Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage GPV en RPF debat leeftijdsdiscriminatie bij arbeid

Datum nieuwsfeit: 27-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
GPV

Wet verbod leeftijdsdiscriminatie bij de arbeid Inbreng voor het verslag over 26 880
Bijdrage van E. van Middelkoop
27 januari 2000

26 880

De leden van de fracties GPV en RPF hebben met belangstelling kennis genomen van de nieuwe poging tot wetgeving gericht op het tegengaan van leeftijdsdiscriminatie bij arbeid. Over de wenselijkheid van een zodanig tegengaan bestaat in algemene zin weinig verschil van mening. Wel zijn twijfels gerechtvaardigd over de vraag of de terzake levende opvattingen in ons arbeidsbestel reeds voldoende zijn uitgekristalliseerd om wetgeving te dragen. Evenzeer is de vraag gerechtvaardigd of de voorgestelde wettelijke bepalingen de noodzakelijke rechtszekerheid bieden voor betrokkenen zodat zij voldoende concreet weten of hun handelen wetsconform zal zijn. Twijfel ten aanzien van dit laatste wordt gevoed door de algemene normatieve bepalingen in de wetsartikelen en het feit dat de regering zelf enkele malen wijst op de preventieve werking van de wet. Van een dergelijke werking zal zeker sprake kunnen zijn, maar de burger mag van een wettelijke regeling verlangen dat helder is wat in concreto zijn rechten en plichten zijn. Van dit laatste is echter bij de voorliggende regeling maar zeer ten dele sprake.

Het moet de leden van deze fracties van het hart dat de regering in de toelichting op een weinig principiële wijze het verbod op leeftijdsdiscriminatie motiveert. Juist de aansluiting bij de Algemene wet gelijke behandeling doet een principiële stellingname in de rede liggen. Echter, in de toelichting ligt alle nadruk op het verbod als arbeidsmarktinstrument en de wens de arbeidsparticipatie van alle leeftijdscategorieën te bevorderen. Vanwaar deze pragmatische invalshoek? Met referentie aan de terminologie van artikel 1 Grondwet vragen deze leden waarom in de wetstitel gekozen is voor de term discriminatie (ontleend aan de tweede volzin van artikel 1 Grondwet) en niet voor (een verbod op) ongelijke behandeling (eerste volzin artikel 1 Grondwet).

De leden van de fracties GPV en RPF stellen het op prijs een meer uitvoerige argumentatie te ontvangen over de gekozen wetsystematiek Kan worden aangegeven wat de voor- en nadelen zijn het door de RCO aanbevolen open systeem en waarom de regering dit afwijst? Past een dergelijk systeem niet beter bij de nog weinig uitgekristalliseerde maatschappelijke opvattingen over de precieze doorwerking van het leeftijdscriterium in arbeidsrelaties? Evenzo willen deze leden een verduidelijking van de beslissing om niet tegemoet te komen aan de wens van sociale partners direct onderscheid, dat is opgenomen in CAOs, als uitzondering op het wettelijk verbod te aanvaarden. Wat is de rechtvaardiging om geen ruimte te bieden aan de invulling van de contractsvrijheid van sociale partners terzake? Het argument van de regering dat zulks niet zou passen in een nadere uitwerking van fundamentele waarden, zoals een verbod op onderscheid (blz.5 MvT) heeft immers vooralsnog een beperkt gewicht waar de regering zelf erkent dat een gesloten systematiek op dit moment niet te realiseren is.

ARTIKELEN

Artikel 3

De leden van de fracties GPV en RPF vragen naar de zelfstandige betekenis van het eerste lid van artikel 3 en de relatie met het tweede lid. A contrario valt in het eerste lid te lezen dat direct onderscheid nooit objectief is gerechtvaardigd. Is zulks bedoeld? Als dit niet de juiste lezing is waarom kan dan niet worden volstaan met de uitzonderingen van het tweede lid van artikel 3? Deze bevatten immers de rechtvaardigingsgronden om onderscheid te maken, zowel direct als indirect?

Deze leden constateren dat onder het tweede lid onder a ook gezondheids- en veiligheidsoverwegingen kunnen worden aangemerkt als zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Als dit het geval is wat voegt de bepaling onder b dan nog toe?

Deze leden vragen vervolgens waarom een louter financieel belang kennelijk nooit kan gelden als een zwaarwegend belang. Kan worden uitgelegd waarom het naar het oordeel van de regering in alle gevallen onredelijk zou zijn verschillen in loonkosten te accepteren voor het maken van onderscheid, bijvoorbeeld bij het aantrekken van werknemers?

De leden van de fracties GPV en RPF merken op bezwaren te hebben tegen de mogelijkheid vervat in het derde lid om nadere regels te geven bij AmvB. Zulks zal de kenbaarheid van de centrale norm en de uitzonderingen daarop niet ten goede komen. Het is beter dit te voorkomen bijvoorbeeld door in het verslag ex artikel 8 voorstellen te doen voor een verdere verfijning van de regelgeving en voor de verwerking daarvan de koninklijke weg te kiezen in casu wetswijziging.

Artikel 4

De leden van de fracties GPV en RPF vragen waarom gekozen is voor de formulering openlijke aanbieding. Wat verzet zich tegen schrapping van het adjectief openlijk?

Artikel 5

De leden van de fracties GPV en RPF vragen waarom de bepaling van ontslagbescherming in deze wet is opgenomen en niet is gevoegd bij de relevante bepalingen het BW.

Artikel 9

De leden van de fracties GPV en RPF vragen waarom de uitzonderingen vermeld in het eerste lid uitsluitend betreffen bestaand beleid dat is vastgesteld bij of krachtens enige andere wet. Als bestaande regelingen terzake buiten het bereik van deze wet vallen waarom is zulks niet evenzeer gerechtvaardig in het geval van nieuwe, vergelijkbare regelingen? Moeilijk te begrijpen vinden zij dat, zoals de toelichting vermeld, toekomstige regelingen een plaats dienen te krijgen in het onderhavige wetsvoorstel. Daar is dit wetsvoorstel toch niet de aangewezen plaats voor?

E. van Middelkoop

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie