Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Borst op vragen kamerlid SP over WTG-middelen

Datum nieuwsfeit: 12-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.443 over buiten wtg-middelen

Gemaakt: 17-1-2000 tijd: 10:33

4

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 12 jan. 2000

Onderwerp

Kamervragen

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen, gesteld door het lid van uw Kamer Kant (SP) over buiten-WTG-middelen (2990004260).

De Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Antwoorden van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op de vragen van het lid van de Tweede Kamer Kant (SP) van 15 december 1999 over buiten-WTG-middelen (2990004260).

1.

Herinnert u zich dat u in antwoord op eerdere vragen mijnerzijds de mogelijkheid aanwezig achtte van enige substitutie als gevolg van de uitsluiting van buiten-WTG-middelen per 1 september?1

1.

Ja.

2.

Heeft u kennis genomen van de resultaten van een studie van de Universiteit Nyenrode naar antihistaminica waaruit zou blijken dat de 1 september maatregel tot minder besparingen leidt dan verwacht omdat ruim een kwart van de huisartsen voor het wel vergoede middel kiest in plaats van het middel van eerste keuze dat niet meer wordt vergoed?2

2.

Ja.

3.

Wat is uw oordeel over dit onderzoek en welke conclusies trekt u uit de resultaten?

7.

Erkent u dat de huisartsen andere middelen voorschrijven om de financiële gevolgen voor patiënten en mede hierdoor een verminderde toegankelijkheid voor mensen met een laag inkomen te voorkomen?

3 en 7

Via het persbericht heb ik kennis genomen van het onderzoek van de Universiteit Nyenrode. Zonder verdere informatie kan ik mij echter geen beeld vormen van de opzet en uitvoering van het onderzoek. Afgezien hiervan is het mijns inziens niet mogelijk om enkele maanden na de invoering van de 1 september-maatregel al een goede evaluatie uit te voeren. Immers, het duurt enige tijd voordat een maatregel in de praktijk is ingeburgerd en beroepsbeoefenaren en patiënten er ervaring mee hebben opgedaan. Daarnaast is een degelijke evaluatie niet mogelijk zonder hierbij de aflevergegevens van apotheken te betrekken. Zoals ik eerder heb aangegeven zal de maatregel, geruime tijd nadat deze in werking is getreden en er voldoende ervaring mee is opgedaan, worden geëvalueerd door het College voor zorgverzekeringen.

Hoewel ik mij kan voorstellen dat artsen soms, om patiënten financieel te ontzien, uitwijken naar middelen die geheel vergoed worden, blijf ik van mening dat hiervoor geen noodzaak en rechtvaardiging bestaat. Chronisch gebruik van zelfzorggeneesmiddelen blijft immers vergoed en incidenteel gebruik van deze middelen gaat niet met hoge kosten gepaard. Bovendien hebben artsen een professionele verantwoordelijkheid om het meest gepaste geneesmiddel voor te schrijven.

4.

Heeft u tevens kennis genomen van de bezwaren vanuit de beroepsgroepen die u in een brief van het comité «Zorg voor iedereen» hebben bereikt en de korte enquête van dit comité onder patiënten van 10 huisartsenpraktijken en apothekers? Zo ja, wat is uw reactie op de bevindingen van het comité?3

4.

Van de brief van het comité `Zorg voor iedereen' heb ik kennisgenomen. Ik ben er door de bezwaren van het comite en de enquete niet van overtuigd geraakt dat er sprake is van een verminderde toegankelijkheid voor groepen met een bepaalde sociaal-economische status, te meer omdat gekozen is voor een systeem waarbij de geneesmiddelen wel worden vergoed wanneer de geneesmiddelen chronisch worden gebruikt voor een chronische aandoening. Hierdoor wordt een te grote financiële belasting van die categorie gebruikers voorkomen.

De risico's die door het comite worden gesignaleerd met betrekking tot de vrije verkrijgbaarheid van zelfzorggeneesmiddelen worden naar mijn mening niet veroorzaakt door een wijziging in de vergoedingsstatus, maar door de afleverstatus (wel of niet receptplichtig), die door de 1 september-maatregel niet is gewijzigd. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen houdt bij de toekenning van de NR (niet receptplichtig)-status rekening met de genoemde risico's.

Uit de enquete onder patiënten valt niet de conclusie te trekken dat patiënten als gevolg van de 1 september-maatregel te lang met ernstige klachten zullen doorlopen zonder een huisarts te raadplegen. Een grotere verantwoordelijkheid van patiënten voor hun eigen gezondheid wanneer het minder ernstige klachten betreft, acht ik niet ongewenst.

5.

Is het u bekend dat de geneesmiddelenfabrikanten huisartsen hebben bestookt met wervende brieven over nog wel vergoede middelen en soms ook zijn overgegaan tot het plaatsen van advertenties in landelijke dagbladen? Zo ja, wat is hierover uw mening en acht u het mogelijk dat dit mede heeft bijgedragen aan het door Nyenrode gevonden effect?

5.

De farmaceutische industrie maakt op grote schaal reclame voor haar producten. Ik heb niet de indruk dat de totale reclame-activiteiten zijn toegenomen als gevolg van de 1 september-maatregel. Reclame voor geneesmiddelen is geoorloofd zolang men zich houdt aan de regels van het Reclamebesluit geneesmiddelen. Dit houdt onder andere in dat publieksreclame voor receptplichtige geneesmiddelen verboden is. Inderdaad is naar aanleiding van de maatregel een aantal advertenties verschenen in landelijke dagbladen, waarvan men zich kan afvragen of er sprake is van ongeoorloofde reclame. Ik heb de Inspectie voor de Volksgezondheid verzocht dit te onderzoeken en zo nodig actie te ondernemen.

Reclame voor receptplichtige geneesmiddelen die is gericht op beroepsbeoefenaren is toegestaan. Voor zover de substitutie die wordt beschreven in de studie van Nyenrode in de praktijk daadwerkelijk optreedt, bestaat inderdaad de mogelijkheid dat deze reclame hieraan heeft bijgedragen.

6.

Bent u van mening dat substitutie naar middelen die nog wel worden vergoed vaak meer risico's brengt vanwege hogere dosering, meer bijwerkingen of zoals bij antihistaminica onder andere omdat daar minder ervaring mee is? Zo ja, in welke mate vindt u dit ongewenste effect aanvaardbaar?

6.

Substitutie naar (receptplichtige) geneesmiddelen die wel worden vergoed zal in de praktijk niet geheel kunnen worden voorkomen. Ik ga er echter in principe van uit dat juist hier een taak voor de arts ligt en dat artsen bij het voorschrijven kiezen voor het meest gepaste geneesmiddel en zich niet hoofdzakelijk laten leiden door kostenoverwegingen. Daarnaast ben ik niet van mening dat dergelijke substitutie onaanvaardbare risico's met zich meebrengt. Immers, het betreft geneesmiddelen die door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen op veiligheid zijn beoordeeld, zijn toegelaten tot de markt en worden gebruikt onder toezicht van een arts. Overigens zullen kwaliteitsaspecten van substitutie naar aanleiding van de 1 september-maatregel worden meegenomen in de evaluatie.

8.

Is het vanuit het oogpunt van het bevorderen van gepast gebruik niet veel beter om relatief eenvoudige en goedkope middelen juist wel te vergoeden? Zo ja, bent u bereid de septembermaatregel in te trekken?

8.

Zoals u bekend is, blijven de kosten van de geneesmiddelenvoorziening stijgen. Om de toegankelijkheid voor iedereen te kunnen blijven waarborgen, moeten keuzes gemaakt worden welke geneesmiddelen wel en welke niet ten laste van de collectieve middelen moeten komen. Ik ben van mening dat zelfzorggeneesmiddelen, die bestemd zijn voor minder ernstige klachten, die zonder recept kunnen worden aangeschaft en die relatief goedkoop zijn, in redelijkheid voor eigen rekening van de patient kunnen komen, waardoor de collectieve lasten worden verlicht.

Een uitzondering hierop vormt het gebruik van deze middelen bij chronische klachten.

Mijn beleid ten aanzien van gepast gebruik van geneesmiddelen is thans primair gericht op beroepsbeoefenaren. Wat patiënten betreft, ligt het geven van voorlichting om gepast gebruik te bevorderen mijns inziens meer in de rede dan het treffen van maatregelen in de vergoedingssfeer om dit te bewerkstelligen. Aangezien de 1 september-maatregel geen onredelijke financiële belasting voor patiënten met zich meebrengt, ben ik van mening dat deze vergoedingsmaatregel mijn beleid ten aanzien van gepast gebruik van geneesmiddelen niet in de weg staat.

1 Aanhangsel Handelingen nr. 1849, vergaderjaar 1998-1999.

2 Persbericht Universiteit Nyenrode 8 december jl.

3 Brief van het Comité «Zorg voor iedereen» aan minister Borst-Eilers, 10 december jl. in afschrift aan cie. Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS99.1916)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie