Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Nieuwe uitvoeringsstructuur sociale zekerheid

Datum nieuwsfeit: 24-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

MINISTERIE SZW

www.minszw.nl

MIN SZW: Nieuwe uitvoeringsstructuur

Nr. 2000/9
24 januari 2000

Nieuwe uitvoeringsstructuur voor sociale zekerheid en reïntegratie: duidelijke scheiding tussen publiek en privaat

Er komt één publiek orgaan, het Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen (UWV), dat verantwoordelijk wordt voor de uitvoering van de werknemersverzekeringen. Het (weer) aan werk helpen van moeilijk plaatsbare arbeidsgehandicapten en werklozen wordt verricht door private reïntegratiebedrijven. Hiermee kiest het kabinet voor een duidelijke scheiding tussen het publieke en private domein. Voor de reïntegratie van zieke en arbeidsgehandicapte werknemers zijn werkgevers en werknemers altijd gezamenlijk betrokken bij het afsluiten van contracten met reïntegratiebedrijven. Zij bepalen ook op welk niveau dit gebeurt: op bedrijfsniveau, cao-niveau of brancheniveau. Voor WW-gerechtigden is het UWV in principe verantwoordelijk voor het afsluiten van contracten met reïntegratiebedrijven. Als werkgevers en werknemers in een cao afspreken dat zij daarvoor eigen middelen inzetten, worden cao-partijen contractpartner. Voor bijstandsgerechtigden is de gemeente contractpartij voor reïntegratiebedrijven. Werkgevers, werknemers en gemeenten gaan deel uitmaken van een Raad voor Werk en Inkomen die een belangrijke rol gaat spelen bij de vormgeving van het socialezekerheids-, arbeidsmarkt- en reïntegratiebeleid.

Dit staat in het nader kabinetsstandpunt Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (SUWI) dat minister De Vries en staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. Het nader kabinetsstandpunt bevat een aantal aanpassingen van de vorige voorstellen voor een nieuwe structuur voor de uitvoering van de sociale zekerheid, zoals vastgelegd in de SUWI-nota van maart 1999, op basis van het Regeerakkoord. Voor een aantal voorstellen uit deze nota bleek brede steun te bestaan in de Tweede Kamer en deze voorstellen blijven dan ook gehandhaafd. Het gaat om de inrichting van de Centra voor Werk en Inkomen, de taken van gemeenten, de verdergaande marktwerking op het gebied van reïntegratie en de privatisering van het reïntegratiedeel van Arbeidsvoorziening.

Op een aantal essentiële onderdelen hebben het commentaar vanuit de uitvoeringsinstellingen en de kritische vragen van de Tweede Kamer tijdens het debat in juni jl. geleid tot een fundamentele heroverweging van de voorstellen. In de SUWI-nota werd al geconstateerd dat er een spanning bestaat tussen het introduceren van concurrentie en marktwerking bij de uitvoering van de werknemersverzekeringen en het scheppen van publieke waarborgen bij de beoordeling van het recht op een uitkering. Het voorstel van het kabinet was om de beoordeling van het recht op een uitkering te laten verrichten door medewerkers van de publieke Centra voor Werk en Inkomen op de lokatie van de private uitvoeringsinstellingen. Dit zou echter leiden tot onder andere een groot aantal overdrachtsmomenten, meer bureaucratie, hogere uitvoeringskosten, omvangrijke personele verschuivingen en risico.s voor de bescherming van de privacy.

Het kabinet is, na bestudering van een aantal alternatieve modellen, tot de conclusie gekomen dat de uitvoering van de werknemersverzekeringen zich niet verdraagt met hybride constructies. Gekozen is daarom voor een ondubbelzinnige verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de publieke en private sector: de uitvoering van de werknemersverzekeringen blijft in het publieke domein; de activiteiten op het gebied van preventie en reïntegratie worden toevertrouwd aan de private markt.

Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen
De huidige vijf uitvoeringsinstellingen gaan op termijn op in één uitvoeringsorgaan: het Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen. Dit UWV verzorgt de premie-inning, het verstrekken van WW- en WAO-uitkeringen en de beoordeling of iemand recht heeft op een uitkering. Door de uitvoering van de werknemersverzekeringen onder te brengen in één publieke organisatie blijven de verschillende uitvoeringstaken met elkaar verbonden en behouden ze hun onderlinge samenhang. Verder moet de schaalvergroting leiden tot een hogere doelmatigheid en tot kostenbesparing op het gebied van onder meer ICT, gebouwen, staffuncties en financieel beheer.

Het UWV is een publiekrechtelijk vormgegeven zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De minister is verantwoordelijk voor de beleidsvorming en het toezicht; de beslissingen over individuele gevallen worden genomen door het UWV. Een hoofddirectie is belast met de dagelijkse leiding en de inhoudelijke aansturing van het UWV. Een raad van toezicht, bestaande uit door de minister benoemde onafhankelijke leden, is verantwoordelijk voor het interne bestuurlijke toezicht.

Reïntegratie
Een deel van de werkzoekenden slaagt er niet in om op eigen kracht werk te vinden.
Voor hen zijn extra inspanningen nodig, bijvoorbeeld in de vorm van reïntegratietrajecten (scholing, werkervaringsplaatsen e.d.). In opdracht van de daarvoor meest aangewezen partijen zullen de reïntegratiewerkzaamheden worden uitgevoerd door private reïntegratiebedrijven. Bij het sluiten van contracten voor reïntegratietrajecten moet volgens het kabinet een hoofdrol worden gespeeld door (vertegenwoordigers van) werkgevers en werknemers. Werkgevers en werknemers hebben op dit moment al een belangrijke verantwoordelijkheid bij het voorkómen van ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid van werknemers. Zij moeten daarom volgens het kabinet ook hun verantwoordelijkheid kunnen dragen voor de terugkeer van de betrokken werknemers.

Reïntegratie van zieke en arbeidsgehandicapte werknemers

In de wet zijn een aantal financiële prikkels vastgelegd (Wet uitbreiding loondoorbetalingsverplichting bij ziekte, Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen) die zijn bedoeld om de werkgever zijn best te laten doen om ziekte en arbeidsongeschiktheid te voorkomen en reïntegratie te bevorderen. Het opdrachtgeverschap voor het (weer) aan werk helpen van zieke en arbeidsgehandicapte werknemers kan derhalve op ondernemingsniveau liggen. Ook cao-partijen kunnen afspraken met elkaar maken over de keuze van reïntegratiebedrijven en de inhoud van het contract. Een andere mogelijkheid is dat per branche afspraken worden gemaakt. Werkgevers en werknemers bepalen altijd gezamenlijk op welk niveau zij contracten sluiten met reïntegratiebedrijven.

Op bedrijfsniveau is de werkgever verantwoordelijk voor het afsluiten van contracten met het reïntegratiebedrijf. Dit gebeurt met instemming van zijn ondernemingsraad (OR), personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken hiervan, met instemming van de belanghebbende werknemers. Als het dienstverband wordt verbroken -meestal na twee jaar ziekte- wordt het UWV verantwoordelijk voor de reïntegratie. De werkgever kan er ook voor kiezen (met instemming van OR of personeelsvertegenwoordiging) om langer verantwoordelijk te blijven voor de reïntegratie. Dit is mogelijk tot uiterlijk zes jaar na de eerste ziektedag; daarna neemt het UWV de verantwoordelijkheid voor de reïntegratie over.

Op cao-niveau kunnen eveneens afspraken worden gemaakt over reïntegratie. CAO-afspraken gaan boven afspraken op bedrijfsniveau. Hiervoor geldt het gebruikelijke beleid voor het algemeen verbindend verklaren van cao.s, zoals dat nu ook wordt toegepast bij afspraken over arbodiensten. Afspraken over de inhoud van een contract kunnen algemeen verbindend worden verklaard voor de hele bedrijfstak. CAO-afspraken waarin specifiek één of meerdere reïntegratiebedrijven worden aangewezen als te contracteren bedrijf kunnen in principe niet algemeen verbindend worden verklaard, tenzij de cao een met waarborgen omklede ontheffingsclausule bevat. In dat geval hebben individuele werkgevers de vrijheid te kiezen voor een ander reïntegratiebedrijf, uiteraard met instemming van de OR of personeelsvertegenwoordiging. Op brancheniveau kunnen individuele werkgevers gezamenlijk contracten sluiten met reïntegratiebedrijven, uiteraard met instemming van hun ondernemingsraden of personeelsvertegenwoordigingen.

Zieke en arbeidsgehandicapte werknemers die niet tevreden zijn over de reïntegratiemogelijkheden die de werkgever hun biedt, kunnen een .second opinion. aanvragen bij het UWV. De werkgever wordt verplicht om de betrokken werknemer schriftelijk te informeren over zijn rechten en plichten bij de reïntegratie. De werkgever die in gebreke is gebleven, wordt door het UWV gesanctioneerd.
Het UWV stelt subsidies beschikbaar voor de reïntegratie van arbeidsgehandicapte werknemers in het kader van de Wet op de reïntegratie arbeidsgehandicapten (REA). Het gaat om subsidies voor bijvoorbeeld het aanpassen van de werkplek. Ook reïntegratiebedrijven kunnen subsidies krijgen voor het financieren van reïntegratietrajecten voor arbeidsgehandicapte werknemers.

Door de werkgever verantwoordelijk te maken voor het sluiten van een contract met een reïntegratiebedrijf ontstaat een volledige aansluiting tussen preventie, ziekteverzuimbegeleiding en reïntegratie tijdens het eerste ziektejaar en de WAO-periode daarna. Arbodiensten en reïntegratiebedrijven zullen vermoedelijk nauw gaan samenwerken, zo niet fuseren, en er hoeft geen overdracht van dossiers meer plaats te vinden.

Reïntegratie van WW-uitkeringsgerechtigden

Voor WW-gerechtigden waarvan wordt verwacht dat ze niet binnen zes maanden op eigen kracht een baan vinden, is een reïntegratietraject nodig, bijvoorbeeld in de vorm van bij- of omscholing. Omdat de band met de oude werkgever is verbroken, kiest het kabinet ervoor in beginsel het UWV te belasten met het afsluiten van reïntegratiecontracten voor werklozen. Tevens kunnen werkgevers en werknemers een belangrijke rol spelen bij de reïntegratie van WW-gerechtigden. Zeker in tijden van spanning op de arbeidsmarkt, waarin bedrijven en sectoren moeilijk in hun personeelsbehoefte kunnen voorzien, zal bij hen belangstelling bestaan om aan de reïntegratie van werklozen mee te werken. Daarbij kunnen ook eigen gelden worden ingezet, bijvoorbeeld uit de Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen. Als er afspraken op cao-niveau worden gemaakt over het inzetten van eigen middelen voor de reïntegratie van WW-gerechtigden, worden de cao-partijen contractpartner van het reïntegratiebedrijf. Het UWV heeft in dat geval een toetsende rol omdat het hierbij ook gaat om het inzetten van publieke middelen.

Reïntegratie van bijstandsgerechtigden en
niet-uitkeringsgerechtigden

De gemeente is verantwoordelijk voor het afsluiten van contracten met reïntegratiebedrijven voor het (weer) aan werk helpen van bijstandsgerechtigden en niet-uitkeringsgerechtigden. Gemeenten besteden deze werkzaamheden uit aan private reïntegratiebedrijven.

Raad voor Werk en Inkomen
De Raad voor Werk en Inkomen heeft een belangrijke rol bij de beleidsontwikkeling op het terrein van sociale zekerheid, arbeidsmarkt en reïntegratie. De Raad heeft de volgende taken: . Het jaarlijks opstellen van een beleidskader met voorstellen aan de minister voor de concrete vormgeving van het beleid op het terrein van arbeidsmarkt en reïntegratie. Hieronder vallen voorstellen voor de omvang en de verdeling van de publieke reïntegratiemiddelen en de voor reïntegratietrajecten beschikbaar te stellen vergoedingen. Ook de inzet van ESF-middelen wordt hierbij betrokken. . Het opstellen van criteria voor het (mede)financieren van sectorale-, regionale- en bedrijfsinitiatieven op het gebied van reïntegratie. Deze criteria moeten door de minister worden goedgekeurd en worden vastgelegd in een regeling. Er is een bij de algemene toedeling van reïntegratiemiddelen vastgesteld budget beschikbaar. Voorstellen voor subsidies worden bij de Raad ingediend; de Raad kent de subsidies toe. De besluiten van de Raad worden door een nader aan te wijzen externe publieke organisatie op rechtmatigheid getoetst. Deze organisatie keert de subsidies ook uit.
. Het adviseren van de minister over (het bevorderen van) de kwaliteit en transparantie van de reïntegratiemarkt
. Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de minister op het gehele terrein van .werk en inkomen..
. Het adviseren van de minister over algemene en meer specifieke onderwerpen op het terrein van de arbeidsmarkt (zoals het beleid ten aanzien van knelpunten op de arbeidsmarkt)

De Raad voor Werk en Inkomen bestaat voor een derde uit vertegenwoordigers van werkgevers, voor een derde uit vertegenwoordigers van werknemers en voor een derde uit vertegenwoordigers van gemeenten. De Raad heeft een onafhankelijk voorzitter die door de minister wordt benoemd.

Centra voor Werk en Inkomen
Werkzoekenden kunnen bij een Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) in hun regio terecht voor het zoeken naar een baan en de aanvraag voor een eventuele uitkering.
Het Centrum voor Werk en Inkomen heeft als belangrijkste taak de cliënt via bemiddeling en informatievoorziening zo snel mogelijk aan werk te helpen. Dit kan met behulp van de nationale vacaturebank en de nationale sollicitantenbank, actieve bemiddeling en informatie en advies. Verder stellen de CWI.s ook de afstand vast die de cliënt tot de arbeidsmarkt heeft (indeling in fase 1, 2, 3 of 4). Cliënten die een reïntegratietraject nodig hebben, worden overgedragen aan het UWV (WW- of WAO-gerechtigden) of aan de gemeenten (bijstandsgerechtigden en niet-uitkeringsgrechtigden)

De Centra voor Werk en Inkomen verzamelen tevens de gegevens van de cliënt die nodig zijn voor een aanvraag voor een WW- of bijstandsuitkering. De beoordeling of iemand recht heeft op een uitkering en de verstrekking van uitkeringen zijn taken van het UWV (WW en WAO) en de gemeenten (bijstand).

Uit het oogpunt van optimale dienstverlening aan de cliënten en een efficiënte bedrijfsvoering werken CWI.s, gemeenten en UWV nauw met elkaar samen. Dat voorkomt het risico van dubbel werk en onzorgvuldige overdracht tussen organisaties. Dit kan het beste gerealiseerd worden door gemeenschappelijke huisvesting in een .bedrijfsverzamelgebouw.. Ook private organisaties die actief zijn op het gebied van reïntegratie en bemiddeling kunnen zich hier vestigen.

Het Landelijk Instituut voor Werk en Inkomen
De Centra voor Werk en Inkomen worden aangestuurd door het Landelijk Instituut voor Werk en Inkomen (LIWI). Daarnaast is het LIWI onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering van ontslagtaken, de Wet arbeid vreemdelingen en de Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden (Wet SAMEN).

Het LIWI is een publiekrechtelijk vormgegeven zelfstandig bestuursorgaan. Er is een hoofddirectie die belast is met de dagelijkse leiding en de inhoudelijke aansturing van het orgaan en een raad van toezicht die verantwoordelijk is voor het interne bestuurlijke toezicht. De raad van toezicht bestaat uit door de minister benoemde onafhankelijke leden.

Cliëntenparticipatie
Cliëntenparticipatie krijgt een wettelijke basis. Zowel het LIWI als het UWV moeten een landelijke cliëntenraad met adviserende bevoegdheden instellen. De Centra voor Werk en Inkomen zetten andere instrumenten in om hun cliënten te betrekken bij de kwaliteitszorg. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan
tevredenheidsonderzoeken.

Regionale platforms
Er komen regionale platforms waarin - naast één of meerdere Centra voor Werk en Inkomen - gemeenten, UWV en vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers deelnemen. Ook andere partijen kunnen deelnemen zoals reïntegratiebedrijven, uitzendbureaus, Regionale Opleidingscentra e.d. In de regionale platforms wordt overleg gevoerd over de afstemming, consultatie en advisering met betrekking tot regiospecifieke (arbeidsmarkt)vraagstukken, afstemming van de regionale beleids- en middelencoördinatie en het bevorderen van een sluitende dienstverlening aan werkzoekenden. Het platform is een overlegorgaan en heeft geen bestuurlijke taken en verantwoordelijkheden.

Toezicht
De minister houdt rechtstreeks toezicht op de gemeentelijke uitvoering van de Algemene Bijstandswet. Het onafhankelijk toezicht op het LIWI en het UWV wordt opgedragen aan het College van toezicht sociale verzekeringen (Ctsv).

Invoering
Het kabinet hecht eraan dat bij de invoering van de beoogde nieuwe structuur voor de uitvoering van de sociale zekerheid en de reïntegratie grote zorgvuldigheid wordt betracht. Er zal daarom een zogenoemde veranderorganisatie worden ingesteld die belast wordt met zowel het opbouwen van de nieuwe organisatie als het waarborgen van het evenwicht tussen de vernieuwing en het handhaven van het huidige niveau van dienstverlening.

Voor de invoering van de nieuwe structuur moet een groot aantal wetten worden gewijzigd. Gezien de omvang van de hele wetgevingsoperatie zal de invoering gefaseerd tot stand komen. Op deelonderwerpen die bij de behandeling van de vorige SUWI-nota in de Tweede Kamer al op brede steun konden rekenen, is inmiddels een begin gemaakt met de voorbereiding van wetgeving. Het gaat dan om de privatisering van het reïntegratiedeel van Arbeidsvoorziening en om wetgeving voor de organisatorische vormgeving van het LIWI en de Centra voor Werk en Inkomen.
Invoering van de belangrijkste onderdelen van de nieuwe Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (UWV, LIWI, CWI.s, Raad voor Werk en Inkomen) zal waarschijnlijk niet eerder dan 1 januari 2002 plaatsvinden.

24 jan 00 16:31

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie