Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief minister BUZA over geannoteerde agenda Algemene Raad

Datum nieuwsfeit: 24-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


21501002.323 brief min buza t.g.v. de geannoteerde agenda algemene raa d 24-25 jan

Gemaakt: 20-1-2000 tijd: 15:50


2


21501-02 Algemene Raad

nr. 323 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 18 januari 2000

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij de geannoteerde agenda van de Algemene Raad van 24/25 januari a.s. aan te bieden.

De Minister van Buitenlandse Zaken a.i.

E.L. Herfkens

Geannoteerde Agenda Algemene Raad d.d. 24/25 januari 2000

Openbaar debat over het programma van het Voorzitterschap

Het Portugese Voorzitterschap zal in de Algemene Raad zijn programma voor het komende half jaar presenteren.

Het Voorzitterschapsprogramma legt sterk de nadruk op interne ontwikkelingen van de EU. Het zal daarbij met name aandacht besteden aan de werkgelegenheid. Voorts zal het Voorzitterschap bijzondere nadruk leggen op de voortgang in het uitbreidingsproces.

De meeste Portugese initiatieven zullen plaatsvinden op het terrein van sociale cohesie, economische ontwikkeling en werkgelegenheid (geconcentreerd rond de bijzondere Europese Raad over dit onderwerp in maart), criminaliteits- en drugsbestrijding, en consumentenbescherming en gezondheid. Verder zal de agenda worden gedomineerd door de opening van de toetredingsonderhandelingen met nog eens zes kandidaatlidstaten. Tijdens het Portugese Voorzitterschap zal de Europese Unie derhalve met twaalf kandidaatlidstaten toetredingsonderhandelingen voeren.

Voorts zal het Voorzitterschap veel aandacht besteden aan de implementatie van een versterkt Gemeenschappelijk Buitenlands Beleid (GBB) en Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB), alsmede de Intergouvernementele Conferentie over institutionele hervormingen (IGC). In het hoofdstuk externe betrekkingen krijgen Rusland, Afrika, Indonesië, het Middellandse Zee gebied en de Balkan de meeste aandacht.

Nederland kan zich vinden in het Voorzitterschapsprogramma. Veel waarde wordt gehecht aan de Europese Raad in maart in Lissabon. Deze Europese Raad, ook wel de Innovatietop genoemd, zal een belangrijke stap vooruit moeten betekenen in het dynamischer maken van de Europese economie met behoud en versterking van de sociale samenhang. Ook de belangrijke onderwerpen IGC en uitbreiding, twee sterk gelieerde onderwerpen, staan terecht hoog op de agenda van Portugal. Deze onderwerpen zijn van groot belang voor de toekomst van de Europese Unie in de nieuwe eeuw.

Tenslotte zal de discussie over verdere invulling van inhoud en structuren van het EVDB worden vervolgd. Hieraan hecht Nederland evenzeer groot belang.

Follow-up van de Europese Raad van Helsinki

Kort voor de Algemene Raad zal het Portugese Voorzitterschap een eerste notitie presenteren over de follow-up die het zal geven aan de besluiten die tijdens de Europese Raad van Helsinki zijn genomen. Deze notitie zal voornamelijk een organisatorisch karakter hebben.

Verwacht wordt dat het Voorzitterschap in zijn presentatie een toelichting zal geven over verdere intensivering van de uitbreidingsonderhandelingen tijdens het komende halfjaar. Dit in het licht van de uitbreiding van het aantal kandidaatlidstaten waarmee toetredingsonderhandelingen gestart zijn naar 12 en de bevestiging van Turkije als kandidaat-lidstaat in gelijke positie als alle anderen, zij het dat met dat land geen toetredingsonderhandelingen zullen kunnen worden geopend zolang het nog niet voldoet aan de politieke Kopenhagen criteria.

Het Voorzitterschap zal voorstellen presenteren met het oog op het van start gaan op 14 februari a.s. van de IGC over institutionele aanpassingen. Deze voorstellen zullen met name betrekking hebben over de organisatie en het tijdschema van de IGC.

Tot slot zal het Voorzitterschap het voorgenomen werkprogramma op het terrein van de het Europese Defensie en Veiligheidsbeleid toelichten, waarbij het Voorzitterschap naar verwachting met name aandacht zal besteden aan uitwerking van samenwerkingskaders tussen de NAVO en de EU en de kwestie van eventuele verdragswijziging.

Nederland staat positief ten opzichte van de door Portugal voorlopig uiteengezette organisatorische voornemens.

Westelijke Balkan

De Algemene Raad zal spreken over de verkiezingswinst van de oppositie in Kroatië, die een belangrijk politieke stap kan betekenen op de weg naar verdere toenadering van dit land tot de Europese Unie.

Nederland stelt zich op het standpunt dat deze belangrijke ontwikkeling vraagt om een adequate reactie van de EU, bijvoorbeeld in de vorm van intensivering van de dialoog met Kroatië. Verdergaande steunmaatregelen zullen evenwel afhankelijk blijven van de beleidskeuzes door de nieuwe autoriteiten. De EU dient onverkort haar eisen te handhaven op het gebied van m.n. democratisering, samenwerking met het Joegoslavië Tribunaal (ICTY), medewerking aan de uitvoering van de akkoorden van "Dayton" en de terugkeer van Servische vluchtelingen.

Voorts zal de Raad zich buigen over ondersteuning van de democratische krachten in Servië, mede in het licht van de recente toenadering tussen de belangrijkste Servische oppositieblokken.

Nederland zal in dit verband pleiten voor uitbreiding van het Energie voor Democratie-programma en actieve voortzetting van de onlangs op gang gekomen trilaterale samenwerking (EU/VS/Servische oppositie).

Nederland blijft tegenstander van verlichting van het sanctieregime tegen de FRJ (opheffing olie- en luchtvaartboycot), aangezien dit Milosevic c.s. politiek en financieel in de kaart zou spelen.

Voorts zal waarschijnlijk gesproken worden over de voortgang van de werkzaamheden van de Donaucommissie m.b.t. het herstel van de bevaarbaarheid van de Donau. Een vrijwel afgerond projectvoorstel van de Donaucommissie zal op korte termijn worden besproken met de Europese Commissie met het oog op co-financiering door de EU.

Nederland zal in dit verband blijven aandringen op spoed, opdat de werkzaamheden nog tijdens deze winter van start kunnen gaan.

Ten slotte zal de Raad spreken over recente ontwikkelingen in Kosovo en Montenegro.

Nederland is voorstander van aanvullende (economische) steun voor Montenegro, mits een duidelijke scheiding blijft bestaan tussen enerzijds een grotere economische en monetaire zelfstandigheid van Montenegro en anderzijds het politiek-constitutionele vraagstuk.

Betrekkingen met Rusland

De Raad zal zich uitgebreid buigen over de binnenlandse ontwikkelingen in Rusland, het aftreden van President Jeltsin, de komende presidents-verkiezingen in maart alsmede het conflict in Tsjetsjenië. Daarbij zal de Raad onder andere spreken over de uitwerking van de maatregelen waartoe de Europese Raad van Helsinki op 11 december jl. heeft besloten.

Nederland is van mening dat de Europese Unie een evenwicht dient te vinden tussen handhaving van de strategische lange termijn relatie met Rusland enerzijds en een kritische opstelling ten aanzien van het Russische optreden in de Noordelijke Kaukasus anderzijds.

De Commissie bereidt thans een document voor waarin de EU-maatregelen zoals die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Helsinki nader worden uitgewerkt. Deze maatregelen omvatten de herziening van de uitvoering van de Gemeenschappelijke Strategie Rusland; opschorting van onderdelen van het Partnerschaps- en Samenwerkingsakkoord en de ombuiging van TACIS-gelden naar projecten op het gebied van mensenrechten, 'civil society', rechtsstaat en nucleaire veiligheid.

Nederland is voorts van mening dat bij de uitwerking van deze maatregelen de politieke dialoog met Rusland gehandhaafd dient te worden.

Naast herziening van bovengenoemde communautaire en EU-samenwerking dienen de EU-Lidstaten naar Nederlands inzicht ook de bilaterale samenwerking met Rusland in beschouwing te nemen.

Vredesproces in het Midden-Oosten

De Raad zal spreken over de stand van zaken in de verschillende sporen van het Midden Oosten Vredesproces (MOVP). Wat betreft het Palestijnse spoor zal de Raad de voortgang in de besprekingen bezien in het licht van de termijn van drie maanden die is gesteld voor de totstandkoming van een raamovereenkomst. Deze periode loopt op 13 februari af.

Wat betreft het Syrische spoor zal de Raad zich naar verwachting met name buigen over de vraag welke concrete (financiële of andere) bijdrage de EU zou kunnen leveren in het kader van een vredesregeling.

Nederland zal hierbij het belang onderstrepen van een zorgvuldige afweging van de verschillende opties.

Tenslotte zal de Raad het Russische initiatief bespreken om op 1 februari a.s. in Moskou een bijeenkomst te houden van de steering group voor het multilaterale spoor. De EU zal in dit overleg naar verwachting door de Trojka worden vertegenwoordigd.

EU-ACS

De Raad zal de stand van zaken in de onderhandelingen over een nieuwe EU-ACS-conventie bespreken. De derde ministeriële EU-ACS-conferentie die plaatsvond in december jl. slaagde er helaas niet in om de onderhandelingen af te ronden (over het verslag daarvan zal, op haar verzoek, nog overleg plaatsvinden met de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken). Daarom zal op 2 en 3 februari a.s. nog een ministeriële EU-ACS-conferentie plaatsvinden. De Algemene Raad zal zich buigen over de nog openstaande punten.

Dat betreft in de eerste plaats het EOF. De EU heeft een aanbod gedaan (12,8 miljard oproepbaar vanaf inwerkingtreding van de Conventie en 1 miljard oproepbaar na een positieve evaluatie in 2004) waarover de ACS-landen niet tevreden zijn. Zij wensen tenminste reële 0-groei en tevens dat het gehele bedrag direct oproepbaar is. Mogelijk zullen sommige lidstaten aan die ACS-wensen gehoor willen geven.

In de tweede plaats zal worden gesproken over de toekomstige handelsarrangementen. De ACS-landen willen dat ook gedurende de overgangsperiode (2000-2008) de preferentiële toegang van de ACS-landen tot de EU-markt wordt verbeterd. De EU heeft aangegeven dit te willen doen door middel van verbetering van de markttoegang voor (alle) Minst Ontwikkelde Landen (MOL), maar wenst geen concrete toezeggingen te doen over verbetering van markttoegang voor ACS-landen die niet tot de groep van Minst Ontwikkelde Landen behoren. Er is echter nog verschil van mening binnen de EU hoe strikt dit moet worden geformuleerd. Ook is er nog verschil van mening over verklaringen ten aanzien van specifieke producten (rijst, rum, bananen).

Als derde punt staat de kwestie van terug- en overname nog open. De ACS-landen zijn niet bereid een bepaling over overname in de conventie te hanteren. De EU wenst dat wel, maar alleen Nederland en Duitsland (en in mindere mate Griekenland) beschouwen dit als een essentieel punt.

In de vierde plaats bestaat er nog verschil van mening over het instrument ter stabilisering van fluctuaties in exportopbrengsten.

Ten vijfde bestaat er nog verschil van mening over de looptijd van de Conventie: de EU denkt aan maximaal 15 jaar terwijl de ACS-landen pleiten voor 30 jaar.

Verwacht mag worden dat lidstaten in de Algemene Raad zullen vasthouden aan bestaande standpunten en pas tot concessies bereid zullen zijn tijdens de a.s. ministeriële conferentie.

Voor Nederland zijn in het bijzonder van belang de opneming van een bepaling inzake overname, en in het handelsregime het creëren van de mogelijkheid onderscheid te maken tussen de Minst Ontwikkelde Landen en de wat meer ontwikkelde landen.

Indonesië

Met mijn Portugese collega Gama heb ik afgesproken dat ik verslag zal uitbrengen van mijn bezoek aan Indonesië van 17 tot 20 januari. In het licht van mijn bevindingen zal ik daarbij ook aandacht besteden aan de kwestie van militaire contacten en leveranties. Zoals bekend is tijdens het CoPo van 13-14 januari jl. gebleken dat er bij een aantal EU-lidstaten onoverkomelijk bezwaar bestaat tegen voortzetting van het op 17 januari aflopende embargo op wapenleveranties, in welke vorm dan ook. Aangezien besluitvorming over voortzetting van een embargo als dit unanimiteit vereist, heeft het Nederlandse pleidooi voor handhaving van restricties niet het beoogde resultaat gehad.

Conflicten in Afrika (Grote Meren, Angola, Soedan, Ethiopië-Eritrea)

De Veiligheidsraad zal gedurende de maand januari, onder Amerikaans voorzitterschap, veel aandacht besteden aan Afrika. Ik ben van mening dat ook de Europese Unie zich actief dient op te stellen en moet bijdragen aan het momentum dat aldus wordt gecreëerd. Onder het agendapunt 'diversen' zal ik daarom aan de EU-partners voorstellen in de Algemene Raad van februari te spreken over de rol van de EU bij conflictbeheersing in Afrika.

Doel van de bespreking in de Algemene Raad is derhalve allereerst het afgeven van een politiek signaal dat in Europa daadwerkelijk aandacht bestaat voor de conflicten op het Afrikaanse continent.

Betrekkingen met Moldavië

En marge van de Raad zal de tweede Samenwerkingsraad met Moldavië bijeenkomen. Ondermeer zullen aan de orde komen de zorgwekkende macro-economische toestand in Moldavië, de interne politieke situatie alsmede de ontwikkelingen in de zich eenzijdig onafhankelijk verklaarde Moldavische regio Transdniestrië.

Associatieraad met Tunesië

En marge van de Raad zal de tweede associatieraad met Tunesië worden gehouden. De EU zal bij deze gelegenheid haar waardering doen blijken voor de goede prestaties van Tunesië op economisch terrein en voor het beleid van economische liberalisering, dat ook een centraal element is in van de associatierelatie. Tegelijk zal de EU onderstrepen dat de kwestie van de mensenrechten een essentieel element is in alle Euro-Mediterrane associatie-overeenkomsten en de verwachting uitspreken dat Tunesië nadere stappen zal zetten op de weg naar een pluralistische democratie, handhaving van de rechtsorde (rule of law), en respect voor de mensenrechten. Tijdens het aansluitende diner zal de EU met name voor deze laatste punten nader met Tunesië van gedachten willen wisselen.

Nederland heeft er bij de voorbereiding van de associatieraad op geïnsisteerd dat de kwestie van de mensenrechten ook deze keer een volwaardige plaats in de besprekingen zou krijgen.

Betrekkingen met Oekraïne

Het Portugese Voorzitterschap zal op de Algemene Raad een document presenteren waarin de prioriteiten voor de komende zes maanden ter invulling van de in december 1999 goedgekeurde Gemeenschappelijke Strategie Oekraïne zullen worden uiteen-gezet. Dit document zal pas op
21 januari beschikbaar zijn en ter kennisneming aan de Raad worden aangeboden.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie