Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

PvdA-fractie langs scholen met 'Studiehuiskaravaan'

Datum nieuwsfeit: 26-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Sharon Dijksma over de Tweede Fase in het Voortgezet Onderwijs
26 januari 2000 PvdA

De tien meest gestelde vragen over de Tweede Fase

PvdA-fractie langs scholen met 'Studiehuiskaravaan"

Hoofddoelstelling van de Tweede Fase was en is een verbetering van de aansluiting tussen havo en hbo en die tussen vwo en universiteit. Zo'n verbetering is hard nodig omdat nu teveel mensen die een diploma behalen in het voortgezet onderwijs stranden in het hoger onderwijs. Om dit probleem te ondervangen moet er het nodige veranderen in de kwaliteit en studeerbaarheid van het hoger onderwijs, maar ook op havo en vwo zijn verbeteringen noodzakelijk. Daarom hebben we destijds besloten dat de vrije pakketkeuze moest worden ingeperkt tot een keuze uit vier profielen, de lesstof van alle examenvakken moest worden vernieuwd en er op scholen geleidelijk meer zelfstandige werkvormen zouden moeten komen (het studiehuis). We hebben met die veranderingen welbewust ervoor gekozen dat de programma's voor de bovenbouw van havo en vwo in sommige opzichten zwaarder zouden worden. Niet om per definitie te bereiken dat minder mensen toegang zouden krijgen tot het hoger onderwijs, maar om de mensen die doorstromen naar hbo en universiteit beter toe te rusten voor de kennis en vaardigheden die zij daar nodig hebben.

Toen de Kamer in juni 1997 instemde met de invoering van de Tweede Fase, wisten we allemaal dat we hiermee een grote vernieuwing in het voortgezet onderwijs invoerden en bij grote vernieuwingen kan men niet alle gevolgen tevoren voorzien. Daarom hebben we destijds afgesproken dat wij uitgebreide rapportages zouden ontvangen van het invoeringsproces. Niet omdat we telkens weer de doelstellingen van de Tweede Fase ter discussie zouden willen stellen, maar vooral omdat onbedoelde effecten niet altijd verbeteringen betekenen.

Een kwart van de scholen begon in augustus 1998 met de invoering van de Tweede Fase. De overige scholen begonnen in augustus 1999. We hebben inmiddels een aantal rapportages ontvangen over het invoeringsproces. Bij die rapportages bleek er sprake van een zekere overladenheid van de programma's van verschillende vakken. Die klacht over overladenheid vormde ook de belangrijkste boodschap van de scholierenstaking die op 6 december 1999 in Den Haag zo ongelukkig is verlopen.

Nu mag een goede voorbereiding op het hoger onderwijs betekenen dat leerlingen harder moeten werken voor hun diploma's, maar als leerlingen zich rotwerken voor allerlei opdrachten die eigenlijk opnieuw een vergelijkbare vaardigheid toetsen, schieten we ons doel voorbij. Om die reden heeft de PvdA-fractie gemeend signalen van overladenheid serieus te moeten nemen en te moeten kijken naar mogelijkheden om de studielast door gerichte maatregelen enigszins te verlichten. De overladenheid zou mogen worden aangepast, zonder het niveau te grabbel te gooien.
Punt van afweging was hierbij of er eventueel centrale ingrepen vanuit het ministerie in Zoetermeer zouden moeten komen of dat scholen juist vrijheid zouden moeten krijgen om zelf oplossingen te bedenken. Verschillende organisaties bepleitten dat maatregelen vooral niet vanuit Zoetermeer moesten worden opgelegd, omdat problemen niet overal dezelfde aard en omvang hadden.

Op 14 december 1999 verschenen rapportages van de Onderwijsinspectie, het Procesmanagement Voortgezet Onderwijs en Codename Future. Deze rapportages bevestigden het beeld dat op zich de vernieuwing goed vorm krijgt, maar dat er zich tijdelijk pieken voordoen in de overladenheid. Deze bevindingen rechtvaardigden beslist niet dat we de hele Tweede fase op de helling zouden zetten, maar wel dat er tijdelijke maatregelen zouden komen om de studeerbaarheid van de programma's te verhogen. Op diezelfde dag kwam ook staatssecretaris Adelmund met voorstellen voor zulke tijdelijke maatregelen. Het betrof tijdelijke maatregelen voor drie jaar (voor leerlingen die tot en met augustus 2002 instromen in het vierde jaar van havo en vwo. De voorgestelde maatregelen betroffen:

*beperking van het aantal praktische opdrachten,


*opheffing van de verplichting dat het profielwerkstuk per se betrekking zou moeten hebben op meer dan één vak,


*het nieuwe vak Algemene Natuurwetenschappen zou op havo een keuzevak worden in het vrije deel en op vwo zou het examenprogramma worden beperkt in studielast-uren,


*scholen zouden de mogelijkheid krijgen de studielast voor de tweede moderne vreemde taal in het gemeenschappelijk deel ook aan te wenden voor andere talen en


*bij het nieuwe vak Culturele en Kunstzinnige Vorming 1 zou het aantal en de omvang van de verslagen worden bezien.

In deze voorstellen viel dus niet te lezen dat er vakken vanuit Zoetermeer zouden worden geschrapt. Scholen kregen hiermee mogelijkheden aangereikt om de werkdruk te verlichten. Ik begreep dat de staatssecretaris in informele setting een aantal betrokkenen uit de onderwijsorganisaties heeft geconsulteerd over haar voornemens, niettemin heeft de PvdA-fractie in het debat op 16 december aan de staatssecretaris gevraagd om een draagvlak te verwerven voor de destijds voorliggende voorstellen. Duidelijk was dat het maatregelen betrof die ingrepen mogelijk maakten gedurende een lopend schooljaar en dat scholen zich door de veranderingen overvallen zouden kunnen voelen. Het zou echter onrechtvaardig zijn om een hele lichting leerlingen de dupe te laten worden van een overladenheid waarvan we met ons allen onderkenden dat deze niet zo bedoeld was en daarom zouden scholen zèlf binnen hun mogelijkheden moeten kunnen kijken hoe ze de werkdruk zouden kunnen verlichten.

Op 16 december hebben we in de Kamer gedebatteerd over de maatregelen die staatssecretaris Adelmund voorstelde. De fracties van D66 en de SP stelden drastischer ingrepen voor maar die kregen daarbij geen poot aan de grond. Wel bleken alle fracties in de Kamer met de voorstellen van Adelmund te kunnen instemmen. Daarmee was de zaak snel en helder geregeld, meenden we.

Nadat de Kamer had gesproken en hier het Kerstreces aanbrak ontstond er veel commotie in het land: we zouden zijn overgegaan op paniekvoetbal, we zouden hebben besloten zomaar hele vakken te schrappen en geen enkel idee hebben van wat er werkelijk in het onderwijs leeft. Inhoudelijk waren de bezwaren dat scholen zich wel gedwongen zouden zien om de tijdelijke maatregelen maximaal uit te voeren omdat leerlingen anders zouden overstappen naar de school met het lichtste programma en daarom zouden docenten voor de vakken Algemene Natuurwetenschappen, Frans en Duits overbodig worden. De Algemene Onderwijsbond trof voorbereidingen om de staat een kort geding aan te doen en ook de vereniging van schoolleiders VVO stond op haar achterste benen. In verschillende plaatsen maakten de scholen afspraken om helemaal niets te doen met de decembermaatregelen, met als materieel gevolg dat de overladenheid in volle omvang zou blijven bestaan.

Staatssecretaris Adelmund is vervolgens opnieuw de gesprekken aangegaan met de AOb, VVO en het onderwijsveld in het algemeen. In die tijd heb ik niet altijd alle stappen in de discussie kunnen doorgronden. De Kamer had immers haar positie bepaald. Niettemin zou de AOb via een rechterlijke uitspraak de letter van de maatregel kunnen onderuithalen en zouden de schoolleiders via onderlinge afspraken de geest ervan kunnen teniet doen. Achteraf ben ik nog meer van mening dat het toch belangrijk was er dat met het onderwijsveld overeenstemming werd bereikt.

Lang niet voor alle scholen was de voortdurende onduidelijkheid echter plezierig. Voor een organisatie is duidelijkheid soms belangrijker dan dat het iedereen naar de zin wordt gemaakt. Ik weet dat sommige scholen tussen Kerst en Nieuwjaar plannen hebben gemaakt in het verlengde van de decembermaatregelen, terwijl ze achteraf maar moesten afwachten wat daarvan overeind bleef.

Uiteindelijk heeft staatssecretaris Adelmund overeenstemming bereikt met de onderwijsorganisaties. De belangrijkste verandering wordt nu dat Algemene Natuurwetenschappen, Culturele Kunstzinnige Vorming 1 en het deelvak moderne vreemde taal alsnog algemeen verplichte vakken blijven. Wel krijgen scholen de mogelijkheid om binnen de examenprogramma's voor eigen keuzes te maken: niet alle onderdelen van de examenprogramma's hoeven aan de orde te komen. Het gewicht van praktische opdrachten binnen de vakken wordt teruggebracht, bij de meeste vakken tot 20 %.

Op 26 januari heeft de Kamer zich opnieuw gebogen over de Tweede Fase. Karin Adelmund kwam met een goed verhaal en een heldere uitleg van de hele gang van zaken. Het debat vormde ook een evaluatie van de afgelopen periode, waarbij is aangegeven hoe het in de toekomst beter kan. Namens de PvdA-fractie heb ik ingestemd met het bereikt akkoord en dat deden ook de andere fracties.

Op de valreep bereikten mij nog berichten dat voor het vak informatica het verminderen van de praktische opdrachten wel averechts zou uitpakken en daarover heeft Adelmund nog toegezegd dat zij deze omissie in de uiteindelijke uitwerking van het akkoord zal rechtzetten. Een andere kwestie betrof de onderlinge vergelijkbaarheid diploma's, wanneer scholen op eigen houtje konden schrappen in de examenprogramma's. Terecht wees Adelmund erop dat de onderlinge verschillen in de oude situatie met schoolonderzoeken nog veel groter waren, maar grote verschillen zijn niet wenselijk en zij zal de ontwikkelingen in de gaten houden. Ik denk dat het heel belangrijk is dat er nu voor de scholen, de leerlingen en de docenten duidelijkheid bestaat en hoop dat iedereen nu alle energie kan richten op het vele onderwijsinhoudelijke werk dat hem of haar te doen staat voor de Tweede Fase.

In het debat hebben verschillende woordvoerders ook een poging gedaan tot een analyse met betrekking tot de heftige en emotionele lading waarmee sommige reacties gepaard gingen. Ik denk dat deze voor een deel ook te wijten is aan de meer algemeen gevoelde problemen binnen het voortgezet onderwijs. De druk op docenten en leerlingen is over de hele linie groot en de omstandigheden en randvoorwaarden in het onderwijs om aan die druk een einde te maken zijn niet altijd optimaal te noemen. Veel mensen die werken in het voortgezet onderwijs hebben het gevoel dat het beter zou kunnen. Daarvoor zijn zeker een aantal kwalitatieve impulsen in de vorm van nieuwe investeringen nodig. Die boodschap is bij de PvdA-fractie in volle omvang aangekomen. De komende maanden zal de fractie van de PvdA zich daarover nader beraden en uiteindelijk hopen wij, conform de oproep van onze fractievoorzitter Ad Melkert, met een helder pakket aan voorstellen voor de lange termijn te kunnen komen. Ik hoop daarbij op Uw steun en ideeën te mogen rekenen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie