Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Belastingherziening 2001: Eerste termijn Jan Marijnissen

Datum nieuwsfeit: 25-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Nieuws van de Socialistische Partij

Belastingherziening 2001: Eerste termijn Jan Marijnissen


25 Januari 2000

De sociaal-democratische econoom Kleerekoper zei het in de jaren dertig als volgt: "De mate waarin een volk zichzelf belast is een maatstaf voor beschaving en fatsoen." Om het zo een-op-een te stellen gaat wat ver maar hij gaf hiermee wel aan dat het zonder belastingen niet mogelijk is collectieve voorzieningen op te bouwen en in stand te houden.

De SP is ervan overtuigd dat onze samenleving en economie op dit moment geen enkele behoefte hebben aan nog meer lastenverlichting. Waar wel behoefte, heel veel behoefte aan is, is aan meer investeringen in onze collectieve voorzieningen. Wat zouden we allemaal niet kunnen doen met de 5,8 miljard gulden die nu wordt ingezet als smeermiddel voor de belastingherziening! Met 5,8 miljard gulden zouden we alle mensen op of onder het sociaal minimum 150 gulden per maand erbij kunnen geven (voor alleenstaanden is dat 10 procent). Met 3 miljard gulden kunnen we de wachtlijsten in de zorg oplossen en met nog eens een miljard gulden kunnen we ze 5 procent salarisverhoging geven om het beroep weer aantrekkelijker te maken. Met ruim een miljard gulden kunnen we in het basisonderwijs het lerarentekort van 15.000 personen oplossen.
Dat zijn keuzes die we óók hadden kunnen maken. Natuurlijk gunnen wij iedere belastingbetaler een paar procent extra. Niemand vindt het leuk om belasting te betalen maar de vraag is of wij dit enorme bedrag niet beter hadden kunnen steken in het bestrijden van de armoede en de kwaliteit van onze publieke voorzieningen.

Ik wil u een uitspraak voorleggen van de premier van het eerste paarse kabinet:
"Het feit zelf dat belasting naar draagvermogen onvermijdelijk leidt tot progressieve belasting, (bewijst) dat de grondslag waarop het draagvermogen rust, niet zuiver is. Daarom ook kan degeen die de rechtvaardigheid der goederenverdeling erkent, consequent doordenkende, niet komen tot een progressieve belasting.. Indien men toch eenmaal erkent het feit der progressieve draagkracht, ontkent men tevens de rechtvaardigheid der goederenverdeling in de maatschappij." Aldus Pieter Cort van der Linden. Hij was tussen 1913 en 1918 de laatste liberale premier van Nederland van een kabinet dat gedoogd werd door de SDAP.

Het draagkrachtbeginsel is voor de SP-fractie een belangrijk uitgangspunt bij de belastingheffing. Belastingheffing naar draagkracht draagt bij aan een rechtvaardige samenleving. Dat leidt niet automatisch tot een progressief belastingstelsel. Maar omdat wij in een maatschappelijk systeem leven dat per definitie maatschappelijke ongelijkheid genereert, is een nivellerend belastingstelsel voor de SP-fractie een noodzakelijkheid.

De ongelijkheid in inkomen en vermogen neemt al twintig jaar toe. Grote groepen mensen zijn er de afgelopen jaren flink op vooruit gegaan. Maar mensen rond het sociaal minimum zijn er in de periode
1977-1997 (meest recente cijfers van het CBS) 23 procent op achteruit gegaan. Uit een peiling van het NIPO die mijn fractie heeft laten doen bleek dat 62 procent van de Nederlanders vindt dat een van de doelstellingen van de belastingherziening een verkleining van de inkomensverschillen zou moeten zijn. Helaas, de minister en de staatssecretaris dachten daar anders over. En zo zal dit belastingvoorstel geen einde maken aan het feit dat steeds meer mensen buiten gaan wonen: de een in een villa, met tophypotheek, en de ander op een bankje in het park.

Het heeft lang geduurd voor ons land een inkomstenbelasting naar draagkracht kreeg. In 1848 en 1849 probeerde - eerlijk is eerlijk: het was weer een liberaal, de minister van Financiën Van Bosse de accijnzen te verlagen onder gelijktijdige invoering van een inkomstenbelasting. Ironisch als je bedenkt dat de belastingherziening die wij dezer dagen bespreken, ook van een liberale minister, een forse verláging van de inkomstenbelasting inhoudt en een verhóging van de indirecte belastingen. Van Bosse mislukte echter beide keren. Pas in 1892/1893 voerde minister Pierson een Vermogens- en Bedrijfsbelasting in. Die vermogensbelasting kende een forfaitair rendement van vier procent en een tarief van vijf procent. (0,2 procent belasting dus)
De ontevredenheid over de gebrekkige rechtvaardigheid van het belastingsysteem eind negentiende eeuw en begin twintigste eeuw was echter groot. De zeer beperkte progressie van het stelsel werd nog verder verminderd doordat per bron werd belast, het zogenaamde analytische stelsel. Een inkomstenbelasting die al het inkomen in acht zou nemen, een synthetisch stelsel, zou dit probleem moeten oplossen. Pas in 1914 werd het analytische stelsel, op de vermogensbelasting van Pierson na, afgeschaft en werd een inkomstenbelasting ingevoerd met een hoogste tarief van 5 procent (!).
Met de uitbouw van de sociale zekerheid en de collectieve voorzieningen in de tweede helft van de vorige eeuw namen ook de tarieven van de inkomstenbelasting toe.
Daar kwam eind vorige eeuw weer een kentering in. De opgebouwde sociale voorzieningen werden uitgekleed en er brak een langdurige periode van lastenverlichting aan. Zo werd in 1989 het toptarief verlaagd van 72 naar 60 procent en in de voorliggende belastingherziening gaat het toptarief nog verder omlaag naar 52 procent.

Als je dit zo allemaal op je laat inwerken, zou je zeggen: Deze twee bewindlieden zijn overmand door nostalgische gevoelens. Hun motto: Renaissance! Op de drempel van de eenentwintigste eeuw een wedergeboorte van de negentiende eeuw.
Minder geld voor publieke voorzieningen, een forfaitaire rendementsheffing, geen grote nivelleringen meer, hogere accijnzen, en een stap terug richting het analytische stelsel van vóór 1914.

De belastingherziening is de love baby geworden van VVD-er Gerrit Zalm en PvdA-er Willem Vermeend. Hij is alleen wel erg blauw uitgeslagen. En dat is raar, want de kleur van de liefde is nog altijd rood.

Een van de grote gemiste kansen in deze belastingherziening is de vrijwel onbeperkte hypotheekrenteaftrek.
Volgens een onderzoek van de Universiteit Leiden kwam vijfenveertig procent van deze aftrek terecht bij zeven procent van de bevolking, en het laat zich raden, dat waren natuurlijk de mensen met de hoogste inkomens.

De kosten van de hypotheekrenteaftrek zijn uit de hand aan het lopen. Voor 1998 bleken de kosten gecorrigeerd voor de bijtelling van het huurwaardeforfait, geen 7,7 miljard gulden te zijn maar 10,9 miljard. Zo wordt er een steeds groter beslag gelegd op de toch al zo schaarse collectieve middelen.

Dan zijn er nog de aanhoudende waarschuwingen van economen, financieel deskundigen en anderen, waaronder nu steeds vaker en steeds luider ook de President van de Nederlandsche Bank, de heer Wellink, dat het huidige regime bijdraagt aan de explosieve stijging van de prijzen op de huizenmarkt. Dat houdt niet alleen risico's in voor de individuele huizenbezitter die soms net iets verder wil springen dan zijn inkomensstok lang is, maar het houdt ook risico's in voor de economie als geheel. Er is weinig voorstellingsvermogen voor nodig om nu reeds te zien wat er gebeurt wanneer de huizenmarkt in elkaar klapt. Veel menselijk leed, en grote problemen voor de economie.

De wijze waarop de hypotheekrenteaftrek nu geregeld is, creëert een ongelijke behandeling tussen huurders en kopers van woningen. Terwijl ongeveer net iets meer dan de helft van de Nederlanders een eigen huis heeft, geven we wel jaarlijks bijna 11 miljard uit aan hypotheekrenteaftrek, maar nog geen 3 miljard aan huursubsidie.

En voor wie dit alles nog niet genoeg is, zou het gegeven dat ons land nu al de op een-na-hoogste hypotheekschuld van de hele EU heeft toch te denken moeten geven. Geen enkel land in Europa kent een zodanig ruim regime voor de huizenbezitter als ons land.

Al die fracties die hun mond vol hebben over het beschermen van de eigen-huizen-bezitters moeten zich een ding in de oren knopen! Zolang de excessen van de onbeperkte hypotheekrente-aftrek niet worden ingeperkt zal de discussie hierover blijven doorsudderen en zal de gewone huizenbezitter zich onzeker blijven voelen over de toekomst ervan. Als zelfs de President van de Nederlandsche Bank bij RTL4 openlijk zegt dat "het nu toch echt tijd wordt voor een verstandig debat over dit onderwerp", dan lijkt mij - wetende dat hij zich eigenlijk niet met politiek mag bemoeien, en dat hij dat zelf natuurlijk ook weet - dat voor iedereen duidelijk moet zijn dat het geen enkele zin heeft de kop nog langer in het zand te steken.

De SP wil de excessen aanpakken en de aftrek voor de gewone man garanderen.
Mijn fractie stelt voor de hypotheekrenteaftrek te beperken tot waar hij voor bedoeld is: het eigen woningbezit, níet het eigen villabezit. Wij stellen voor de aftrek van de rente over een hypotheekschuld tot
350.000 gulden te garanderen, en alles wat daarboven gaat niet meer voor aftrek in aanmerking te laten komen. Aftoppen dus. Deze maatregel zou nu zo'n vijf procent van de burgers treffen. Overbodig te zeggen dat dat vooral rijken zijn, die - het zij nog maar weer eens gezegd - de rente over de eerste 350.000 gulden hypotheek mogen blijven aftrekken. Opbrengst voor de gemeenschap: 1,3 miljard gulden per jaar. Negatieve effecten voor de woningmarkt zullen er volgens het CPB bijna niet zijn.
Met het stellen van een maximum aan de hypotheekrente-aftrek bereiken we wat we allemaal willen: de hypotheekrente-aftrek in stand laten voor de gewone man en een einde maken aan de excessen.

Nou weten we allemaal dat het H-woord een vreselijk taboe is binnen sommige politieke kringen. "Wie er iets over zegt, verliest stemmen," is daar de vaste overtuiging. De angst is daar groot, en daarom wordt er aan congresuitspraken en verkiezingsprogramma's niet meer gerefereerd. De SP heeft daar begrip voor.
Daarom hebben wij - speciaal voor de fracties die het H-woord in dit verband niet in de mond durven nemen - een alternatief bedacht: Het eigenwoning-forfait, vroeger het huurwaarde-forfait. De SP-fractie heeft een plan ontwikkeld om via een sterke verhoging van het huurwaardeforfait voor de duurdere huizen de subsidie in de vorm van de hypotheekrenteaftrek via een omweg te beperken. (Het maximum huurwaardeforfait is nu 1,25% van de WOZ-waarde. Dat wordt al bereikt bij een WOZ-waarde van 150.00 gulden. De SP stelt voor dat maximum te leggen bij 4%, te bereiken via een staffel waarbij vanaf een WOZ-waarde van 250.000 gulden, elke 50.000 gulden het eigen woning-forfait met 0,25% stijgt)

Het onaangetast laten van de onbeperkte hypotheekrenteaftrek is volgens de SP een van de voornaamste tekortkomingen van de belastingherziening. Het taboe is geslecht (iedereen - bijna iedereen
- praat erover), de noodzaak van aanpassing wordt bijna algemeen ingezien, de alternatieven zijn ontwikkeld en alleen de regering blinkt nog uit in gebrek aan visie en daadkracht. Ik hoop - ook voor de gewone huizenbezitter - dat daar snel verandering in komt.

Ik heb er in het begin van m'n verhaal al naar verwezen. De vermogensrendementsheffing van Pierson. Prof. Zwemmer zei daarover: "Het zou toch te denken moeten geven dat een systeem dat we in het begin van de twintigste eeuw hebben afgeschaft en dat geen enkel beschaafd land op dit moment kent, nu als dé oplossing voor de 21e eeuw wordt gepresenteerd."

En inderdaad.
Over de afgelopen 15 jaar bedroeg de stijging van de AEX gemiddeld
13,5 procent. Volgens het CBS is het gemiddeld jaarrendement op Nederlandse aandelen in de laatste 20 jaar 20 procent, inclusief dividend.
Er is een schril contrast tussen deze rendementen en het door Financiën bedachte fictieve rendement van 4 procent. En dan wordt ook nog de belasting op rente en dividend afgeschaft.

Het is dan ook niet vreemd dat een heel koor van belastingspecialisten zich de afgelopen jaren heeft uitgesproken voor een vermogenswinstbelasting. Vorige week nog hebben zes gerenommeerde hoogleraren belastingrecht in een ultieme poging geprobeerd iets los te maken in de politiek op dit punt. Helaas tevergeefs; althans, ik heb geen beweging gezien.
Het is duidelijk. Paars wil gewoon geen vermogenswinstbelasting. Iedere tak, strohalm, of spriet wordt aangegrepen om te voorkomen dat het die kant opgaat.

Maar wat voor geloof moeten we nog hechten aan de woorden van de Minister-President, toen hij zomaar op een vrijdagavond in april van het jaar 1997 sprak over exhibitionistische verrijking op de beurs. Wat hebben die woorden voor betekenis als ze geen inhoud krijgen bij de grote belastingherziening die wij nu bespreken?

Geen inhoud, alleen een loze oproep het exhibitionisme te stoppen. De verrijking mag doorgaan.
In de vermogenssfeer wordt door het plan van Paars maar 450 miljoen opgehaald, en dat is natuurlijk een schijntje als je het afzet tegen de werkelijke vermogenswinsten.
Over nostalgie gesproken. Van de week wees iemand mij op het regeerakkooord van 1965. Het stuk wat ik heb, waar heel belangrijk 'ZEER GEHEIM' boven staat, laat zien dat Anne Vondeling in het regeerakkoord liet opnemen: "Er zal een speculatiewinstbelasting worden ingevoerd". Dat is nog eens andere koek. Zeker als je verder leest en ziet wat er precies bedoeld wordt: "De belasting zal betrekking hebben op gerealiseerde waardestijging (daling) van tot het persoonlijk vermogen behorende woningen, gronden en effecten". Het kabinet viel in de nacht van Schmelzer waardoor dit voornemen niet in wetgeving kon worden omgezet. Anders hadden we gewoon een vermogenswinstbelasting gehad. Of eigenlijk nog mooier: een speculatiewinstbelasting. Eigenlijk is die term ook veel beter voor het casino op het Damrak.

Dan een paar opmerkingen over het verweer van de bewindslieden. 'De vermogenswinstbelasting is oh oh oh zo ingewikkeld' wordt onder andere gezegd. Maar de bewindslieden weten heel goed dat tal van andere landen zo'n belasting wel kennen. In het Weekblad voor Fiscaal Recht schreef Prof. Rijkers dat de ingewikkeldheid slechts wordt aangegrepen door ministers van Financiën die op voorhand al weten dat zij geen vermogensbelasting willen.
U kunt bij de financiële instellingen de gegevens krijgen die u nodig heeft. Het zijn dezelfde instellingen die u ook materiaal moeten leveren voor uw vermogensrendementsheffing.
Een ander punt is de niet stabiele opbrengst. Maar één ding staat vast: Een VWB (AEX-gemiddelde van 13,5%) levert meer, veel meer op dan een VRH (4% vast). En met een soort vereveningsfonds kunt u een stevige buffer opbouwen en zo dus fors meer overhouden dan nu het geval is. En hoezo "robuust"? Wat is dat? Professor Stevens constateert terecht dat de slappe heffing leidt tot boxhoppen en daarom zegt hij: "Zolang er geen vermogenswinstbelasting is, zullen er gaatjes gevonden worden waarmee men belasting kan ontduiken". "Robuust" klinkt wel heel flink, maar u bent bij lange na geen flinke, robuuste Robin Hood. De overheid heeft per jaar zo'n 200 miljard aan belastinginkomsten. Is 450 miljoen extra ophalen bij de vermogenden dan robuust? Hoogleraar belastingrecht Prof. Zwemmer laat in de NRC weten dat hij in ieder geval van mening is dat dat níet robuust is.

Nog zo'n punt. Een vermogenswinstbelasting zou administratief ingewikkeld zijn. Alsof dat een excuus is om vermogens maar met een fluwelen handschoen aan te pakken. Alsof Jan met de Pet en de kruidenier om de hoek zo af en toe ook niet bezwijken onder de administratie die ze ten behoeve van de belastingdienst moeten bijhouden. En wat te denken van mensen die een uitkering hebben van de Sociale Dienst: die mensen wordt het hemd van het lijf gevraagd en ook zij worden geacht alles bij te houden, zodat zij hun uitgaven en inkomsten kunnen verantwoorden als ze in aanmerking willen komen voor een paar centen uit de armenpotten.
Het belangrijkste administratieve probleem van de vermogenswinstbelasting, de waardering van allerlei financiële producten, wordt in het nieuwe stelsel trouwens ook gedaan. Het laatste tegenargument is het probleem van het uitstellen van de winstrealisatie. In de VS is dit wel geconstateerd. Maar daar wordt dat in de hand gewerkt door de afwezigheid van afrekenen bij overlijden. Daar komt bij dat Vermeend - slim als hij is - indien de politieke wil aanwezig was, zó een paar oplossingen uit de mouw had geschud. Zo zou hij kunnen denken aan een maximale termijn van drie of vijf jaar waarin er verrekend moet worden. Nu lijkt het er op dat hij van iedere oplossing een probleem maakt. Overigens gaat niemand met zijn aandelen tot Sint Juttemis zitten te wachten, omdat de fiscus anders langskomt. Die aandeelhouders proberen echt allemaal de winst binnen te halen voordat de beurs weer keldert. Wie niet verkoopt houdt weliswaar de fiscus buiten de deur maar realiseert ook geen winst en dat lijkt me ook niet aantrekkelijk voor een speculant.

De voorgestelde belasting is geen belasting naar draagkracht. Over de kleine rendementen moet naar verhouding veel meer betaald worden dan over de grote en excessieve vermogenswinsten. Uit rechtvaardigheidsoogpunt is het onverteerbaar dat juist diegenen met excessieve vermogenswinsten veel minder belast worden door het forfaitaire rendement van 4 procent.

Waar is de rechtvaardigheid gebleven? Hoe legt het kabinet uit dat iemand die hard werkt over 1000 gulden maximaal 520 gulden belasting betaalt, terwijl iemand die op z'n luie stoel zit en 1000 gulden koerswinst boekt, maar 12 gulden belasting betaalt? Dit soort voorbeelden zijn niet uit te leggen. En de opmerking van Kok in zijn interview in Hedendaags Kapitalisme van de WBS dat "de beheersbaarheid aan de echte top altijd al erg gering is geweest" evenmin.

Ook al maken internationale maatregelen geen deel uit van de belastingherziening, als het streven is om de lasten op arbeid te verlagen en die op kapitaal te verhogen dan kan de internationale dimensie eigenlijk niet buiten beschouwing blijven. Het eerste punt hier is de fiscale concurrentie in Europa. Nederland neemt in het Primarolo-rapport over de fiscale "race to the bottom" van de schatkist een prominente plaats in. Nederland is met 15 als "schadelijk" gebrandmerkte regelingen het land met de meeste fiscale douceurtjes voor het grootkapitaal. Ik wil graag weten van de minister van Financiën wat hij daar van vindt en hem vragen of hij de Kamer op de hoogte kan stellen van de precieze inhoud van de regelingen, het gebruik ervan, en de kosten ervan voor de overheid.

Een pleidooi voor de Tobin-tax valt eigenlijk ook buiten het kader van deze belastingvoorstellen maar is ook een voorbeeld van hoe het kabinet de echte alternatieven ontloopt om de belasting op vermogen te verhogen. Het moeilijke aan deze heffing op flitskapitaal - ik begrijp dat ook wel - is dat die eigenlijk op wereldschaal moet worden ingevoerd. Maar een invoering in de EU zou al een flinke eerste stap in de goede richting zijn.
Tijdens en na de financiële crises in Azië, Rusland en Brazilië is de Tobin-tax al dan niet in geamendeerde vorm opnieuw actueel geworden. Verschillende economen in Nederland hielden een pleidooi voor de invoering van de Tobin-belasting. Professor Luc Soete, hoogleraar economie aan de universiteit van Maastricht roept in de ESB van 23 januari 1998 de regering op om een internationaal initiatief te nemen. Helaas liet de minister al meer dan eens weten niets te voelen voor een Tobin-tax. Maar eind oktober j.l. zei de minister-president - daar is ie weer - in zijn vulkanologische beschouwing over de wereldeconomie: "We zullen moeten onderzoeken of de oplossing gevonden kan worden in scherper nationaal toezicht op het functioneren van banken of in het aanbrengen van restricties op grove internationale speculatiebewegingen."
Van de minister zou ik graag willen weten hoe het onderzoek, waar de MP het over heeft, er nu bij staat.

Over studieschulden en studenten heb ik nog een aantal vragen. Mensen met een basisbeurs worden in principe gecompenseerd door een verhoging daarvan. Daartoe moet de minister van onderwijs besluiten. Kan de staatssecretaris garanderen dat de minister van Onderwijs de basisbeurs voldoende zal verhogen?
Gebeurt dit via een verhoging van de basisbeurs, via een verhoging van de aanvullende beurs (ouderinkomensafhankelijk), of (nog erger) via de mogelijkheid om meer te lenen?
Klopt het dat dit op de begroting van het ministerie van Onderwijs drukt waardoor de belastingherziening de financiële middelen voor onderwijs beperkt?

Mensen met een uitkering gaan er door de belastingherziening veel minder op vooruit dan de werkenden. De minister sprak in het wetgevingsoverleg zelfs van een door het kabinet gewenste denivellering. Mijn fractie vindt dat hiermee een kans is gemist om de mensen met een uitkering op het sociaal minimum eens wat extra te geven. De afgelopen decennia verloren zij bijna een kwart van hun koopkracht. Het beetje extra dat de mensen met een uitkering zouden krijgen door de tweede nota van wijziging is gelijk weer op nul gezet door het schrappen van het zogenaamde inactievenforfait. De SP-fractie is daar geen voorstander van.

Door het inactievenforfait in de vorm van een inactievenkorting in stand te houden kunnen mensen met een uitkering er wat meer op vooruit gaan. Niet alleen mensen met een minimum-inkomen trouwens, maar ook vutters, pre-pensioeners en WAO-ers die er tot nu toe nog maar nauwelijks op vooruit gaan.
Bovendien is de inactievenkorting ook een belangrijk instrument om de mensen met een uitkering er op vooruit te laten gaan zonder dat met een dure verlaging van de eerste schijf te doen. "Wij hebben geen behoefte aan een instrument dat het verschil tussen werken en niet werken kleiner maakt" zei de liberale minister vorige week maandag. Mijn fractie lijkt het heel verstandig om zo'n instrument wel beschikbaar te houden. Wij willen met de invoering van een inactievenkorting van 100 gulden het schrappen van het niet-actievenforfait van 308 gulden compenseren. Met betrekking tot de armoedeval hebben wij al een voorstel gedaan om te komen tot een Terugtaks.

De SP blijft van mening dat het aantal gewerkte uren van iemand moet bepalen hoe hoog de arbeidskorting is en niet het inkomen. Het is onrechtvaardig dat mensen met een deeltijdbaan die hetzelfde aantal uren maken, maar waarbij de een 'n veel hoger uurloon heeft dan de ander, die ene ook nog 'n hogere arbeidskorting wordt toegekend. Graag zou ik van de bewindslieden hierop een reactie krijgen. De administratieve bezwaren vind ik niet erg overtuigend als je bedenkt dat bij de SPAK - die volgens schattingen voor meer dan
900.000 mensen wordt toegepast - ook het urencriterium wordt gebruikt. Ik zou graag willen weten voor hoeveel mensen dat bij de arbeidskorting het geval zou zijn.
Bij het Algemeen Overleg in december heeft staatssecretaris gezegd dat hij de sociale partners nog eens zou vragen of zij niet een werkbare gedachte hadden over de invoering van het urencriterium. Ik hoor graag wat daar uitgekomen is.

De arbeidskorting is een duur instrument (oorspronkelijk 7,9 miljard plus nog 1,5 miljard bij de 2e Nota van Wijziging = 9,4 miljard). Laat ik beginnen met te zeggen dat deze arbeidskorting beter is dan het denivellerende arbeidskostenforfait. Maar dat de arbeidskorting ook geldt voor mensen die hem eigenlijk helemaal niet nodig hebben is samen met de verlaging van de toptarieven en de vermogensrendementsheffing een van de redenen dat de rijken er in het belastingplan flink op vooruit zijn gegaan. Daarom heeft de SP een amendement ingediend om de arbeidskorting boven anderhalf maal modaal langzaam af te toppen.
Ik hoor graag van de bewindslieden waarom de arbeidskorting in hun voorstel niet is afgetopt.

Als je bedenkt dat de arbeidskorting ook bedoeld is als instrument in de strijd tegen de armoedeval dan ligt het nog meer voor de hand om de arbeidskorting goedkoper te maken door hem langzaam af te bouwen voor de hogere inkomens. Op die manier kan de armoedeval werkelijk worden aangepakt.
Zoals al eerder opgemerkt heeft mijn fractie daar voorstellen voor gedaan door de invoering van een Terugtaks van 250 gulden per maand die langzaam wordt afgebouwd op het traject 115 tot 150 procent van het minimumloon.

Eigenlijk is het enige argument tegen de Terugtaks, dat ik tot nu toe gehoord heb, dat mensen niet meer uren zullen willen gaan werken omdat dit ten koste gaat van hun Terugtaks. Ook zouden ze de prikkel missen zich te scholen en carrière te maken.
Los van de vraag of mensen zich alleen door geld laten leiden, wordt dit punt schromelijk overdreven. Dat de Terugtaks het arbeidsaanbod in hogere loonschalen zou beperken is nooit in de praktijk aangetoond. De Terugtaks leidt in ieder geval tot een vergroting van het arbeidsaanbod doordat meer dan 50.000 mensen (CPB) uit de armoedeval worden geholpen. Je moet wel hele goede argumenten hebben als je daar
- ook in deze tijd van groeiende spanning op de arbeidsmarkt - toch tegen bent.
In onze plannen hebben wij de invoering van een Terugtaks van 3000 gulden per jaar gefinancierd met de afschaffing van de SPAK. Ik ben blij dat de regering nu ook constateert dat de SPAK in het huidige tijdsgewricht niet het juiste instrument op de juiste plaats is omdat het gericht is op het vergroten van de vraag naar arbeid terwijl beter kan worden gewerkt aan het vergroten van het arbeidsaanbod. De SP-fractie denkt dat het toch een goede deal is om de SPAK te vervangen door de door ons voorgestelde Terugtaks. De effectiviteit van de SPAK is immers zeer twijfelachtig.

Door een groot aantal fracties zijn amendementen ingediend om de positie van gezinnen met kinderen te verbeteren. Met name de gezinnen met lage inkomens.
En dat is goed, want een-vijfde van alle kinderen groeit nog altijd op in armoede. Helaas hebben we die schande niet in de twintigste eeuw kunnen achterlaten. Het is aangetoond dat deze kinderen in veel gevallen een achterstand oplopen op punten als gezondheid en ontwikkeling, een achterstand die zij in hun latere leven meestal niet meer inhalen.
De SP-fractie heeft de motie Schimmel/Van Zijl gesteund (kinderaftrek voor gezinnen met laag inkomen en kinderen). Maar wat voor ons wel blijft steken is dat een kinderkorting wordt ingevoerd omdat de meeste fracties niet aan een inkomensafhankelijke kinderbijslag willen. De SP heeft voorgesteld de kinderbijslag af te bouwen tussen een netto-inkomen van een en twee ton en gezinnen met een minimum-inkomen
600 gulden per jaar extra te geven. Het plan van de SP werd van de hand gewezen omdat het zou leiden tot vergroting van de armoedeval. Dat lijkt me een beetje onzinnig omdat er pas wordt afgebouwd boven een ton. Wat de regering nu ook erkent. Het zou de marginale wig teveel vergroten. Maar precies hetzelfde geldt voor het amendement van de PvdA (nr.72). Ook daarin wordt voorgesteld om de kinderkorting slechts te geven tot 1 ton.
Het gaat ons om de kinderen en daarom zullen wij de amendementen net als de motie Schimmel/Van Zijl destijds steunen. De kinderkorting mag echter geen excuus worden om de inkomensafhankelijke kinderbijslag nog langer uit te stellen.

Hetzelfde geldt voor de amendementen om de aftrek voor kinderen boven de 27 jaar te behouden. Ons ontgaat echt waarom die zou moeten worden afgeschaft.

Belastingen zijn voor de meeste mensen geen populair gespreksonderwerp. Maar belastingen zijn ook politiek en daarom is het onderwerp te belangrijk om aan een kleine kring van fiscalisten, ambtenaren, en fractiespecialisten over te laten. Het gaat immers om veranderingen die raken aan de kern van ons maatschappelijke systeem. Ons belastingstelsel behoort dienstbaar te zijn aan de rechtvaardigheid en het draagkrachtprincipe als uitgangspunt te hebben. Politiek, en dus ook belastingpolitiek is een vorm van toegepaste ethiek.

Daarom is het zo jammer dat naar mate de discussie over de stelselherziening vorderde het karakter van de discussies veranderde. Meer en meer zijn de fundamentele keuzes ondergesneeuwd geraakt door de technische aspecten van de wet. Natuurlijk zijn die ook belangrijk, de Kamer is immers medewetgever, maar de techniek mag in het politieke debat niet zó overheersend worden dat de gewone burger het niet meer kan volgen en vroegtijdig afhaakt.

Er zitten ook goede kanten aan de belastingherziening. Natuurlijk vinden wij het een goede zaak dat mensen met een minimum-inkomen er op vooruit gaan. Maar dat neemt niet weg dat de fundamentele keuzes, minder geld voor de overheid en geen verkleining van de inkomensverschillen, niet de onze zijn. De vervanging van de denivellerende belastingvrije som en het arbeidskostenforfait door de heffingskorting en het arbeidskorting steunen wij. Maar wat heb je eraan als in het regeerakkoord al staat dat de opbrengst ervan wordt teruggeven aan de schijven waar het vandaan komt. Aan een verlaging van het toptarief dus, of aan het verlagen van de prijs van het fatsoen zoals onze minister van Financiën dat noemt.

De belastingherziening is een gemiste kans om vermogens nu eens echt te belasten en de overheid voldoende geld te geven om de grote problemen in de zorg en het onderwijs nu eens echt met succes te kunnen aanpakken.
Deze belastingherziening is geen antwoord op de grote problemen van deze tijd en dat maakt het noodzakelijk dat progressief Nederland alvast gaat nadenken over een nieuw belastingplan.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie