Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Van Aartsen over de situatie in Tsjetsjenie

Datum nieuwsfeit: 17-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

26837000.005 brief min buza inzake de situatie in tsjetsjenie Gemaakt: 9-2-2000 tijd: 11:45

4

26837 De situatie in Tsjetsjenie en de noordelijke Kaukasus als geheel

nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 17 januari 2000

Ten vervolge op voorgaande brieven aan U over de situatie in Tsjetsjenie, laatstelijk mijn schrijven van 10 november 1999 (26837, nr. 3) , alsmede het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 17 december jl. bericht ik U hierbij over het conflict in de noordelijke Kaukasus het volgende.

Inleiding

Het vervroegde aftreden van president Jeltsin op 31 december 1999 en de benoeming van premier Poetin tot waarnemend president lijken geen invloed te hebben op de Russische inzet in de oorlog in Tsjetsjenië. Voorlopig is de verwachting dat waarnemend president Poetin zijn harde lijn ten aanzien van Tsjetjenië zal blijven voortzetten en zich weinig zal aantrekken van kritiek en maatregelen van Westerse zijde. De aanloop tot de presidentsverkiezingen op 26 maart a.s. zal naar verwachting slechts bijdragen aan een bestendiging of verdere verharding van de huidige militaire campagne. Intussen is het niet onmogelijk dat Tsjetsjenen met gewelddadige incidenten de komende periode gebruiken om president Poetins positie te verzwakken.

Militaire en binnenlands-politieke situatie

Het Russische leger heeft het noordelijke gedeelte van Tsjetsjenië thans onder controle en tracht de situatie aldaar te normaliseren. De pro-Russische clanleider Saidoellaev is benoemd tot hoofd van de Tsjetsjeense regering in het bezette gebied. Regelmatig worden raketaanvallen en hevige bombardementen uitgevoerd op de vrijwel geheel omsingelde hoofdstad Grozny en andere steden, waarbij inmiddels vele burgerslachtoffers zijn gevallen. Het Tsjetsjeense verzet lijkt echter sterker dan verwacht. Opstandelingen voeren in toenemende mate aanvallen uit op het leger waarbij het aantal slachtoffers aan Russische zijde volgens de Russische media snel stijgt. Volgens Human Rights Watch zouden Russische troepen in het dorp Alchan-Joert in de periode van 1-14 december gewelddadigheden en moorden jegens de burgerbevolking hebben gepleegd. De Russische regering stelt hiernaar een onderzoek in. Over een evacuatie van de burgerbevolking uit Grozny is tot nu diverse keren vruchteloos onderhandeld. Ook het meest recente overleg tussen Minister van Noodsituaties Sjoigoe en de Tsjetsjeense onderhandelaar Yarikhanov op 29 december jl. bleef zonder resultaat. Het is onduidelijk hoeveel burgers nog in de stad verblijven, schattingen lopen uiteen van 10-40.000. Het Russische leger maakte begin december een ultimatum bekend: op 11 december zou de dan nog achtergebleven bevolking van Grozny worden beschouwd als terrorist. Deze datum is echter verstreken zonder dat het Russische dreigement is uitgevoerd.

Het is duidelijk dat de Russische strijdkrachten zullen trachten het gehele grondgebied onder Russische controle te brengen.

De steun van Rusische politici en bevolking voor de acties van de regering is nog steeds zeer groot. De populariteit van waarnemend president Poetin is sterk toegenomen dankzij de Russische acties in Tsjetsjenië. De resultaten van de Doemaverkiezingen van 19 december, waarbij regeringsgezinde partijen onverwacht veel winst hebben geboekt, hebben de positie van het Kremlin en van Poetin versterkt en daarmede de steun van de bevolking voor de strijd in Tsjetsjenie bevestigd.

Humanitaire situatie

Hulpverlening aan de ontheemden in de buurrepublieken Ingoesjetië en Noord-Ossetië en in Tsjetsjenië zelf verloopt nog steeds moeizaam vanwege de slechte veiligheidssituatie. Volgens UNHCR is het precieze aantal ontheemden moeilijk te bepalen omdat bijna 90% bij familie en vrienden verblijft, circa 40.000 mensen weer terug zijn gekeerd naar het noorden van Tsjetsjenië en circa 30.000 zijn doorgereisd naar andere delen van de Russische Federatie. Volgens de Russische autoriteiten verbleven in Ingoesjetië eind december vorig jaar ruim

190.000 ontheemden. De humanitaire situatie is met het invallen van de winter sterk verslechterd, hetgeen door diverse internationale missies naar Ingoesjetië (UNHCR Ogata op 19 november, OVSE-CiO Vollebaek op 15 december) is bevestigd. Het Russische Rode Kruis/Halve Maan, UNHCR, WFP, UNICEF, WHO en een zevental NGO's verzorgen de hulpverlening in de regio. De overheid heeft een aantal kampen ingericht en op basis van een Inter-agency Appeal van 24 november jl. heeft de VN tenten en voedsel beschikbaar gesteld

Nederland heeft in 1999 in totaal 3,2 miljoen gulden beschikbaar gesteld voor de opvang van ontheemden in de regio, gekanaliseerd via het ICRC (1 miljoen), Medicins du Monde (178.000), de Stichting Oekomenische Hulp (275.000) en UNICEF en de WHO via de Inter-agency Appeal van de Verenigde Naties

(1. 800.000).

Internationale reacties

Binnen de Permanente Raad van de OVSE is het Russische optreden in verschillende EU-verklaringen scherp veroordeeld. Tijdens de OVSE-top in Istanboel op 18 en 19 november jl. (waarover u op 26 november jl. schriftelijk bent geïnformeerd) is dankzij grote internationale druk op president Jeltsin de noodzaak van een politieke oplossing in de slotverklaring onderstreept. Ondanks het feit dat Tsjetsjenië de OVSE-top domineerde is men uiteindelijk toch overgegaan tot ondertekening van het CSE-verdrag en het OVSE-Veiligheidscharter. Mogelijk zullen Westerse landen de ratificatie van het CSE-verdrag afhankelijk maken van een oplossing van het confict in Tsjetsjenië. Als uitvloeisel van de OVSE-top bracht een OVSE-missie o.l.v. Chairman in Office Vollebaek op 15 en 16 december uiteindelijk een bezoek aan Ingoesjetië. Echter, Rusland stemde niet in met het verlangde politieke onderhandelingsmandaat. De CiO drong aan op een politieke oplossing met een regionale dimensie en een wapenstilstand. Rusland stemde in met het sturen van OVSE-waarnemers naar de grens tussen Georgië en Rusland, maar gaf geen toestemming voor de door de EU bepleite vestiging van een OVSE-humanitair hulpverleningskantoor in Nazran (Ingoesjetië).

De Europese Unie heeft tijdens de Europese Raad van Helsinki op 10 en 11 december jl. een aantal sanctiemaatregelen tegen Rusland ingesteld. De uitvoering van de Gemeenschappelijke Strategie en het Partenerschaps- en Samenwerkingsaccoord wordt heroverwogen waarbij de mensenrechtenclausule zal worden ingeroepen voor het opschorten van artikelen waaraan Rusland economische voordelen ontleent. De inzet van nieuwe TACIS-middelen zal worden verlegd van economische ondersteuning naar projecten op het gebied van humanitaire hulp, mensenrechten, civil society, rechtsstaat en nucleaire veiligheid. Reeds eerder was besloten de ondertekening van het wetenschappelijk Samenwerkingsaccoord tussen de EU en Rusland uit te stellen.

Evenmin zal Rusland zijdens de EU hernieuwde voedselhulp ontvangen. Zorg bestaat over regionale uitbreiding van het conflict, zeker nadat Rusland op 21 december vorig jaar, na diverse grensincidenten, Georgië formeel beschuldigde van hulp aan Tsjetsjeense opstandelingen.

In de Raad van Europa staat Rusland hoog op de agenda. Op 14 januari zal de Ierse minister van Buitenlandse Zaken Andrews in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Raad van ministers een bezoek aan Moskou brengen en de goede diensten van de Raad aanbieden bij het bereiken van een oplossing van de Tsjetsjeense kwestie. De SG van de RvE, Schwimmer, heeft op 13 december de artikel 52 procedure ingesteld volgens welke Rusland avant 10 januari 2000 moet rapporteren over de toepassing van het Europese Verdrag inzake de Rechten van de Mens in Tsjetsjenië. Geen enkele andere lidstaat is ooit door de SG gevraagd om rekenschap te geven op grond van dit artikel van het EVRM. Van 16-18 januari a.s. zal een delegatie van de Parlementaire Assemblee onder leiding van haar voorzitter Lord Russell Johnston op uitnodiging van de Russische minister van Binnenlandse Zaken Roesjailo een bezoek aan Rusland brengen. Eind januari zal de Parlementaire Assemblee een urgentiedebat over Rusland voeren.

Nederlands beleid

Nederland blijft inspanningen ondersteunen om de internationale druk op de Russische Federatie op te voeren, gericht op een politieke oplossing van het conflict, regionale stabiliteit en humanitaire bijstand voor ontheemden.

Tijdens het Plenaire Debat in de Tweede Kamer op 16 december inzake de Europese Raad te Helsinki heb ik aangegeven bereid te zijn te onderzoeken of tesamen met andere EU-lidstaten een Statenklacht tegen Rusland kan worden ingediend, indien Rusland over zou gaan tot het met geweld innemen van Grozny. Mijn sondages wijzen uit dat hiervoor binnen de EU in dit stadium te weinig draagvlak kan worden gevonden. Vrijwel alle lidstaten wijzen op de geringe opportuniteit van indiening in het licht van de andere ijzers die de Raad van Europa juist deze maand t.a.v. Rusland in het vuur heeft (artikel 52 procedure, bezoek Ierse voorzitterschap RvE aan Moskou, bezoek voorzitter Parlementaire Assemblee en daaropvolgend debat). Eerst moet worden afgewacht of deze maatregelen vruchten afwerpen. Tevens wordt gewezen op de lange duur (twee jaar!) van de statenklachtprocedure, de onbeproefdheid van het instrument en derhalve de zeer onzekere uitkomst. Ik heb derhalve geconstateerd, dat er op dit moment te weinig steun is van onze partners voor het indienen van een statenklacht.

In de relatie met Rusland moeten we verder kijken dan de Tsjetsjeniëcrisis. Het belang van onze strategische relatie op de lange termijn moet zorgvuldig worden afgewogen tegen het de huidige precaire situatie van de Tsjetsjeense burgers. De uitslag van de Doemaverkiezingen van 19 december en het aantreden van een nieuwe waarnemend President op 31 december vorig jaar, hebben Rusland zeker niet ontvankelijker gemaakt voor Westerse kritiek en maatregelen.

Eventuele maatregelen mogen niet leiden tot een breuk. Rusland moet nauw betrokken blijven bij westerse instituties als de EU, de OVSE, de Raad van Europa en de NAVO. Daarom onderzoekt Nederland in overleg met EU-partners mogelijkheden om de uitvoering van de Gemeenschappelijke Strategie EU-Rusland in te zetten voor het creëren van een samenhangend beleid ten aanzien van de (Noordelijke) Kaukasusregio. Met een dergelijke aanpak kan de GSR dienen als handvat voor het uitoefenen van politieke druk alsook voor het aanbieden van van een bredere betrokkenheid van de EU bij het nemen van maatregelen in Rusland zoals internationale terrorismebestrijding, het oplossen van etnische tegenstellingen en het bevorderen van regionale stabiliteit door samenwerking en economische ontwikkeling.

We moeten stevige signalen in bilaterale en multilaterale contacten en het oplopend gebruiken van beschikbare drukmiddelen, zoals door de Europese Raad in Helsinki ingesteld, niet uit de weg gaan. Deze maatregelen worden thans nader uitgewerkt maar de mogelijkheden om Rusland in deze verkiezingstijd daadwerkelijk te beïnvloeden zijn beperkt.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

J.J. van Aartsen

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie