt tot een extra belastingopbrengst van circa 0,4 miljard, bedraagt het feitelijke budgettaire beslag van de voorgestelde verlaging van de marginale Awf-premie voor werknemers met 0,9%-punt circa 0,6 miljard.

Omdat ouderen geen profijt hebben van een verlaging van de Awf-premie wordt de inkomenspositie van deze groep langs fiscale weg verbeterd via een verhoging van de ouderenkorting. Hiernaast is er sprake van een verlaging van het tarief van de nieuwe eerste schijf, verlenging van de nieuwe tweede schijf en verkorting van de derde schijf.

De weg waarlangs met name de inkomenspositie van mensen met kleine inkomens wordt verbeterd is verlaging van het aangrijpingspunt van de arbeidskorting. Het kabinet stelt voor een arbeidskorting voor alle werkenden in te voeren. Dit heeft een positief arbeidsmarkteffect voor kleinere deeltijdbanen. Hierbij worden ook het nog resterende arbeidskostenforfait en het niet-actievenforfait op een inkomensneutrale wijze geschrapt. Bijkomend voordeel daarvan is, dat het stelsel vereenvoudigd wordt en de tarieven nog iets verder kunnen worden verlaagd.

In de onderstaande grafiek is voor inkomensposities van 0% tot 100% WML weergegeven wat de hoogte van de arbeidskorting is: Deze grafiek is te vinden op de Internetsite van het Ministerie van Financiën: www.minfin.nl

Spaarloon
Hoewel in het Regeerakkoord was een afgesproken te komen tot een beperking van het spaarloonregelingen, wordt in de tweede Nota van wijziging voorgesteld de huidige regelingen te handhaven. Deze handhaving wordt belangrijk geacht omdat spaarloon en premiesparen met name ingevoerd zijn om bij te dragen aan een gematigde loonkostenontwikkeling en vooral worden gebruikt door de modale werknemer. Verder wordt voorgesteld de huidige
deblokkeringsmogelijkheid van het spaarloon voor de oudedag te handhaven. De dekking van dit voorstel wordt gefinancierd de verhoging van de werkgeversheffing over het spaarloon van 10%-loonheffing naar 15%, en de invoering van een eindheffing van 15% over spaarpremies als een premiespaaregeling wordt toegekend. Daarnaast worden de huidige maxima in deze regelingen bevroren.

Fiscale behandeling oudedagsvoorzieningen
De onderstaande verruiming rond het pakket van oudedagsvoorzieningen en lijfrenten wordt in Nota van Wijziging voorgesteld. . invoering ongetoetste lijfrenteaftrek van 1000 euro (circa .
2.200);

. verlaging van de franchise in de jaarruimte van ca. . 30.000 naar circa . 21.000;
. de benutte basisruimte beperkt tevens de aftrek op basis van de jaarruimte;
. verhoging van het percentage in de jaarruimte van 15% naar 17%; met die verhoging wordt tegemoet gekomen aan de gedachte dat in 35 jaar een goed pensioen moet kunnen worden opgebouwd (Witteveenkader); . de algemene inhaalruimte vervalt, waardoor de meest complexe pensioentekortberekeningen, namelijk die over het verleden, niet meer nodig zijn;
. de reserveringsregeling waarin de jaarruimte van de afgelopen vijf jaar wordt bijgehouden, blijft bestaan.

De formule voor de jaarruimte, die in de belastingdiskette kan worden verwerkt, wordt op basis van dit voorstel vrij eenvoudig en komt erop neer dat je per jaar 17% van het inkomen minus de AOW-franchise voor gehuwden gespaard kan worden voor de oudedag. Daarop moet de som van de ongetoetste aftrek, de dotatie aan de FOR en de aangroei van de aanspraak op een collectieve regeling in mindering worden gebracht. Het enige niet-fiscale gegeven is de aangroei van de aanspraak op een collectieve pensioenregeling. Pensioenfondsen zullen worden verplicht dit gegeven aan te leveren.
Deze verruiming kost circa 600 mln. De dekking van dit pakket wordt gevonden door aanpassingen in de sfeer van de vennootschapsbelasting voor verzekeraars. Deze aanpassingen leveren een budgettaire opbrengst van circa f 600 miljoen.

Overgangsrecht levensverzekeringspolissen
In het oorspronkelijke Wetsvoorstel bestaat voor verzekeringsprodukten in het algemeen een strak en beperkt overgangsrecht gecreëerd. Het kabinet stelt in het nadere voorstel voor om voor polissen van kapitaalverzekeringen conform de huidige vrijstellingsbedragen tot maximaal f 272.000 (hetzelfde bedrag zoals voor de kapitaalverzekering eigen woning) een eerbiedigende werking toe te staan. Het moet hier gaan om langlopende polissen van minimaal 15 of 20 jaar die zijn afgesloten voor de indiening van de voorstellen, derhalve 14 september 1999.

AB-tarief
Voorgesteld wordt het tarief in Box II (Aanmerkelijk Belang) van 30% naar 25% te verlagen, hierdoor daalt de maximale druk in box II tot 51,25% (deels 47,5% i.v.m. knik in de Vpb tot f50.000). Deze verlaging vindt volledig budgettair neutraal plaats. De dekking wordt gevonden door de verzwaring van de Eco-tax bij bedrijven terug te sluizen in de vorm van deze verlang van het AB-tarief. De resterende dekking wordt gevonden door een aanpassing van de meesleep- en meetrekregeling.

Aanpassing meesleep- en meetrektregeling box II In het kader van de verlaging van het AB-tarief naar 25% wordt voorgesteld vermogensbestanddelen van de AB-houder (en van zijn kring van verwante huisgenoten) die in een onderneming van de belastingplichtige worden gebruikt, verplicht tot het vermogen van die vennootschap te rekenen. Voor IB-ondernemingen is een vergelijkbare regeling gemaakt en wordt het zogenaamde keuze-vermogen afgeschaft.

Schulden in box III
Om de uitvoering van de vermogensrendementsheffing te vereenvoudigen, wordt voorgesteld om bij de saldering van bezittingen en schulden ter bepaling van de heffingsgrondslag in box III, alle schulden (en vorderingen) die voortvloeien uit heffingen (incl. premies) en belastingen die door rijksoverheid, lagere overheden en waterschappen zijn opgelegd, buiten aanmerking te laten. Daarnaast wordt een doelmatigheidsdrempel voor kleine schulden geïntroduceerd van 2.500 euro per belastingplichtige.
Door deze drempel en buiten aanmerking laten van heffingsschulden kunnen de administratieve lasten en uitvoeringslasten beperkt worden voor zowel burgers als belastingdienst.

Overgangsregeling invorderingsvrijstelling
Voorgesteld wordt binnen het nieuwe stelsel een passende overgangsregeling te introduceren voor diegenen die thans nog van de invorderingsvrijstelling gebruik maken. Deze overgangsregeling loopt in vijf jaar af van 100% in 2001 via 75% in 2002, 50% in 2003, 25% in 2004 naar 0% in 2005. Het voordeel is, dat de huidige gebruikers van de invorderingsvrijstelling geleidelijk en zonder grote inkomenseffecten kunnen toegroeien naar het aflopen van de regeling. De vrijvallende bedragen van deze overgangsregeling worden in de jaren oplopend aangewend voor een structurele verhoging van het brutoloon van alfahulpen.
Omdat zelfstandigen via de zelfstandigenaftrek al zijn gecompenseerd voor het vervallen van de invorderingsvrijstelling zijn zelfstandigen daarvan uitgezonderd.

Commanditaire vennoten naar box 1
Voorgesteld wordt om bij Nota van wijziging medegerechtigden over te brengen naar box I. Deze worden (verplicht) gekwalificeerd als winstgenieters. Ook vormen van geldleningen die in feite functioneren als eigen vermogen zullen onder deze categorie moeten vallen. Voorgesteld wordt dat deze winstgenieters in aanmerking kunnen komen voor de ondernemingsfaciliteiten die investeringsgerelateerd zijn. Het gaat daarbij om de willekeurige afschrijving en de investeringsaftrek.
Er is geen reden om de winstgenieters in aanmerking te laten komen voor de ondernemersfaciliteiten (de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek, de toevoeging aan de oudedagsreserve, de stakingsaftrek en de scholingsaftrek) aangezien het hier doorgaans niet gaat om personen die voor hun inkomensvoorziening (geheel) afhankelijk zijn van de onderneming.

Maatschappelijk beleggen
Voorgesteld wordt om in box III één generieke vrijstelling van maximaal f 100 000 per belastingplichtige voor alle vormen van maatschappelijke beleggingen in te voeren. Dat betekent dat voor echtgenoten/partners een vrijstelling van f 200 000 geldt. Belangrijk voordeel van een dergelijke generieke vrijstelling is, dat een mogelijke aanzuigende werking op de maatschappelijke beleggingen - aangezien deze als enige worden vrijgesteld - budgettair worden begrensd. Hierin zal ook plaats worden ingeruimd voor een kleine kapitaalverzekering (f 50.000), die wordt afgesloten met het oog op de studie van het eigen kind. Daarnaast zal in het kader van het wetsvoorstel Ondernemerspakket 21e eeuw dat dit voorjaar naar de Tweede Kamer wordt gestuurd een extra faciliteit worden uitgewerkt ten behoeve van de zeescheepvaart, de filmsector, groen beleggen en de tante Agaath-regeling.

Stakingsvrijstelling
In de Nota van wijziging wordt voorgesteld de aanvankelijke afschaffing van de stakingsvrijstelling, te beperken tot een stakingsvrijstelling van eenmaal per leven van f 8000, als overgangsmaatregel wordt voor belastingplichtigen die op 31 december 2000 ondernemer zijn en dit ook na 1 januari 2001 zijn, de stakingsaftrek verhoogd. Dit geschiedt door het maximum voor de aftrek in het jaar 2000 te stellen op het niveau van de huidige stakingsvrijstelling van f 45 000 respectievelijk f 20 000 en die verhoging, in 5 jaar evenredig af te bouwen. Die verhoging zal wel worden verminderd met een eerder genoten stakingsvrijstelling onder de Wet IB1964.

Normering hypotheekschulden
Omdat bij de aflossingsvrije hypotheken geen vermogen wordt opgebouwd om de schuld af te lossen en leidt tot onbeperkt gebruik van hypotheekrenteaftrek, wordt voorgesteld om de aftrek bij hypotheekschulden te maximeren tot 30 jaar. Hiermee wordt aangesloten bij de .maatschappelijke aanvaarde norm. van 30 jaar aftrekbaarheid bij spaar- en traditionele hypotheken. Bij hypotheken wordt over het algemeen in een periode van 30 jaar het benodigde vermogen opgebouwd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de meer traditionele hypotheekvormen zoals de lineaire of de annuïteitenhypotheek. Ook bij de spaarhypotheek wordt veelal door middel van een kapitaalverzekering in een periode van 20-30 jaar het vermogen opgebouwd.

Woordvoerder: mw. E.A. Hijink
Tel.nr.: 070 - 342 8229

12 jan 00 11:11

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie