Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Voorstel kabinet over verkiezing en positie Eerste Kamer

Datum nieuwsfeit: 18-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Kabinet doet voorstellen tot wijziging verkiezing en positie Eerste Kamer
Een persbericht bij het onderwerp Grondwet(sherziening). 18 januari 2000
De Eerste Kamer moet niet langer iedere vier jaar in zijn geheel worden gekozen. In plaats daarvan moet om de drie of vier jaar de helft van het aantal Eerste-Kamerleden worden gekozen. Hierdoor zou de positie van de Eerste Kamer als kamer van reflectie meer reliëf krijgen. Verder wordt de introductie van de figuur van de terugverwijzing in de vorm van een terugzendplicht voorgesteld, waardoor de Tweede Kamer het wetsvoorstel wederom in behandeling neemt. Nu kan de Eerste Kamer alleen ja of nee tegen een wetsvoorstel zeggen. Een dergelijke terugzendplicht zou ook bij grondwetswijzigingen gebruikt moeten kunnen worden. Dit schrijft minister Peper in de begeleidende brief bij de notitie Reflecties over de positie van de Eerste Kamer aan de beide kamers van de Staten-Generaal. Met deze notitie reikt het kabinet ingrijpende voorstellen (in de vorm van opties) aan om de positie van de Eerste Kamer te wijzigen. De notitie vloeit voort uit afspraken in het regeerakkoord. Nadat de Eerste Kamer in mei 1999 het wetsvoorstel voor het invoeren van een correctief wetgevingsreferendum heeft verworpen, is in het zogenaamde lijmakkoord van 17 juni 1999 wederom aangedrongen op voorstellen over de verkiezing en positie van de Eerste Kamer. In meerdere landen met een tweekamerstelsel is de positie van de kamer die vergelijkbaar is met de Nederlandse Eerste Kamer regelmatig onderwerp van bezinning (geweest). Zo is het Hogerhuis in Denemarken bij de grondwetsherziening van 1953 afgeschaft, in Zweden bij de grondwetsherziening van 1968-1969. Dit zijn niet de enige EU-landen waarin met één kamer wordt volstaan; dit geldt namelijk ook voor Griekenland, Luxemburg, Portugal en Finland. Ook in Nederland is de discussie over de positie van de Eerste Kamer geen nieuw verschijnsel. Verkiezing Eerste-Kamerleden
Sinds de grondwetswijziging van 1983 wordt de Eerste Kamer iedere vier jaar in haar geheel gekozen. Daardoor bestaat de mogelijkheid dat de Eerste Kamer, na provinciale statenverkiezingen, gezien wordt als een actuelere afspiegeling van de politieke verhoudingen dan de Tweede Kamer. Dit kan leiden tot verschillen in meerderheden tussen beide kamers, waardoor zich conflicten kunnen voordoen waarvoor geen oplossingen bestaan.
Het kabinet stelt voor terug te keren naar een stelsel dat vergelijkbaar is met dat van vóór 1983 toen om de drie jaar de helft van de Eerste Kamer gekozen werd.
Het kabinet onderscheidt daarbij drie varianten: alle staten kiezen iedere drie jaar 37 respectievelijk 38 leden, alle staten doen dit iedere vier jaar, of de provincies worden in even groepen ingedeeld waarna om de vier jaar de helft van de groepen 37 respectievelijk 38 leden kiest.
Terugzendplicht
De Eerste Kamer kan momenteel slechts een wetsvoorstel aanvaarden of verwerpen; een tussenweg is niet mogelijk. Als gevolg hiervan is zij soms genoodzaakt om - al dan niet onder politieke druk - in te stemmen met een wet waartegen zij eigenlijk bezwaar heeft. De Eerste Kamer kan nu alleen aandringen op het indienen van een novelle (reparatiewetsvoorstel) bij de Tweede Kamer. Nadeel van een novelle is dat deze, bij veelvuldig gebruik, beschouwd kan worden als een verkapt recht van amendement, een recht dat de Eerste Kamer nadrukkelijk niet heeft.
Het kabinet stelt voor een terugzendplicht in te stellen als een meer structurele oplossing voor het (laten) aanbrengen van wijzigingen in wetsvoorstellen.
Het zou betrekking hebben op wetsvoorstellen die bij gewone meerderheid, maar niet met meer dan twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen door de Eerste Kamer zijn verworpen. Het kabinet onderscheidt drie opties. De Tweede Kamer behandelt het voorstel opnieuw en na aanvaarding wordt dit doorgezonden naar de Koningin ter bekrachtiging. Bij de tweede optie gaat het wetsvoorstel na aanvaarding door de Tweede Kamer niet naar de Koningin, maar voor een tweede maal naar de Eerste Kamer die vervolgens alleen het vetorecht kan uitoefenen - ja of nee zeggen - met een meerderheid van twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
Een derde mogelijkheid is het voorstel terug te zenden naar een verenigde vergadering van de Staten-Generaal die vervolgens bij gewone meerderheid beslist.
Het kabinet is van mening dat de terugzendplicht zich niet moet beperken tot gewone wetsvoorstellen, maar ook moet worden toegepast bij grondwetswijzigingen. De wijze waarop de terugzendplicht kan worden toegepast, en de afhandeling van het voorstel tot grondwetswijziging, komen overeen met de voorgestelde opties bij gewone wetsvoorstellen. Met dien verstande dat het hier als volgt werkt: een voorstel dat door de Eerste Kamer met een gewone meerderheid, maar met minder dan twee derden wordt aangenomen, dient te worden teruggezonden. Naast deze opties oppert het kabinet de mogelijkheid van een tweede lezing nieuwe stijl. Hierbij behandelt in tweede lezing uitsluitend de verenigde vergadering van de Staten-Generaal het voorstel. Wanneer de verenigde vergadering het voorstel met twee derden meerderheid aanvaardt, is het aangenomen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie