Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Sociale Zaken over Smit Vlootbeheer en brief Ctsv

Datum nieuwsfeit: 21-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

szw00000.126 brief min szw smit vlootbeheer bv
Gemaakt: 8-2-2000 tijd: 21:1

3

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

21januari 2000

Hierbij doe ik u toekomen een afschrift van een brief die ik gelijktijdig zend aan het Ctsv. Tevens zend ik een afschrift naar het Lisv.

Ik reageer hiermee op een brief van het Ctsv waarin de bevindingen van een nader onderzoek zijn vermeld dat plaatsvond op verzoek van mijn ambtsvoorganger. Deze had verzocht om aanvullende informatie over de toepassing van de zogenaamde `GPDZ-constructie' bij Smit Vlootbeheer. Het verzoek werd door mijn ambtsvoorganger gedaan nadat reeds de nodige informatie hierover bekend was geworden, o.a. in de antwoorden op Kamervragen die werden gesteld door dhr. Rosenmöller Tweede Kamer 1997-1998, Aanhangsel van de Handelingen nr. 1575.

Belangrijk is dat uit de brief van het Ctsv nieuwe informatie naar voren komt. Zo blijkt dat, behalve de bekende groep van 92 werknemers die in 1996 onder de GPDZ-constructie werd gebracht, dit ook in 1994 al een keer was gebeurd; het betrof toen een groep van 110 personen. Dit laatste feit was tot nu toe niet bekend.

Ook blijkt de eerder door de BV Koopvaardij aan het Ctsv gedane mededeling dat de constructie vanaf 1 januari 1997 niet meer werd toegepast en alle zeevarenden voor onbepaalde tijd in dienst van Smit waren getreden niet juist.

Zoals uit de brieven blijkt, meldt het Ctsv dat er in begin 1999 nog achttien `gevallen' resteren waar potentieel sprake zou kunnen zijn van een onrechtmatig verstrekte uitkering. Bij nadere beschouwing vallen twaalf daarvan af, zodat er nog zes overblijven.

Het Ctsv geeft aan een nader onderzoek in deze zes gevallen achterwege te willen laten. Om de rechtmatigheid van de verstrekte uitkering te kunnen vaststellen zou in deze zes dossiers een diepgaand onderzoek moeten worden ingesteld over de loop van meerdere jaren. Daarbij komt dat wanneer inderdaad mocht blijken dat er onrechtmatig uitkeringen zijn verstrekt, er geen middelen zijn om daar nog veel aan te doen. Ik deel de inschatting van het Ctsv dat terugvorderen waarschijnlijk niet mogelijk zal zijn. Op hoofdlijnen kan ik mij daarom met de conclusie van het Ctsv verenigen. Wel meen ik dat het beroep van het Ctsv op artikel 14 lid 2 van de Osv 97 niet terecht is. Indien nodig verzet de wet zich niet tegen een uitspraak van het college in individuele gevallen.

Hoewel ik mij op hoofdlijnen met de conclusie van het Ctsv kan verenigen, is het natuurlijk onwenselijk dat in dit geval informatie achteraf niet juist danwel niet volledig is gebleken. Dat heeft tot gevolg gehad dat in de beantwoording van eerdergenoemde Kamervragen feitelijke onjuistheden zijn terecht gekomen. Dat betreur ik. Daarbij geldt overigens wel dat de strekking van de beantwoording van destijds ongewijzigd blijft.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

(J.F. Hoogervorst)

Aan het Ctsv

Geacht college,

Hierbij reageer ik op uw brief inzake Smit Vlootbeheer BV (kenmerk 992047, d.d. 18 mei 1999). In de eerste plaats wil ik mijn dank uitspreken voor de geleverde informatie.
Standpunt Na lezing van uw brief, en met de voorgeschiedenis inzake de toepassing van de `GPDZ-constructie' door Smit Vlootbeheer in aanmerking genomen, kan ik mij aansluiten bij het door u ingenomen standpunt dat een nader vervolgonderzoek niet zinvol zou zijn. Dit vanwege het geringe aantal - zes - gevallen waarin nog onzekerheid resteert omtrent de rechtmatigheid van de verstrekte uitkering alsook vanwege de diepgang van het onderzoek dat in deze zes gevallen gepleegd zou moeten worden: er zou gebruik moeten worden gemaakt van gegevens van een aantal jaren terug. Bovendien is een belangrijke betrokken instelling, nl. de BV Koopvaardij, inmiddels opgeheven. Daarbij komt dat ik uw inschatting deel, dat terugvordering van eventueel onrechtmatig verstrekte uitkeringsgelden waarschijnlijk lastig zal worden; ook dit vind ik een belangrijke overweging. Individuele gevallen Hoewel ik het dus grosso modo met uw conclusie eens ben, wil ik er wel op wijzen dat ik het door u gehanteerde principiële argument, namelijk dat het Ctsv zich niet zou kunnen uitspreken over beslissingen betreffende individuele uitkeringsgerechtigden, niet juist acht. Het artikel 14, lid 2, van de Osv 1997, waarnaar u verwijst, heeft betrekking op het geven van aanwijzingen. Ik erken dat het niet de bedoeling is dat het Ctsv zijn reguliere toezicht zou inrichten op basis van individuele gevals-beoordelingen, maar ik vind het belangrijk te benadrukken dat de wet het wel mogelijk maakt dat het Ctsv - als dat nodig mocht zijn - ook in individuele gevallen een uitspraak doet over de rechtmatigheid van verstrekte uitkeringen. Verschafte informatie Uit uw brief blijkt dat de eerder aan mijn ambtsvoorganger verstrekte informatie inzake de toepassing van de `GPDZ-constructie' bij Smit Vlootbeheer enkele onjuistheden en onvolledigheden bevatte. Zo blijkt dat de mededeling dat na 1 januari 1997 alle zeevarenden weer voor onbepaalde tijd in dienst waren van Smit Vlootbeheer en er niemand meer onder de GPDZ-constructie viel, niet correct was. Bovendien blijkt uit uw brief dat, naast de bekende groep van 92 personen die in 1996 onder de GPDZ-constructie werd gebracht, dit al eerder gebeurde met een groep van 110 personen in 1994. Dit is onwenselijk, mede omdat deze informatie door mijn ambtsvoorganger is gebruikt als basis voor de beantwoording van Kamervragen die over deze kwestie waren gesteld. Hoewel de strekking van de destijds gegeven antwoorden ook in retrospectief bezien gelijk blijft, was de feitelijke informatie dus niet correct. Uit de ambtelijk verkregen toelichting uwerzijds maak ik op dat het probleem met name veroorzaakt is door de informatieverstrekking vanuit de BV Koopvaardij. Wat betreft de handelwijze van het Ctsv heb ik de indruk dat er adequaat is gereageerd op het moment dat er concrete aanwijzingen kwamen dat de door de BV Koopvaardij verschafte info niet juist was. Wel is het zo dat deze aanwijzingen pas boven water kwamen nadat mijn ambtsvoorganger naar aanleiding van een krantenbericht had verzocht om de zaak toch nog eens nader te bekijken. Ik beschouw de kwestie Smit-vlootbeheer hiermee als afgedaan. Afschriften van deze brief doe ik toekomen aan de Voorzitter van de Tweede Kamer en aan het Lisv. Hoogachtend, de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, (J.F. Hoogervorst)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie