Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Vijfde nota wijziging wetsvoorstel Belastingherziening 2001

Datum nieuwsfeit: 28-01-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Vijfde nota van wijziging wetsvoorstel IB 2001(Belastingherziening 2001)



Directie Wetgeving Directe Belastingen

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

WDB 2000-00091 M

28 januari 2000

Onderwerp

Vijfde nota van wijziging inzake het wetsvoorstel voor de Wet inkomstenbelasting 2001
(kamerstuk 26 727)

Hierbij bieden wij u de vijfde nota van wijziging inzake het bovenvermelde voorstel aan.

De Staatssecretaris van Financiën,

De Minister van Financiën,
Wet inkomstenbelasting 2001 (Belastingherziening 2001)

VIJFDE NOTA VAN WIJZIGING

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

I

In artikel 3.3.6 worden de onderdelen a en b vervangen door


a. de fietsaftrek;


b. de reisaftrek en


c. de zeedagenaftrek.

II

Na artikel 3.3.6 wordt ingevoegd:

Artikel 3.3.7 Fietsaftrek


1. De fietsaftrek geldt bij regelmatig woon-werkverkeer en wordt in aanmerking genomen voor de per fiets afgelegde reisafstand indien deze meer bedraagt dan 10 kilometer.


2. De op basis van de volgende leden bepaalde fietsaftrek wordt verminderd met de voor de per fiets afgelegde reisafstand ontvangen reiskostenvergoedingen.


3. Indien de belastingplichtige op ten minste drie dagen per week naar een plaats van werkzaamheden pleegt te reizen en daartoe hoofdzakelijk fietst, bedraagt de fietsaftrek per jaar 339 (f 747).


4. De per fiets afgelegde reisafstand en het voor het regelmatig woon-werkverkeer uitsluitend of nagenoeg uitsluitend benutten van de fiets blijken uit een op het desbetreffende kalenderjaar betrekking hebbende door de inhoudingsplichtige in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 afgegeven verklaring (de fietsverklaring).


5. Indien als gevolg van een onjuiste fietsverklaring de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld, kan de inspecteur het bedrag van de te weinig geheven belasting begrijpen in een aan de in het zesde lid bedoelde inhoudingsplichtige ten titel van loonbelasting op te leggen naheffingsaanslag.


6. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van deze fiets-verklaring en voor de uitvoering van dit artikel.

III

In artikel 3.3.9 wordt, onder vernummering van het zevende en achtste lid in achtste en negende lid, ingevoegd:


7. Indien de belastingplichtige ook voor de fietsaftrek in aanmerking komt, is de som van de volgens de fietsaftrek en de reisaftrek in aanmerking te nemen bedragen geen hoger bedrag dan 1602 (f 3530).

IV

In artikel 3.3.10, eerste lid, onderdeel a, wordt "reizen per openbaar vervoer" vervangen door: reizen per fiets respectievelijk per openbaar vervoer.

V

In artikel 9.3, eerste lid, wordt onder verlettering van de onderdelen a tot en met f in b tot en met g, ingevoegd:


a. de fietsaftrek

TOELICHTING

Artikelen 3.3.6, 3.3.7, 3.3.9, 3.3.10 en 9.3. Fietsaftrek

Deze wijziging bewerkstelligt dat in artikel 3.3.7 een aftrek voor fietsers wordt opgenomen. De fietser komt voor de fietsaftrek in aanmerking indien de per fiets afgelegde reisafstand meer dan 10 kilometer bedraagt. De fietsaftrek bedraagt 339 (f 747), indien ten minste drie dagen per week naar een arbeidsplaats wordt gereisd. Niet van belang is of op die dagen een of meer plaatsen van werkzaamheden worden bezocht. Voor de fietsaftrek wordt de eis gesteld dat voor het woon-werkverkeer hoofdzakelijk, dat wil zeggen in meer dan 70% van het aantal reizen, de fiets wordt gebruikt. Daardoor vervalt de fietsaftrek niet direct als vanwege bijvoorbeeld slecht weer incidenteel het woon-werkverkeer op een andere wijze wordt afgelegd dan per fiets.

Reden voor deze wetswijziging is dat, als gevolg van het vervallen van de aftrek voor eigen vervoer (het reiskostenforfait), ook voor de groep fietsers met reisafstanden van meer dan 10 kilometer de mogelijkheid van aftrek van reiskosten is komen te vervallen. Met het oog op de wenselijkheid van deze milieuvriendelijke vorm van vervoer is thans besloten voor deze groep fietsers de mogelijkheid van aftrek van reiskosten te handhaven. De geboden aftrekmogelijkheid is gekoppeld aan een door de inhoudingsplichtige te verstrekken fietsverklaring, waaruit de per fiets afgelegde reisafstand en het hoofdzakelijk benutten van de fiets voor het regelmatig woon-werkverkeer blijken. Aldus wordt een evenwicht bereikt tussen de uitvoerbaarheid, de controleerbaarheid en de breed gevoelde wenselijkheid van een dergelijke regeling. Zo'n regeling is in zichzelf relatief fraudegevoelig omdat, zeker achteraf, moeilijk is vast te stellen of er is gefietst dan wel ander vervoer zoals (mee)rijden in een auto, heeft plaatsgevonden. Om die reden is in deze aan de werkgever een zelfstandige rol toegekend.

Voor alle duidelijkheid merken wij nog op dat ritten per fiets die bijvoorbeeld voorafgaand of aansluitend aan reizen per openbaar vervoer, worden gemaakt, voor de fietsaftrek buiten beschouwing blijven.

De Staatssecretaris van Financiën,

De Minister van Financiën,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie