Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over voortgangsrapportage Algemene Wet Bestuursrecht

Datum nieuwsfeit: 20-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Voortgangsrapportage Algemene Wet Bestuursrecht (20012000)

Archief Schriftelijke Vragen Archief Schriftelijke Vragen

Voortgangsrapportage Algemene Wet Bestuursrecht (20012000)

Den Haag, 20 januari 2000

De CDA-fractie volgt de indeling zoals die is neergelegd in de brief van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 26 oktober 1999.
Aan de orde is dus eerst de wetgeving tot wijziging e.d. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


1. Het uniformeren van de openbare voorbereidingsprocedures heeft de instemming van de CDA-fractie, hetgeen ook geldt het concrete deel: integratie tot één, relatief eenvoudige procedure, waarvan niet mag worden afgeweken in bijzondere wetgeving. Is de (nieuwe) procedure gevolgd dan dient inderdaad de bezwaarschiftprocedure achterwege te blijven. Het hele onderwerp komt de CDA-fractie zo eenduidig en eenvoudig voor, dat invoering per 1 januari 2001 nog steeds als een reële mogelijkheid beschouwd dient te worden. Het wetsvoorstel moet dan wel met de nodige voortvarendheid door de Kamers worden behandeld. De vereiste aanpassingswetgeving is van meer technische aard en moet in dit spoor kunnen meelopen.


2. De mogelijkheid om de verplichte bezwaarschiftprocedure onder bepaalde omstandigheden over te slaan heeft eveneens prioriteit in de ogen van de CDA-fractie. Het betreffende wetsvoorstel moet al evenzeer binnen korte tijd afgehandeld kunnen worden.


3. De tweede evaluatiewet Awb is inhoudelijk gezien tamelijk beperkt van strekking; zij komt in wezen neer op aanpassing van enkele artikelen in een richting waarvoor brede steun lijkt te bestaan. De CDA-fractie hoopt dat dit onderwerp, met name de aanpassing van art. 6:22 Awb niet op de lange baan zal worden geschoven. Ligt deze zaak nog steeds op schema wat de tijdsplanning aangaat? Hoe zit het meer in het bijzonder met (eventuele) aanpassing van art. 6:18 en 6:19 Awb (zie ook blz. 5 van de brief van 26 oktober)?


4. Aan een regeling van de kostenvergoeding van bezwaar of administratief beroep bestaat in de praktijk zeker behoefte. Ook hier rijst de vraag: wordt de planning gehaald?

Andere activiteiten o.a. naar aanleiding van de juridiseringsdiscussie
5. Onlangs is een publicatie in boekvorm over de bestuursgeschillen aangeboden. Kennisneming van de conclusies voert tot de slotsom, dat deze materie op zich zelf heel wel vatbaar is voor wettelijke regeling, waar en voorzeel nodig. Het is in dit verband de vraag welke systematiek daarbij wordt gevolgd. Gesteld dat het mogelijk is in zuivere bestuursgeschillen behoorlijk te definiëren en af te bakenen, wordt dan gedacht aan een regeling in de Awb in enige volgende tranche?
De CDA-fractie hoopt te vernemen, nu of in elk geval in het aangekondigde kabinetsstandpunt of en hoe de regering zich een regeling van deze materie voorstelt.


6. Hoe stelt de regering zich thans het vervolg voor van de procedure rond de juridiseringsdiscussie met name nu de vragen uit de Kamer inmiddels zijn beantwoord?

Aanvullingen Awb
De CDA-fractie acht de mededelingen van het kabinet hieromtrent nog zodanig summier, dat zij het niet zinvol vindt om er nu dieper op in te gaan. Het kabinet geeft telkens een tijdindicatie voor de te nemen stap. Worden deze indicaties nog steeds haalbaar geacht? Hoe staat het met name met betrekking tot een regeling van het extern klachtrecht?

Mogelijke onderwerpen voor een vijfde tranche Awb De beslissing van de Hoge Raad met betrekking tot de rechterlijke competentie inzake het zuiver schadebesluit (zoals de Hoge Raad dat besluit aanduidt) is thans bekend (arrest van 17 december 1999, RvdW 2000, 5). Het arrest lijkt bij eerste lezing de vereiste duidelijkheid te verschaffen, in die zin dat een maatstaf voor rechterlijke bevoegdheidsafbakening wordt gegeven. De vraag naar de rechtstheoretische aspecten van het arrest kan hier beter buiten beschouwing blijven, maar het lijkt erop dat op dit punt ingrijpen door de wetgever is geboden. De rechtsfiguur van de nadeelcompensatie in het algemeen blijft trouwens alleszins de aandacht vragen. Is het de ministers bekend, dat het ministerie van V & W onlangs een ministerie brede regeling tot stand heeft gebracht?

Het onderwerp leent zich naar de mening van de CDA-fractie wel degelijk voor veralgemenisering via de Awb. Van belang is hierbij wel het gegeven dat nadeelcompensatie uitdrukkelijk ziet op rechtmatig overheidshandelen. Zou het geen aanbeveling verdienen om de schadevergoeding bij onrechtmatig overheidshandelen te laten zoals die thans is, te weten afwikkeling via de burgerlijke rechter op grond van art. 6:162 BW met als extra mogelijkheid die van art. 8:73 Awb? (Zie in dit verband ook het al genoemde arrest van de Hoge Raad van 17 december 1999.)

Kamerlid: P.C.E. van Wijmen

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie