Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag marktonderzoek naar (ex-)leden Schaakbond

Datum nieuwsfeit: 13-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Koninklijke Nederlandse Schaakbond

Verslag marktonderzoek naar (ex-)leden KNSB

In de afgelopen periode is vanuit het Bondsbureau door stagiaire Tobias Wulffraat een marktonderzoek gehouden door middel van schriftelijke enquêtes onder schakers. Het onderzoek ging over de motieven, de tevredenheid en de ontevredenheid van schakers. De respons was bijna 20 procent, zowel bij schakers als bij ex-schakers; voor een schriftelijke enquête een hoog percentage. Daaruit blijkt de grote betrokkenheid van de ondervraagden bij het schaakspel.

Marktonderzoek KNSB - NOC*NSF

'fans en ex-fans van het schaken'

1 Inleiding

De KNSB heeft besloten een onderzoek te doen naar de motieven van leden om bij de schaakvereniging te blijven en naar de motieven van ex-leden om bij de KNSB weg te gaan. NOC*NSF geeft ondersteuning en advies aan dit marktonderzoek van de KNSB. De resultaten van dit onderzoek worden besproken in het voor u liggende verslag.

De KNSB (Koninklijke Nederlandse Schaakbond) heeft de afgelopen jaren te maken gehad met een teruglopend ledenaantal (van 26.000 leden in 1995 naar 25.000 leden in 1997¹; uit jaarverslag KNSB 1997).

Er zijn enkele algemene ontwikkelingen die zorgen voor een ledenterugloop binnen een organisatie zoals de KNSB. Dit zijn o.a.:
- groei van leden is niet meer zo vanzelfsprekend, omdat erg veel mensen al aan een sport doen. De KNSB moet zich beter profileren om leden te trekken. Tien jaar geleden was er een stabieler ledenaantal en hoefde er geen actief beleid gevoerd te worden om leden te werven;
- toe- of afname van leden ligt onder andere aan het feit dat veel sporters niet hun hele leven één sport blijven doen
- het sportaanbod waaruit de sporter kan kiezen is veel groter dan twintig jaar geleden Voor de KNSB kan dit bijvoorbeeld betekenen dat veel schakers overstappen naar andere denksporten zoals bridgen of Go.

Naast deze ontwikkelingen die zorgen voor een dalend ledental bij de KNSB, zijn er ook veel kansen binnen en buiten de KNSB.
- ieder jaar zijn er tienduizenden basisschoolkinderen die deelnemen aan schaakcursussen;
- Nederland heeft driekwart miljoen mensen die zo nu en dan een partijtje schaak spelen, deze mensen zijn geen lid van de KNSB;
- de KNSB heeft kwalitatief hoogwaardige producten (b.v. een goede lesmethode die internationale bekendheid geniet) om jong en oud het schaken aan te leren.

Vanuit verschillende invalshoeken is de KNSB daarom begonnen de ledenterugloop een halt toe te roepen. Deze integrale aanpak, waarbij de beleidsterreinen topsportontwikkeling, het georganiseerde schaakaanbod, verenigingsondersteuning/ kadervorming en PR/communicatie centraal staan, dient het bestaande schaakaanbod verbreden en toegang bieden voor meer potentiële leden. Hiermee is de KNSB een weg ingeslagen die er voor dient zorgen dat de KNSB: 'Een organisatie is die naast haar klant staat en niet er tegenover haar klant. De KNSB dient servicegericht, professioneel, inspirerend, regulerend, voor iedereen en strevend naar topprestaties bezig zijn.'; uit het KNSB integraal beleidsplan 1997-1999. Een aantal voorbeelden waarmee de KNSB leden probeert te behouden en te werven zijn: een internet-site van de schaakbond, een nieuwsposter, vernieuwde schaaktrainerscursussen, thema-avonden en schoolschaak. Deze nieuwe producten hebben er (nog) niet voor kunnen zorgen dat de ledenterugloop geheel gestopt is. Op dit moment (meting 1december 1998) heeft de KNSB 24.600 leden.

¹ dit zijn de leden van de KNSB exclusief de leden van de speciale bonden, namelijk de Ned. Bond van Correspondentie schakers, de Computer Schaakvereniging Nederland, de Ned. Schaakvereniging voor Visueel Gehandicapten, Ned. Bond van Schaakprobleemvrienden en de Alex. Ruebver. voor Schaakeindspelstudies.

2 Probleemstelling en onderzoeksvragen

De doelstelling van het onderzoek was:

Voor het onderzoek is de volgende probleemstelling geformuleerd:

Deze probleemstelling is op te splitsen in verschillende onderzoeksvragen. De onderzoeksvragen hebben betrekking op de volgende doelgroepen: 1) leden van de KNSB
2) ex-leden van de KNSB

1) - wat zijn de motieven van de schaker om te kiezen voor schaken/ om te gaan schaken; - wat zijn de motieven van een schaker om lid te blijven van een vereniging/de KNSB (b.v. met betrekking op het aanbod, de rating, locatie, sociaal gebeuren, enz.); - hoe is de tevredenheid over het huidige aanbod;
- welke verbeterpunten/verandering wensen de leden;

2) - wat zijn de motieven van de ex-leden om te stoppen met het schaken;
- wat vonden de ex-leden positieve aspecten van het lidmaatschap; - welke veranderingen zouden de ex-leden willen, t.o.v. het aanbod;
- is het mogelijk de ex-leden weer te betrekken bij het schaken; en hoe;

De bovenstaande onderzoeksvragen zijn in de enquête uitgewerkt naar meer specifieke vragen.

3 Methode en verslag onderzoek


3.1 Opzet onderzoek

Bij het onderzoek is gekozen voor een steekproef onder 1500 leden van de KNSB en 450 ex-leden van de KNSB. Deze twee groepen zijn allebei schriftelijk geënquêteerd.

Het onderzoek is uitgevoerd in twee delen:
1) een schriftelijke enquête voor leden van de KNSB (enquête ingesloten bij het SCHAAKmagazine)

2) een schriftelijke enquête voor ex-leden van de KNSB (persoonlijk aangeschreven)

1) Leden van de KNSB

· enquête is willekeurig ingestoken bij het februari-nummer van het SCHAAKmagazine · enquête gaat uit van een respons van 20%
· 1500 enquêtes worden ingestoken
· de verdeling is landelijk

2) Ex-leden van de KNSB

· ex-leden worden persoonlijk aangeschreven
· enquête gaan uit van een respons van 10%
· 450 enquêtes worden verzonden
· de verdeling is landelijk
· uit het bestand van ex-leden is een selectie gemaakt van leden die 6 tot 8 maanden geleden hun lidmaatschap hebben opgezegd


3.2 Respons

Het resultaat van deze steekproef resulteerde in de volgende respons:

1) leden van de KNSB: 19% (280 van de 1500)
2) ex-leden van de KNSB: 18% (82 van de 450)


3.3 Rapportering onderzoeksgegevens

Het rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de enquête onder leden en ex-leden gescheiden geanalyseerd. De onderzoeksvragen (hoofdstuk 2) worden in hoofdstuk 4 beantwoord. In hoofdstuk 5 worden de conclusies gepresenteerd. In hoofdstuk 6 wordt afgesloten met aanbevelingen die een antwoord geven op de doelstelling van het marktonderzoek:

De enquêtes waarop de analyses zijn gebaseerd zitten in de bijlagen.

4 Resultaten


4.1 Leden van de KNSB


4.1.1 Profiel respondenten van de KNSB

Geslacht:

Man Vrouw
96% (94%)* 4% (6%)*


* verdeling man-vrouw van het totale aantal leden van de KNSB

Leeftijd:

6-13 jaar 14-18 jaar 19-36 jaar 37-55 jaar 56 en ouder 14% 4% 18% 36% 27%

63% van de respondenten is 37 jaar en ouder. De groep 6-13 jarigen is met 14% ruimer vertegenwoordigd dan de groep 14-18 jarigen (4%).

Woongebied:

32% van de respondenten komen uit Overijssel, Flevoland en Gelderland 39% van de respondenten komen uit Utrecht, N-Holland en Z-Holland 27% van de respondenten komen uit Zeeland, Brabant en Limburg 1% van de respondenten komt uit Friesland, Groningen en Drente*


* door de verdeling van SCHAAKmagazines over het land is hier de respons laag

Andere sporten:

Naast het schaken doen schakers nog enkele andere sporten Individuele sport: 31%
Team sport: 16%
Bridge; 8%
Andere denksport: 5%
Anders: 16%
Geen sport: 31%

Op de vraag welke sport schakers het belangrijkste vinden; schaken of de andere sport, antwoord 53% dat de schaaksport het belangrijkste is.

Niveau (rating):

Tot 1400 1400-1800 1800-2200 2200 en hoger
16% 60% 20% 3%

De grootste groep schakers heeft een rating tussen de 1400 en de 2200 (80%)

Kennismaking met schaken:

Op welke wijze heeft u het schaken geleerd?
Op school Van een familielid Met schaakliteratuur Anders 20% 59% 13% 15%


4.1.2. Motieven/Tevredenheid (leeftijd)

De respondenten zijn onderverdeeld in 5 leeftijdscategorieën. Op de onderstaande bladzijde wordt een aantal connecties gemaakt tussen leeftijd en motieven om te kiezen voor schaken, tevredenheid over het huidige aanbod, motieven om lid te blijven van een vereniging, enz.

Wat zijn de motieven van de schaker om te kiezen voor schaken/om te gaan schaken (vraag 11) 6-13 14-18 19-36 37-55 55->
Leuk spel 75% 81% 82% 78% 75%
Competitie 9% 18% 13% 19% 12%
Hersenen trainen 18% 0% 3% 9% 25%

De meeste schakers hebben het spel schaken gekozen vanwege de aantrekkelijkheid van het spel. Er is bij de categorieën 6-13 jaar en 55 en ouder ook veel gekozen voor het motief de hersenen te trainen. Het competitie element weegt bij de categorie 14 tot 55 zwaarder mee om te kiezen voor het schaken.

Wat zijn de motieven van de schaker om lid te (blijven)/zijn van de vereniging (vraag 12) 6-13 14-18 19-36 37-55 55->
Enige vereniging 48% 37% 35% 33% 51%
Kende mensen 30% 37% 33% 15%
Gezellige vereniging 20% 18% 25% 30% 26%
Gunstige tijd 22%
Sterke vereniging 23%

Er wordt aangegeven aangeven (door alle categorieën) dat de nabijheid van de vereniging waar ze lid van zijn de belangrijkste reden is om lid te worden. Gezelligheid en het kennen van mensen binnen een vereniging zijn ook belangrijke drijfveren die zorgen dat de schaker bij de vereniging blijft. Bij ouderen gaan 'het aanbieden van avonden op gunstige tijden' en 'het spelen bij een sterke verenigingen' een grotere rol spelen.

Hoe is de tevredenheid over het huidige aanbod (vraag 13) 6-13 14-18 19-36 37-55 55->
Erg tevreden 45% 27% 23% 33% 43%
Redelijk tevreden 40% 54% 59% 58% 49%
Geen mening 5% - 12% 4% 3%
Redelijk ontevreden - 9% 2% 2% 4%
Erg ontevreden - 9% - 1% -

Het overgrote deel van de geënquêteerde schakers is erg tot redelijk tevreden (meer dan 80% van alle categorieën) . In de categorie 14-18 jaar zitten procentueel de meeste ontevredenen (18%). In de middengroepen 14-18, 19-36 en 37-55 zitten veel schakers die redelijk tevreden zijn.


4.1.3. Motieven/Tevredenheid (niveau/rating)

De respondenten zijn onderverdeeld in 4 niveaus.
Op de onderstaande bladzijde wordt een aantal connecties gemaakt tussen niveau en motieven om te kiezen voor schaken, tevredenheid over het huidige aanbod, enz.

Wat zijn de motieven van de schaker om te kiezen voor schaken/om te gaan schaken (vraag 11) Tot 1400 1400-1800 1800-2200 2200 en hoger
Leuk spel 82% 77% 79% (te weinig
Competitie 16% 14% 21% respondenten)
Hersenen trainen 20% 18% 5%

Bij schakers met een hoge rating (1800-2200)is het competitie element belangrijk (21%). Door schakers met een lage rating (tot 1400) wordt aangegeven dat het trainen van de hersenen een belangrijk motief is om te kiezen voor het schaken.

Hoe is de tevredenheid over het huidige aanbod (vraag 13) Tot 1400 1400-1800 1800-2200 2200 en hoger
Erg tevreden 36% 39% 29% -
Redelijk tevreden 56% 53% 54% -
Geen mening 9% 3% 13% -
Redelijk ontevreden - 3% 2% -
Erg ontevreden - 1% - -

De meerderheid van de schakers is redelijk tevreden. In de groep met de rating 1400-1800 is een klein deel minder tevreden over het huidige aanbod.

Over welke aspecten van het aanbod bent u minder tevreden (vraag 15) Tot 1400 1400-1800 1800-2200 2200 en hoger
Teveel wedstrijdgericht 2% 1% 0% -
Vereniging is niet gezellig 2% 5% 4% -
Weinig nevenactiviteiten 27% 16% 18% -
Geen extra schaakaanbod 20% 13% 13% -
Geen trainingsmogelijkheden 13% 28% 25% -

De ratinggroepen 1400 tot 2200 zeggen minder tevreden te zijn met het aanbod als het gaan om het aanbieden van nevenactiviteiten (van elke groep ruim een kwart). Ook het extra schaakaanbod is een punt waar de schakers minder tevreden over zijn. De schakers zijn het minst tevreden over dat er geen trainingsmogelijkheden zijn binnen de verenging. De groep 1400-1800 is hierover het minst tevreden. 28% zegt minder tevreden te zijn met dat er geen trainingsmogelijkheden zijn.


4.2 Ex-leden


4.2.1 Profiel respondenten

Geslacht:

Man Vrouw
90% 10%

Leeftijd:

6-13 jaar 14-18 jaar 19-36 jaar 37-55 jaar 56 en ouder 28% 22% 18% 17% 13%

68% van de respondenten is 36 jaar en jonger. De ouderen zijn minder ruim vertegenwoordigd met in de categorie 37-55 -17% en in de categorie 56 en ouder -13%

Woongebied:

17% van de respondenten komen uit Overijssel, Flevoland en Gelderland 54% van de respondenten komen uit Utrecht, N-Holland en Z-Holland 27% van de respondenten komen uit Zeeland, Brabant en Limburg 2 % van de respondenten komt uit Friesland, Groningen en Drente*


* de respons is hier laag omdat de steekproef weinig selecties uit deze streek opleverde

Andere sporten:

Nadat de respondent gestopt was met schaken is deze de volgende sport gaan doen: Individuele sport: 21%
Team sport: 26%
Bridge; 7%
Andere denksport: 16%
Anders: 7%

Geen sport: 21%

23% van de respondenten is bridge of een andere denksport gaan doen. Door een groep van 26% wordt de overstap gemaakt naar teamsport. De groep die na het schaken niet meer actief geweest is op sportgebied is 21% groot.

Niveau (rating):

Tot 1400 1400-1800 1800-2200 2200 en hoger
34% 43% 11% 2%

De grootste groep ex-leden heeft een rating tot 1800 (77%). De groep met een rating van boven de 1800 is minder vertegenwoordigd.

Kennismaking met schaken:

Op welke wijze heeft u het schaken geleerd?
Op school Van een familielid Met schaakliteratuur Anders 24% 52% 1% 23%


4.2.2. Motieven/Tevredenheid (leeftijd)

Er zal een verdeling gemaakt worden naar leeftijd. Op de onderstaande bladzijde wordt een aantal connecties gemaakt tussen leeftijd en motieven om te stoppen met schaken, positieve aspecten van het lidmaatschap, enz.

Motieven van de ex-leden om destijds te kiezen voor de schaaksport (vraag 11) 6-13 jaar 14-18 jaar 19-36 jaar 37-55 jaar 56 en ouder Leuk spel 75% 83% 60% 90% 55%
Competitie 4% 6% 7% 8% 9%
Hersenen trainen 8% 6% 27% 0% 27%

De meeste ex-leden hebben destijds de keuze voor de schaaksport gemaakt omdat ze het schaken een leuk en aantrekkelijk spel vonden. Voor de vijf leeftijdcategorieën vormt het competitie-element slecht een klein deel van de motivatie om te gaan schaken. Het trainen van de hersenen neemt bij de groepen 19-36 en 56 en ouder een grote plaats in (27%).

Wat zijn de motieven van de ex-leden om te stoppen met schaken (vraag 13 a t/m k) (aantallen zijn in absolute cijfers)
6-13 jaar 14-18 jaar 19-36 jaar 37-55 jaar 56 en ouder Op het schaken uitgekeken 10 9 1 1 0
Er waren geen trainers 1 1 2 1 1
Geen tijd meer (o.a. studie/werk) 5 3 5 8 1
Vereniging was minder leuk 5 4 2 3 2
Gericht op prestaties 3 2 1 2 3
Tijden kwamen niet uit 3 2 5 4 2
Verhuizing 2 2 2 1 3
Totaal aantal respondenten 24 18 15 14 11

Vooral veel jonge ex-leden (6 t/m 18 jaar) geven aan dat ze uitgekeken zijn op het schaken. Bij de middengroepen (19 t/m 55 jaar) is het geen tijd meer hebben een belangrijk motief om te stoppen. Bij de groepen 6-13 jaar en 56 en ouder komt naar voren dat het schaken binnen de vereniging teveel gericht was op prestaties.

Welke activiteiten/zaken zou een vereniging moeten aanbieden aan haar leden (vraag 14) (percentage geeft aan hoeveel respondenten vonden dat de vereniging dit moet aanbieden) 6-13 jaar 14-18 jaar 19-36 jaar 37-55 jaar 56 en ouder Wedstrijden 83% 83% 87% 79% 55%
Training/begeleiding 71% 67% 67% 64% 27%
Nevenactiviteiten 13% 17% 27% 37% 9%
Verschillende trainingstijden 42% 44% 33% 21% 0% Ledenwerfacties 46% 44% 53% 43% 18%
Computerschaak 42% 42% 20% 7% 27%

Alle groepen geven aan dat het wedstrijdaanbod het belangrijkste is wat de vereniging moet aanbieden. Op een tweede plaats komt training/begeleiding. Veel ex-leden vinden dat een vereniging dit zou moeten aanbieden.


4.2.3 Motieven/Tevredenheid (niveau)

De respondenten zijn onderverdeelt in 4 niveaus.
Op de onderstaande bladzijde wordt een aantal connecties gemaakt tussen niveau en motieven om te kiezen voor schaken, enz.

Wat zijn de motieven van de ex-leden om te kiezen voor schaken/om te gaan schaken (vr. 11) Tot 1400 1400-1800 1800-2200 2200 en hoger
Leuk spel 75% 66% 78% (te weinig
Competitie 4% 14% 11% Respondenten)
Hersenen trainen 7% 17% 22%

Als belangrijkste reden om voor het schaken te kiezen gaven de ratinggroepen aan dat het vanwege het leuke, aantrekkelijke spel was.

Wat zijn de motieven van de ex-leden om te stoppen met schaken (vraag 13 a t/m k) (aantallen zijn in absolute cijfers)
Tot 1400 1400-1800 1800-2200 2200 en hoger
Op het schaken uitgekeken 9 6 1 -
Er waren geen trainers 7 1 1 -
Geen tijd meer (o.a. studie/werk) 7 12 3 -
Vereniging was minder leuk 8 6 1 -
Gericht op prestaties 9 4 0 -
Tijden kwamen niet uit 6 5 4 -
Verhuizing 0 0 2 -
Totaal aantal respondenten 28 35 9 -

Bij de rating tot 1400 zijn de motieven dat men 'op het schaken uitgekeken was' en 'dat het teveel op prestaties gericht was' belangrijk voor het opzeggen van het lidmaatschap. Bij de hogere ratings is 'het hebben van geen tijd meer hebben/ tijden kwamen niet uit' een belangrijk motief om te stoppen met schaken bij een vereniging

Welke activiteiten/zaken zou een vereniging moeten aanbieden aan haar leden (vraag 14) (percentage geeft aan hoeveel respondenten vonden dat de vereniging dit moet aanbieden) Tot 1400 1400-1800 1800-2200 2200 en hoger
Wedstrijden 75% 77% 89% -
Training/begeleiding 71% 57% 78% -
Nevenactiviteiten 14% 17% 44% -
Verschillende trainingstijden 39% 29% 33% -
Ledenwerfacties 36% 40% 56% -
Computerschaak 29% 29% 22% -

De ratinggroepen geven aan dat het aanbieden van wedstrijden een belangrijke taak is voor de vereniging. Het geven van training/begeleiding is ook een belangrijke taak van de vereniging volgens de ex-leden. Het werven van leden voor de vereniging is volgens veel ex-leden ook een belangrijke taak voor de vereniging.

5 Conclusies

De conclusies worden onderverdeeld in leden van de KNSB (schakers) en ex-leden van de KNSB (ex-schakers).


5.1 Leden van de KNSB

Profiel leden:

De leden van de KNSB zijn voor het overgrote deel van het mannelijke geslacht. Door de ongelijke man vrouw verhouding binnen een vereniging zullen niet veel vrouwen zich aangetrokken voelen lid te worden van een schaakvereniging.

De leden zijn over het algemeen van middelbare tot oudere leeftijd. De groep 6 tot 13 jarigen is met 14% nog ruim vertegenwoordigd. Zodra de kinderen naar de middelbare school gaan verschuiven de interesses en stoppen zij vaak met schaken. Dit is terug te vinden in de lage respons die de groep van 14 tot 18 geeft (4%).

Van de schakers die naast het schaken nog andere sporten beoefenen, doet iets minder dan de helft een individualistische sport zoals hardlopen, wielrennen, darten, zwemmen, enz. Het grootste gedeelte leden dat naast het schaken een teamsport doet is jonger dan 18 jaar. De helft van de leden die een tweede sport doen vindt schaken de belangrijkste van de twee. Dit geldt vooral voor de schakers met middelbare en oudere leeftijd. Voor jongere kinderen komt de schaaksport vaak op een tweede plaats.

Éénderde van de leden doet naast de schaaksport geen andere sport.

De meeste leden vallen in de categorie clubschaker. Deze heeft een rating van tussen de 1400 en de 2200 (80%)

Veel leden hebben het schaken bij de familie geleerd. De familie vormt dus een belangrijke spil bij het overbrengen van schaakkennis van generatie op generatie. Ook vrienden en kennissen zijn belangrijk als het gaat om het overbrengen van de regels van het schaakspel.

Voor het onderzoek leefde de veronderstelling dat bridge een grote concurrent van het schaken was. In het onderzoek komt echter naar voren dat slechts een klein deel (8%) aan bridge doet.

Motieven/Tevredenheid (leeftijd):

De meeste leden (in elke leeftijdcategorie meer den 3/4) geven als belangrijke reden aan gekozen te hebben voor de schaaksport, omdat ze het spel leuk en aantrekkelijk vinden. Naast de intrinsieke motivatie voor het schaakspel, speelt bij de leeftijdcategorieën 6-13 en 56 en ouder het trainen van de hersenen en belangrijke rol. Het schaakspel om het denkvermogen scherp te krijgen en te houden. Het competitie-element is ook een belangrijke reden waarom vooral de leeftijdcategorieën 14-18, 19-36 en 37-55 gekozen hebben voor de schaaksport. Je meten met andere tegenstanders en schaken tegen iemand van hetzelfde niveau zijn zaken die leden hopen te ontmoeten als ze lid worden van een vereniging.

Als motief om lid te (blijven)/zijn van een vereniging zegt 1/3 tot 1/2 dat vooral de ligging van de vereniging doorslaggevend was. Naast de schaakvereniging zijn er dus weinig andere plaatsen waar er min of meer georganiseerd geschaakt kan worden. Het kennen van mensen en gezelligheid zijn ook belangrijke drijfveren om juist voor die vereniging te kiezen waar men lid van is.

De tevredenheid over het huidige schaakaanbod is groot. Meer dan 80% van alle categorieën is erg tot redelijk tevreden over het aanbod. Overeenkomstig met de respons van de leeftijdscategorie 14-18 is de ontevredenheid hier ook het grootst. Motieven/Tevredenheid (niveau)

De keuze voor het schaken wordt bij alle niveaus bepaald door de aantrekkelijkheid van het spel. Een deel van de leden (20%) die een rating hebben tot 1400 willen door het schaken de hersenen trainen / het denkvermogen scherp houden. De lagere ratinggroepen geven minder om het competitie-element dan de groep met een hogere rating.

De meerderheid van de ratinggroepen is redelijk tevreden. Slechts een kleine groep zegt ontevreden te zijn over het schaakaanbod van de vereniging.

De verschillende ratinggroepen vinden hun vereniging niet teveel wedstrijdgericht. Minder tevreden zijn de ratinggroepen over de nevenactiviteiten en het extra schaakaanbod dat de vereniging heeft/niet heeft.

De grootste ontevredenheid is er over het gebrek aan trainingsmogelijkheden binnen de vereniging. Het is vooral de groep met een rating tussen de 1400-1800 die laat blijken dat zij training willen. De groep 1800-2200 geeft ook aan dat zij training willen voor een hoog niveau. Het is namelijk op dit moment zo dat er slechts weinig trainers training kunnen geven aan deze groep.


5.2 Ex-leden van de KNSB

Profiel ex-leden

De meeste ex-leden van de KNSB zijn van het mannelijk geslacht. Bij de ex-leden is echter een groter deel dan bij de leden, van het vrouwelijke geslacht. Dit kan betekenen dat vrouwen wel lid worden maar daarna al snel weer afhaken.

De leeftijd van de meeste ex-leden ligt tussen de 6 en 36 jaar (ongeveer 70%). Ouderen behoren minder snel tot de afhakers. Dit betekent dat er een vaste kern van ouderen is die gedurende langere tijd lid is van een vereniging.

Nadat men is gestopt is met schaken stapt een groot deel (77%) over naar een andere sport. Een groot deel hiervan stapt over naar een teamsport. Je kunt hieruit concluderen dat een groep ex-leden de schaaksport te individualistisch vonden.

De rating van de ex-leden is voor het grootste gedeelte tot de 1800. Je kan hieruit concluderen dat veel beginnende schakers stoppen met spelen bij een vereniging.

De ex-leden hebben vooral met het schaken kennisgemaakt via familieleden. Daarnaast is er een groep ex-leden die kennisgemaakt heeft met het schaken via school. Je kan stellen dat de ex-leden die het schaken op school geleerd hebben de stap naar de vereniging te groot vonden en daarom gestopt zijn met schaken.

Bij de opstart van het onderzoek werd er vanuit gegaan dat veel ex-leden waren gaan bridgen. Uit het onderzoek kan je concluderen dat slechts een klein deel (7%) na het schaken gaat bridgen.

Motieven/Tevredenheid (leeftijd)

Net als bij leden is bij ex-leden de aantrekkelijkheid van het spel op zich het belangrijkste motief om lid te worden van een vereniging.

De ex-leden in de leeftijdcategorie 6-13 geven als belangrijkste motief het uitgekeken zijn op de schaaksport. Het aanbod dat de vereniging de kinderen bood sloot dus niet aan bij de wensen van de kinderen. Het belangrijkste motief dat de middelste leeftijdscategorieën opgeven ligt vooral bij het geen tijd meer hebben door studie/ werk/ andere vrijetijdsindeling. Dit sluit aan bij dat deze ex-leden aangeven dat 'de tijden van de verenigingsuren niet uitkwamen'. Conclusie hierbij kan zijn dat de tijden waarop de vereniging haar activiteiten aanbied niet past in de planning van veel ex-leden.

Ex-leden geven aan dat de vereniging het organiseren van wedstrijden als basisactiviteit moet hebben. Op de tweede plaats zeggen veel ex-schakers dat er training en begeleiding moet komen. Vooral de jongere schakers geven te kennen dat een vereniging in deze behoefte moet voorzien. Ook vinden ex-leden dat de vereniging verschillende trainingstijden moet kunnen aanbieden.

Motieven/Tevredenheid (niveau)

Alle ratinggroepen geven aan dat de reden om lid te worden van een schaakvereniging vooral gemotiveerd werd door de aantrekkelijkheid van het schaakspel.

Bij de rating tot 1400 is het motief dat men 'op het schaken uitgekeken was' belangrijk. Dieper gelegen redenen hiervoor zijn de afwezigheid van begeleiding en teveel gericht op prestaties. Hieruit kan je concluderen dat iemand die niet goed kan schaken te maken heeft met een aanbod dat teveel wedstrijdgericht is en te weinig op het aanleren van het schaakspel. Ex-leden met een rating van 1400-2200 geven als belangrijke reden de tijd die zij beschikbaar hebben niet overeenkomt met de tijden waarop de vereniging een activiteit aanbied.

6 Aanbevelingen

De aanbevelingen worden gesplitst in aanbevelingen op beleidsniveau en op operationeel niveau.


6.1 Leden van de KNSB

A) Beleidsniveau

De verdeling man-vrouw is in de schaakwereld ongelijk. Om meer vrouwen te laten deelnemen aan schaakactiviteiten binnen er vereniging zal er meer aandacht aan deze situatie geschonken moeten worden, om te zorgen voor een hogere deelname van het aantal vrouwen.

Om goed aan te sluiten bij de wensen en behoeften van kinderen en jongeren zal vooral gekeken moeten worden naar de attractiviteit van het spel en de aankleding eromheen. Ook is belangrijk dat er op een pedagogische verantwoorde manier met kinderen en jongeren wordt omgegaan.

Een groot deel van de leden heeft het schaken binnen de familie/ van vrienden geleerd. Om hierbij aan te sluiten zal er programma ontwikkelt moeten worden dat zich richt op deze situatie.

Verzorgde trainingen voor jong en oud zijn nog niet standaard bij iedere vereniging. Leden worden onder andere lid van een vereniging om beter te leren schaken. Als je deze leden wilt behouden zul je lessen moeten geven om ze inderdaad beter te leren schaken.

De motivatie die de leden hebben is een intrinsieke. Ze houden van het schaakspel, omdat ze er iets in vinden dat ze niet of minder in andere sporten vinden.

B) Operationeel niveau

Het verdient een aanbeveling om onderzoek te laten doen naar de wensen en behoeften van vrouwen op schaakgebied.

Als je kinderen en jongeren wilt behouden, zal je een programma moeten aanbieden waar goede begeleiding en leuke randactiviteiten centraal staan.

Ouders die hun kinderen graag willen leren schaken een korte cursus binnen de vereniging aanbieden. In deze cursus krijgen de ouders dan een aantal handige tips en raadgevingen waarmee ze vervolgens hun kind het schaakspel kunnen aanleren.

Er moet nadruk worden gelegd op dat het schaakspel zaken te bieden heeft die andere sporten niet of minder hebben.

Men moet naast het schoolschaakaanbod, ook aanbod ontwikkelen om de overgang van school naar vereniging te bevorderen.


6.2 Ex-leden van de KNSB

A) Beleidsniveau

Veel afhakers zijn jong als ze stoppen met schaken, ze zijn dan uitgekeken op de schaaksport. Het individualistische van het schaakspel moet worden gecombineerd met aanvullende activiteiten.

Naast het aanbieden van nevenactiviteiten moet de vereniging zich gaan richten op het beter begeleiden van vooral de beginners.

Voor de oudere schakers (19 t/m 55 jaar) met een redelijk tot hoge rating is het belangrijk om schaakaanbod te presenteren op flexibele tijden. In deze leeftijdsgroepen zitten veel mensen die studeren of een volledige baan hebben. Vaak hebben deze mensen een overvolle agenda en dan kan het zijn dat de clubavond hier niet inpast.

De intrinsieke motivatie (mensen vinden het schaakspel aantrekkelijk/leuk) die mensen hebben, moet ook buiten de vereniging om bevorderd worden. Lid zijn van een vereniging brengt immers een aantal verplichtingen met zich mee waar niet iedereen aan kan voldoen. De KNSB moet proberen een aanbod te creëren dat niet teveel tijd kost.

B) Operationeel niveau

Om als schaakvereniging deze jongere schakers beter vast te houden zou het accent meer naar het aanbieden van nevenactiviteiten moeten.

Veel ex-schakers zijn bij binnenkomst direct begonnen met wedstrijdjes schaken. De club gaat er dan vanuit dat als je in het begin een aantal keer verliest je vanzelf beter wordt. De insteek waarmee een beginnende schaker naar een club gaat is anders. Deze wil binnen een aantal maanden de regels en een aantal handige foefjes kennen. Als de beginner een aantal basisvaardigheden onder de knie heeft sluit dit veel beter aan bij het niveau van een schaakvereniging.

Een voorbeeld van aanbod buiten de verenigingen om zou kunnen zijn dat mensen een Cd-rom krijgen bij een persoonlijk lidmaatschap van de KNSB. Op deze Cd-rom (product) staan een aantal lessen die aansluiten bij een cursus (dienst) die wordt gegeven (bijvoorbeeld binnen een vereniging of op het internet)

7 Bijlagen

· enquête
· begeleidingsbrief
· literatuurlijst

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie