Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen begrotingsoverleg vaste commissie VROM

Datum nieuwsfeit: 14-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


26800xi0.048 vao inzake her revolving fund

Gemaakt: 14-1-2000 tijd: 14:20


26800 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2000

nr. 48

VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 6 januari 2000

De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer<1> heeft op 15 december 1999 overleg gevoerd met staatssecretaris Remkes over het revolving fund (VROM-99-1119).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Duivesteijn (PvdA) merkte op dat het de bedoeling is, te komen tot een sluitend stelsel voor een revolving fund waarin de onderlinge solidariteit tussen rijke en arme corporaties en de rechtsgelijkheid binnen de doelgroep in de volkshuisvesting zijn gewaarborgd. Tot 2000 heeft de corporatiesector de tijd om zelf voor een oplossing te zorgen. Indien dit niet lukt, is het aan de politiek om daarvoor te zorgen. Die oplossing is voor de PvdA-fractie gelegen in een revolving fund, een fonds aan de hand waarvan kan worden geopereerd. Dit wil niet zeggen dat per definitie alles via dat fonds moet. Er kunnen ook processen via regionale samenwerking tot stand worden gebracht, o.a. in de financiële sfeer.

Hij constateerde dat de staatssecretaris het lopende proces veel te snel heeft onderbroken, hetgeen heeft geleid tot een buitengewoon slecht resultaat. Er is geen revolving fund uit de bus gekomen en ook geen systeem dat rechtsgelijkheid binnen de doelgroep waarborgt, maar een college dat moet nagaan waar zich knelpunten bevinden. Na een heel omslachtige procedure kan worden gekomen tot een heffing. Naar zijn mening was dit niet de uitkomst die voor ogen stond en was het regeerakkoord op dit punt niet juist uitgevoerd.

De regering wil voor een periode van vijf jaar het in ontwerp aan de Kamer voorgelegde convenant, een kernpunt van het volkshuisvestingsbeleid, sluiten. Over enige tijd komt de nota Wonen uit die zal ingaan op de wijze waarop het stelsel werkt en die vooral in de toekomst moet werken. Op grond daarvan is het mogelijk dat een andere oplossing uit de bus komt.

De heer Duivesteijn vroeg om een nadere onderbouwing van de criteria die de staatssecretaris beoogt te hanteren bij het doorvoeren van een heffing. De tijd waarvoor het convenant wordt gesloten, zou zijns inziens niet langer mogen zijn dan de periode waarvoor de nota Wonen geldt. Het convenant zou derhalve kunnen worden gezien als een interim-oplossing voor een periode van een of twee jaar, waarna een fundamenteler systeem in werking treedt.

Wat is de waarde van het convenant dat de partner, het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), heeft ondertekend? In een brief van Aedes wordt veel afstand genomen van de mogelijke rol van het CFV. Wat hem mateloos irriteerde, was de voortdurende pretentie dat men alles zelf binnen deze sector kan doen en dat de overheid slechts weinig invloed op de volkshuisvesting moet hebben.

De vorige staatssecretaris van VROM heeft ooit gezegd: er moet een systeem komen en als dat niet gebeurt, kom ik met heffingen. Dat is nu gebeurd. Er komt een praatclub, college genaamd, in een miljardenwereld. Niet centraal staat de vraag hoe de volkshuisvesting het best georganiseerd kan worden ten behoeve van de doelgroep. De centrale vraag lijkt steeds meer te zijn: wie beheerst de markt? De heer Duivesteijn was van mening dat geredeneerd moet worden vanuit de doelgroep. Bij de organisatie van de volkshuisvesting kan heel goed uitgegaan worden van regionale verbanden, waarbinnen samenwerkingsstructuren aanwezig zijn van waaruit aan de slag kan worden gegaan.

Hij merkte op dat er geen echt arme corporaties zijn. Hooguit hebben een paar corporaties in financieel opzicht wat problemen in de exploitatiesfeer. Het gaat dan ook niet om rijke en arme corporaties, maar om corporaties met meer en corporaties met minder armslag. Vanwege de lage rentestand is dit niet makkelijk te definiëren. Pas als de rentestand hoger is, komt de vraag van het revolving fund aan de orde. Hij pleitte voor de instelling van een soort solidariteitsfonds aan de hand waarvan corporaties met minder armslag geholpen kunnen worden. Naar zijn oordeel zou dit normaal gevonden moeten worden.

Hij zou het op prijs stellen als kon worden uitgegaan van een kortere periode dan vijf jaar en als, voordat het convenant ondertekend wordt, de Kamer nog eens kon praten over de criteria.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) betreurde het geconfronteerd te zijn met een bijna ondertekend convenant en vond de door de staatssecretaris gekozen volgorde vreemd. Zij had er de voorkeur aan gegeven als eerst de Kamer was geconsulteerd. Het leek haar juist om de huurders te raadplegen, voordat het definitieve convenant wordt gesloten. Toegezegd is dat het college regelmatig zal communiceren met de Woonbond, maar onduidelijk is wat dit inhoudt en wat de consequenties daarvan zijn.

In het regeerakkoord wordt veelvuldig verwezen naar de nota Wonen. Het leek haar interessant een verbinding te leggen tussen de verevening en die nota, omdat het daarbij onder meer gaat om het verkopen van huurwoningen en het omgaan met het woningbezit, hetgeen niet los kan worden gezien van deze operatie. Het ging haar te ver te zeggen: begin hier maar mee en over twee jaar zien wij wel. Zou het niet beter zijn, eerst dat debat te voeren? Wat zijn de consequenties als het convenant niet snel wordt gesloten? Als alle partijen het investeringsniveau en het onderhoudsniveau evenwichtig tussen rijk en arm willen organiseren, is het de vraag of het nodig is dat convenant snel te tekenen. Misschien kan men zonder dat al op deze manier gaan werken. Als dat niet het geval is, kunnen betrokkenen later daarop altijd nog worden afgerekend.

De fractie van GroenLinks ondersteunde de hoofddoelstelling van de staatssecretaris dat het hoog nodig is aanvullende maatregelen te nemen om de huidige situatie bij te sturen. Het is treurig dat sommige corporaties in Nederland het zich kunnen permitteren geen verhogingen door te voeren, terwijl andere corporaties onvoldoende in staat zijn te investeren in hun volkshuisvestelijke opgave. Voor GroenLinks is het geen taboe de rijke corporaties af te romen ten behoeve van de arme corporaties om te voorkomen dat bewoners van arme corporaties met hogere huurverhogingen worden geconfronteerd dan die van rijkere corporaties.

Er dreigt gekozen te worden voor een nieuw bureaucratisch orgaan. Waarom wil de staatssecretaris de verevening niet op zijn ministerie tot stand laten brengen? Ligt dit aan zijn liberale marktdenken of is er sprake van een principiële keuze? Het is vreemd dat de sector over zichzelf gaat beslissen. Met de keuze voor het College sluitend stelsel wordt gegaan in de richting van een zelfstandig bestuursorgaan. Als de staatssecretaris het ergens niet mee eens is, maakt hij graag een vergelijking met het Oostblok. In de Sovjet-Unie was de partijsecretaris heel machtig. Ofschoon mevrouw Van Gent instellingen als Aedes en de VNG in geen enkel opzicht wilde vergelijken met de Sovjet-Unie vroeg zij waarom het secretariaat alleen bij deze instellingen wordt gelegd. Weliswaar wordt regelmatig gecommuniceerd met de huurders, maar onduidelijk is wat dit inhoudt. Zij was ervoor, te komen tot een bredere invulling.

Naar haar mening leidde de gekozen constructie ertoe dat de macht van de corporaties wordt versterkt. Zij was daar zeker niet in alle gevallen tegen, maar in dit geval moeten de corporaties over hun eigen situaties oordelen. Is dat niet vreemd?

In het convenant wordt wat de samenstelling van het college betreft op de ene plaats gesproken over vier leden en de voorzitter en op de andere plaats over vijf vaste leden. Is de voorzitter volwaardig lid van dit college? Is het algemeen belang en zeker het volkshuisvestingsbelang voldoende gegarandeerd door het benoemen van een van de vijf leden door de staatssecretaris?

Mevrouw Van Gent betreurde het dat uitsluitend corporaties en gemeenten een oordeel van het college kunnen vragen. Is het juist dat de staatssecretaris het college niet kan opleggen een onderzoek in te stellen, zelfs niet als hij zo'n onderzoek nodig acht in het belang van de volkshuisvesting?

Zij vroeg of dit voorstel niet breder betrokken moet worden bij de nota Wonen. De voorkeur van haar fractie ging uit naar de instelling van een fonds, maar wellicht is het te prematuur, zoiets nu te regelen. Zij kon zich iets voorstellen bij een compromis voor twee jaar, aangezien solidariteit vaak georganiseerd moet worden, maar vroeg zich af of geen onrust in de sector ontstaat als nu wordt gekozen voor zo'n compromis. Zij zou ervoor kiezen, een en ander te regelen in het kader van de nota Wonen, een beroep te doen op de sector om solidair te zijn en bij de behandeling van de nota Wonen te bezien hoe een en ander gegaan is en zo nodig aanvullende maatregelen te nemen.

De heer Poppe (SP) had de indruk dat hier en daar gedacht wordt dat vele miljoenen ongebruikt op de plank liggen bij de corporaties en dat er daarom flink afgeroomd moet worden. Een revolving fund heeft iets in zich van solidariteit tussen arm en rijk. Dat is mooi, maar het zou nog mooier zijn als de arme corporaties niet de hand behoeven op te houden bij de rijke. De armoede bevindt zich vooral bij de corporaties in de grote en middelgrote steden met probleemwijken. Door spreiding van kleine problemen wordt voorkomen dat bij een paar corporaties grote problemen ontstaan. Verder zijn er arme corporaties in de voormalige groeikernen.

De corporaties met weinig armslag moeten geholpen worden. Naar zijn mening is een revolving fund daarvoor absoluut niet toereikend. Er worden te hoge verwachtingen gewekt over de mogelijkheden die zo'n fonds biedt. Volgens de bedrijfstakgegevens van de corporaties bedroeg het gemiddelde eigen vermogen van de corporaties eind 1998 ongeveer f.6000 per woning. Dat komt neer op minder dan 10% van het totale vermogen. Het geld zit bovendien meestal geheel of gedeeltelijk vast in de eigen huizen. Het idee dat veel corporaties grote sommen geld in een achterkamertje hebben liggen, is dus niet juist. Wat is de mening hierover van de staatssecretaris?

Geld dat er niet is, kan niet in een fonds worden gestort. Hoogstens kunnen corporaties met een redelijke solvabiliteit goedkoper geld lenen en dat tegen vriendelijke voorwaarden uitlenen aan collega-corporaties. Een revolving fund kan een bijdrage leveren aan het oplossen van wat problemen van arme corporaties, maar zeker niet alle. Is het mogelijk dat zo'n fonds zal functioneren als aanjager voor fusies?

De heer Poppe was van mening dat de overheid niet mag weglopen voor haar verantwoordelijkheid en zeker niet voor haar financiële verantwoordelijkheid in het kader van de sociale volkshuisvesting. Dit gebeurt echter wel sinds Paars aan de macht is. Is de staatssecretaris bereid om, als blijkt dat financiële problemen op de beoogde manier niet aangepakt kunnen worden, over de brug te komen?

Het was hem opgevallen dat de huurders, degenen om wie het draait, volledig ontbreken in het ontwerp van het convenant College sluitend stelsel. Het college bestaat uit een onafhankelijke voorzitter, twee leden van Aedes en twee leden van de VNG. Waarom komen de huurders in het verhaal niet voor? Vindt de staatssecretaris dat niet nodig? Afhankelijk van het antwoord hierop overwoog hij een motie voor te stellen, inhoudende dat opnieuw onderhandeld moet worden over het convenant als de huurders er wel bij worden betrokken.

Als huurders problemen hebben met het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid of vinden dat hun corporatie het geld niet besteedt aan de kerntaken, kunnen zij zich volgens artikel 5.1 niet wenden tot het college, terwijl de staatssecretaris de consument een centralere plaats wilde geven sinds de invoering van de marktwerking in de huisvesting. Geldt dit alleen voor de kapitaalkrachtige consument en niet voor de gewone huurder? Is de staatssecretaris bereid het convenant zo aan te passen dat ook huurdersorganisaties bij het college terecht kunnen? Als zij in dat college een vertegenwoordiger hebben, lijkt de macht eerlijker verdeeld dan nu dreigt.

De heer Biesheuvel (CDA) was het opgevallen dat veel wordt geparkeerd bij de nota Wonen, terwijl de zaken niet bevroren kunnen worden totdat die nota is behandeld. Wat zijn de toetsingscriteria aan de hand waarvan het College sluitend stelsel zal opereren? Wat doet het CFV precies?

Hij releveerde dat de CDA-fractie nooit onder stoelen of banken heeft gestoken dat solidariteit niet wettelijk afgedwongen kan worden, maar moet worden georganiseerd. Daarop heeft de staatssecretaris ingespeeld. De uitkomst is dat de sector de kans krijgt het zelf te doen en dat, als de sector er niet uitkomt, er een stok achter de deur is. Indien een corporatie uit haar jasje is gegroeid, moet het mogelijk zijn elders te investeren. Hoe zou zo'n corporatie daartoe kunnen worden gestimuleerd, ook door de sector zelf?

Het was hem niet duidelijk hoe de consument hierbij wordt betrokken. Er zal een onderzoek plaatsvinden en het College sluitend stelsel kan uiteindelijk een lokale subafdeling in het leven roepen. Wat moet men zich daarbij voorstellen? Wat voor soort opdrachten krijgt die club mee? Wordt daarbij pas de consument betrokken?

Hoe zal de staatssecretaris zich opstellen ten aanzien van de wensen die de Kamer naar voren zal brengen bij de bespreking van de nota Wonen in relatie tot dit convenant? Degenen die een periode van vijf jaar te lang vinden, spreken over een periode van twee jaar. Die periode reikt verder dan het moment waarop de nota Wonen wordt behandeld.

Mevrouw Van 't Riet (D66) had er geen bezwaar tegen dat tot ondertekening van het convenant wordt overgegaan, mits meer duidelijkheid wordt geschapen over de sancties en de rol van de huurders. Nadat duidelijk is gemaakt welke sancties gelden en wat de onderbouwing daarvan is, kan tot ondertekening worden overgegaan, niet daarvoor. Zij zou graag een brief of notitie krijgen, waarin de criteria uit de doeken worden gedaan.

De instelling van het College sluitend stelsel onderschreef zij, maar het beeld van een praatgroep moet snel de wereld uit worden geholpen. Hoe denkt de staatssecretaris dit te bewerkstelligen?

Mevrouw Van 't Riet was van mening dat er sprake moet zijn van een behoorlijke afstemming met de huurdersorganisaties en vroeg hoe dit kan worden geregeld. Zij vond het niet passend een vertegenwoordiger van deze organisaties in het college te laten plaatsnemen. Wel kan afgesproken worden tussen de huurdersorganisaties en het college hoe de zaken afgestemd worden. Een dergelijke afspraak moet dan een verplichtend karakter hebben. Overigens meende zij dat voldaan is aan de essentie van wat hierover in het regeerakkoord is opgenomen.

Zij vroeg de staatssecretaris aan te geven in hoeverre differentiatie van corporaties naar draagkracht mogelijk is.

De heer Hofstra (VVD) wees op de verstandige teksten over dit onderwerp in het regeerakkoord en de oprekking daarvan via de motie-Melkert. In die motie is sprake van verevening, een handeling die ertoe kan leiden dat de goeden worden gestraft en de slechten worden beloond. Hij herinnerde eraan dat zijn fractie die motie niet had gesteund, maar wilde geen uitspraak doen over de opstelling van de andere coalitiepartners.

Bij rechtsgelijkheid wordt al snel het beeld geschetst dat de huren in bedwang moeten worden gehouden. Hij legde graag een link met de onverstandige uitspraken die zijn gedaan rond het huurbeleid. Er moet niet vreemd van worden opgekeken dat, als blijkt dat huren te laag zijn, de in het geding zijnde corporaties daar niet rijk van worden. De Kamer heeft een ander huurbeleid vastgesteld dan was voorgesteld door de staatssecretaris. Het is dan opmerkelijk te constateren dat het onderhavige stuk misschien nodig is vanwege het nieuwe huurbeleid dat de Kamer wenst.

Hij achtte het stuk dat nu op tafel ligt een goede invulling van wat in het regeerakkoord op dit punt is verwoord. Het ging hem niet te ver, omdat de VVD-fractie zich houdt aan wat in het regeerakkoord is opgenomen. Wel wilde hij weten op welke punten het convenant is aangescherpt ten opzichte van de vorige versie. In het regeerakkoord staat dat, als dit onvoldoende werkt, bezien kan worden of bestaande dan wel nieuwe instrumenten moeten worden ingezet. Als er wordt geheven, gebeurt dit dan evenredig, dat wil zeggen per woning, of is er sprake van een verdeelsleutel?

Naar zijn oordeel is er sprake van een sluitend stelsel. Als anderen vinden dat het anders moet, ligt de bewijslast bij hen.

De heer Hofstra achtte het niet juist, steeds weer te discussiëren over de vraag of de verzelfstandiging wel verstandig is geweest. De gang van zaken in deze sector vond hij heel succesvol en hij verlangde daarom niet terug naar de oude situatie.

Hij was het ermee eens dat het belangrijk is dat de huurders hun zegje kunnen doen. Voorzover het de lokale dimensie betreft, nam hij aan dat er voldoende regels en overlegsituaties zijn waarop de Woonbond en andere organisaties kunnen inspelen. Wat de landelijke dimensie betreft, heeft de staatssecretaris eerder gezegd dat het mogelijk is een soort inspraakmogelijkheid te creëren. Bestuurlijk is het volstrekt onzuiver om in het College sluitend stelsel een of meer vertegenwoordigers van huurdersorganisaties op te nemen.

In het BBSH is geregeld dat corporaties die beter als bankier kunnen worden aangeduid sowieso kunnen worden aangepakt. De heer Hofstra was ertegen dat een corporatie een bankier wordt. Wat doet de staatssecretaris als duidelijk is dat corporaties jaar in jaar uit blijken zich als bankier te hebben gedragen?

Antwoord van de staatssecretaris

Staatssecretaris Remkes merkte op dat er in de komende tien tot vijftien jaar zeer omvangrijke investeringen moeten plaatsvinden in de sfeer van de volkshuisvesting, meer nog dan in het plan van Aedes is verwoord. Onvoldoende duidelijk is wat op lokaal niveau de omvang van de investeringsopgave is en wat het vermogen van corporaties is om een bijdrage te leveren aan het vervullen van die opgave. Het ISV-proces heeft geholpen om daarvan een beeld te krijgen, maar er zijn nog onvolkomenheden. De komende tijd moet daarom alle energie gericht zijn op het verkrijgen van die duidelijkheid. Er moet een scherp beeld ontstaan van wat corporaties kunnen doen, waar de knelpunten liggen en wat via collegiale financiering gedaan kan worden.

Bij het wegwerken van de knelpunten kan worden gedacht aan het vormen van een pot via het opleggen van een forse heffing. Hij meende dat daarmee strategisch gedrag bij corporaties wordt uitgelokt, waardoor averechtse effecten worden bereikt. Het idee is nu juist dat de sector in beweging wordt gebracht. Indien de sector er zelf niet uitkomt, zou hij niet aarzelen, van zijn bevoegdheid gebruik te maken om een proces op gang te brengen waardoor partijen bij elkaar worden gebracht en om projectsteun te verlenen via een heffing. Hij had geconstateerd dat het visitatiestelsel, door de sector ontworpen, geen sluitend stelsel is. Gesprekken met de sector hebben vervolgens geleid tot het nu voorliggende mechanisme.

Hij vond het niet juist, huurders in het college te laten vertegenwoordigen. Huurders of huurdersorganisaties kunnen wel bepaalde zaken aan het college voorleggen en zullen door het college geconsulteerd worden. Op die manier worden de verantwoordelijkheden uit elkaar gehouden. Huurders worden heel nauw betrokken bij ISV-achtige processen die op lokaal niveau plaatsvinden. In het conceptconvenant is geregeld dat het college bij zijn oordeelsvorming de huurdersorganisaties consulteert en dat het college op het moment dat het een advies uitbrengt de huurdersorganisaties daarvan op de hoogte brengt.

De staatssecretaris vond het vanzelfsprekend om, wanneer hij tot het doen van heffingen besluit, onder ogen te zien wat dit betekent in termen van huren. Dit wordt daarna via een nog af te spreken procedure besproken met de Woonbond, waarmee hij trouwens periodiek overleg heeft waarin alle mogelijke zaken aan de orde kunnen komen.

Hij zou niet willen dat een soort neocorporatieve samenleving ontstaat waarin huurders kunnen meebeslissen, evenmin als hij ervoor was dat huiseigenaren kunnen meebeslissen over het opleggen van belastingen aan huizenbezitters. De suggestie dat de huurders in dit kader op dezelfde wijze moeten worden behandeld als de VNG verwierp hij. De VNG is een overkoepelend orgaan van democratisch gelegitimeerde organisaties, hetgeen van huurdersorganisaties niet kan worden gezegd. Hij vond het wel zeer voor de hand liggend dat, wanneer het college in de gelegenheid is derden te horen, ook huurdersorganisaties worden gehoord.

In het ISV-proces is bewonersparticipatie als een belangrijk aandachtspunt betrokken. Huurders hebben er belang bij, aan dit soort processen deel te nemen vanwege de consequenties voor de huren en vanwege de betrokkenheid bij wat in hun woonsituatie gebeurt en moet gebeuren. Dat moet op een goede manier worden georganiseerd. De staatssecretaris was ervan overtuigd dat via de nu gekozen constructie dat belang gewaarborgd is.

In het vernieuwde conceptconvenant is de positie van de huurders nader geregeld, is de positie van het Rijk beter en duidelijker gedefinieerd en is een veel duidelijker evaluatiebepaling opgenomen. Het definitieve convenant wordt niet aan de Kamer voorgelegd, omdat de verantwoordelijkheid ervoor berust bij de regering.

Relevant is wanneer er geheven wordt. Ook relevant is dat men op het departement bezig is met een nieuw Besluit Centraal Fonds Volkshuisvesting. Daarbij is de vraag aan de orde op welke wijze zal worden geheven. Hij merkte op een en ander zo snel mogelijk aan de Kamer ter beoordeling te zullen voorleggen.

De verantwoordelijkheid voor de wijze van heffen ligt bij de wetgever en bij het CFV. Zoiets hoort niet thuis in het convenant. Hij zegde toe dat er niet geheven wordt, voordat de Kamer in de gelegenheid is geweest, haar opvattingen en oordeel erover te geven. Bij de beantwoording van de vragen hoe de knelpunten boven tafel kunnen komen en hoe deze weggewerkt kunnen worden, hoort ook de beantwoording van de heffingsvraag. Hij had er behoefte aan, die knelpunten op korte termijn boven tafel te krijgen en daarbij twee voorbeelden te schetsen.


- In Delfzijl is sprake van een ernstige leegstandproblematiek. Als zo'n problematiek lokaal of regionaal niet opgelost kan worden, kan zij in dit traject worden gevoegd.


- Destijds is afgesproken dat een pilotproject zou worden gestart voor de regio Den Haag. Later is op de lokale werkvloer de conclusie getrokken dat dit toch niet zo'n goede oplossing was en dat daarom aan dat pilotproject geen behoefte meer was. Desgevraagd konden het gemeentebestuur en de corporaties niet aangeven wat de knelpunten waren.

De staatssecretaris vond dat een en ander qua volgorde in de tijd goed in elkaar past. De Kamer is bij de behandeling van het besluit en van de nota Wonen volop in de gelegenheid, er het hare over te zeggen. Na twee jaar is voorzien in een volwaardige wijze van evalueren. Als daaruit blijkt dat via deze weg niet bereikt wordt wat beoogd wordt te bereiken, moet de conclusie worden getrokken dat gekozen moet worden voor een ander traject, voor het nemen van zwaarderwegende maatregelen. De evaluatie moet duidelijk maken of het traject zodanig verloopt dat de knelpunten in de investeringsopgave worden aangepakt. Bij de nota Wonen gaat het om het verbijzonderen van dat uitgangspunt.

Het leek hem niet juist, de belangenorganisaties te laten meepraten over de heffingscriteria. Deze criteria zijn de verantwoordelijkheid van Kamer en regering en horen dus niet in het convenant thuis. In het kader van het Besluit Centraal Fonds Volkshuisvesting en van de nota Wonen zal duidelijkheid geschapen worden over de heffingscriteria.

Het feit dat het secretariaat niet is ondergebracht bij het Rijk heeft te maken met de positie van de toezichthouder. De staatssecretaris diende aan de ene kant het proces te entameren en aan de andere kant zijn verantwoordelijkheden als toezichthouder volop te kunnen waarmaken. Het onderbrengen ervan bij het CFV of Aedes kan belangenconflicten opleveren. Hij was echter bereid om hier nog eens naar te kijken.

Het beeld van de sector is tweeledig, namelijk dat er genoeg geld in zit, maar dat de solvabiliteitspositie niet overhoudt, hetgeen verband houdt met het feit dat het geld vastzit, terwijl de waarde van het bezit de afgelopen jaren geweldig is gestegen. De sector moet in staat geacht worden de investeringsopgave op een goede wijze te kunnen vervullen. Waarover gesproken wordt, zijn de lokale knelpunten. Het verkopen van woningen door corporaties is een niet onbelangrijk instrument om aan die investeringsopgave te kunnen voldoen dan wel in sommige situaties een gematigd huurbeleid te kunnen voeren.

De sancties liggen in de systematiek opgesloten. Hierop wordt ingegaan in de wijziging van de Woningwet die onlangs is behandeld.

De staatssecretaris was van mening dat het college beslist geen praatcollege wordt en vond dan ook dat dit beeld snel uit de wereld moet worden geholpen.

Hij vond het toe te juichen als door corporaties op een verstandige manier belegd wordt. Het risicoprofiel moet daarbij zo laag mogelijk zijn. Het stimuleren van rijke corporaties dat zij in volkshuisvestelijke knelpunten investeren, vond hij bij uitstek een zaak van het college.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) was blij met de toezegging dat nog nader bezien wordt of het secretariaat ergens anders ondergebracht kan worden.

De huurders krijgen een volwaardige rol, maar deze rol vond zij niet gelijkwaardig aan die van Aedes en de VNG, op grond waarvan zij overwoog een motie terzake in te dienen.

Zij wilde ook een motie indienen die het de Kamer mogelijk moet maken, te spreken over het definitieve convenant voordat het ondertekend wordt.

Zij vond het vreemd dat de evaluatiecriteria op een later tijdstip bekend worden. Alle partijen moeten voor het ondertekenen van het convenant toch weten waaraan zij toe zijn?

Ook het later bekend worden van de heffingscriteria achtte zij geen goede zaak.

Het was mevrouw Van Gent opgevallen dat de coalitiepartijen het regeerakkoord steeds vaker verschillend interpreteren. Het verbaasde haar dat D66 akkoord gaat met een vage zeggenschap en weinig invloed van de huurders.

De heer Poppe (SP) vond de heffingscriteria in het kader van het convenant zeer belangrijk en vroeg welke volgorde wordt aangehouden bij de besluitvorming.

Hoort de Kamer nog voordat het convenant ondertekend wordt of het secretariaat ergens anders wordt ondergebracht?

Hij vernam graag waarom de Kamer wel kan praten over het conceptconvenant, maar niet over de definitieve versie.

Naar zijn mening was het dringend gewenst, snel een helder beeld te krijgen van de vlottende gelden waarover de corporaties beschikken. Is de staatssecretaris het daarmee eens?

Al met al leek hem deze onderneming te veel op een experiment van twee jaar.

De heer Duivesteijn (PvdA) betreurde het dat de huurders(organisaties) niet als volwaardige partners worden beschouwd. Hij zou het logisch vinden om in het college ook een vertegenwoordiger van de Woonbond op te nemen. Hij had gehoopt op een wat ruimhartiger beleid van de staatssecretaris en was daarin teleurgesteld.

Belangrijk vond hij het dat de evaluatietermijn is teruggebracht naar twee jaar.

Hij achtte het gewenst, het secretariaat een onafhankelijke positie te geven, omdat op die manier het instituut tussen het veld en de overheid een goede vorm krijgt.

De heer Duivesteijn pleitte voor het opstellen van een beleidsbrief waarin inzicht wordt gegeven in de criteria op grond waarvan eventueel wordt besloten tot een heffing.

Mevrouw Van 't Riet (D66) was tegen een zeer vrijblijvende rol van de huurdersorganisaties. Het kan niet de bedoeling zijn dat zij allerhande adviezen verstrekken en vervolgens in de hoek worden gezet.

Zij verwachtte duidelijkheid over de heffingscriteria, voordat het convenant wordt ondertekend en wees erop dat de nota Wonen en de wijziging van het Besluit Centraal Fonds Volkshuisvesting pas daarna aan de orde komen.

De heer Hofstra (VVD) vond dat de invloed van de huurders toereikend is geregeld en meldde geen behoefte te hebben aan de aangekondigde moties.

Staatssecretaris Remkes zei dat nog eens goed gekeken zal worden naar de positie van het secretariaat.

In het conceptconvenant staat het een en ander over de positie van huurders en van huurdersorganisaties. Hij had geen verzoek ontvangen van de Woonbond om een vertegenwoordiging in het college, maar vond dat van weinig belang. Zoiets past gewoon niet in de constructie. Hij onderstreepte echter dat er geen sprake zou zijn van vrijblijvend overleg.

Wat de beleidsbrief betreft, merkte hij op dat het beoogde wordt vervat in de wijziging van het Besluit Centraal Fonds Volkshuisvesting, een stuk dat de Kamer passeert voor de zomer van
2000. Hij zegde toe dat geen heffing in voorbereiding wordt genomen dan nadat de Kamer daarbij op een ordentelijke wijze is betrokken. Hij had er geen probleem mee, zulks in het convenant wat zwaarder aan te zetten. De manier waarop er geheven zal worden, wordt geregeld in het Besluit Centraal Fonds Volkshuisvesting. Onder welke omstandigheden een heffing wordt opgelegd, zal uitvoerig aan de orde komen in de nota Wonen. Onder welke omstandigheden en op basis van welke criteria projectsteun wordt verleend, zal in de praktijk duidelijk moeten worden. In de nota Wonen wordt daarop nader ingegaan.

De voorzitter van de commissie,

Reitsma

De griffier van de commissie,

De Gier


1 Samenstelling:

Leden: Reitsma (CDA), voorzitter, Van Middelkoop (GPV), Witteveen-Hevinga (PvdA), Feenstra (PvdA), Verbugt (VVD), Poppe (SP), Duivesteijn (PvdA), Crone (PvdA), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), ondervoorzitter, Eisses-Timmerman (CDA), Th.A.M. Meijer (CDA), Luchtenveld (VVD), Van Wijmen (CDA), Kortram (PvdA), Van der Knaap (CDA), Ravestein (D66), Van der Steenhoven (GroenLinks), Van Gent (GroenLinks), Oplaat (VVD), Van der Staaij (SGP), Schoenmakers (PvdA), Waalkens (PvdA), Udo (VVD)

Plv. leden: Leers (CDA), Stellingwerf (RPF), Dijksma (PvdA), Valk (PvdA), Essers (VVD), De Wit (SP), Van Heemst (PvdA), De Boer (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Van Beek (VVD), Geluk (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Schreijer-Pierik (CDA), Blok (VVD), Biesheuvel (CDA), Bos (PvdA), Van den Akker (CDA), Giskes (D66), M.B. Vos (GroenLinks), Halsema (GroenLinks), Niederer (VVD), Van 't Riet (D66), Spoelman (PvdA), Hindriks (PvdA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie