Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag overleg over scholenplan vbo landbouw in Winschoten

Datum nieuwsfeit: 19-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

26134000.018 vso inzake het herzien besluit plan van scholen 1999-2001 voor vbo landbouw winschoten
Gemaakt: 28-1-2000 tijd: 11:42

7

26 134

nr. 18

Verslag van een schriftelijk overleg

vastgesteld 19 januari 2000

De vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen1 heeft schriftelijk overlegd met de regering over de brief en bijlagen van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen d.d. 22 november 1999 (OCW-99-1159) inzake het herzien besluit Plan van Scholen 1999-2001 school voor vbo landbouw en natuurlijke omgeving te Winschoten.

De opmerkingen en vragen van de commissie en dereactie van de regering daarop zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Van der Hoeven

De griffier van de commissie,

Mattijssen

VRAGEN

De leden van de PvdA-fractie hebben de volgende vragen en opmerkingen.

Hoe verhoudt het herzien besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zich tot de wens van de PvdA-fractie, uitgesproken op het algemeen overleg van 29 september jl. over het Plan van Scholen 2000-2002,dat het voorstel van de provincie Groningen voor arbitrage zou worden gevolgd, en tot haar uitspraak dat het onwenselijk is nu, gezien het initiatief van de provincie Groningen, over te gaan tot jaartaltoekenning? (verslag algemeen overleg, 26 708, blz. 2, 8).

Hoe verenigt de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen haar overweging dat er gezien het evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen sprake zou zijn van een witte vlek, met het gegeven dat het Dollard College in Oost-Groningen, samen met het PC/RK Ubbo Emmius College het voortgezet onderwijs verzorgt in een zeer dun bevolkt gebied van 25 bij 35 kilometer? (herzien besluit blz. 2).

Welke onderwijskundige winst verwacht de regering voor Winschoten en omgeving, mede gelet op het beleid om te komen tot een evenwichtige spreiding en goede bereikbaarheid van het vmbo?

Op grond van welke overwegingen gaat de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen kennelijk voorbij aan de uitspraak van haar commissie bezwaarschriften: «dat het begrip richting hier niet allesbepalend kan zijn voor het bepalen van een rechtstreeks belang in de zin van artikel 1:2 van de AWB. Bij de bezwaarde en het AOC Noord betreft het instellingen, die hun leerlingen gedeeltelijk uit hetzelfde voedingsgebied moeten trekken en het is heden ten dage niet ongebruikelijk dat leerlingen van de ene signatuur een opleiding op de school van een andere signatuur volgen.»? (advies zaak BC981814, blz. 4).

Op grond van welke overwegingen gaat de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bij haar motivering voorbij aan de mening van de commissie bezwaarschriften dat: «nu het gaat om een afwijking van het eigen, eerder bekend gemaakte beleid en bekend was dat tegenstrijdige belangen aanwezig waren, een deugdelijke en kenbare motivering had behoren te worden gegeven, met name gerelateerd aan het in artikel 65, eerste lid WVO vervatte criterium van het evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen naar soort van onderwijs, mede gelet op het verlangde onderwijs in het betrokken gebied.»? (advies zaak BC981814, blz. 5).

De leden van de VVD-fractie hebben de volgende vragen en opmerkingen.

De leden van de VVD-fractie hebben kennis genomen van het herzien besluit Plan van Scholen 1999 -2001 en de brief van de staatssecretaris aan het bestuur van de stichting AOC Terra (AOC Noord) te Groningen. Deze leden kunnen instemmen met dit herziene besluit. Wel vragen zij waarom niet duidelijker in het besluit naar voren is gebracht dat uitsluitend het woord onderwijsvoorziening (afdeling) is vervangen door «zelfstandige school». Wat zijn de gevolgen van dit herziene besluit voor het AOC Terra?

De leden van de VVD-fractie hebben met verbazing kennis genomen van het advies van de Commissie voor de bezwaarschriften van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Deze leden vragen of deze commissie bevoegd is om een oordeel uit te spreken over een motie van de Tweede Kamer?

Voorts willen deze leden van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vernemen of zij de opvatting van de commissie deelt dat het heden ten dage niet ongebruikelijk is dat leerlingen van de ene signatuur een opleiding op een school van een andere signatuur volgen. En het daarom niet juist is om er van uit te gaan dat het onderscheid naar richting in de WVO met zich mee brengt dat het bevoegd gezag van een school geen belanghebbende in de zin van de AWB kan zijn bij de stichting van een school van een andere richting op de loutere grond dat het een school van een andere richting betreft.

Tenslotte vragen de leden van de VVD-fractie waarom het advies dat op 21 september 1999 en zo mogelijk de beleidsreactie van de staatssecretaris hierop niet voor het Algemeen Overleg dat op 29 september 1999 ter kennisneming van de Tweede Kamer is gebracht. En waarom de staatssecretaris naar aanleiding van vragen van deze leden tijdens dit algemeen overleg de Tweede Kamer over dit advies niet heeft geïnformeerd?

De leden van de CDA-fractie hebben de volgende vragen en opmerkingen.

Wat is ten principale het verschil in motivering van de nieuwe beschikking ten opzichte van de oude en waarin is dit verschil zo belangrijk dat dit kan leiden tot een andere beoordeling dan die op de eerste beschikking?

Hoe denkt de staatssecretaris in de toekomst om te gaan met stichtingsnormen van 120 zoals toegepast voor het Dollard College en de 260 norm waarvan voor het inwilligen van het verzoek van AOC Terra is afgeweken. Wordt overwogen de 120 norm en de 260 norm in de toekomst op elkaar af te stemmen?

Waarom wordt de onderlinge beïnvloeding van Dollard College en AOC Terra in Winschoten niet in de motivering betrokken?

Hoe beoordeelt de staatssecretaris de redenering dat toevoeging van een nieuwe VBO school aan een bestaand AOC niet zonder meer mogelijk?

Hoe is dan een nieuwe VBO groen school onder verantwoordelijkheid van AOC Terra mogelijk zonder wijziging van wet?

Is de staatssecretaris gelet op de bij AOC Terra gewekte verwachtingen en gelet op het verzoek van de Kamer, zoals verwoord in de motie Cornielje cs, bereid deze nieuwe beschikking uit te voeren ook wanneer de bezwaarschriftencommissie van OCW daar negatief over zou oordelen?

De CDA-fractie is van mening dat gelet op de uitspraak van de Kamer en de gewekte verwachtingen bij AOC Terra de stichting van een school voor VBO Landbouw en Natuurlijke Omgeving in Winschoten mogelijk gemaakt moet worden.

De leden van de fractie van D66 hebben de volgende vragen en opmerkingen.

De Commissie voor de bezwaarschriften heeft de staatssecretaris geadviseerd het bezwaar van het Dollard College gegrond te verklaren en het besluit te herroepen. De staatssecretaris zegt het advies van de Commissie te volgen middels een herzien besluit. Klopt de indruk van de D66-fractie dat de staatssecretaris wel het besluit als zodanig herroept, maar niet op een wijze zoals de Commissie voor de bezwaarschriften, op basis van de door hen aangedragen argumenten, voor ogen stond? Met andere woorden: is het juist dat de staatssecretaris niet tegemoet komt aan de bezwaren zoals aangegeven door de Commissie noch aan de bezwaren aangevoerd door het Dollard College en dat dus uitkomst van het herzien besluit voor hen in de praktijk even bezwaarlijk is als het oorspronkelijke besluit?

ANTWOORDEN

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe het herzien besluit van de staatssecretaris zich verhoudt tot de wens van de fractie om het voorstel tot arbitrage van de provincie Groningen te volgen en de uitspraak van de staatssecretaris dat het onwenselijk is tot jaartaltoekenning over te gaan.

Het herzien besluit past bij de wens van mij en van de fractie van de PvdA om de arbitrage van de provincie Groningen te ondersteunen. Immers, inhoudelijk komt dat herzien besluit erop neer dat de school voor vbo-landbouw en natuurlijke omgeving in Winschoten, aangevraagd door het bestuur van AOC-Terra, op het plan van scholen blijft staan zonder jaartal. Ook de afdeling landbouw en natuurlijke omgeving aan het Dollard College blijft op het plan van scholen staan zonder jaartal. Dit schept ruimte voor bemiddeling door de provincie Groningen.

De leden van de PvdA-fractie vragen of er sprake is van een witte vlek gelet op de aanwezigheid van het Dollard College en het PC/RK Ubbo Emmius College in Oost-Groningen.

Er is sprake van een witte vlek.

Het PC/RK Ubbo Emmius College met zijn hoofdvestiging in Stadskanaal ligt te ver weg van Winschoten en heeft bovendien, wat nog belangrijker is, geen afdeling landbouw en natuurlijke omgeving.

Het Dollard College heeft een afdeling landbouw en natuurlijke omgeving aangevraagd voor dezelfde plaats als waarvoor het AOC een school aanvraagt. Aangezien het hier om scholen van verschillende signatuur gaat (bij eerstgenoemde om een openbare en bij de tweede om een AB/PC) wordt het potentieel op basis van wet- en regelgeving afzonderlijk berekend. Op grond daarvan wordt het wel of niet bestaan van een witte vlek ook per richting beoordeeld.

De leden van de PvdA-fractie vragen welke winst de regering verwacht voor Winschoten en omgeving, gelet op het beleid gericht op een evenwichtige spreiding en goede bereikbaarheid van het vmbo.

Zoals ook boven aangegeven, dienen aanvragen voor het stichten van afdelingen en scholen in de eerste plaats te worden beoordeeld binnen het gegeven wettelijk kader. Dit betekent - voor een erkende richting
- dat als wordt voldaan aan de stichtingsnorm er in principe een recht is op plaatsing van de school op het plan van scholen. Daarbij vertrouw ik erop dat het Dollard College en het AOC-Terra zelf tot een vorm van samenwerking zullen komen. Daarom steun ik de bemiddeling door de provincie.

De leden van de PvdA-fractie vragen op grond van welke overwegingen de staatssecretaris voorbijgaat aan de uitspraak van de Commissie voor de bezwaarschriften:»dat het begrip richting hier niet allesbepalend kan zijn voor het bepalen van een rechtstreeks belang in de zin van artikel 1:2 van de AWB».

De leden van de VVD-fractie vragen of de staatssecretaris, net als de Commissie, van mening is dat het niet ongebruikelijk is dat leerlingen van de ene signatuur een opleiding op een school van een andere signatuur volgen. Ook vragen zij of het onderscheid naar richting in de WVO met zich meebrengt dat het bevoegd gezag van een school geen belanghebbende in de zin van de AWB kan zijn bij de stichting van een school van een andere richting op de loutere grond dat het een school van een andere richting betreft.

Er wordt niet voorbijgegaan aan het advies van de Commissie. Dit blijkt uit het feit dat het bezwaar van het Dollard College, onder verwijzing naar het advies van de Commisie, gegrond is verklaard.

De door de leden van de PvdA-fractie geciteerde passage maakt deel uit van de overwegingen van de Commissie voor de bezwaarschriften op het punt van de al of niet ontvankelijkheid van bezwaarde, i.c. het Dollard College. Bij deze prealabele vraag heeft de Commissie meegewogen dat het niet ongebruikelijk is dat leerlingen van de ene signatuur op een school van de andere signatuur zitten.

Zou er geen rechtstreeks belang zijn, dan zou daarmee de zaak, zonder op de inhoud zelf in te gaan, al afgedaan zijn. Dit betekent overigens niet dat daarmee de huidige planningssystematiek met zijn «evenwichtig geheel van onderwijs-voorzieningen naar soort van onderwijs, mede gelet op het verlangde onderwijs in het betrokken gebied» (art. 65, eerste lid van de WVO), terzijde wordt geschoven; de term «verlangde» duidt daarbij op de signatuur of richting.

De leden van de PvdA-fractie vragen op grond van welke overwegingen de staatssecretaris voorbijgaat aan de mening van de Commissie dat er een deugdelijke en kenbare motivering had behoren te worden gegeven.

Er wordt niet voorbijgegaan aan de mening van de Commissie voor de bezwaarschriften. In verband met de mening van de Commissie dat er een deugdelijke en kenbare motivering moet worden gegeven, is de motivering van het besluit immers belangrijk uitgebreid. Daarbij is in de eerste plaats ingegaan op de strekking van de motie Cornielje/van de Camp/Lambrechts, namelijk dat de aanvraag voor een landbouwschool door het AOC op gelijke wijze zou moeten worden behandeld als de aanvraag voor een vbo-landbouwafdeling voor het Dollard College. In de tweede plaats zijn de overige redenen aangegeven waarom in dit geval wordt afgeweken van de stichtingsnorm: er is sprake van een witte vlek in Oost-Groningen, er is een behoorlijk AB/PC potentieel (190 leerlingen) en de WVO geeft de staatssecretaris de ruimte om af te wijken van de stichtingsnorm van 260 leerlingen voor een (vbo-landbouw)school.

De leden van VVD-fractie vragen waarom in het besluit niet duidelijker naar voren is gebracht dat uitsluitend het woord onderwijsvoorziening (afdeling) is vervangen door «zelfstandige school». Ook vragen zij naar de gevolgen van het herziene besluit voor AOC-Terra.

Het herzien besluit vervangt niet alleen de onterechte vermelding «afdeling» door «zelfstandige school», maar maakt ook duidelijk dat de school wel onder het bestuur van het AOC-Terra valt, maar geen deel uitmaakt van het AOC. Verder is de motivering belangrijk uitgebreid (zie het antwoord aan de leden van de PvdA-fractie op een soortgelijke vraag hierboven).

De leden van de VVD-fractie vragen of de Commissie voor de bezwaarschriften bevoegd is om een oordeel uit te spreken over een motie van de Tweede Kamer.

De Commissie voor de bezwaarschriften heeft tot taak het horen van belanghebbenden en het adviseren van de minister (of de staatssecretaris) over te nemen beslissingen op bezwaarschriften op het terrein van het ministerie (met uitzondering van besluiten met rechtspositionele gevolgen voor ambtenaren). Daaronder vallen ook besluiten van de staatssecretaris zoals het onderhavige. De Commissie gaat in dat geval uiteraard na of deze besluiten passen binnen de bestaande wet- en regelgeving.

De leden van de VVD-fractie vragen waarom het advies dat op 21 september 1999 is uitgebracht en de beleidsreactie van de staatssecretaris daarop niet voor het Algemeen Overleg van 29 september 1999 ter kennisneming van de Kamer is gebracht. Ook vragen zij waarom de staatssecretaris tijdens dit AO de Kamer niet over dit advies heeft geinformeerd.

Pas vlak voor het Algemeen Overleg van 29 september is het advies van de Commissie mij ter kennis gebracht. Ik was van oordeel dat dit advies slechts tot een technische wijziging van het besluit tot toekenning van de school voor landbouw aan AOC-Terra zou leiden. Indien nadere analyse van het advies tot een andere conclusie zou hebben geleid dan had ik de Kamer daarover terstond ingelicht.

De leden van de CDA-fractie vragen wat het belangrijkste verschil is tussen de oude en de nieuwe beschikking en waarom dat tot een andere beoordeling kan leiden.

De nieuwe beschikking is uitvoeriger gemotiveerd en technisch aangepast (zie de antwoorden aan de leden van de PvdA-fractie en de VVD-fractie op soortgelijke vragen op pagina 2) .

De leden van de CDA-fractie vragen of overwogen wordt de norm van 120 (voor een afdeling landbouw en natuurlijke omgeving) en van 260 (voor een school van landbouw en natuurlijke omgeving) in de toekomst op elkaar af te stemmen.

Begin dit jaar wordt bij de Kamer een wetsvoorstel ingediend in verband met leerlingvervoer en de stichtings- en opheffingsnormen voor het vbo. Ik ben voornemens daarin de normen voor een afdeling voor landbouw en een school voor landbouw op elkaar af te stemmen.

De leden van de CDA-fractie vragen waarom de onderlinge beïnvloeding van Dollard College en AOC-Terra niet in de motivering wordt betrokken.

Zoals ook al aangegeven in de antwoorden op pagina 1 aan de leden van de PvdA-fractie dienen, op basis van de huidige wet- en regelgeving, aanvragen voor stichting van scholen en afdelingen van verschillende richtingen op basis van hun eigen merites (hun eigen potentieel) te worden beoordeeld. Daarom is een eventuele onderlinge beïnvloeding van Dollard College en AOC-Terra niet in de motivering opgenomen.

De leden van de CDA-fractie vragen hoe de staatssecretaris de redenering beoordeelt dat toevoeging van een nieuwe vbo-school aan een bestaand AOC niet zonder meer mogelijk is.

Dit vloeit voor uit de wet. Artikel 2.6 van de WEB regelt alleen dat een AOC een scholengemeenschap kan vormen met een mavo-school. Aangezien het vbo niet is genoemd is het niet mogelijk dat een AOC een scholengemeenschap vormt met een vbo-school.

Opneming van een school voor vbo-groen aan een bestaand AOC impliceert dat een nieuw AOC voor bekostiging in aanmerking moet worden gebracht en wel bij wet. Artikel 2.1.3 WEB bepaalt als hoofdregel dat instellingen bij wet voor bekostiging in aanmerking worden gebracht. De uitzonderingen op die hoofdregel (tweede lid) omvatten niet de mogelijkheid van toevoeging van een nieuwe vbo-school aan een AOC.

De leden van de CDA-fractie vragen hoe dan een nieuwe vbo-groen school mogelijk is onder verantwoordelijkheid van AOC-Terra zonder wijziging van wet.

Stichting van een categorale school voor vbo-groen is mogelijk op grond van de WVO. In het geval van AOC-Terra is een dergelijke school opgenomen in het plan van scholen. De wet verbiedt niet dat deze school onder hetzelfde bestuur komt dat al een AOC beheert.

De leden van de CDA-fractie vragen of de staatssecretaris bereid is de nieuwe beschikking uit te voeren ook als de Commissie bezwaarschriften daar negatief over zou oordelen.

De nieuwe beslissing kan niet meer aan de Commissie voor de bezwaarschriften worden voorgelegd. Indien het Dollard College of het AOC-Terra het niet met de nieuwe beslissing eens zijn, kunnen zij beroep instellen bij de Raad van State.

De leden van de D66-fractie vragen of het juist is dat de staatssecretaris niet tegemoetkomt aan de bezwaren van de Commissie en is de uitkomst dan niet dat het herzien besluit voor de Commissie even bezwaarlijk is als het oorspronkelijke besluit.

De nieuwe beschikking is veel uitvoeriger gemotiveerd (zie ook het antwoord aan de PvdA-fractie op een soortgelijke vraag op pagina 2) en komt daarmee in belangrijke mate tegemoet aan de bezwaren van de Commissie. Indien het Dollard College of het AOC-Terra het niet met de nieuwe beslissing eens is, kan zij beroep instellen bij de Raad van State.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie