Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen handel met voorwetenschap bij Content

Datum nieuwsfeit: 27-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: ANTWOORDEN VAN DE MINISTERS VAN FINANCIEN EN VAN JUSTITIE OP VRAGEN VAN HET LID VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL VOÛTE-DROSTE OVER EEN MOGELIJK GEVAL VAN HANDEL MET VOORWETENSCHAP BIJ CONTENT



Persberichtnr.

00/018a

Den Haag

27 januari 2000

ANTWOORDEN VAN DE MINISTERS VAN FINANCIEN EN VAN JUSTITIE OP VRAGEN VAN HET LID VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL VOÛTE-DROSTE OVER EEN MOGELIJK GEVAL VAN HANDEL MET VOORWETENSCHAP BIJ CONTENT

VRAGEN:


1.

Is het de regering bekend dat de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) onderzoek heeft gedaan naar een mogelijk geval van handel met voorwetenschap bij Content1?


2.

Heeft de STE tijdens het onderzoek kennis genomen van de inkoop van eigen aandelen en de uitgifte van opties aan het eigen personeel door Content kort voor de bekendmaking van de overname van Content door Creyfs? Zo ja, waarom heeft de STE geen aangifte gedaan?


3.

Moet een afwijking van de vaste regel dat bij Content nieuwe aandelen worden uitgegeven ter dekking van personeelsopties, reden voor de STE zijn om aangifte te doen bij Justitie?


4.

Deelt u de mening, dat deze verschillende aanpakken van de STE en het Openbaar Ministerie verwarring creëren?


5.

Is gezien de ontstane verwarring de huidige wetgeving nog adequaat? Is er voldoende deskundigheid en capaciteit bij de STE en het Openbaar Ministerie aanwezig om zaken op het gebied van handel in voorwetenschap te behandelen?


8.

Welke maatregelen bent u bereid te treffen, opdat deze knelpunten worden opgelost?

ANTWOORDEN:


1. en 2.

In september/oktober 1999 heeft de STE aangifte gedaan van mogelijk gebruik van voorwetenschap met betrekking tot handelen in aandelen Content. De informatie waarover de STE tijdens haar onderzoek heeft beschikt, voor zover relevant voor het doen van aangifte, bevindt zich in het aangiftedossier. De Minister van Justitie laat zich in de regel niet uit over individuele zaken die bij het OM in onderzoek zijn.

In meer algemene zin kan ik u melden dat naar aanleiding van onderzoek door de STE - op eigen initiatief of op basis van een melding door Amsterdam Exchanges (AEX) - naar mogelijke gevallen van gebruik van voorwetenschap bij personen of instellingen, aangifte kan worden gedaan bij het Amsterdamse parket van het OM. Na melding door AEX van opvallende bewegingen in het koers- en omzetverloop, dan wel ambtshalve op grond van andere signalen, gaat de STE na of artikel 46 Wte 1995 mogelijk is overtreden en of de strafbaarheid van de gedraging wordt opgeheven door het toepasselijk zijn van één van de uitzonderingsbepalingen als bedoeld in het Besluit van 17 december 1998 houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 46, vierde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Besluit).

Voor een verdergaande analyse van de voorwaarden gesteld aan deze uitzonderingsbepaling verwijs ik naar de beantwoording op vraag 1 onder B.


3.

Nee. Een afwijking van de wijze waarop uit te geven personeelsopties worden gedekt is voor de STE geen reden aangifte te doen. Overigens was de in het Besluit opgenomen meldingsplicht aan de STE in de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 maart 1999 nog niet vereist voor niet-toepasselijkheid van het verbod, bedoeld in artikel 46, eerste lid van de Wte 1995.


4., 5. en 8. (Bij de gestelde vragen ontbreken de nummers 6 en 7)

Vanuit de toezichthoudende rol van de STE is het onder andere haar taak om bij een op grond van feiten en omstandigheden gerezen vermoeden van gebruik van voorwetenschap aangifte te doen bij het Amsterdamse parket. Om de STE in de gelegenheid te stellen de toezichthoudende rol bij de Amsterdamse beurs naar behoren uit te oefenen, worden opvallende bewegingen in het koers- en omzetverloop door de AEX gemeld aan de STE. Naar aanleiding van dergelijke meldingen, of om andere haar moverende redenen, kan de STE nadere informatie vergaren, onderzoek instellen ex artikel 29 Wte 1995 en eventueel aangifte doen van mogelijk gebruik van voorwetenschap. De STE heeft ten aanzien van Content inmiddels in een tweetal gevallen aangifte gedaan van het vermoeden van gebruik van voorwetenschap.

Bij verdenking van een overtreding van het verbod op gebruik van voorwetenschap, zoals geregeld in artikel 46 Wte 1995, bepaalt het Amsterdamse parket van het OM of strafvervolging wordt ingesteld. Het gebruik van voorwetenschap is geen klachtdelict. Een aangifte, door de STE of door een ander, is voor het instellen van strafvervolging dus niet vereist. Het feit dat in het onderhavige geval zonder klacht van de STE een onderzoek is ingesteld, kan daarom als zodanig niet als een verschil in aanpak worden aangemerkt. In het belang van het verdere onderzoek kan ik geen nadere mededelingen doen over de wijze van aanpak.

Ons is niet gebleken dat de huidige regelgeving niet adequaat zou zijn. Voor de volledigheid dient hierbij te worden opgemerkt dat met ingang van 1 april 1999 het voornemen tot toekenning van opties in het kader van een personeelsregeling tenminste twee maanden voorafgaande aan de toekenning aan de STE kenbaar moet worden gemaakt. Ook bestaat vanaf die datum een verplichte melding aan de STE van transacties die door ingewijden worden verricht (Stcrt. 1999, nrs. 5, 7 en 122).

Mede in het licht van de initiatieven uit de Integriteitsnota (Kamerstukken 1997-1998, 25 830, nrs. 1-2) op het terrein van capaciteitsuitbreiding, is de deskundigheid en capaciteit bij zowel het Amsterdamse parket als de STE uitgebreid en thans voldoende om zaken op het gebied van handel met voorwetenschap te kunnen behandelen. Ik acht derhalve geen extra maatregelen nodig. In dit verband wordt ook verwezen naar de beantwoording van eerdere vragen van het lid Voûte-Droste (VVD) van 17 augustus 1999 over schikking in beursfraude zaken (vraag 6) en van het lid De Wit (SP) van 24 september 1999 over handel in aandelen met voorkennis (vraag 6).

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie