Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief EZ over verantwoord ondernemen in het buitenland

Datum nieuwsfeit: 18-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

> 26485000.005 brief sts ez inzake maatschapplijk verantwoord ondernemen in het buitenland
> Gemaakt: 20-1-2000 tijd: 15:41

> 5

26485 Maatschappelijk verantwoord ondernemen

nr. 5 Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 18 januari 2000

Inleiding

In vervolg op mijn brief aan u van 6 oktober 1999 (Tweede Kamer vergaderjaar 1999-2000, 26485 nr.4) informeer ik u bij deze over mijn conclusies omtrent een gedragscode voor de overheid als ondernemer en over initiatieven inzake verslaglegging door bedrijven.

In genoemde brief kondigde ik aan dat ik de Kamer een ontwerp van een gedragscode zou voorleggen die mogelijk toepasbaar is op het handelen van de overheid als ondernemer in het buitenland. Dat ontwerp zou ook kunnen dienen als voorbeeld voor mogelijk door Nederlandse bedrijven op te stellen gedragscodes.

In die brief heb ik tevens de verwachting uitgesproken nadere informatie te kunnen verschaffen hoe ik met VNO/NCW tot een soort convenant kan komen over verslaglegging door Nederlandse bedrijven over hun buitenlandse activiteiten. Beide zaken worden in het hiernavolgende nader belicht.

De ontwerpgedragscode voor de overheid

Tijdens het overleg met de Kamer op 7 september jl. heb ik in reactie op de motie van het lid mw. Verburg toegezegd een ontwerp op te stellen van een gedragscode voor de overheid als ondernemer. Ik heb bij die gelegenheid gesteld dat het niet zeker is of een dergelijke code in de praktijk zinvol kan worden toegepast. De overheid treedt immers niet als ondernemer in het buitenland op. Zij is eerder marktpartij, zoals bij de aankoop van goederen en diensten. De aan- en verkoop van militair materieel neem ik overigens in deze beschouwing niet mee; voor het beleid op dit terrein gelden duidelijke criteria waarmee de Kamer bekend is.

Ik heb onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor een gedragscode voor de overheid als marktpartij. Het blijkt dat het hanteren van de term «gedragscode» in deze context verwarrend kan zijn. Beter is het om te spreken van mogelijke criteria die de overheid bij aankoop en aanbestedingen hanteert. Daarbij kan overigens principieel geen onderscheid worden gemaakt tussen criteria voor binnenlandse en buitenlandse aankopen. Dat zou in strijd zijn met de Europese richtlijnen voor aanbestedingen: Nederlandse overheidsopdrachten zijn boven een bepaalde drempel onderworpen aan Europese richtlijnen voor overheidsopdrachten. Nederland is voorts gebonden aan het WTO-verdrag inzake overheidsaanschaffingen. Net als in de Europese richtlijnen is in dit verdrag non-discriminatie het basisbeginsel.

De totale Nederlandse overheidsaankopen beliepen in de periode 1995 tot en met 1998 gemiddeld ongeveer 65 miljard gulden op jaarbasis. Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 1996, op het totaal van 66 miljard gulden, 11% van de aankopen uit het buitenland kwam. De invoer uit EU-landen beloopt ongeveer 7,8%. Het CBS beschikt niet over exacte cijfers over de herkomst van aanschaffingen van buiten de EU, maar men schat dat in 1996 ongeveer 0,5% (300 miljoen gulden) van de Nederlandse overheidsaankopen uit niet-OESO-landen werd betrokken. Het aandeel van de ontwikkelingslanden hierin is moeilijk te achterhalen, maar de schatting is dat dit enkele tientallen miljoenen guldens bedraagt.

De vraag is welke criteria de diverse overheden in Nederland kunnen hanteren om te verzekeren dat de diensten en producten die zij uit het buitenland betrekken op verantwoorde wijze tot stand komen. Het probleem daarbij is dat het hier niet zozeer gaat om objectieve eisen die aan producten worden gesteld, maar eerder om eisen aan het productieproces. Dat is een veel moeilijker meetbaar criterium. Desondanks acht ik het wenselijk dat de overheid bij het aankoopbeleid behalve naar functionele kwaliteit ook streeft naar maatschappelijke kwaliteit. Het zal duidelijk zijn dat bij de ontwikkeling van toepasbare criteria een groot aantal instanties is betrokken.

Daarnaast wil ik de mogelijkheid onderzoeken van maatschappelijke toetsingscriteria die zouden kunnen worden gehanteerd bij de verlening van subsidies voor investeringen in het buitenland. Het gaat daarbij primair om criteria die de uitvoerders van de instrumenten kunnen hanteren. Ook moet in kaart worden gebracht wat de mogelijke consequenties van het hanteren van dergelijke criteria zijn. Dat vereist overleg met de betrokken uitvoerders en met andere departementen.

Ik zal de Kamer over de voortgang van deze initiatieven informeren.

De voorbeeld-gedragscode voor het bedrijfsleven

Zoals eerder aangekondigd heb ik een voorbeeld-gedragscode opgesteld die Nederlandse bedrijven kan helpen bij het opstellen van een eigen gedragscode. Mijn uitgangspunt daarbij is dat de overheid bedrijven niet moet voorschrijven hoe zij zich in het buitenland dienen te gedragen. Een gedragscode moet vanuit het bedrijf ontwikkeld worden. Alleen dan zal hij door de medewerkers als een deel van de eigen cultuur worden ervaren.

Doel van deze voorbeeldcode is om bedrijven die actief in het buitenland zijn, of die plannen in die richting hebben, aan te sporen een eigen gedragscode op te stellen. Er zijn immers landen waar bedrijven worden geconfronteerd met politieke of sociale problemen. Een eigen gedragscode, waarover objectief wordt gerapporteerd, biedt zowel het bedrijf als het publiek zekerheid over de normen die in het buitenland worden gehanteerd.

De bijgevoegde voorbeeldcode moet vooral gezien worden als een checklist van maatschappelijke aspecten die mijns inziens de aandacht verdienen bij het zaken doen in het buitenland. De OESO-Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen zijn en blijven het algehele internationale kader voor het gedrag van bedrijven in het buitenland. Naast de Richtlijnen is voor de checklist ook geput uit inzichten en ervaringen van bedrijven. Ik zie de toegevoegde waarde van deze voorbeeldcode vooral op de volgende punten:

? Begonnen wordt met een aantal voorafgaande overwegingen: de meeste bedrijfscodes, als ook de OESO-Richtlijnen beperken zich tot de normen die gehanteerd zouden moeten worden als men al gevestigd is of handel drijft. Deze voorafgaande overwegingen kunnen vooral van nut zijn als een bedrijf overweegt actief te worden in landen waar sprake is van politieke of sociale problemen.

? Specifieke melding wordt gemaakt van het belang van respect voor de fundamentele arbeidsnormen. Ik ben mij ervan bewust dat de relatie tussen handel, investeringen en arbeidsnormen internationaal een omstreden thema is. De primaire verantwoordelijkheid voor de naleving van die normen ligt uiteraard bij de overheden. Even duidelijk is echter dat bedrijven die de fundamentele arbeidsnormen niet in praktijk brengen zich uiterst kwetsbaar voor maatschappelijke kritiek maken.

? Het belang van het betrachten van openheid over buitenlandse activiteiten wordt nadrukkelijk genoemd. Er is een toenemend aantal initiatieven voor vrijwillige certificering op het gebied van milieu en sociale normen. Lang niet ieder bedrijf zal zich hierbij kunnen aansluiten, maar het zijn initiatieven die serieuze overweging verdienen.

Momenteel wordt bezien hoe deze voorbeeldcode het best verspreid kan worden. Ik ben voornemens de code in ieder geval te bespreken met bedrijven waarin de overheid een belang heeft. Ik zal de voorbeeldcode doen verstrekken aan bedrijven die gerichte verzoeken om informatie doen aan onderdelen van mijn departement over
investeringsmogelijkheden in het buitenland. Daarnaast zal ik intermediaire organisaties als Kamers van Koophandel en het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering verzoeken deze voorbeeldcode bij hun achterban bekend te maken.

Ik wil de code, samen met de OESO-Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen, doen verstrekken aan bedrijven die gebruik maken van de instrumenten voor bevordering van investeringen in het buitenland. Doel bij dit alles is om bedrijven aan te moedigen tot het formuleren van een eigen gedragscode.

Verslaglegging door bedrijven

In voorgaande discussies met de Kamer is gebleken dat bijzonder belang wordt gehecht aan het betrachten van openheid door bedrijven omtrent hun activiteiten in het buitenland. In mijn gesprekken met het bedrijfsleven is mij overigens gebleken dat de wil daartoe aanwezig is.

Tijdens het symposium van 15 september jl. over gedragscodes voor het internationale bedrijfsleven heeft de toenmalige voorzitter van het VNO/NCW het aanbod gedaan om op dit punt tot een soort convenant met de overheid te komen. Ik waardeer dat aanbod en ik heb het bij die gelegenheid aanvaard. In het daaropvolgende overleg met het VNO/NCW is gebleken dat zo'n convenant minder eenvoudig te realiseren is dan aanvankelijk gedacht. Ik zet het overleg met VNO/NCW hierover voort.

Staatssecretaris van Economische Zaken

G. Ybema

Maatschappelijke aspecten van zaken doen in het buitenland


1. Overwegingen alvorens actief te worden in het buitenland


* breng naast de commerciële ook de politieke risico's van een land in kaart


* bedenk dat in landen met politieke of sociale problemen de politieke en commerciële risico's nauw met elkaar verweven zijn


* bij activiteiten in landen met politieke en sociale problemen is het extra belangrijk om een eigen gedragscode te hanteren: als intern ijkpunt voor de eigen medewerkers en als externe positiebepaling


* omkoping in het buitenland is strafbaar in Nederland


* toezeggingen van overheden over vrijwaring van toepasselijke wetten of regels brengen vaak risico's met zich mee


* win bij twijfel advies in van VNO/NCW, de Nederlandse overheid (Contactpunt Multinationale Ondernemingen, Ministerie van Economische Zaken, tel. 070-3797152, fax 3797924) of de Kamer van Koophandel


2. Algemeen beleid


* Basisbeginsel is dat de lokale wetgeving wordt gerespecteerd. Vermijd conflicten met de lokale en nationale overheid


* integreer waar mogelijk in de lokale samenleving, respecteer lokale zeden en gewoonten


* maak duidelijk dat corruptie onaanvaardbaar is


* bereid het bedrijf voor hoe om te gaan met afpersing, intimidatie, onlusten of burgeroorlog etc.


* betracht zoveel mogelijk openheid omtrent buitenlandse activiteiten. Bereid u voor op een dialoog met consumenten of maatschappelijke groeperingen.


* onderzoek toeleveranciers op hun maatschappelijk gedrag; betrek ze waar mogelijk bij voorlichting en training


3. Milieu


* overweeg certificering volgens internationale normen zoals ISO 14000


* probeer zo concreet mogelijke doelstellingen op te stellen voor verbetering van de milieuprestatie


* doordring lokaal personeel van het belang van duurzaamheid als onderdeel van de bedrijfscultuur, b.v. door het opzetten van trainingsprogramma's


4. Arbeidsomstandigheden en sociaal beleid


* respecteer de internationaal erkende fundamentele arbeidsnormen, te weten

(1) vrijheid van vakvereniging en het recht op collectieve onderhandelingen

(2) geen gedwongen arbeid

(3) geen misbruik van kinderarbeid

(4) geen discriminatie bij tewerkstelling of beroepsuitoefening


* overweeg aansluiting bij vrijwillige sociale certificering zoals SA
8000


* streef ernaar om lokaal personeel ook in management- en specialistenfuncties aan te stellen


5. Mensenrechten


* eerbiediging van de mensenrechten is niet alleen een zaak van overheden; ook particuliere personen en bedrijven hebben hier een verantwoordelijkheid


* overweeg het raadplegen van Amnesty International of andere deskundige organisaties over de relatie mensenrechten en bedrijfsleven


* wees extra zorgvuldig met de behandeling van etnische minderheden


* zorg dat externe dienstverleners zoals bewakingsdiensten het bedrijfsbeleid kennen en toepassen: betrek ze waar mogelijk bij training


6. Openbaarheid


* openheid omtrent huidige of voorgenomen buitenlandse activiteiten schept vertrouwen


* probeer maatschappelijke dilemma's en mogelijke problemen in kaart te brengen en te bespreken


* overweeg vrijwillige verslaglegging over de toepassing van de eigen gedragsregels in het buitenland, in het bijzonder waar het zaken als arbeidsomstandigheden, milieu en mensenrechten betreft;


* verslaglegging, zeker op het punt van milieu, wordt vergemakkelijkt door aansluiting bij internationale certificering


*overweeg verslagen door externe instanties te laten opstellen of controleren

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie