Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Justitie over opleidingsbeleid rechterlijke macht

Datum nieuwsfeit: 20-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

26589000.003 brief min just inzake de 1e voortgangsrapportage opleidin gsbeleid rechterlijke macht
Gemaakt: 27-1-2000 tijd: 11:24

2

26589 Opleidingsbeleid rechterlijke macht

nr. 3 Brief van de minister van Justitie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der

Staten-Generaal

's-Gravenhage, 20 januari 2000

1. Inleiding

Naar aanleiding van Kamervragen over de kwaliteit van de Raio-opleiding is in februari 1999 door mij een werkgroep ingesteld die de opdracht kreeg om een nadere analyse te maken van de problematiek en om aanbevelingen te doen voor een aanpak van de werving, selectie en opleidingen voor leden van de Rechterlijke Macht. De door deze werkgroep uitgebrachte aanbevelingen waren gericht op de korte termijnproblematiek -het aantrekken van 188 buitenstaanders- en op de (middel)lange termijn, namelijk structurele aanpassingen gericht op het versterken van de wervingskracht, het versnellen van de selectieprocedure en het versterken van de opleidingscapaciteit. De voorgestelde maatregelen zijn door de Tweede Kamer in juni 1999 positief onthaald.

De belangrijkste korte termijn doelstelling was het wegwerken van de capaciteitsproblematiek in 1999 en 2000. Door een forse krachtsinspanning van de gerechten ziet het ernaar uit dat deze doelstelling zal worden bereikt. Net zoals in de beginjaren negentig -toen de eerste fase van de herziening Rechterlijke Organisatie tot een fors vacaturebestand leidde, dat vervolgens in korte tijd werd vervuld- heeft de Rechterlijke Organisatie wederom haar veerkracht en flexibiliteit getoond en het dreigende korte termijn capaciteitstekort weggewerkt. De Commissie Aantrekken Leden Rechterlijke Macht heeft door intensivering van de selectie een positieve bijdrage geleverd. Daarbij heeft de tijdige inventarisatie van de bovengenoemde werkgroep ongetwijfeld een positieve stimulerende bijdrage geleverd. Dit mag echter geenszins leiden tot een vermindering van de waakzaamheid. De thans geworven buitenstaanders zullen in het verdere selectie- en opleidingsproces adequaat moeten worden begeleid. Als daarvoor onvoldoende aandacht is zal dit leiden tot uitval bij de deelnemers en zijn terugslag hebben op de kwaliteit van de opleiding tot rechter. En daarmee ben ik -via het oplossen van de capaciteitsproblematiek- weer aangeland bij de aanleiding voor het instellen van een werkgroep die zich moest buigen over de werving, selectie en opleiding van leden van de Rechterlijke Macht, namelijk de kwaliteit van de opleidingen.

De aanbevelingen van de werkgroep richtten zich ook op de middellange- en lange termijn. In het Algemeen Overleg op 23 juni j.l. bleek dat er geen duidelijk totaalzicht was op het daadwerkelijke proces van werving, selectie en opleidingen voor leden van de Rechterlijke Macht. Het afgelopen half jaar heb ik dan ook een verdere analyse gemaakt om de gewenste toekomstige maatregelen adequaat uit te kunnen voeren. Hiervoor heb ik een aantal onderzoeken laten verrichten. Deze onderzoeken bepalen gedeeltelijk de prioritering van de maatregelen.

Allereerst gaat het om een onderzoek bij de gerechten, waarin de werkwijze van werving, selectie en opleidingen van buitenstaanders in kaart is gebracht en de gerechten voorstellen tot intensivering en verbetering hebben gedaan. Ook is bekeken wat de huidige stand van zaken is met betrekking tot de vacaturevervulling voor de Rechterlijke Macht. Dit onderzoek heeft, zoals ik u reeds heb bericht, bij de gerechten enige vertraging opgelopen. Ten tweede heb ik het Instituut voor Arbeidsmarktvraagstukken (IVA), gelieerd aan de Katholieke Universiteit Brabant, gevraagd een onderzoek te doen naar de arbeidsmarktpositie van de Rechterlijke Macht ten opzichte van andere juridische instellingen. Beide onderzoeken zal ik hieronder verder toelichten.

In het vervolg van deze brief licht ik eerst de korte termijnproblematiek toe, waarna ik de meer structurele aanpak voor werving, selectie en opleiden Rechterlijke Macht voor de (middel)lange termijn verder uiteenzet.

2. Korte termijn: de capaciteitvervulling RM in 1999 en 2000

Zoals ik u in juni reeds berichtte, moesten er op korte termijn 188 buitenstaanders instromen, waarvan 126 buitenstaanders in 1999 en 62 buitenstaanders in 2000, om de beoogde groei van de ZM te compenseren en het natuurlijk verloop op te vangen. In 1999 zijn er in totaal 97 buitenstaanders daadwerkelijk ingestroomd in de ZM (zie bijlage 1). Dit aantal is beduidend hoger dan de gemiddelde instroom van buitenstaanders over de laatste 5 jaar, namelijk 77 buitenstaanders.

Daarnaast is uit een inventarisatie gebleken dat er eind 1999 in totaal 136 buitenstaanders in opleiding waren bij de gerechten, en in 2000 zullen hier uiteraard nog meer opleidelingen bijkomen. Rekening houdend met een uitvalpercentage van 15 % mag men ervan uitgaan dat er van deze 136 opleidelingen 116 kunnen instromen in de ZM na een opleiding die in de praktijk ruim een jaar duurt. Dit aantal, tezamen met de reeds in 1999 ingestroomde buitenstaanders, levert de geprognotiseerde uitbreiding en vervanging in de ZM voor 1999, 2000 en een gedeelte voor het jaar 2001.

Het realiseren van deze instroom vergt een grote opleidingsinspanning van de gerechten. Door extra middelen aan de gerechten ter beschikking te stellen ter versterking van de opleidingscapaciteit is getracht de daadwerkelijke instroom in de ZM van deze opleidelingen te waarborgen.

Ik wil bij dit alles nadrukkelijk de kanttekening maken dat het een inhaalslag betreft. Het is mogelijk dat de wervings- en opleidingsinspanningen niet direct in 2000 tot vulling van de formatie leiden omdat het opleidingstraject in sommige situaties langer door kan lopen. Ik verwacht dat er medio 2001 weer een vrijwel volledige bezetting is op de functies binnen de Rechterlijke Macht, mits de wervings- en opleidingsinspanningen ook in de komende jaren op dit hoogwaardige peil blijven.

In het afgelopen half jaar blijken de wervingskanalen van de lokale gerechten zodanig te zijn en te worden aangesproken, dat aan de vraag op korte termijn vrijwel volledig kon worden voldaan. Ik heb ook gemerkt dat de ondersteunende adviesbureaus bij een aantal gerechten in verschillende mate een prikkelende werking hebben gehad. De gerechten hebben meer zicht gekregen op de noodzaak van een actieve interventie op de arbeidsmarkt, hebben verantwoordelijkheid genomen en de eigen werving geïntensiveerd en zodoende zorggedragen voor de vervulling van de resterende vacatures. Hoewel het er niet naar uitziet dat er vacatures vacant blijven, heb ik de noodzakelijke voorbereidingen getroffen om, mocht het nodig zijn, in het eerste kwartaal van 2000 een wervingscampagne te kunnen starten voor de dan nog resterende vacatures bij die gerechten die niet op eigen kracht meer kunnen werven.

Een inhaalslag zoals die heeft plaatsgevonden, kan niet vaak worden toegepast. Een dergelijke inhaalslag is van invloed op de opbouw van de rechterlijke macht, in ervaren en beginnende rechters en in Raio's en buitenstaanders, waarin een zeker evenwicht gewenst is. Ook kan er een effect merkbaar zijn op het aantal zaken dat wordt afgedaan, aangezien een beginnend rechter niet gelijk na instroom in de rechterlijke macht een volwaardige productie kan leveren. Verder geven de gerechten aan dat de beschikbare wervingskanalen inmiddels redelijk uitgeput zijn. Er dient, gezien de benodigde instroom na 2000, naar andere manieren van werving te worden gezocht. Dat gebeurt door het adequaat invullen en uitvoeren van de hierna te beschrijven meer structurele maatregelen.

3. Werving, Selectie en Opleiden op de (middel)lange termijn

Ik zal kort uiteenzetten hoe het proces van werving, selectie en opleiden eruit ziet, aangeven wat de diverse onderzoeken hebben aangetoond en vervolgens de stand van zaken per maatregel toelichten.

Het model van werving, selectie en opleiden RM

3.1. Het proces van werving, selectie en opleiden

In het bovenstaande model zijn feitelijk drie inhoudelijke processtappen te onderscheiden, namelijk 1) werving, 2) selectie en 3)opleiden. Indien de slagvaardigheid en de kwaliteit van deze processtappen op orde is, zal de capaciteitsvervulling adequaat kunnen zijn, mits op de juiste wijze wordt ingespeeld op de arbeidsmarktsituatie.

Afgelopen half jaar heb ik een aantal onderzoeken laten uitvoeren, die van belang zijn voor maatwerk bij de te nemen maatregelen. Ik vat de vraagstelling en de conclusies van de onderzoeken kort samen.

3.2 Het arbeidsmarktonderzoek

Het IVA heeft onderzoek gedaan naar de concurrentiepositie van de rechterlijke macht op de arbeidsmarkt van juristen. Het heeft zich gericht op de vragen:

1. welke factoren zijn van invloed op de concurrentiepositie van de rechterlijke macht op de deelarbeidsmarkt voor academisch gevormde (wetgevings-)juristen?

2. Op welke manier kan de rechterlijke macht zijn concurrentiepositie behouden of verbeteren?

Naar aanleiding hiervan kunnen de volgende conclusies worden weergegeven:

? het werken in de Rechterlijke Macht is voldoende aantrekkelijk om goede kandidaten te trekken. De concurrentiepositie kan zelfs goed worden genoemd. Het niveau van de primaire arbeidsvoorwaarden is toereikend maar verbetering van de secundaire arbeidsvoorwaarden is gewenst (interne opleidingsmogelijkheden; opleiding/begeleiding van horizontale instromers; collectieve verzekeringen);

? het imago van de Rechterlijke Macht is goed maar kan verder verbeterd worden op het terrein van werksfeer (wordt met name bij juristen werkzaam in het bedrijfsleven onvoldoende met een goede collegiale sfeer geassocieerd) en selectie;

? de wervingsprocedures dienen geëvalueerd te worden en eventueel aangepast te worden aan de manieren waarop andere branches hun topmensen werven;

3.3. Werving, selectie en opleiding bij de gerechten.

Bij brief van 30 juni 1999 heb ik de gerechten verzocht de volgende punten te inventariseren en mij daarover te informeren:

1. de tot nu toe gevolgde werkwijze met betrekking tot de werving, selectie en opleiding van buitenstaanders;

2. de voorstellen tot intensivering en verbetering van de werving, selectie en opleiding van buitenstaanders, inclusief voorstellen tot verbetering van de (rechtspositionele) voorwaarden waaronder betrokkenen in opleiding worden genomen, en kostenramingen behorend bij deze voorstellen;

3. een overzicht van de vacatures die de gerechten zelf denken te kunnen vervullen op basis van de gedane voorstellen, en van eventuele resterende vacatures waarvoor een landelijke werving moet plaatsvinden.

Om de gewenste informatie op korte termijn op te kunnen leveren zijn de gerechten ondersteund door diverse adviesbureaus, die afzonderlijke rapportages per gerecht hebben opgesteld. Uit deze diverse rapportages m.b.t. werving, selectie en opleidingen van buitenstaanders kunnen de volgende indicaties worden afgeleid:

Het wervings- en selectietraject

? er is op korte termijn (1999 en 2000) bij het merendeel van de gerechten geen kwantitatief wervingsprobleem voor buitenstaanders, de bestaande vacatures kunnen door de gerechten zelf worden vervuld;

? men verwacht wel problemen ten aanzien van de toekomst ten gevolge van te verwachten uitbreidingen en een structureel krappere arbeidsmarkt;

? de lange doorlooptijd van het werving- en selectietraject wordt in het algemeen door de gerechten als problematisch ervaren;

? coördinatie en afstemming van de selectieprocedures zoals die gehanteerd worden door de lokale gerechten en de Commissie Aantrekken Leden Rechterlijke Macht is gewenst vanuit het oogpunt van een adequate personeelsplanning, alsmede de kwaliteit en doorlooptijd van het selectieproces;

? de huidige benadering laat enkele doelgroepen onderbelicht (kandidaten met 3 tot 6 jaar werkervaring, stafjuristen uit de ondersteunende diensten);

De opleiding

? in de beleving van de geïnterviewden is de kwaliteit van de lokale opleiding goed; in grote lijnen wordt het «Model-opleidingsstatuut» aangehouden; wel is verdere professionalisering van de opleiding gewenst;

? alle gerechten geven aan in onvoldoende mate te beschikken over opleidingscapaciteit. In de formatie wordt geen rekening gehouden met het structureel ter beschikking stellen van capaciteit ten behoeve van opleidingen;

? het aanbod en de beschikbaarheid van opleidingen van de SSR wordt niet als optimaal ervaren;

? daar waar gebruik wordt gemaakt van de constructie van een tijdelijke aanstelling als gerechtsauditeur om de opleiding te intensiveren en verkorten, drukt de kandidaat op de formatie met als consequentie dat dit de productiecijfers negatief beïnvloedt;

Arbeidsvoorwaarden

? de rechtspositionele onzekerheid tijdens de opleiding, te weten geen garantie tot benoeming na het succesvol afronden van de opleidingsperiode, tijdelijke aanstelling zonder terugkeergarantie, wordt door bijna alle gerechten expliciet genoemd als knelpunt bij de werving van buitenstaanders;

? de arbeidsvoorwaarden vormen alleen een belangrijke belemmering voor de werving van bepaalde doelgroepen (zoals advocaten die zich hebben ingekocht in een maatschap of advocaten met meer dan 10 jaar ervaring);

4. Stand van zaken aangekondigde maatregelen

In de huidige situatie zijn er een aantal knelpunten in het werving, selectie- en opleidingsproces. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt voor juristen, verdient juist de uitvoering van de in de beleidsbrief aangekondigde maatregelen in mijn optiek zeer veel aandacht. Bij de uitwerking van de maatregelen op het terrein van werving, selectie en opleidingen rechterlijke macht zijn alle belanghebbenden in werkgroepverband betrokken. Brede betrokkenheid is dan ook nu verzekerd. Per activiteit is de stand als volgt.

Ontwikkeling capaciteitsprognosemodel RM

In het afgelopen half jaar is er een capaciteitsprognosemodel ontwikkeld voor de middellange en lange termijn, waarin onder meer de leeftijdopbouw van de leden van de Rechterlijke Macht wordt verdisconteerd. Op basis van deze prognose is op de arbeidsmarkt een meer gefundeerd (middel)lange termijn wervingsbeleid te voeren voor zowel de instroom van Raio's als die van buitenstaanders. Een brede werkgroep zal zich buigen over de periodieke actualisering van de variabelen die in het model worden opgenomen. Naar verwachting kunnen de eerste cijfers uit het model begin 2000 worden geleverd. Met dit instrument voor personeelsplanning kan de benodigde instroom van rechters en officieren op arrondissementaal en landelijk niveau worden bepaald. Hiermee kunnen de SSR, de selectiecommissies en ikzelf een inschatting maken voor resp. de instroom voor de opleidingen, de planning van de selectie en de toekenning van opleidingsmiddelen.

Ontwikkelen arbeidsmarktstrategie

Het arbeidsmarktonderzoek van het IVA en de relatief geringe wervingsproblemen van de gerechten indiceren dat er op korte termijn waarschijnlijk geen noodzaak aanwezig is voor een landelijke wervingscampagne. Echter, alles duidt er op dat er op middellange termijn een probleem kan optreden bij de vervulling van de rechterlijke vacatures. Daarom ben ik momenteel bezig met het ontwikkelen van een arbeidsmarktstrategie voor de Rechterlijke Macht, die medio 2000 gereed zal zijn. Gelet op het relatief goede imago van de Rechterlijke Macht zal dit zich met name richten op een betere aansluiting tussen arbeidsmarkt en de Rechterlijke Macht. De krapte op de arbeidsmarkt heeft mij ertoe gezet om de markt intensiever en gerichter te gaan benaderen. Zowel voor de buitenstaanders als voor de Raio's van het Openbaar Ministerie en de Zittende Magistratuur wordt een arbeidsmarktstrategie ontwikkeld en vervolgens jaarlijks uitgevoerd. Tevens wordt de 3e instroom hierin betrokken. Concreet betekent dit dat er een duidelijke profilering komt van de Rechterlijke Macht en betere communicatie met de verschillende doelgroepen (onder meer door nog intensievere contacten met universiteiten en profilering op juridisch georiënteerde congressen). Ik wil daarnaast de toegankelijkheid voor potentiële kandidaten vergroten.

Stroomlijning werving- & selectieproces

Vanaf 1 januari 2000 gaat bij de Raio-selectiecommissie de nieuwe procedure in werking. De doorlooptijd is teruggebracht van 8 maanden naar 8 weken. Daarnaast is het aantal Raio's dat in gaat stromen per jaar verhoogd van 50 naar 60 Raio's.

Ik heb met de Commissie Aantrekken Leden Rechterlijke Macht concrete afspraken gemaakt gericht op de voortzetting van de geïntensiveerde selectie van buitenstaanders. Om dit te realiseren wordt momenteel de organisatie van het werving- en selectieproces verder geoptimaliseerd. Evenals bij de Raio's wordt de doorlooptijd van het selectieproces bij de buitenstaanders zo kort mogelijk gehouden. Er wordt gestreefd naar een doorlooptijd die vergelijkbaar is met die van de selectieprocedure van de Raio's.

Verder wordt er momenteel bij de verschillende selectiecommissies een haalbaarheidsanalyse uitgevoerd om te bezien waar in het proces mogelijkheden tot optimalisering aanwezig zijn. Daarbij worden onder meer mogelijkheden tot samenwerking onderzocht, haalbaarheid van een centrale regiefunctie voor selectie en opleidingen en de rollen die lokaal en landelijk vervuld worden in het selectieproces door de commissies.

Versterken opleidingscapaciteit binnen de gerechten

Uit onder meer de inventarisaties bij de gerechten blijkt dat de opleidingscapaciteit het grootste probleem is. Het lokaal opleiden van rechters gebeurt door ervaren rechters, maar dit gaat ten koste van de productie. Om dit te voorkomen is het grootste gedeelte van de incidentele extra middelen besteed aan de opleidingscapaciteit bij de gerechten. De gerechten kunnen hierdoor ervaren rechters voor een deel van hun tijd vrijstellen voor het intern opleiden van buitenstaanders. Toch is niet ondenkbaar dat het tempo van de verwerking van zaken tijdelijk zal dalen door het intensiveren van de opleidingen. Suggesties van de gerechten om het opleiden organisatorisch te herzien zullen onderzocht worden op haalbaarheid.

Het modulair opleidingsprogramma

Het feitelijke probleem van de opleiding voor buitenstaanders kan als volgt worden omschreven:

-De opleiding van buitenstaanders is niet gestructureerd en is daardoor teveel afhankelijk van de invulling die de individuele rechtbanken eraan geven.

-Voor de nieuwe groep instromers, de zgn `derde instroom', is nog geen leergang ontwikkeld.

-Er bestaan geen gestructureerde opleidingstrajecten voor het functiegericht opleiden van rechtsgeleerden tot het beginnend niveau waarop de functie uitgeoefend wordt.

In het laatste half jaar is dan ook de `leergang buitenstaanders' versneld ontwikkeld en in januari 2000 is deze voor de eerste lichting van start gegaan. Daarnaast is medio 2000 de `leergang 3e instroom' gereed en kan er eind 2000 een start worden gemaakt met de uitvoering hiervan. De ontwikkeling van het functiegericht opleidingsprogramma loopt in tijd parallel met de ontwikkeling van de leergang 3e instroom. Deze afzonderlijke opleidingsonderdelen worden uiteindelijk geïntegreerd in een modulair opleidingsprogramma voor leden van de Rechterlijke Macht.

Afschaffen leeftijdscriterium

Bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt momenteel gewerkt aan wetgeving die een einde maakt aan alle door de wet gestelde leeftijdscriteria. Dit traject zal ongeveer 1,5 jaar in beslag nemen. Gezien de snelheid die benodigd is om de intensivering van werving te kunnen bewerkstelligen heb ik besloten om het schrappen van de leeftijdsgrens van 30 jaar voor Raio's bij aparte AmvB te regelen. Dit traject loopt en zal naar verwachting in mei 2000 gereed zijn.

Versterking rechtspositie buitenstaanders

Het is onmogelijk met incidentele middelen de rechtspositie van instromende buitenstaanders te versterken zonder hiermee rechtsongelijkheid te creëren. Komende tijd zal ik nader bezien of en hoe de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van buitenstaanders dusdanig kunnen worden herzien dat de ondervonden belemmeringen bij de instroom kunnen worden weggenomen. Dit zal worden voorgelegd aan de Sectorcommissie Rechterlijke Macht (SORM).

Landelijk universitair onderwijs- en onderzoeksprogramma

In opdracht van de voorbereidingscommissie is een concept-onderzoeksagenda ontwikkeld. Op 8 december is een congres gehouden onder de titel 'Rechtspleging Bestuur en Samenleving' waarbij de verschillende betrokkenen wijzigingen en aanvullingen hebben voorgesteld op deze agenda. In het voorjaar 2000 zal een definitieve agenda worden opgesteld die een programmatische basis vormt voor het verwerven van middelen en het realiseren van gewenste verbeteringen in het universitair onderwijs en onderzoek.

Ook is er al voortgang geboekt ten aanzien van het instellen van bijzondere leerstoelen. De gedachten gaan uit naar drie bijzondere leerstoelen met elk een tweedaagse aanstelling: een leerstoel Kwaliteit van de rechtspleging, een leerstoel Internationalisering en een leerstoel Actualiteiten. Het streven is dat de bijzondere leerstoelen eind 2000 zijn bezet.

Internationaal vergelijkend onderzoek naar opleidingssystemen voor de rechterlijke macht

In november 1999 is het WODC een internationaal vergelijkend literatuuronderzoek gestart naar opleidingssystemen voor de rechterlijke macht. Doel van dit onderzoek is inzicht verkrijgen in vormen van opleidingen voor de rechterlijke macht, verantwoordelijkheden in opleidingstrajecten en de rol van de Minister van Justitie. Het onderzoek zal in mei 2000 worden afgerond. Mede aan de hand van de resultaten van dit onderzoek, de genoemde haalbaarheidsanalyse inzake het stroomlijnen van de organisatie van het wervings- en selectieproces en de ontwikkelingen rondom de Contourennota (waaronder het instellen van een Raad voor de Rechtspraak en het positioneren van de landelijke diensten -waaronder de SSR- in het kader van het Gemeenschappelijk Beheer) zal ik in samenspraak met alle betrokkenen de toekomstige beleidsmatige kaders inzake werving, selectie en opleiding nader gaan uitwerken.

5. Tenslotte

Als ik het bovenstaande overzie dan kan ik niet anders concluderen dat de Rechterlijke Organisatie zich op dit terrein buitengewoon veerkrachtig heeft getoond. Met een forse inspanning zal de benodigde instroom van buitenstaanders op korte termijn gerealiseerd worden en er is financiële ruimte gecreëerd om de opleidingscapaciteit te vergroten. Het ook in de toekomst op peil houden van de benodigde werving, selectie en opleiding, zonder dat dit zijn weerslag heeft op het primaire proces, zal een grote inspanning van de gerechten blijven vergen. Zeker nu de Zittende Magistratuur in de aanloopfase van een reorganisatieproces zit.

Ik heb u in juni beloofd drie-maandelijks te rapporteren over de voortgang met betrekking tot de ontwikkelingen op het terrein van werving, selectie en opleidingen. Gezien de doorlooptijd van de maatregelen en de ontwikkeling hierbinnen wil ik u tenslotte voorstellen om dit te wijzigen in een zes-maandelijkse rapportage. In concreto betekent dit dat de eerstvolgende berichtgeving aan u voor het zomerreces zal zijn, met een afrondende berichtgeving in januari 2001. Deze laatste datum hangt samen met het einde van de financieringstermijn voor dit onderwerp. Met de door de Minister van Financiën beschikbaar gestelde incidentele middelen worden structurele effecten beoogd en bewerkstelligd op het terrein van werving, selectie en opleidingen voor leden van de Rechterlijke Macht. Daarbij zal op korte termijn moeten worden bezien in hoeverre de ingezette beleidsintensiveringen eveneens een structurele doorwerking hebben in de begroting voor 2001 e.v..

De Minister van Justitie,

A.H. Korthals

BIJLAGE 1

INSTROOM EN UITSTROOM ZM IN 1999

INSTROOM ZM Aantal FTE + 10% deeltijdfactor

(aantal personen*)

1. Instroom RAIO's 18,24 20

2. Indiensttredingen buitenstaanders 62,44 69

3. Interne instroom (OM & gedetach. Pers.) 26,09 28

Totaal instroom buitenstaanders (2+3) 88,53 97

A. Totaal instroom ZM (1, 2 + 3) 106,77 118

UITSTROOM ZM

4. Werktijdwijzigingen - 4,96 5

5. Leeftijdsontslag - 37,53 41

6. Overig ontslag - 11,72 13

B. Totaal uitstroom (4, 5 + 6) -54,21 -59

Uitbreiding ZM (A-B) 52,56 59

* door afronding niet volledig zuiver

Bron: VINK december 1999

IBIS december 1998 en december 1999

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie